Home

‘We trokken die man na en schrokken ons rot: het ging om een zedendelinquent’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Meta van Eck (62) moest als rechercheur jeugd-zeden op zoek naar een 8-jarig jongetje dat in Duitsland was ontvoerd.

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Op een rustige vrijdagmiddag belde een Duitse collega uit Düsseldorf: ‘Hier is een 8-jarig jongetje ontvoerd.’ Het was de tijd van de Joegoslavische oorlogen, die jongen en zijn Joegoslavische moeder waren naar Duitsland gevlucht. Een huisvriend, een Nederlandse man hier uit Alphen, had het jochie in zijn Volvo gezet en was tegen de wil van die moeder met hem weggereden.

‘We trokken hem na en schrokken ons rot: het ging om een zedendelinquent met een voorkeur voor jongetjes in die leeftijd. Destijds waren onze middelen heel beperkt: we hadden nog geen autovolgsystemen en er waren nauwelijks smartphones die je kon tracken. Door mijn hoofd flitsten beelden van kinderen die na seksueel misbruik dood waren gevonden.

In ‘Die ene melding’ interviewt Wil Thijssen politiemensen over de gebeurtenissen na een specifieke melding die hun kijk op het vak hebben veranderd.

‘Ik was rechercheur jeugd-zeden en vroeg alle collega’s binnen te blijven. Tijdens een korte briefing verdeelde ik de taken: jullie gaan surveilleren bij zijn flat, jij trekt zijn familie na, jij onderzoekt of die man ergens een caravan of huisje heeft. Zelf belde ik de officier: ik wil een telefoontap op zijn woonadres. De Duitse collega’s faxten een foto van het slachtoffertje en ik vroeg via de meldkamer om ook landelijk uit te kijken naar de verdachte, de Volvo en het jongetje.

Mobilofoon

‘Daarna stapten wij ook allemaal in de auto om te gaan zoeken: mijn collega Gerjan en ik, onze coördinator en de teamchef. Al heel snel hoorden we de collega’s die bij zijn flat surveilleerden over de mobilofoon: ‘We zien hem! Hij draait om en gaat ervandoor richting de Albert Schweizerbrug!’

‘Op die brug reden we hem met vier auto’s klem tegen de vangrail. Een van de surveillanceauto’s was daarvoor zelfs tegen het verkeer in gereden. Iedereen gooide z’n deur open, drie collega’s renden naar de bestuurderskant en trokken die verdachte uit de auto.

‘Meteen daarna zei ik tegen dat jongetje op de achterbank: ‘Alles ist oké, wir gehen nach Mama.’ Hij pakte mijn uitstrekte handen, stapte uit en wees met grote ogen naar boven. Daar hing vlak boven ons met veel kabaal een politieheli die ik niet eens had opgemerkt, zo strak stond ik van de adrenaline. Toen werd ik me ook bewust van de enorme verkeerschaos op de brug.

Geboeid

‘Ik hield dat jochie links van me, zodat ik hem het zicht benam op de verdachte, die geboeid op het wegdek lag. Gerjan reed ons terug naar het bureau. Het was inmiddels half 7. Je gaat meteen rekenen: om 3 uur kwam de melding, toen was het jochie een uur zoek, de afstand Düsseldorf-Alphen aan den Rijn... Wat heeft de verdachte kunnen doen? Maar je vraagt bewust niks, het mannetje moet blanco kunnen worden gehoord.

‘Op het bureau belde ik de Duitse collega’s: ‘Laat zijn moeder hiernaartoe komen’. Ik regelde een overnachtingsadres voor haar en een Joegoslavische tolk voor het verhoor de volgende ochtend. Gerjan ging met het jochie voetballen op de binnenplaats. We gaven hem eten, lieten hem op een bank tv-kijken en gaven hem een dekentje, want hij werd moe.

Tegen 11 uur ’s avonds kwam zijn moeder met een familielid. Toen ze haar zoon zag, barstte ze opgelucht in tranen uit. ‘Danke, danke, danke’, herhaalde ze steeds tegen mij.

‘In een familiekamer benadrukte ik dat ze haar zoontje nog even niets moest vragen, legde uit waar ze kon overnachten en dat ze zich de volgende ochtend weer op het bureau moesten melden voor het verhoor. Rond middernacht kwam ik thuis. Ik dronk een goed glas wijn om de spanning te laten zakken en gaf mijn slapende dochtertjes een extra knuffel – je realiseert je weer hoe kwetsbaar kinderen zijn.

Verhoor

‘De volgende ochtend reed ik met die moeder en haar zoontje naar de kindvriendelijke verhoorstudio in Koudekerk. Mijn collega die het verhoor afnam en de tolk zaten al klaar. De moeder wachtte in een aparte ruimte, ik keek vanachter een spiegelwand toe.

‘Hoe ben je in de auto gestapt?’, vroeg mijn collega. ‘Wat hebben jullie tijdens het autorijden gedaan?’ ‘Nou gewoon’, antwoordde het mannetje, ‘muziek geluisterd.’ We hadden al snel door: er is niks gebeurd. Godzijdank. We waren op tijd.

‘Ik vertel dit verhaal omdat ik in de tien jaar dat ik zedenrechercheur was, de meest verschrikkelijke zaken heb gedraaid, tot babyverkrachting aan toe. Meestal komen wij achteraf, als het seksueel misbruik al heeft plaatsgevonden. Ik heb weleens op de grond van de binnenplaats gezeten met mijn rug tegen de muur terwijl de tranen over mijn wangen stroomden. En in deze zaak waren we, ondanks onze beperkte middelen, op tijd. We hebben iets vreselijks voorkomen. De verdachte is veroordeeld.

‘Dat geeft ontzettend veel voldoening. Zulke momenten heb je af en toe nodig om al die andere te kunnen volhouden. Dan weet je weer: dit is het meest fantastische vak ter wereld. Ons werk is soms zwaar, maar heel betekenisvol. Wij hebben hier echt het verschil gemaakt.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next