Dat Pieter Omtzigt zich als penningmeester des vaderlands drukker maakt over een lagere rente voor de Grieken dan over een Rus in de achtertuin, is natuurlijk heel erg verschrikkelijk, kleingeestig, schandalig, kortzichtig et cetera, maar zijn opstelling staat in een lange, bloeiende Nederlandse traditie.
Het is de traditie van een volk dat op een cruciaal moment in de wereldgeschiedenis in meerderheid ‘nee’ zei in het referendum tegen het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne (de voorstanders hadden zich niet laten mobiliseren, er waren er nogal wat die dachten dat er van nuffig thuisblijven ook een betekenisvol signaal uitging). Het was april 2016, Vladimir Poetin was toen de Krim al twee jaar lang aan het bezetten en had de MH17 al uit de lucht laten schieten – 298 mensenlevens als nevenschade in een oorlog op onze stoep.
Over de auteur
Sheila Sitalsing is podcastpresentator en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het is de traditie van een land dat politieke leiders met wuivende palmtakken binnenhaalt wanneer zij campagne voeren met slogans als ‘geen cent naar de Grieken’ (Mark Rutte, 2012). Het is de traditie van vooraanstaande politici – ze zijn bijvoorbeeld premier, of minister van Financiën – die weigeren de Europese Unie te verdedigen als waardengemeenschap en als vredesproject dat zo onvoorstelbaar en ontelbaar veel vredesdividend heeft opgeleverd dat de mensen zijn gaan denken dat het zo vanzelfsprekend is om in grote welvaart en veiligheid te leven dat ze er misschien een tikje zelfgenoegzaam en vergeetachtig en egocentrisch van zijn geworden.
Het is de traditie waarin het zetels oplevert om te spreken van Brussel als zwart gat waarin ons goede geld verdwijnt, om te zeggen dat we ons geld zullen terughalen uit Brussel, dat Zuid-Europese broedervolkeren uitvreters zijn zonder verstand of moraal, geef ze geld en ze slaan aan het hoeren en snoeren. En wij maar werken.
Die traditie gaat terug naar Gerrit Zalm, die in 1994 minister van Financiën werd, en zijn toenmalige partijleider Frits Bolkestein. Terwijl Bolkestein jeremieerde over de plannen voor een Europese eenheidsmunt, want dan zouden ‘ze’ aan onze pensioenen komen, bracht Zalm de Europese gedachte terug tot een belangenstrijd tussen nettobetalers en netto-ontvangers, de Europese samenwerking tot een staatje debet en een staatje credit.
Er volgde een lange stoet opvolgers, van Jan Kees de Jager en Jeroen Dijsselbloem en Wopke Hoekstra, die rijkelijk strooiden met impliciete en expliciete beschuldigingen, die spraken van schnaps en vrouwen, en die zeiden dat het weliswaar zielig was voor Italië en Portugal dat daar allemaal mensen doodgingen aan corona, maar dat ze niet moesten komen bedelen om steun in Brussel, want waarom hadden ze eerder zelf niet wat meer reserves opgebouwd?!
Waarmee ik wil zeggen: Pieter Omtzigt staat in een lange traditie van politici die solidariteit met Oekraïne heel belangrijk vinden, die het gevaar inzien van een dolle dictator aan onze grenzen die van expansie en landjepik droomt, maar die dit nooit ten koste zullen laten gaan van onze pensioenen. (Periodieke herinnering in dit verband: de loopbaan van Sywert van Lienden als publiek figuur kreeg vleugels toen hij als 21-jarige zijn medejongeren politiek trachtte te mobiliseren rond het thema ‘kom op voor je pensioen’.)
Het gevolg is dat Oekraïne wederom op een cruciaal moment in de geschiedenis misschien even op de herbewapening van Europa moet wachten omdat Dick Schoof is teruggestuurd naar Brussel met de boodschap dat Nederland best wil meedoen, maar geen gekkigheid met Europese leningen wil. Schoof zal er vermoedelijk om worden uitgelachen en er zal gewoon geleend worden en wij zullen nog jaren last ondervinden van dit gekruidenier. Al is het maar van de schaamte.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant