Home

Oorlog in Rwanda of file bij Beilen: Gerri Eickhof kon het allemaal. Vanavond zwaait hij af bij het NOS Journaal

Als enige jongen van kleur opgroeien in het witte Amsterdam-Noord, en daar nooit helemaal welkom zijn: het maakte Gerri Eickhof gereserveerd. Behalve in zijn werk als journalist voor het NOS Journaal. Met zijn nuchterheid en vakmanschap nam hij kijkers en collega’s voor zich in.

Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.

Gerri Eickhof (66) is ’s lands enige NOS-journaalverslaggever die vier decennia journalistiek vakmanschap weet te combineren met een cultstatus. Wie zo soepel en zonder verlies aan toewijding de overstap van oorlogsgebied naar dorpsplein op Koningsdag (‘toch niet zo druk’) weet te maken, scoort in Nederland punten.

De aankondiging dat Eickhof na bijna veertig dienstjaren met pensioen gaat, maakte vorige week bij fans veel los. Onder oude YouTube-fragmenten van Eickhof, op de website van Libelle en nu.nl verschenen odes en bloemlezingen.

Mensen memoreren zijn bontmuts met flappen, gedragen op reportages langs besneeuwde snelwegen, zijn Ajax-tirade uit 2009, waarin hij de Arena een ‘megalomane vliegende schotel’ noemde ‘waar nog geen gras wil groeien’, en zijn rijm over camping-wc’s. ‘Zelfs voor doorgewinterde kampeerders is het warempel geen pretje, om steeds te moeten poepen op een chemisch toiletje.’

Lichtpuntjes

Eickhofs binnenlandse reportages – windhoos bij Akkrum, takken op de A7 ter hoogte van Zaanstad-Het Kalf – fungeerden als lichtpuntjes in een verder gitzwart stemmend achtuurjournaal, zo analyseerde een columnist in de Volkskrant. Mogelijk zelfs als ‘een van de laatst overgebleven bastions van Nederlandse saamhorigheid’.

Wie zo lang op ‘de beeldbuis’ – Eickhofs voorliefde voor archaïsch taalgebruik indachtig – verschijnt, is meer dan een passant in de huiskamers. Het doet denken aan de woorden waarmee Eickhof de speciale band met zijn in 1989 aangeschafte wasmachine (‘Ik heb het bonnetje nog’) omschreef: ‘Als je elkaar 35 jaar kent, dan kun je toch wel spreken dat er meer is dan mens en machine.’

De journalist mag graag kijken naar een draaiende was, terwijl hij in zijn hoofd onderwerpen als het Duitse kiesstelsel of de listeriabacterie tot een begrijpelijk item kneedt.

Eickhof is dankbaar te typeren aan de hand van items. Over de recente museumplofkraak in Assen: ‘Vanuit boevenperspectief heel professioneel en doortastend.’ Vanaf een kade in IJmuiden, de haren gegeseld door de wind: ‘Storm Conall spookt hier nog behoorlijk.’

Bij een stembureau, na een vraag uit Hilversum over de afwegingen van niet-stemmers: ‘Het probleem daarbij, Jeroen, is dat mensen die geen gebruikmaken van hun stem daar dikwijls ook niet zo heel veel over te vertellen hebben.’

Verslag van acht oorlogen

Toch doet elke opsomming, hoe geestig ook, zijn verslaggeverschap tekort. Eickhof is een vakman. De meest ervaren verslaggever bij de NOS. Hij werkte er sinds 1986. Deed vanaf 1992 verslag van acht oorlogen. Rwanda, Kosovo, Irak.

Een kantelpunt was 2008, de oorlog in Georgië. Zijn zoon Koen, toen 7, zei: ‘Ga maar niet, ze schieten je dood.’ Een dag later kwam RTL-cameraman Stan Storimans, die Eickhof goed kende, om het leven. Voortaan deed Eickhof verslag vanuit eigen land.

Voormalige oorlogsverslaggevers communiceren na hun tijd aan het front hoofdzakelijk middels flinke anekdotes. Eickhof niet. Met dezelfde ernst, ambachtelijkheid en op zijn kenmerkende nasale telegramtoon deed hij verslag langs de A28 bij Beilen (‘Gerri, hoe is de situatie daar?’) over de Veluwse wolf (‘niemand heeft hem gezien’) of de Zeeuwse uienteelt.

Dat ontbreken aan ego, ijdelheid of zelfgenoegzaamheid nam Eickhof (vaak kortweg ‘Gerri’) voor de kijker in. Zelf vond hij het wel meevallen met dat contrast tussen zijn werk in crisisgebieden en zijn items over sneeuwval. Hij maakte gewoon reportages, opdat de kijker naderhand meer weet en begrijpt dan ervoor.

Zwaarmoedig, sober huishouden

Eickhof groeide op in Amsterdam-Noord. Met zijn moeder – ‘een lieve, zachte vrouw’ – woonde hij bij zijn streng-katholieke grootouders, in een zwaarmoedig en sober huishouden, zonder koelkast en stromend warm water – alleen een zinken tobbe in de tuin. Zijn ‘vermoedelijk Surinaamse’ vader was verdwenen.

Opgroeien als enige jongen met een bruine huid in een witte omgeving was van vormende invloed, vertelde hij later. Buurtkinderen scholden hem uit voor ‘bruine boon, nikker, zwarte’. In november en december riepen ze ‘Zwarte Piet’. Negeren kon hij ze niet. ‘Als het regent, kun je niet doen alsof het droog is.’

Op het atheneum werd het leven leuker. Hij studeerde antropologie, kwam via een omscholingscursus in de journalistiek. Hij vond zijn plek. Al verliet het gevoel anders te zijn en daarop te kunnen worden afgerekend hem nooit. Het maakte hem gesloten, gereserveerd. Behalve in zijn werk. Dat kun je tragisch vinden, zelf vond Eickhof dat prima.

Lang wist hij privé het onderwerp racisme weg te duwen, maar na de opkomst van Pim Fortuyn werd hij er meer mee geconfronteerd. Op straat, in cafés. Ook tijdens werk. ‘Ga terug naar je eigen land’, riepen mensen. Of de vrouw van de vooraanstaande Nederlander, vanaf haar tuinpad: ‘Weg jij, er is hier niets te halen.’

Rascisme

Omdat racisme in het journaal jarenlang zelden voorbijkwam, kon Eickhof zich er als journalist – en uit zelfbescherming – aan onttrekken. Tot de zomer van 2020, met de wereldwijde protesten tegen racisme en discriminatie.

Toen zijn coördinator hem daags na de Black Lives Matter-demonstratie op de Dam vroeg een reportage te maken over het schenden van de anderhalvemeterregel, antwoordde Eickhof dat ze een ander moest vragen.

Hij kon het niet. Niet vanuit die invalshoek. De ophef, die afleidde van waar het echt om ging, maakte hem boos. Liefst was hij zelf demonstrerend naar de Dam getogen. Hij vond het fantastisch dat er zoveel mensen waren. Dat had hij in een item niet kúnnen of wíllen verbergen.

3 x Gerri Eickhof

Over God, in Trouw (2019) : ‘Ook als ik me bijkans bewusteloos bad, bijvoorbeeld voor het herstel van de zieke eigenaar van de speelgoedwinkel, gebeurde er niets.’

Over racisme, in de Volkskrant (2020): ‘Omdat blanken het dikwijls beoordelen als […] kwestie van pech en geluk dat ik in mijn leven intussen 42 keer ben aangehouden zonder concrete aanleiding, en zij nog nooit.’

Zijn zoon, Koen, vernoemde hij naar ‘de affaire-Teun en Koen’, vertelde hij Het Parool. In 1995 kreeg een echtpaar door een fout bij de ivf-behandeling een wit en een zwart kindje. Het schokte Eickhof dat collega’ s op de redactie zeiden dat het vreselijk zou zijn om een zomaar een zwart kind te krijgen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next