is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.
‘Welkom bij mijn jazz-achtige, onvoorspelbare talkshow! Ik mag geen cocaïne meer gebruiken, dus nu maak ik het jullie probleem. Netflix heeft me wekelijks een uur gegeven om mijn fans te introduceren in de babyboomercultuur die mij de weirdo heeft gemaakt die ik vandaag de dag ben.’
Aldus de openingsmonoloog van komiek John Mulaney in de eerste aflevering van Everybody’s Live with John Mulaney, die woensdagnacht live werd uitgezonden op Netflix. In mei vorig jaar maakte Mulaney al het zesdelige Everybody’s in LA, een experimentele talkshow waarin de komiek voortdurend de spot drijft met de vertrouwde wetten van het talkshowgenre.
Het smaakte naar meer, en dus kreeg Mulaney ‘tien maanden de tijd om te vergeten hoe dit moet’. Er zaten grote sterren op de bank, zoals acteur Michael Keaton en artiest Joan Baez, er waren ludieke filmpjes, en mensen die konden inbellen met persoonlijke problemen. Maar een normale talkshow werd het nooit, omdat Everybody’s Live niet per se is gericht op het grootst mogelijke publiek, maar vooral op wat Mulaney zelf grappig vindt.
Het resulteert in iets aangenaam chaotisch, zonder de plichtmatige promotiegesprekjes die de talkshowkijker gewend is. Och, wat zou ik graag iets meer van die jazz-achtige onvoorspelbaarheid zien in onze eigen talkshows. Maar goed, in een land dat al in de war raakt van een avocadotafel, moet je misschien niet te veel creativiteit verwachten.
Met die bril van de talkshowparodie nog op was het even omschakelen bij Open Casa, ook weer zo’n praatprogramma dat werd gemaakt voor de streamingdiensten, in dit geval Prime Video. Open Casa is de zoveelste variant op programma’s als Boerderij Van Dorst, Villa Felderhof en Casa di Beau: men neme een charismatische presentator (in dit geval Robbert Rodenburg), een bijzondere locatie (Marokko) en een stel spraakmakende gasten (in dit geval ‘gravinfluencer’ Eloise van Oranje en Paul de Leeuw).
Zeker na Everybody’s Live leken de eerste minuten van Open Casa de parodie haast voorbij. Neem de ontmoeting tussen Rodenburg en Van Oranje, die als volgt verliep:
‘Ooooooooo ik heb er zoveel zin in!’
‘You made it!’
‘Fijn dat je er bent!’
‘Ja, zoveel zin in!’
‘Je ziet er zo goed uit!’
‘Wat lief!’
‘Ja, ik heb er zin in!’
‘Dit is wat je wil toch’
‘Wat een warme ontvangst, vind ik heel lief!’
‘Ik heb er heel veel zin in!’
Het was zoeter dan een zak spekkies, maar het wende, vooral ook toen De Leeuw – nooit te beroerd om zijn ontregeljoker in te zetten – arriveerde. Dat liep bij het pottenbakken (wat is een praatprogramma op locatie zonder activiteiten?) meteen lekker uit de hand, toen De Leeuw en Rodenburg hun beste Ghost-parodie deden, terwijl de arme pottenbakker zichtbaar zijn keuzen in het leven heroverwoog. Werd ook dit praatprogramma toch nog even jazz-achtig.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns