Sofia Goebaidoelina was in haar laatste jaren de meest gespeelde vrouwelijke componist. Haar oeuvre is een van de grote onbedoelde geschenken van de voormalige Sovjet-Unie aan het mondiale muziekleven. Goebaidoelina overleed donderdag.
Twee levens had Sofia Goebaidoelina, de belangrijkste Russische componist sinds Dmitri Sjostakovitsj. Het eerste speelde zich af in de voormalige Sovjet-Unie, waar eigenzinnigheid riskant was en ongecontroleerd internationaal contact onmogelijk. Nieuwe muziek moest aan onduidelijke maar geestdodende regels voldoen.
Het tweede leven van Goebaidoelina begon voorbij haar 60ste, toen het Sovjet-systeem instortte en ze – in 1992 – een kluizenaarsverblijf op het Noord-Duitse platteland betrok.
Donderdagochtend is ze op 93-jarige leeftijd overleden, maakten de autoriteiten van Kazan bekend. Ze was, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, in haar laatste jaren de meest gespeelde vrouwelijke componist. Haar oeuvre is een van de grote onbedoelde geschenken van de voormalige Sovjet-Unie aan het mondiale muziekleven.
Een cesuur valt er niet aan af te horen. Spiritueel geladen en getekend door botsingen van feeërieke welluidendheid met tegendraadse dissonanten, tartte Goebaidoelina’s werk al vroeg de smaak van de figuren die het in de kunsten voor het zeggen hadden.
In haar muziek was geen plaats voor loos optimisme. Liever voerde ze de spanning op met sporen van westers modernisme (verboden) en echo’s uit de Russisch-orthodoxe klankwereld (taboe). Na de val van het Sovjetregime vloog haar muziek van Oostenrijk, Duitsland en Nederland richting Los Angeles. Eervolle residence-uitnodigingen bereikten haar tot na haar 85ste.
In 2018 nog ging haar oratorium – althans, de opgerekte, definitieve versie – Over liefde en haat in première bij het Rotterdams Philharmonisch onder Valery Gergiev. ‘Misschien is het brutaal’, zei ze erover tegen de Volkskrant, ‘maar ik beschouw het stuk als mijn geschenk aan God.’ Ze onderging de storm laconiek. Als in de uitvoeringen maar ‘ziel’ zat.
Geboren in 1931 nabij de Tataarse hoofdstad Kazan behoorde Goebaidoelina tot de laatste generatie die terugkeek op een jeugd onder Stalin. Gelovig moest je niet zijn, wisten haar Tataarse vader en Russische moeder. Haar grootvader was imam; van hem kende Goebaidoelina slechts een foto. Maar als 5-jarige zag ze een icoon van Jezus en raakte ze in de ban.
‘Muziek en God zijn hetzelfde’, was haar motto. Nog minder aanmoediging kreeg haar verering voor de verboden muziek van twaalftoonsspecialist Anton Webern. Ze hoorde in Webern een ‘luisterende componist’.
Het vaak geciteerde advies dat Dmitri Sjostakovitsj Goebaidoelina meegaf rond haar afstuderen in 1959 (‘Ik hoop dat u op uw verkeerde weg door zult gaan’), bleek een profetie. Geobsedeerd door de magie van onbekende klanken, onderwierp ze de vorm van haar muziek aan getalsverhoudingen die voor haar al evenzeer van goddelijk ontwerp waren.
Veel analyse had het regime niet nodig om te besluiten dat Goebaidoelina’s Moskouse flatje doorzocht moest worden, dat aandacht uit het buitenland genegeerd moest worden en reispapieren geweigerd. Begrip was ook in het Westen niet gegarandeerd: kort nadat in Moskou haar werk schijnbaar voorgoed was ingedeeld bij het ‘kabaal en gebrabbel’ van collega’s als Alfred Schnittke, voerde het Nederlandse Asko-ensemble in 1979 een naar het Westen gesijpeld ensemblewerk van haar uit; het werd in de Volkskrant geboekstaafd als een zwakke poging om westerse avantgardemodellen te imiteren.
Toch zou haar ster snel rijzen. Want in datzelfde jaar vroeg de Letse violist Gidon Kremer haar om een vioolconcert. Het werd Offertorium, een meesterwerk. Kremer voerde er na zijn migratie naar het Westen indringende pleidooien voor.
Haar schitterende Stimmen... Verstummen..., een symfonie in twaalf delen uit 1986, bevestigde haar reputatie. Een ander hoogtepunt: de Nederlandse première in 2002 van haar mega-georkestreerde Johannes Passie door het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Religie werd probleemloos op de koop toe genomen. Begrepen werd dat het vuur dat in Goebaidoelina brandde geleid had tot een stroom weergaloze partituren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant