Home

Circuitgids F1: De grootste uitdagingen van Albert Park

Elk Formule 1-circuit heeft zo zijn eigen uitdagingen voor de coureurs. Wat zijn de grootste uitdagingen van Albert Park, Australië?

Op papier ziet het semi-stratencircuit van Albert Park er niet heel uitdagend uit. Het 5,278 kilometer lange circuit telt in totaal 14 bochten en Charles Leclerc noteerde er vorig jaar een 1.19.813 als snelste raceronde. Kortom, een vrij rappe baan waar een behoorlijke flow in zit. Toch is dat niet allemaal even makkelijk als het lijkt.

Een van de uitdagingen van zo’n semi-stratencircuit is dat er dus gedurende het jaar weinig gereden wordt naast het F1-weekend. Daardoor beginnen de coureurs aan het raceweekend met weinig grip op de baan. Dat resulteert in langzamere rondetijden, al is er in het geval van Albert Park wel sprake van een hoge baanevolutie. Dat houdt in dat het gripniveau vrij snel toeneemt wanneer er auto’s op de baan zijn voor een vrije training, kwalificatie of de race. Bandenleverancier Pirelli schat de baanevolutie in op een drie op een schaal van vijf, behoorlijk hoog dus. Wanneer de baan dan meer grip biedt, zullen de rondetijden snel zakken.

Zo’n stratencircuit levert ook voor de engineers een probleem op. Het asfalt is namelijk een stuk hobbeliger dan op de meeste permanente circuits het geval is, waardoor de afstelling ook aangepast moet worden. Met de huidige regels wil men de auto zo laag mogelijk afstellen om zo meer te profiteren van het grondeffect, maar te laag en de auto stuitert te veel. Dat levert moeilijkheden op voor de coureurs, die dat in de bochten zullen merken aan het gripniveau van de auto. Daarnaast kan het moeilijkheden opleveren in de remzones, want een hobbel iets te stevig raken en de auto raakt in onbalans en dan neemt de kans op verremmen toe.

Jarenlang was het ook een haast onmogelijke klus om in te halen in Melbourne, maar door aanpassingen aan het circuit moest dat wat makkelijker worden. Dat heeft geresulteerd in maar liefst vier DRS-zones met slechts twee detectiepunten. Dat betekent dus dat coureurs bij één detectiepunt strijden om DRS voor twee zones. Het gaat dan om bocht 14-bocht 1, bocht 2-bocht 3 en bocht 8-bocht 9 en bocht 10-bocht 11. Dat levert een strategisch schouwspel op, want inhalen vlak voor die zones maakt je als coureur kwetsbaar in de DRS-zones en verdedigen is dan een behoorlijke uitdaging.

Foto door: Simon Galloway / Motorsport Images

Vorig jaar maakten de coureurs zich ook nog zorgen om de veiligheid in bocht 6 en bocht 7. Daar lag een kerbstone aan de buitenkant waar de coureurs gretig gebruik van maakten, maar als zij deze in een verkeerde hoek raakten, konden zij al vrij snel crashen. In 2024 toonde Alexander Albon dat al aan terwijl George Russell in de race crashte in bocht 6 en daar midden op de baan kwam te staan nadat hij was teruggestuiterd van de baanafzetting. Beide probleempunten zijn nu aangepakt. De kerbstone aan de buitenkant is nu een 'negatieve', wat betekent dat deze dus vlak verloopt en niet de bekende omhoog staande randen heeft. Bovendien is de baanafzetting verder naar achteren verplaatst om een herhaling van zo’n crash als die van Russell – of eerder het gevolg daarvan – te voorkomen.

Tot slot krijgen de coureurs hier in één bochtencombinatie te maken met de hoogste laterale G-krachten van het seizoen. In bocht 9-10 krijgen de coureurs daar 5,1 G te verwerken, dus een goed getrainde nek is essentieel.

Thuisrijder Jack Doohan, die hier aan de start staat van zijn tweede F1-race maar in de simulator alvast kennis kon maken met het circuit, omschrijft Albert Park als volgt: "Het is een lastig circuit. Het is deels een stratencircuit en deels een permanent circuit, dat maakt het uniek. Het asfalt kan glad zijn en het is belangrijk om snel in het ritme te komen." Esteban Ocon wijst vooral naar de hoge snelheden in de bochten als uitdaging. "Albert Park is een ongelooflijk circuit, een die door de jaren heen sneller is geworden dankzij de nieuwe lay-out en het nieuwe asfalt. Het is een grote uitdaging voor teams en coureurs om de auto juist af te stellen, wetende hoe snel de bochten zijn."

De Grand Prix van Australië vindt plaats op zondag 16 maart. De race begint om 15.00 uur lokale tijd, wat zich vertaalt in een starttijd van 05.00 uur voor de Nederlandse kijkers. Op vrijdag zijn traditiegetrouw eerst nog twee vrije trainingen, waarna de zaterdag in het teken staat van de derde vrije training en de kwalificatie.

Source: Motorsport

Previous

Next