Vijf jaar na de pandemie zitten ondernemers nog altijd met de rekening van de vele lockdowns. Zo ook restauranthouder Elise Moeskops, die tijdens de crisisjaren harder werkte dan ooit, en juist daarom nog steeds steun afbetaalt. ‘Ik verkeer niet in de luxepositie om te vergeten.’
Door Marieke de Ruiter
Fotografie Jiri Büller
Vijf jaar nadat het coronavirus de wereld in een wurggreep heeft genomen, zoekt de Volkskrant Nederlanders op die hard werden getroffen door het virus of de maatregelen. Van de ic-arts tot de schoolrector, van de ondernemer tot de coronademonstrant. Hoe kijken ze terug? Wat had er met de kennis van nu anders gekund?
Het doet soms pijn, als gasten aan een van haar tafeltjes verzuchten: god, corona, wat voelt dat alweer lang geleden hè? Want voor restauranthouder Elise Moeskops (42) is de pandemie nog een dagelijkse realiteit. ‘Ik moet nog steeds elke maand 7.000 euro afbetalen’, zegt de Amsterdamse in haar ‘zaakje’ in de binnenstad. ‘Ik verkeer niet in de luxepositie te vergeten.’
Moeskops is niet de enige ondernemer die vijf jaar na het begin van de pandemie nog altijd zit met de rekening. Volgens de laatste cijfers van de Belastingdienst hebben 130 duizend ondernemers tezamen nog een belastingschuld van 6,8 miljard euro af te lossen. Bij het UWV staat een rekening van 1,3 miljard euro open. Inmiddels is duidelijk dat niet alle ondernemers hun schuld kunnen betalen: in 2024 gingen ruim vierduizend bedrijven failliet – een toename van 30 procent.
Moeskops had de kaarsjes al aangestoken, die zondag 15 maart waarop het kabinet de ‘intelligente lockdown’ afkondigde. Er stond lauwwarme kalfstong op het menu, gevolgd door gebakken grietfilet. Er zou een mannetje of 27 komen, volle bak. ‘Ik had mijn haar in een staart gedaan en een lippenstiftje opgesmeerd, zoals ik voor mijn dienst altijd doe’, vertelt ze. ‘We zaten net aan deze tafel aan het personeelseten toen ik een alert kreeg van de NOS: om 18.00 uur moet alle horeca dicht.’
‘Apocalyptisch’ typeert nog het best de sfeer van die avond. ‘Iemand van de bediening begon direct alle reserveringen af te bellen, de koks doken de keuken in om te kijken wat ze konden wecken, inleggen of vacuümeren. Ik heb de kaarsjes uitgeblazen en ben tot diep in de nacht achter mijn laptop gaan zitten. Ik heb de boekhouder, de bank, de gemeente en zelfs het ministerie gemaild: mijn restaurant is dicht, wat moet ik doen?’
Dat antwoord liet niet lang op zich wachten. Die dinsdag al presenteerde het kabinet een niet eerder vertoond noodpakket om bedrijven door de coronacrisis te slepen. Werkgevers werd opgeroepen hun personeel in dienst te houden en zo massawerkloosheid te voorkomen. Om hen te compenseren kwam er een gedeeltelijke subsidie voor de loonkosten en, later, voor de vaste lasten. Belastingbetalen mocht worden uitgesteld.
Er werd massaal gebruik van gemaakt. In die eerste coronamaanden werden de banen van 1,7 miljoen Nederlanders deels door de overheid overeind gehouden. Nog eens 330 duizend zelfstandigen kregen een uitkering om te voorkomen dat zij onder het bestaansminimum zouden zakken.
Ook Moeskops vroeg voor haar twee restaurants, Lastage en het pas geopende Lazuur, alle steun aan die ze kon krijgen. Haar 32 personeelsleden hield ze netjes op de loonlijst. Ondertussen weigerde ze bij de pakken neer te zitten. Ze ging online wijnproeverijen organiseren waarmee ze aan huis gekluisterde wijnliefhebbers via een videoverbinding walsend en gorchelend door sancerres en sauvignons praatte. Het was in die eerste lockdownweken een van de weinige manieren om je nog in de Loire of Toscane te wanen.
En daar bleef het niet bij: twee keer verplaatste ze haar restaurant in de binnenstad in z’n geheel naar een ‘anderhalvemetersamenleving’-bestendige locatie. Ze opende twee popup-delicatessenzaken, drie wijnwinkels, bouwde een buitenterras – en sloot ze ook allemaal weer als de dagkoersen van het OMT daartoe aanleiding gaven. ‘Ik heb nog nooit zo hard gewerkt als in die tweeënhalf jaar dat ik eigenlijk dicht was’, durft ze te stellen.
Elise Moeskops, eigenaar restaurant Lastage, eind maart 2020.
Guus Dubbelman
Maar juist doordat Moeskops omzet draaide, moest ze ook weer een deel van de steun (ze ontving in totaal 211 duizend euro) terugbetalen. Daarnaast moest ze 2,5 ton van haar pensioen inleggen omdat de regelingen niet alle personeelskosten dekten.
‘Dat vind ik wel ingewikkeld’, zegt ze nu. ‘Normaal gesproken vindt er tijdens een crisis uitdunning plaats: de nietsnutten gaan onderuit en goede ondernemers overleven. Nu werd ook het prut overeind gehouden. Ik ken een ondernemer die op dag drie van de lockdown naar Bali is vertrokken en tweeënhalf jaar later is teruggekeerd. Hij is er financieel niet slechter uitgekomen dan ik, wel uitgeruster.’
Het raakt aan de kritiek die – hoe langer de crisis aanhield hoe luider – klonk van economen: ook bedrijven die niet levensvatbaar waren, hield de overheid overeind. Bovendien, stelt het Centraal Planbureau in zijn evaluatie, bleef het kabinet steun verlenen, ook toen de economie na enkele maanden opveerde en er in veel sectoren geen massawerkloosheid maar juist personeelstekorten ontstonden. De steun hinderde zo de economische dynamiek en het prijskaartje liep flink op: in totaal kostte het steunpakket een duizelingwekkende 42,4 miljard, oftewel 5.000 euro per huishouden.
Ondernemers
Juni 2021: Ondernemers die hard getroffen zijn door corona kunnen vanaf nu kredietfaciliteit TOA (Time Out-Arangement) aanvragen, een van de steunmaatregelen van de overheid.
De boekhouder van Moeskops opperde onlangs een gedachte-experiment. ‘Hij zei: zullen we eens uitrekenen hoe je er nu voor had gestaan als je de deur op slot had gedraaid en twee jaar niets had gedaan? Ik zei: ik geloof niet dat ik dat wil weten.’ Want Moeskops beseft zelf ook wel dat ze er financieel verstandiger aan had gedaan haar personeel direct te ontslaan en geen kosten te maken. ‘Maar achteraf kijk je de koe in kont.’
Bovendien heeft ze geen spijt, want haar ondernemerschap in die crisisjaren heeft haar ook wat gebracht. ‘Ik ben erachter gekomen dat ik een optimistisch mens ben en hoe waardevol dat is’, zegt ze. ‘Blijkbaar ga ik aan de bak when the shit hits the fan. Dat is toch heel fijn om van jezelf te weten.’
Source: Volkskrant