De tournee van haar zesde cabaretvoorstelling moest ze annuleren, maar het schrijfleven van voorpaginacolumnist Paulien Cornelisse gaat door. Deze week verscheen haar Boekenweekessay. ‘Schrijven voelde als een noodzaak.’
Door Gidi Heesakkers
Fotografie Anne Claire de Breij
In haar Boekenweekessay vraagt Paulien Cornelisse (49) zich af wat het woord ‘hèhè’ eigenlijk betekent. ‘Ik denk dit: je zegt ‘hèhè’ als een activiteit klaar is en die niet op een ramp is uitgelopen’, schrijft ze. ‘De archetypische ‘hèhè’-situatie: lange wandeling gemaakt, koud en nat thuiskomen, kop thee krijgen: ‘Hèhè.’ Het is geen uitroep van succes, maar meer van ‘dit hebben we weer gehad’.
Een maand voor het begin van de Boekenweek doet zich bij haar thuis in Amsterdam iets hèhè-achtigs voor: zojuist is het gelukt om op te staan van de gele bank en met krukken naar de eettafel te lopen.
Cornelisse beschrijft in het essay ‘de premature ‘hèhè’: ‘Iets is nog helemaal niet afgerond, maar ik zeg alvast ‘hèhè’ om af te dwingen dat het goed zal aflopen. Een zucht is een zorg, een ‘hèhè’ is een uiting van hoop.’
Eenmaal aan tafel: ‘Ik moet zeggen, van dat soort is er veel sinds ik kanker heb. Je vinkt allerlei dingen af. Dan is er weer een scan geweest: hèhè, die is achter de rug.’ Geen oer-hèhè, benadrukt ze, want de activiteit is nog niet klaar, de ramp niet afgewend.
In augustus maakte Paulien Cornelisse bekend dat de tournee van haar zesde cabaretvoorstelling Komma tot nader order werd uitgesteld, omdat er bij haar kanker was geconstateerd.
Haar werk als schrijver ging door: in november verscheen De verwarde cavia - terug op kantoor, een vervolg op bestseller De verwarde cavia uit 2016, haar fictiedebuut over een cavia genaamd Cavia die op de afdeling communicatie van een kantoor werkt.
Dat aan Cornelisse werd gedacht voor het Boekenweekessay lag voor de hand, met ‘Je moerstaal’ als thema van deze Boekenweek. Het analyseren en geestig becommentariëren van ons dagelijkse taalgebruik is haar specialiteit sinds ze in 2008 columnist werd van nrc.next en later NRC. Haar bekendste werk is een bundeling van deze taalcolumns, Taal is zeg maar echt mijn ding (2009).
Het Boekenweekessay gaat over woorden uit dezelfde categorie als hèhè, zoals eigenlijk, soms, misschien, eens en natuurlijk, volgens Cornelisse allemaal ‘sfeermakers’ en ‘eerlijkmakers’ die we gebruiken zonder er acht op te slaan.
Ze komen voort uit een spanningsveld dat zij ‘de essentie van de Nederlandse communicatie’ noemt. ‘Als je kijkt naar alle woorden, verzuchtingen en uitdrukkingen die we zonder erbij na te denken gebruiken, dan hebben die bijna altijd te maken met die twee pijlers: gezelligheid en eerlijkheid.’
Kort samengevat: ‘Als het te eerlijk dreigt te worden, moet het gezellig worden gemaakt. En als de gezelligheid op het punt staat ‘nep’ te worden, dan moet er eerlijkheid bij.’
Eigenlijk gaat ze iedere vrijdagmiddag naar pottenbakcursus, maar dat zag ze zichzelf vandaag niet doen, na de operatie van vier dagen geleden. ‘Ik lig waarschijnlijk als een dweil op de bank’, appte ze in de aanloop naar de interviewafspraak.
Ze is daarnet overeind geholpen door man Chris Bajema, podcastmaker. Hij gaat schaatsen op de Jaap Edenbaan, om de hoek in de Amsterdamse Watergraafsmeer. Op tafel: met de post bezorgde bonbons van de CPNB, de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, organisator van de Boekenweek. Cornelisse: ‘Zeg jij het CPNB of de CPNB?’
Ze is er niet helemaal over uit of het vier-chocolaatjes zijn – deze week werd de auteur van het Boekenweekgeschenk bekendgemaakt – of toch sterkte-chocolaatjes, vanwege haar operatie. ‘Ik denk dat ze aan me denken.’
De precieze soort kanker en hoe het ervoor staat, maakt ze niet wereldkundig. ‘Ik vind het niet fijn als mensen die ik niet persoonlijk ken mee gaan zitten googelen.’
Vooraf heeft ze bedacht wat ze erover kwijt wil, en in welke bewoordingen: ‘Je kunt opschrijven dat ik voortvarend word behandeld. En dat ik net een operatie heb gehad waardoor ik tijdelijk op krukken loop. Dan weten de mensen die ik op het Boekenbal hoop tegen te komen dat alvast.’
In de 150 woorden-columns die ze sinds 2018 om de dag schrijft voor de voorpagina van de Volkskrant, vertelt ze spaarzaam over haar ervaringen als patiënt. Af en toe is het ziekenhuis het decor van een typische Paulien Cornelisse-observatie. Zo was ze in oktober bij een bestralingstechnicus die sinaasappelsokken aanhad, terwijl zij zelf aardbeiensokken droeg.
Uit het stukje: ‘Ze vertelde me dat de sok in de medische wereld zo ongeveer het enige is waarmee je je kunt onderscheiden. ‘Op de ok zit je helemaal ingepakt, maar je sokken zijn van jezelf’, vertelde de technicus vrolijk door. ‘En dan heb je bijvoorbeeld gynaecologen die sokken aantrekken met eileiders erop!’ Conclusie: ‘Ik hou van het moment in een gesprek waarop je je realiseert dat er een hele wereld bestaat waar jij nooit iets van af hebt geweten.’
De onderwerpen dienen zich als vanzelf aan, zegt ze, ook nu ze vaker thuis is dan ooit. ‘Ik wil de lezers wel wat diversiteit geven. Soms hoor ik iemand iets zeggen in de wachtkamer, maar dan zet ik er niet bij: overigens, dit was ook weer in de wachtkamer in het ziekenhuis. Omdat het niet relevant is.’
Het medische verhaal begint een jaar geleden, als ze met Bajema en hun zoon Wiek van inmiddels bijna 10 in Sheffield is. In het najaar van 2023 zijn ze voor een jaar met z’n drieën vertrokken naar de Noord-Engelse stad, waar Cornelisse als ‘artist in residence’ aan de slag gaat op de afdeling Nederlands van de Universiteit van Sheffield. Ze geeft er les aan Engelse studenten Nederlands over haar fascinatie: woorden die we in het Nederlands veel gebruiken, maar waar we zelf niet zo vaak over nadenken, omdat we ze niet belangrijk genoeg vinden.
En dan komt ze in maart ineens in het ziekenhuis terecht.
'Er is tot nu toe nog geen week geweest dat ik niet óók iets leuks heb meegemaakt'
‘Dat dacht ik toen echt. Het was op dat moment nog onduidelijk wat er aan de hand was. Wat ik in dat stukje beschreef, was mijn eerste ervaring in een Engels ziekenhuis. Later heb ik nog een keer in een Engels ziekenhuis gelegen.
‘Het stukje ging verder niet over waarom ik dat infuus kreeg. Ik wilde iets geruststellends schrijven, zodat ik daarna verder kon zonder dat mensen dachten dat er iets ergs met mij was. Maar er bleek dus wel iets ergs aan de hand te zijn.’
‘Je bedoelt de nieuwsbrief? Ja, ik stuur naar familie en vrienden elke woensdag een soort nieuwsbrief, om iedereen in een keer op de hoogte te stellen van hoe het ervoor staat. Dat is de praktische kant. Maar ik vind het ook fijn om wekelijks een moment te hebben waarop ik even stilsta bij hoe het gaat en wat er allemaal is gebeurd.
‘Door te schrijven dwing ik mezelf om het interessant te vinden wat er gebeurt. En dan heb ik het over interesse in de oorspronkelijke betekenis van ‘inter-esse’, dus ‘ertussen’ zijn. Als je echt geïnteresseerd bent in iets, dan wil je je eraan verbinden en lééf je het echt.
‘Dat probeer ik te doen met deze hele ziekenhuiservaring. Ik probeer de behandelaars te zien voor de mensen die ze zijn. Ik interesseer me voor hen en voor de dingen die gebeuren. Als ik daar ben, kan ik al bedenken hoe ik erover ga schrijven. Dat helpt mij heel erg.’
‘Zoiets. Je bent natuurlijk voor een groot deel machteloos als je ziek bent. Maar ik ben niet machteloos in wat ik interessant vind.’
‘In Engeland lag ik op een gegeven moment op een kamer met drie Noord-Engelse vrouwen uit de omgeving van Sheffield. Ik kwam erachter dat van die drie vrouwen er maar één ooit in Londen was geweest, en alleen omdat ze op doorreis was naar Florida, naar Disneyworld.
‘Allemaal zeiden ze nooit naar Londen te willen, terwijl dat vanuit Sheffield twee uur met de trein is. Dus dat is alsof je hier in Groningen in het ziekenhuis ligt en dat dan van zo’n kamer de helft nooit in Amsterdam is geweest, en dat ook nooit zou willen. Dat vind ik interessant.’
‘De titel is ‘Nieuwe belevenissen’. Ik was met een nieuwsbrief begonnen toen we naar Sheffield gingen, voor ongeveer vijftig dierbare vrienden en familieleden. Die heette gewoon ‘de Sheffield nieuwsbrief’ of zo. Maar toen kreeg ik dus gaandeweg...’ Begint te lachen. ‘Ik denk nu aan een Engelse uitdrukking, it all went pear-shaped: en toen ging het mis.
‘De nieuwsbrief werd steeds minder leuk. Dat is trouwens niet waar, het bleef óók leuk. Maar op een gegeven moment begon ik me toch een beetje bezwaard te voelen: je hebt ingetekend voor een gezellige nieuwsbrief over Sheffield en dan krijg je ineens de ene na de andere enge uitslag.
‘Dus toen ik terug was in Nederland heb ik gezegd: oké, nu stopt de Sheffield nieuwsbrief en begint de nieuwsbrief Nieuwe belevenissen. Ik heb een opt-in gedaan: als je de nieuwsbrief wilt blijven ontvangen, moet je mij mailen.’
'Ik hou erg van nadenken over enigszins ongemakkelijke situaties'
‘Dat doe ik ook, ja. Er is tot nu toe nog geen week geweest dat ik niet óók iets leuks heb meegemaakt.’
‘Daar heb ik best lang over nagedacht. Er was een ander idee, maar dat heb ik afgeschoten: ‘Op vakantie in kankerland’. Vond ik iets te lollig.
‘Als je ziek bent en veel in ziekenhuizen moet zijn, kom je in een soort nieuw land. Die nieuwe belevenissen beschrijven is een reflex die ik nu eenmaal heb. Dat komt waarschijnlijk door het columnistenbestaan dat ik al best lang leid. Saaie momenten bestaan sindsdien eigenlijk niet meer. Er gebeurt altijd wel iets, en als er niets gebeurt, dan gebeurt er wel iets in jezelf.’
‘Het was geen slapende droom, meer een dagdroom. Ik had een soort organogram gemaakt van iedereen die tot nu toe betrokken is geweest bij mijn behandelingen, dus van de oncologisch fysiotherapeut, die geweldig is, tot en met de huisarts die zeer regelmatig belt, alle Engelse mensen erbij. Ik wilde in beeld brengen wie nu eigenlijk allemaal die zorg staan te leveren om mij heen.
‘Toen dacht ik: het lijkt me zo grappig om al deze mensen bij elkaar op een feestje te hebben. Op basis van mijn ervaringen heb ik een idee van hoe ze zich zouden gedragen, de aanpakkende-artstypes en de gevoeligere, psychologische-kant-van-het-verhaaltypes.
‘Ik kan echt genieten van nadenken over zo’n feestje dat dus nooit zal plaatsvinden. Ik hou erg van nadenken over enigszins ongemakkelijke situaties, zie ook de cavia. Het fictieve feestje met alle behandelaars beantwoordt daar ook aan.’
‘Ik denk dat ik het woord zou nemen, een toespraakje zou houden. En ik zou waarschijnlijk bezig zijn met of iedereen wel een drankje heeft en een stuk taart. Ik zou me verantwoordelijk voelen.’
‘Je maakt je eigen wat je overkomt. Voor het grootste deel heb ik natuurlijk niks te zeggen over dit hele gebeuren. Dat is raar, en ook helemaal niet hoe ik verder in het leven functioneer.
‘Ik hou ervan om zelf de touwtjes in handen te hebben. Dat is een van de redenen dat ik mijn boeken sinds De verwarde cavia zelf uitgeef. Als cabaretier was ik dat al gewend, dan ben je altijd je eigen producent. Ik vind het leuk om over dingen in mijn werkzame leven zelf te beslissen. Ik ben niet zo gewend om de teugels te laten vieren, maar dat moet wel met deze ziekte.’
‘Ik ga je een foto laten zien.’ Tijdens het scrollen: ‘In Engeland is alles veel afgeragder hè; het zorgstelsel in het algemeen, de ziekenhuizen, alles. Maar er is ook wel iets positiefs over te zeggen. Wat ik daar bijvoorbeeld meemaakte, is dat verpleegkundigen veel zongen en dansten. Lag ik daar in een kamer waar de gordijnen zo ongeveer van de rails af vallen, kwam er weer zo’n vrolijke zingende vrouw binnen.’
Ze heeft de foto van de quilt gevonden. ‘Kijk, dat smaakvolle donkerblauw is een Nederlands operatiejasje. Deze deken ligt boven op ons bed. Ik vind het leuk om dingen te maken waar je wat aan hebt. Een stukje schrijven voelt ook als een nuttige bezigheid, los van of het dat is. Voor mij voelt het nuttig.’
Ze grijpt naar de zilveren caviahanger om haar nek. ‘Dit heb ik gemaakt in het Antoni van Leeuwenhoek, waar ze een fantastisch activiteitencentrum hebben waar je dus je eigen hangertje kunt maken.
‘Mijn theatertechnica van vroeger – ze ging mee van Dagbraken tot Om mij moverende redenen – reed me naar het ziekenhuis. De bestralingen hebben we als een soort tour benaderd. En dan gingen we samen knutselen in het activiteitencentrum.’
‘Voorafgaand aan de shoot heb ik telefonisch kennisgemaakt met Paulien Cornelisse. Ik ben een fan van haar werk en wilde graag flink uitpakken: misschien moest Cornelisse met een stel cavia’s poseren?
‘Ik kreeg de opdracht van de CPNB in november 2023. Voor de diagnose was het wel zo’n beetje af. En toen ik wél begon door te krijgen dat er echt iets was, tóén kwam Cavia dus terug in mijn leven. Ik had al vaak zitten bedenken of ik niet eens een vervolg moest schrijven op De verwarde cavia. Pas toen het echt niet goed met me ging, zag ik het ineens voor me: o wacht even, ze is op een nieuw kantoor!’
‘Honderd procent! Nou, laat ik niet zeggen honderd procent. Negentig procent. Negenentachtig procent. Ik ben er vrij zeker van, want het eerste boek over Cavia is ontstaan toen er bij mij onrustige baarmoederhalscellen waren ontdekt. Dus het moet met elkaar te maken hebben.’
‘Ik denk dat ik het fijn vind om, als er acuut iets heftigs gebeurt, te kunnen vertoeven in een andere wereld. Want dat is wat fictie je geeft. Een cavia die op een kantoor werkt is een heel andere wereld dan mijn eigen leven, maar het is ook een wereld die ik goed ken en waar ik naartoe kan.’
‘Klopt, ik heb het heel snel geschreven. Ik had het gevoel dat het echt nú moest. Het voelde als een noodzaak. Dit staat misschien een beetje raar tegenover mensen met serieuze roepingen. Tegelijkertijd vind ik het grappig dat een boek schrijven over een cavia op een kantoor ook kan voelen als een echte noodzaak. Dus ja, laat ik het niet ontkennen of mezelf er met een grapje van afmaken: het was een noodzaak.’
Ze kiest nog een bonbon. ‘Welke heb jij? Pinda denk ik hè? Ik heb kaneel, en het smaakt een beetje naar zo’n winkel waar ze van die grofgebreide wollen truien verkopen en veel wierook.’
‘Ja, dat was het. Toen ben ik die quilt gaan maken. En gaan pottenbakken. Kijk, die dingen achter jou op de kast heb ik gemaakt.
‘Het heeft allemaal te maken met extreem gefocust met iets leuks bezig zijn, iets waar ik plezier uit haal. Maar als ik nu zou zeggen dat ik deel 3 van De verwarde cavia zou willen schrijven, dan kan ik dat niet afdwingen.’
'We hebben vaak last van geluksmomenten'
Denkt even na. ‘Wat zegt dit over mij? Dat ik erg van details houd. En van kleine, schijnbaar onbelangrijke dingen. Die wil ik graag belangrijk maken. Wat ik interessant vind aan taal past daar vaak in.
‘Ik denk dat mensen zichzelf laten zien door hoe ze zich uitdrukken. Misschien ga ik daar soms wel te ver in en analyseer ik iemand te veel op grond van wat er gezegd wordt en wat er volgens mij eigenlijk wordt bedoeld. Misschien is er veel meer random dan ik denk. Maar ik voel er dus van alles bij, en daarom let ik er steeds op.’
‘Ze zijn er juist helemaal mee verbonden. Ik heb een voorstelling gemaakt waarin veel mos voorkwam, Om mij moverende redenen. Die voorstelling ging eigenlijk precies hierover: hoe iets kleins en schijnbaar onbelangrijks als mos uiteindelijk verbonden is met van alles om ons heen.
‘Ik geniet gewoon erg van nadenken over waarom iets wordt gezegd. Toch weer even terug naar het ziekenhuis: daar lig je bijvoorbeeld voor een PET-scan een uur niks te doen, en dan mag je niet op je telefoon. Is dat leuk? Niet per se. Ik betrap mezelf er vaak op dat ik tijdens dat uur in mijn hoofd al aan het schrijven ben, of nadenk over waarom ik blijkbaar geneigd ben om het CPNB te zeggen terwijl het de CPNB is. Ik heb natuurlijk ook wel onprettige gedachten, maar ik geloof niet dat die vaak over taal gaan. Misschien is dit wel wat ik aan het doen ben: zoveel mogelijke prettige gedachten tegenover de onprettige gedachten stellen.’
In de zomer deed ze op Instagram haar mededeling over het annuleren van de Komma-tournee. ‘Tja, wat zal ik er verder over zeggen?’, schreef ze in het bericht. ‘Ik hoop dat jullie, in plaats van naar mijn voorstelling, naar een voorstelling gaan van een cabaretier die jullie nog niet kennen.’
Cornelisse: ‘Ik weet niet of ik ook zo’n statement had gemaakt als er geen tournee was afgezegd, maar nu wist iedereen het ook maar. Zeker met het drie keer per week schrijven van een stukje, waarin toch best veel van mijn persoonlijk leven voorkomt, zou het zonder deze mededeling vanzelf een beetje mysterieus zijn geworden. Nu kunnen lezers de stukjes waarin het ziekenhuis voorkomt in ieder geval plaatsen binnen een kader: oké, ze heeft kanker.’
Onderbreekt: ‘Ja! De voorstelling was nog helemaal niet af, ik moest nog beginnen met try-outen. Het is dus niet zo dat er ergens in een lade een script ligt te verstoffen. Ik wist alleen dat ik het over de kracht van de komma wilde hebben. Wacht, ik laat je het affiche zien.’ Ze zoekt op haar telefoon weer naar een foto. ‘Ik was een tijdje geleden bij een borrel op het kantoor van mijn impresariaat, ze hebben de poster daar opgehangen. Zie je mijn zielige hoofd? Ik vond het zo’n leuk affiche. Ik had er echt zin in.’
'Of een verhaal een happy end heeft, ligt er ook maar gewoon aan waar het ophoudt'
‘Het contact met de zaal. Gewoon het podium oplopen en dan anderhalf uur over de kracht van de komma praten. Het live-aspect aan optreden, iets vertellen aan het publiek in de wetenschap dat datgene wat je aan het doen bent alleen op dat moment aan het gebeuren is, en niet ook nog ergens anders.
‘Vorige week zou de première zijn geweest in De Kleine Komedie, op donderdag voor de pers en zaterdag de feestelijke première met familie en vrienden. Ik vond het vreemde dagen. En verdrietig.
‘Die donderdag ben ik vervangen door mijn vrienden Botte en Ype van de podcast De Eeuw van de Amateur, waar ik soms te gast ben. Dat vond ik leuk. Wat er verder stond geprogrammeerd ben ik niet gaan checken. Dat vond ik blijkbaar toch te pijnlijk.’
‘Het is iets wat ik belangrijk vind. Maar het helpt mij ook om in ieder geval nog iets leuks in zo’n bericht te stoppen, zodat ik niet alleen maar ellende verkondig. Ik krijg nu berichten van mensen die dingen schrijven als: nou, we zijn dus niet naar jou gegaan, maar naar Kim Schuddeboom, en het was leuk.
‘Zeker in mijn beginjaren zaten er weleens mensen bij mij in de zaal van wie ik merkbaar niet de smaak was. Op dat moment dacht ik: wat kut, waarom zitten jullie hier? Nu denk ik alleen maar: wat gaaf dat je het überhaupt hebt willen proberen, dat je dacht: ik ga eens kijken wie dit is.’
In twee eerdere voorstellingen ging Cornelisse in op de mogelijkheid van kanker hebben. Maar ondertussen kwam voort uit de vondst van onrustige baarmoederhalscellen, een voorstadium van baarmoederhalskanker, in Aanstalten ging het over een chirurg in ruste (‘een slapende vulkaan’) die haar op tv zag en vermoedde dat er iets mis was met haar schildklier.
‘Hoe is het mogelijk hè?’, zegt ze er nu over. ‘Ik vind het absurd. Het was destijds onontkoombaar voor mij om die voorstellingen te maken, omdat ik natuurlijk geïnteresseerd ben in dingen op celniveau. Maar vorig voorjaar dacht ik wel: moet ik dan een derde voorstelling over kanker gaan maken? Dat was niet de bedoeling. Eigenlijk was die tweede al niet de bedoeling. En de eerste ook niet.’
‘Hiervoor dacht ik dat je als je kanker krijgt 24 uur per dag ongelukkig bent. Dat blijkt totaal niet zo te zijn.’
Gefluit in de gang. Chris Bajema is weer thuis. Cornelisse: ‘Ik genoot me altijd al de tering van kleine dingen. Dat doe ik nog steeds en dat vind ik fijn. En ik hou veel van Chris. Ik ben blij dat hij erbij is, nu ik dit moet meemaken.’
Chris Bajema komt de keuken in, en zegt: ‘En daar is hij!’
Cornelisse: ‘Ik was aan het vertellen dat je niet per definitie acuut in een depressie terechtkomt als je de diagnose kanker krijgt.’
Bajema valt bij: ‘Ik dacht dat ik misschien eens op gesprek moest bij een psycholoog, dus ik vulde een online formulier in. Ik schreef dat ik me iedere dag ook vaak gelukkig voelde, en toen kwamen er controlevragen over die geluksmomenten: heb je daar vaak last van?’
Cornelisse, droogjes: ‘We hebben vaak last van geluksmomenten.’
Bajema: ‘Heb je verteld over het moodboard?’
Cornelisse: ‘Welk moodboard? O ja, de muur van gedachten, in het Antoni van Leeuwenhoek. Daar is Chris door geobsedeerd. Het is een wand met door patiënten beschreven post-its.'
Bajema: ‘Veel ‘houd moed’ en ‘Jezus leeft’ en zo. Maar op één briefje las ik: wat een kutzooi.’
Cornelisse: ‘Dat is dan iets waar Chris zich heel erg in herkent.’
Bajema: ‘En: er is geen strijd, er is geen overwinning, er is alleen pech. Dat is precies wat het is.’
‘Dat is zo. Tot nu toe lukt mij dat best goed. Ik vind het belangrijk dat dit niet overkomt als: joh, blijf gewoon lekker genieten van de kleine dingen. Ik wil niet de indruk laten ontstaan dat ik vind dat iedereen maar de hele tijd blij moet zijn met de kleine dingen in het leven.
‘Ik zou het erg vinden als iemand die diep zit qua kanker jouw stuk leest en denkt: nou, zo makkelijk als zij doet voorkomen is het allemaal niet. Want het ís niet makkelijk. Het is voor iedereen anders, en op ieder moment anders.’
‘Optreden. Als ik in iets rustiger vaarwater zit en weer wat beter kan lopen, zou ik graag een voorleesavondje doen. Daarvoor hoef je ook niet eerst maanden te try-outen.’
‘Voor het leven in het algemeen geldt dat er maar weinig echte conclusies zijn. Of in ieder geval is dat hoe ik naar het leven kijk. Het zetten van de punt, een definitieve punt, dat doe je gedurende je leven toch bijna nooit? Er komt altijd wel weer iets.
‘Natuurlijk werk je in een verhaal naar een punt toe, maar waar je die punt plaatst is afhankelijk van wat je wilt zeggen met je verhaal. Een verhaal had meestal net zo goed anders kunnen eindigen. In die zin denk ik dat de kracht van de komma zeer groot is.’
‘Niet per se. Ik zie het gewoon als de realiteit. Of een verhaal een happy end heeft, ligt er ook maar gewoon aan waar het ophoudt. Leuk dat de prins en prinses met elkaar eindigen, maar vervolgens kan de prins alsnog een tia krijgen, of kanker.
‘Ik denk dat veel mensen graag denken in duidelijke verhalen, in conclusies, in definitieve lessen, in het ronde einde. Ik geloof daar niet zo in. Ik denk meer: er gebeurt van alles, en je kunt aan al die gebeurtenissen tijdelijke conclusies verbinden, voordat je weer een andere conclusie moet trekken. Misschien kun je je stuk eindigen met een komma,’
24 februari 1976
Geboren in Amsterdam.
1988-1994
Barlaeus Gymnasium in Amsterdam.
1995
Studeert aan de Brandeis Universiteit in Waltham, VS.
1995-2000
Studie psychologie, Universiteit van Amsterdam.
1998
Studeert zeven maanden in Hiroshima, Japan.
1999-2003
Vormt met Irene van der Aart het cabaretduo Rots.
2001-2004
Treedt op bij stand-upgezelschap Comedytrain.
2007-2018
Columnist voor nrc.next en NRC.
2008
Eerste solovoorstelling Dagbraken.
2008
Richt samen met Micha Wertheim verhalenplatform Echt gebeurd op, naar voorbeeld van het Amerikaanse The Moth.
2009
Taal is zeg maar echt mijn ding.
2010
Cabaretprijs Neerlands Hoop.
2010
Tweede solovoorstelling Hallo aarde.
2012
En dan nog iets, nominatie NS Publieksprijs.
2013
Winnaar Wie is de Mol?.
2013
Derde solovoorstelling Maar ondertussen.
2016
De verwarde cavia.
2017-2019
Voorstelling Om mij moverende redenen.
2018-heden
Voorpaginacolumnist de Volkskrant.
2018-2020
Tv-programma Tokidoki (VPRO).
2021-2022
Voorstelling Aanstalten.
2022
Operetta Land, libretto voor de operette van Steef de Jong.
2024
De verwarde cavia – terug op kantoor.
2025
Boekenweekessay Hèhè – Over wat we zeggen zonder dat we het doorhebben.
Cornelisse woont in Amsterdam met Chris Bajema, hun zoon Wiek en haar stiefzonen Joep en Teun.
Hij zoekt de confrontatie, zegt stand-upcomedian Sezgin Güleç bij aanvang van zijn eerste tournee; hij past niet in ‘het plaatje van de allochtoon die zich aanpast’. Maar de zaal moet wel een beetje meegeven. In Bergen op Zoom: ‘Ik ben gewoon gefrustreerd nu.’
Freek de Jonge viert komende week zijn 80ste verjaardag. ‘Die eindigheid, dat wordt wel een thema’, maar tot niemands verbazing neemt hij nog altijd geen voorschot op het einde van zijn cabaretcarrière. ‘Het hele idee van ‘ik zet er een punt achter’ spreekt mij totaal niet aan.’
De Nederlandse Micky Overman (35) groeide in Londen uit tot een stand-upcomedyhit. Dankzij Instagram stromen nu ook in Nederland de zalen vol. ‘Zo omarmd worden, dat had ik echt nooit verwacht.’
Source: Volkskrant