We beginnen met een persoonlijk moment van schaamte. Vanwege een verleden als recensent Nederlandse literatuur voor deze krant in de eerste 17 jaar van dit millennium was ik een van de vereerden die door NRC en De Standaard werden gevraagd om mijn favorieten op een rij te zetten voor de Top-50 van ‘de beste boeken van de eeuw’.
Ik dacht even na, dacht er toen even niet aan en maakte daarna snel (er was een herinneringsmail gekomen) een lijstje met tien mooie romans; dat was immers het genre dat ik hoofdzakelijk had gerecenseerd. Verder had ik vooral mijn best gedaan om de boeken te kiezen waar ik zelf de mooiste herinneringen aan had en waarvan ik soms ook vreesde dat anderen ze over het hoofd zouden zien. De schaamte kwam toen een collega van de boekenredactie vroeg of ik wellicht een exemplaar had van totaal witte kamer, de dichtbundel van Gerrit Kouwenaar uit 2002. Die stond op 35 en moest op de foto. Au. Die bundel is mij niet alleen heel dierbaar, ik heb twee jaar geleden zelfs een biografie van de dichter gepubliceerd. Hoe had de biograaf van Kouwenaar totaal witte kamer in hemelsnaam over het hoofd kunnen zien?
Deze beschamende bekentenis dient vooral om duidelijk te maken dat toeval en willekeur onvermijdelijk een rol spelen bij zo’n project – ook wanneer de appels, peren en kruisbessen in een collectieve inspanning worden vergeleken. De boekenlijst trok massa’s lezers, van wie veel zich (op verzoek) meldden met alternatieve titels. Er volgt nog een tweede lijst met publiekskeuzes (inzenden tot en met 16 maart).
Ook waren er vragen en kritische observaties. Zoals die van de lezer die wees op overeenkomsten tussen het project van NRC en De Standaard en de door The New York Times vorige zomer gepresenteerde lijst The 100 Best Books of the 21st Century. Ook daar werd de voorlopige literaire eeuwoogst gewogen op basis van lijstjes van kenners (zij het daar 503 en hier 81) en werden lezers aangemoedigd om eigen favorieten aan te dragen. Voeg daar de zeer verwante presentatie aan toe en een vermelding, concludeerde de lezer terecht, had niet misstaan.
De schatplichtigheid werd uiteindelijk erkend in de wekelijkse nieuwsbrief van de hoofdredactie. Plaatsvervangend hoofdredacteur Melle Garschagen schreef daarin zondag hoe hij op de New-Yorkse Top 100 was gestuit en vervolgens heel graag een vergelijkbare productie in NRC wilde. Dat gebeurde in samenwerking met de boekenredactie van De Standaard. Er werd een lijst gemaakt van 120 ‘veellezers’ uit Nederland en Vlaanderen: critici, schrijvers en publieke intellectuelen. Dat leverde 81 lijstjes op. Sommige lezers wilden weten hoe de respondenten waren uitgekozen; waar waren bijvoorbeeld prominente NRC-critici van het eerste deel van de kwarteeuw als Elsbeth Etty en Arnold Heumakers? Volgens chef Boeken Peter de Bruijn is er bewust voor gekozen om, een uitzondering daargelaten, te kiezen uit recensenten die nu actief zijn. „Je zoekt mensen die de hele periode kunnen overzien. Bovendien was het aantal plaatsen beperkt, omdat we ons niet beperkt hebben tot recensenten. Ook wilden we evenveel Vlamingen als Nederlanders vragen en verschillende specialismen en achtergronden aan bod laten komen.”
Ook de puntentelling leverde kritische observaties op. Er is gekozen voor het eenvoudigste systeem: tien punten voor de nummer een, negen voor de nummer twee, enzovoort. Er zijn in het rijk der lijstenmakers ook scholen die vinden dat die telling onvoldoende recht doet aan de keuze voor de nummer een en dus relatief voordelig is voor de boeken met lagere posities op de lijst. Er is ook gekeken naar alternatieve methoden, zoals de Songfestivaltelling (12 voor de nummer 1, dan 10, 8, 7 enzovoort) of de Formule 1-telling (25, 18, 15, 12, 10, 8, 6, 4, 2, 1). „Het bleek dat het, zeker voor de top van de lijst, weinig verschil maakte”, zegt NRC-datajournalist Felix Voogt. „Daarom besloten we het meest heldere en meest eenvoudige systeem te kiezen.” De andere methoden leverden in de top 10 slechts minieme veranderingen op en enkele andere boeken in de staart van de lijst. Ook de meest radicale methode (van alle lijstjes alleen de nummer een) levert geen revolutionaire verandering op. Ook dan wint Het lied van ooievaar en dromedaris van Anjet Daanje met 10 stemmen, voor Vallen is als vliegen van Manon Uphoff (5). Derde zou De avond is ongemak van Lucas Rijneveld zijn geweest (4 stemmen).
Hier en daar wekten losse lijstjes lezersverbazing, zoals dat van Roline Redmond die twee boeken van zichzelf bovenaan zette (niet verboden), een behoorlijk aantal boeken dat werd gediskwalificeerd omdat ze uit de verkeerde eeuw stamden en een tweepersoonslijstje (Jos Geysels werd uitgenodigd, maar maakte het lijstje met zijn echtgenote, vertaler en literatuurwetenschapper Els Snick). Overigens bood de redactie de respondenten de mogelijkheid bezwaar te maken tegen de publicatie van hun persoonlijke voorkeur.
De meest dankbare discussie betrof de boeken zelf, bijvoorbeeld de afwezigheid van Nederlandse auteurs als A.F.Th. van der Heijden en Oek de Jong bij de eerste vijftig. Dat is ook opmerkelijk, gezien hun grote reputatie en de prijzen die zij de afgelopen 25 jaar voor hun boeken kregen. Uiteindelijk zegt zo’n lijst natuurlijk meer over 2025 dan over de kwarteeuw als geheel. Zoals de belangrijkste verdienste niet in de volgorde ligt (al staat de top 10 vol met bij verschijnen al bejubelde boeken), maar in de massa interessante titels die nu over de lezer is uitgestort. Gaat dat lezen! En vooral de bundel totaal witte kamer van Gerrit Kouwenaar. Boek van de eeuw.
Arjen Fortuin
Reacties: ombudsman@nrc.nl
Correctie (14 maart 2025): In een eerdere versie was de naam van Roline Redmond verkeerd gespeld. Dat is hierboven aangepast.
Met grote waardering lees ik NRC vanwege de objectieve berichtgeving. Juist om die reden was ik verbaasd en enigszins teleurgesteld toen ik vernam dat u uw lezers een abonnement op The New York Times aanbiedt.
Mocht ik een abonnement hebben gewild op een krant die zich tijdens de berichtgeving over de Amerikaanse verkiezingscampagne obsessief richtte op de leeftijd van de Democratische kandidaat, terwijl de Republikeinse kandidaat grotendeels buiten schot bleef, dan had ik dat zelf wel geregeld. Wat NRC als een cadeau aan de lezers beschouwt, ervaar ik als indirecte financiële steun aan een medium dat meent dat neutraliteit hetzelfde is als objectiviteit.
Arjen Poutsma
Over het algemeen reageren lezers buitengewoon verheugd op de mogelijkheid om een jaar lang met een NRC-abonnement ook The New York Times te lezen, zegt hoofdredacteur Patricia Veldhuis. De codes om het abonnement te activeren worden volop aangevraagd. „Deze actie is een extraatje voor onze abonnees, je hóéft er geen gebruik van te maken. De reacties zijn vrijwel unaniem positief: onze lezers blijken ontzettend blij met dit aanbod te zijn en daar is het ons uiteraard om te doen. The New York Times wordt internationaal nog altijd beschouwd als een van de beste kranten ter wereld. Het is een gerenommeerde titel waar wij heel graag mee samenwerken.”
De ombudsman opereert onafhankelijk; zijn oordeel is persoonlijk en niet dat van de (hoofd)redactie. Kijk hier voor de statuten van de ombudsman. Wilt u rechtstreeks reageren op artikelen of audioproducties van NRC, dan kunt u een brief van maximaal 200 woorden mailen aan opinie@nrc.nl. Kijk hier voor de bijdragen van ombudsman Sjoerd de Jong (2010-2021).
Source: NRC