Troy Hawke, het alter ego van de Engelse comedian Milo McCabe, dankt zijn populariteit aan video’s waarin hij aardige dingen zegt tegen toevallige passanten. Komende week treedt hij op in Nederland. Waarom valt zijn vleierij zo in de smaak?
is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur.
Een doodgewone man, lichtblauwe trui, opgestroopte mouwen, loopt in een Haarlemse winkelstraat een opvallende verschijning tegemoet: een lange gast in een paars smokingjasje dat je zou kunnen aanzien voor zo’n Hugh Hefner-badjas, zijden sjaal, fris gekapt, snor, handen op de rug gevouwen.
Hij heeft het vermogen om iemand in één oogopslag leuker te typeren dan als een doodgewone man in een lichtblauwe trui, opgestroopte mouwen. ‘You look like a fun uncle!’, zegt hij opgetogen in superkeurig Engels, en dat is dat.
Zulks kun je mogelijk in je zak steken als je het opmerkzame alter ego passeert van de Britse komiek Milo McCabe (48), het enige lid van The Greeters Guild, een door hemzelf verzonnen club. Als het personage Troy Hawke heeft hij zijn ding gemaakt van het groeten van voorbijgangers groeten het uitdelen van complimenten bij de ingang van winkels en restaurants.
A post shared by Troy Hawke (@troyhawke)
McCabe kroop al in 2014 voor het eerst in de huid van Troy Hawke, maar de afgelopen jaren nam zijn succesvolste typetje een vlucht.
Meer dan een miljoen volgers zien op Instagram en TikTok hoe hij, van een afstandje gefilmd, door stadscentra wandelt. Of ze bekijken op YouTube korte, snappy montages van zijn praatjesmakerij, een geliefd uitgangspunt van zijn stand-upcomedy waarmee hij inmiddels de wereld over reist. Komende week speelt hij drie avonden in Nederland.
Een half jaar geleden was hij dus in Haarlem, voor een show op comedyfestival Comedy Stop, en om tussendoor wat te filmen voor zijn socialemediakanalen.
‘Wow, mobile bath, love it’, zegt hij in het voorbijgaan tegen iemand met een bakfiets. En tegen een gesoigneerde, oudere meneer in een kaki broek en een wit jasje, met een coole, zwarte zonnebril op: ‘U ziet er fantastisch uit. Alsof u de woestijn heeft doorkruist en vol verhalen zit.’
Het levensverhaal van Troy Hawke, waarmee McCabe diens jarendertigvoorkomen verklaart: hij kreeg thuisonderwijs van zijn moeder en ging pas het huis uit toen hij ergens in de dertig was. Hij loopt een beetje achter, sociaal gezien, en probeert via complimenten contact te maken met vreemden.
Het is geen toeval dat deze figuur uit zijn koker komt. In gesprek met een Australische krant begon McCabe laatst over wat in de psychologie ‘maskeren’ heet: het verbergen of onderdrukken van bepaalde gevoelens en gedragingen, als een manier om met interne worstelingen om te kunnen gaan, om aansluiting te vinden of om erbij te horen.
De komiek, die psychologie studeerde en zich specialiseerde in psychotherapie, werd pas kort geleden gediagnosticeerd met een vorm van autisme. ‘Ik heb mijn hele leven in elke situatie altijd een masker opgezet’, aldus McCabe. ‘Dat is waarom personages als Troy zo goed bij me passen. Ze zijn een masker.’
Misschien hebben de toevallige passanten die hij aanspreekt ergens wel in de gaten dat er iets waarachtigs achter zijn toneelspel zit: een serieuze behoefte om via dat eloquente, innemende personage even verbinding te maken met onbekenden en om de mensen die hij tegemoet treedt een goed gevoel te bezorgen.
In reacties op zijn video’s wordt hij veelvuldig bedankt voor het verspreiden van warmte en vriendelijkheid in een wereld die alsmaar kouder en cynischer lijkt te worden. Het is duidelijk dat volgers wat hij doet niet alleen grappig vinden, maar ook aanstekelijk en inspirerend: zouden we dit zelf niet vaker moeten doen?
Want ja, het maakt indruk als iemand de moeite neemt om je te laten merken dat je gezien bent, als je zomaar wordt aangeschoten door een vreemde die enige schroom overwint om iets positiefs te zeggen en die verder niets van je wil.
Troy Hawke fungeert als een aardige herinnering aan het feit dat een onverhoeds uitgedeeld compliment een matte dag kan opvrolijken. Mensen reageren in veel gevallen een beetje overrompeld of ongemakkelijk op zijn woorden, maar meestal zie je toch dat ze er best ontvankelijk voor zijn.
Goeie kans dat de ‘leuke oom’ uit Haarlem ’s avonds nog eens aan die opmerking terugdacht: toch geinig wat daar gebeurde.
Een van de gedenkwaardigste ontmoetingen had hij in Amsterdam, vertelde McCabe vorige maand aan een journalist van The New York Times, die viste naar de kunst van gemeend, terloops complimenteren.
In het bewuste fragment, terug te vinden op YouTube, staat Troy Hawke ’s avonds laat bij een kiosk vlak bij het Leidseplein fietsers aan te spreken. De verkoper van de kiosk staat in de achtergrond mee te luisteren. ‘Ik spreek wel Engels, maar ik ken niet ieder woord’, zegt hij op een gegeven moment, in het Engels dus. ‘What’s a cyclist?’
Troy Hawke legt hem uit dat een cyclist een fietser is, ‘iemand op een fiets’, en de man begint onbedaarlijk te lachen – maar echt heel hard. McCabe: ‘Wat er gebeurde was dat hij het woord in dezelfde familie had gestopt als ‘seksist’ of ‘racist’; hij dacht dat ik mensen ervan stond te beschuldigen fietsers te zijn.’
Hij zag de man vorig jaar terug tijdens zijn stand-upshow in het Haarlemse Patronaat en trok hem enthousiast het podium op.
Complimenteer iemand bij voorkeur niet met z’n genen of met iets al te voor de hand liggends, luidde een van McCabes adviezen in The New York Times. Kies liever iets waar de ander overduidelijk tijd of aandacht aan heeft besteed, of iets wat heel natuurlijk overkomt bij diegene.
Laat aarzelende gespreksopeners achterwege. ‘Zeg niet: ‘Pardon...’ Zeg gewoon wat je wilt zeggen en loop door. ‘Je hebt echt een goede tred’ of ‘Je loopt heel zelfverzekerd’. Wat het ook is, gooi het eruit en ga verder.’
Troy Hawke is te zien in Rotterdam (Comedy Club Haug, 22/3), Utrecht (TivoliVredenburg, 23/3 maart) en Amsterdam (Boom Chicago, 24/3).
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant