Alpine heeft dit jaar een behoorlijke slag geslagen op de coureursmarkt, zij het dat het dan vooral om reservecoureurs gaat. De Franse renstal heeft in Pierre Gasly en Jack Doohan twee vaste coureurs voor het seizoen 2025, maar kan op de achtergrond ook rekenen op de input van maar liefst vier reservecoureurs. Op dat vlak staat Alpine dan ook met stip op nummer één, al moet opgemerkt worden dat Paul Aron van deze lijst de enige reservecoureur is. Kush Maini, Ryo Hirakawa en Franco Colapinto vallen onder de noemer 'test- en reservecoureur' en zullen dus normaliter meer meters maken. Van Hirakawa is ook al bekend dat hij in Japan tijdens de eerste vrije training in actie mag komen.
Het leidt wel tot de vraag hoe Alpine de rolverdeling tussen de vier coureurs ziet, aangezien zij normaliter niet in een F1-race zullen rijden tenzij Gasly of Doohan onverhoopt niet in actie kunnen komen. "Ze moeten dezelfde kamer delen! Nee, dat is een grapje", zei teambaas Oliver Oakes, toen het team nog drie reservecoureurs telde. Hij gaf vervolgens aan dat die coureurs wel meters zullen maken in ouder F1-materiaal, het zogenaamde Testing of Previous Cars (TPC). Teams mogen dan met F1-auto's van ten minste twee seizoenen geleden meters maken, een goede kans voor de reservecoureurs om bekend te geraken met de processen van het team langs de baan. Op die manier zijn zij ook beter voorbereid wanneer zij dan toch moeten invallen. Bovendien krijgen de coureurs dan een idee van hoe de auto zou moeten aanvoelen.
Oakes gaf daarnaast aan dat de coureurs een voor een wel een race zullen bijwonen als reservecoureur, zodat er dus altijd iemand stand-by staat om in te vallen. Dat is ook meteen een van de grootste voordelen van een overvloed aan reservecoureurs. Met een racekalender die inmiddels uit 24 races bestaat en niet zomaar lijkt te krimpen, biedt dit een F1-team heel veel flexibiliteit. Wanneer Ryo Hirakawa niet inzetbaar is omdat hij namens Toyota in het World Endurance Championship racet, kan Colapinto mee als reserve terwijl een tweede coureur meegaat om op de achtergrond mee te kijken. Op die manier heeft Alpine dus geen zorgen over een gebrek aan invallers en kan het de reservecoureurs genoeg kansen bieden om een weekend mee te draaien binnen het team.
Voor Alpine zelf kan het ook een voordeel zijn dat het van vier coureurs - naast de twee vaste rijders - feedback krijgt naar aanleiding van een TPC-test of tijd in de simulator. Aron, Colapinto, Hirakawa en Maini zullen allemaal een iets andere rijstijl hebben, wat ook tot andere (technische) feedback kan leiden. Op die manier kan 'Team Enstone' tot andere inzichten komen als het zoekt naar meer performance voor de huidige F1-bolide. Daarnaast pushen die reservecoureurs elkaar waarschijnlijk vooruit, aangezien er altijd ergens een sprankje hoop is dat goed werk in een F1-zitje resulteert.
Foto door: Alpine
Naast al die redenen is er ook een andere voor de hand liggend argument waarom Alpine zo veel reservecoureurs aanneemt, wat afhankelijk van de coureur zelf kan gaan om tienduizenden, honderdduizenden of miljoenen redenen: geld. In dit geval is Colapinto al een goed voorbeeld, want sinds zijn overkomst van Williams heeft Alpine in het Argentijnse Mercado Libre een sponsor gevonden en naar verluidt zou er vanuit Zuid-Amerika meer interesse zijn. Het levert Alpine dus al geld op door coureurs puur te liëren aan het F1-team, al is Colapinto meteen een geval apart omdat hij nadrukkelijk wordt gelinkt aan het zitje van Jack Doohan en de sponsors dus mogelijk alvast voorsorteren op die wissel - wetende dat Alpine-adviseur Flavio Briatore gecharmeerd is van Colapinto.
Het moet opgemerkt worden dat slechts één van deze vier reservecoureurs uit de Alpine Academy voortkomt: Maini. Colapinto was voorheen een Williams-junior, Hirakawa heeft vooral naam gemaakt in de Japanse Super Formula en zat bij McLaren in het programma, en Aron maakte hiervoor deel uit van het opleidingsteam van Mercedes. Maini is van dit stel ook de coureur met het drukste schema, aangezien hij dit jaar weer in de Formule 2 rijdt namens DAMS. Alpine heeft nu in Doohan wel een junior gepromoveerd naar het F1-team, maar zijn positie lijkt al onder druk te staan voordat hij echt begonnen is aan zijn avontuur. Op papier lijkt Alpine dus veel talent te hebben gepromoveerd als je ziet dat het over vier reservecoureurs beschikt, maar het aandeel van de Academy blijft nog beperkt.
Omdat Alpine zo veel reservecoureurs heeft, wordt het ook moeilijk om een balans te vinden in testmogelijkheden voor deze vier. Hoewel Oakes dus heeft toegezegd dat zij allemaal een test in ouder F1-materiaal zullen afwerken, is het de vraag in hoeverre er gestreefd wordt naar een eerlijke verdeling. Drie van deze reservecoureurs - Colapinto is geen rookie meer volgens F1-regels - kunnen wel nog deelnemen aan een vrije training tijdens een F1-weekend en teams moeten rookies per jaar minstens vier keer een kans geven tijdens zo'n training. Voor die coureurs biedt zo'n reserverol dus wel een mogelijke weg richting de Formule 1.
Tegelijkertijd is er een kleine kans dat al deze reservecoureurs de Formule 1 bereiken. Alpine biedt plaats aan maximaal twee coureurs en Gasly ligt voor 2025 en 2026 vast, waardoor er op korte termijn slechts één van deze coureurs kan promoveren. Colapinto lijkt dan de grootste kanshebber, aangezien hij al ervaring heeft en indruk heeft gemaakt in zijn korte tijd als Williams F1-coureur. Bovendien is Hirakawa met zijn 31 jaar geen prominente kandidaat voor een F1-zitje en is hij vooral een ervaren coureur die op de achtergrond belangrijk werk kan verrichten voor een F1-team, naast zijn werk als Toyota-coureur.
Voor nu zijn er vooral voordelen voor Alpine te benoemen naar aanleiding van de promotie van Maini als reservecoureur. Het team kan leunen op een grote groep coureurs, die op de achtergrond de nodige meters kunnen maken en indien nodig kunnen invallen. Op papier een luxepositie voor Alpine, maar nu kan het team gaan werken aan het opstellen van een uitgebreid testprogramma.
Source: Motorsport