Home

In Rome gaat links de straat op voor een verenigd Europa. ‘We moeten vooral discussiëren hóé we het laten groeien’

Tienduizenden mensen hebben zaterdag in Rome gedemonstreerd voor een sterker Europa. Politici waren niet welkom op het podium. ‘Óf we zetten nu een stap vooruit, óf we gaan ten onder.’

is correspondent Italië, Griekenland en de Balkan van de Volkskrant. Ze woont in Rome.

Op het goed gevulde Piazza del Popolo in Rome wapperen zaterdagmiddag honderden blauwe vlaggen met gele sterretjes. Demonstranten uit heel Italië hebben het Europese symbool ook als cape om hun schouders geslagen, alsof het de clubkleuren van hun favoriete voetbalteam zijn.

‘Vanavond, als we thuiskomen, voelen we ons misschien minder verward, misschien juist verwarder’, zegt initiatiefnemer Michele Serra vanaf het podium tegen vele duizenden toehoorders. ‘Maar we voelen ons zeker minder eenzaam.’

Dat was het voornaamste doel van de demonstratie, zo verklaarde de 70-jarige columnist van La Repubblica eerder deze week. De pro-Europese demonstratie is geboren uit het onbehagen dat Serra en zoveel Europeanen de afgelopen tijd bekroop, nu de geopolitieke aardplaten na het aantreden van de Amerikaanse president Donald Trump in hoog tempo verschuiven.

In de notenkraker

Serra vergeleek Europa met een walnoot, die vastzit in een notenkraker tussen oost en west. Op de pagina’s van La Repubblica vroeg hij zich af waarom geen enkele linkse politicus het initiatief nam tot een demonstratie voor een verenigd Europa. Daarop ontving hij honderden mails van enthousiaste lezers, zegt Serra, en telefoontjes van politici en vakbondsleiders.

‘Organiseer jij het?’ vroegen ze, in de wetenschap dat een organisator zonder expliciete politieke kleur een breder publiek zou aanspreken. Na de botsing tussen Trump en de Oekraïense president Volodymir Zelensky, eind februari in Washington, won de oproep tot Europese eenheid alleen maar aan urgentie.

En zo komt het dat Maurizio Gentili (75) voor het eerst sinds jaren weer bij een demonstratie is. De gepensioneerde Romein ging de straat niet meer op sinds de begrafenis van Enrico Berlinguer (1922-1984), de illustere leider van de Italiaanse communistische partij. Nu ziet de wereld er heel anders uit, zucht Gentili. ‘Óf Europa zet nu een stap vooruit, óf we gaan ten onder’, vat hij samen. ‘We zijn als individuele landen gewoon te klein.’

Politici niet welkom

Het publiek op Piazza del Popolo houdt zich intussen braaf aan de instructies van de organisaties: géén partijvlaggen en géén vakbondsvlaggen – de verschillende vakbonden zijn in Italië elk gelieerd aan specifieke politieke partijen. Ook politici zijn op het podium niet welkom. Dat alles dient vooral het onuitgesproken doel te voorkomen dat de demonstratie een exclusief feestje wordt van de centrumlinkse Partito Democratico, waartegen linksere Italianen diepe scepsis koesteren.

Hoewel er ook sympathisanten van andere linkse partijen en niet-stemmers zijn, bestaat het grootste deel van het publiek zaterdag inderdaad uit PD-sympathisanten en leden. Zo ook studenten Samuele Cesanelli (23) en Alessandro Nardini (19), die vanochtend met de bus van hun lokale partijafdeling uit Bologna zijn afgereisd naar Rome.

Nardini heeft een Italiaanse driekleur om zijn schouders, een Europese vlag in zijn handen. ‘Die twee staan voor mij op gelijke hoogte’, zegt hij. ‘Ik ben voorstander van een Verenigde Staten van Europa.’

Cesanelli knikt instemmend en legt uit wat dat voor hen betekent: een gezamenlijk leger, gezamenlijk buitenlandbeleid en gezamenlijk fiscaal beleid. ‘Een samenzijn met behoud van eigen cultuur’, zegt Cesanelli.

Onenigheid over herbewapening

Marta Binaghi (34) en Diane Bonnet (32) zijn uit Milaan afgereisd om hun Europese waarden uit te dragen. Binaghi heeft de vlag van de pacifistische beweging – het woord pace (vrede) in het midden – om haar schouders geslagen. ‘Ik vind dat we moeten discussiëren over hóé we Europa willen laten groeien’, zegt Binaghi, die kritisch is op de pas aangekondigde grote investeringen in defensie. ‘Maar dát het project moet groeien, is duidelijk.’

Een paar meter verderop staat een groep Oekraïners die in Italië wonen, verzameld om een meterslange uitvoering van het blauw-geel van hun land. De mensen met de pacifistische vlag hebben van hun lijden weinig begrepen, vindt Iryna Tarnovetska (50) uit Bologna. ‘Wij willen een rechtvaardige vrede’, benadrukt ze. ‘We zijn het niet met hen eens, maar we respecteren ze.’

Grootste bron van onenigheid bij links

De verschillende vlaggen vertegenwoordigen de grootste bron van onenigheid in Italiaans links: voor of tegen grootschalig investeren in de wapenindustrie? De populistische Vijfsterrenbeweging heeft zich om die reden tegen Serra’s initiatief uitgesproken en houdt elders in de stad een tegendemonstratie.

Maar, zo benadrukte de initiatiefnemer in de aanloop steeds, zijn demonstratie spreekt zich niet uit vóór of tegen herbewapening. Op het podium onderstreept ook Serra dat het geen probleem is dat niet iedereen op het plein het over alles eens is. ‘We zijn met velen, en we zijn verschillend. We willen allemaal vrede, maar denken verschillend over hoe die te verdedigen. Dat is democratie.’

Na Serra neemt de 85-jarige Renata Colorni plaats achter de microfoon. Ze is de stiefdochter van Altiero Spinelli, Italiaans communist en een van de geestelijk vaders van de Europese Unie. Italië behoorde tot de oprichters van de Europese Economische Gemeenschap, een voorloper van de EU, die in 1957 in Rome werd opgericht.

De Italianen die zich op het plein hebben verzameld, lijken zich van die erfenis opeens weer meer dan ooit bewust. ‘Onze politici hebben de Europese idealen de afgelopen jaren niet goed overgebracht’, vindt Colorni. Ze citeert haar stiefvader, die de Europese federatie zag als ‘de ontkenning van nationalisme’.

Europese hymne als volkslied

Het plein juicht. Het klapt na de Europese hymne Ode an die Freude alsof het om het nationale volkslied gaat. Van de volgens de organisatie meer dan 30 duizend aanwezige demonstranten hoeft niemand meer van het Europese project overtuigd te worden.

Buiten het plein is dat lastiger, weet zeventiger Maurizio Gentili. Hij nodigde zijn drie kinderen uit om mee te demonstreren, maar ze hebben zoals veel Italianen geen vertrouwen in de politiek. Misschien een volgende keer, zegt hij hoopvol. ‘Deze demonstratie kan een zaadje zijn.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next