Home

Gevluchte alawieten opgelucht en verbitterd in Libanon: ‘Al-Sharaa is een oorlogsmisdadiger’

Alawieten zijn op drift geraakt door het geweld in Syrië. Na hun oversteek naar Libanon laten vluchtelingen gruwelijke filmpjes zien. ‘Ik heb lijken langs de weg gezien.’

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.

Een smal riviertje, nog geen 30 meter breed, scheidt de doden van de levenden. Oversteken is eenvoudig, het water komt tot kniehoogte. Kleuters worden op de rug gehesen, vrouwen bij de arm genomen. Een paar stappen verder en ze zijn in Libanon. Aan deze kant van de grens kunnen Syrische alawieten opgelucht ademhalen. Hier hoeven ze niet voor hun leven te vrezen.

Naar schatting zevenduizend alawieten zijn de voorbije dagen naar Libanon gevlucht, nadat er in buurland Syrië een ware heksenjacht tegen hen op gang was gekomen. Alawieten vormden de ruggengraat van de Assad-dynastie (1971-2024) en krijgen nu, ofschoon ze vaak een hekel hadden aan de dictator, de bloedige rekening gepresenteerd. Extremistische strijders trokken moordend en plunderend langs de westkust. Het voorlopige dodental ligt volgens mensenrechtenorganisaties op minstens 1.200, onder wie zowel soldaten als ongewapende burgers.

Ongeloof op gezichten

Sommige vluchtelingen verlaten hun land met lege handen, anderen met dikke koffers. Het ongeloof is op de gezichten af te lezen. ‘Word ik hier niet gearresteerd?’, vraagt een grijsaard met een nette snor, zodra hij voet op Libanees grondgebied zet. Zijn vrouw, die eveneens anoniem wil blijven, kijkt om zich heen. Waar ze nu naartoe gaan, weten ze nog niet. ‘Weet u misschien wie ons aan asiel kan helpen?’

Voorlopig zijn ze hier veilig. De Libanese grenswachten, aanwezig in het volgende dorp, knijpen bewust een oogje dicht. Aan de overkant zijn hun Syrische collega’s nergens te bekennen. Een lokale smokkelaar die zich voorstelt als Ali (46), is hier de baas. Hoeveel geld hij per vluchteling vangt, wil hij niet zeggen (‘Ik ben hier om mensen te helpen’), maar de handel is ongetwijfeld lucratiever dan zijn gebruikelijke smokkelwaar (sigaretten).

Staand in het water helpen Ali’s mannen met het sjouwen van tassen en kroost. Naar eigen zeggen hebben de smokkelaars het pad geëffend door achttien landmijnen van het Syrische leger te verwijderen. ‘Of eigenlijk zeventien’, zegt Ali. ‘Eentje ging af toen er een straathond op stapte.’ Een ogenblik later klinkt er een explosie. Een verdwaalde mijn is honderd meter verderop afgegaan, zonder dat duidelijk is waarom. Niemand raakt gewond.

Gruwelen

Zijn de vluchtelingen eenmaal aan Libanese zijde, dan komen de gruwelen er stamelend uit. ‘Ik heb lijken langs de weg gezien’, prevelt de 38-jarige Samar (‘geen achternaam’). Haar oorbellen heeft ze nog, haar voorkomen is onberispelijk, maar haar woorden stellen niet gerust. Op veel plekken is het moorden weliswaar gestopt, maar daarmee is de angst niet weg. Winkels zijn massaal geplunderd. In het dorp waar ze vandaan komt, is geen stroom en geen brood. ‘Alle winkels zijn dicht. Er is niets meer.’

De precieze toedracht van de moorden is onduidelijk; mensenrechtenorganisaties en internationale journalisten worden niet in het gebied toegelaten. Het bewind van interim-president Ahmad al-Sharaa wijst met de beschuldigende vinger naar Assad-loyalisten die het sektarische geweld zouden hebben uitgelokt, mogelijk met steun van Iran en de pro-Iraanse militie Hezbollah. Bewijs daarvoor ontbreekt. Zondag kondigde Al-Sharaa aan dat een commissie de moordpartijen gaat onderzoeken.

Abu Amsha

Afgaande op de getuigenissen van de overlevenden werden veel slachtpartijen aangericht door extremistische milities. Ze zijn loyaal aan het nieuwe Syrische bewind in Damascus, maar trekken zich van bevelen uit de hoofdstad weinig aan. Eén naam die veelvuldig valt, is die van Mohammad al-Jassem, lokaal bekend als Abu Amsha. Hij werd een maand geleden door Al-Sharaa benoemd tot commandant van een nog te vormen legerbrigade en zwaait de scepter over een beruchte militie, verdacht van afpersing, kidnappings en verkrachtingen. Sinds 2023 staat de militie op de Amerikaanse terreurlijst.

Op hun telefoons laten de vluchtelingen gruwelijke filmpjes zien. Op één ervan, online gepubliceerd maar niet geverifieerd door de Volkskrant, richt een strijder met een lange baard zich tot zijn medestanders. ‘Ik wil dat jullie geen alawiet in leven laten’, briest hij. ‘Slacht ze allemaal af. Volwassenen, kleintjes, zelfs de baby’s in hun bed. Laat niemand van die varkens in leven.’

Niet ver van het grensriviertje, in het gehucht Masaoudiyeh, hebben zo’n tweehonderd mensen hun intrek genomen in een vervallen school. Aangezien de Libanese staat praktisch failliet is, draaien de dorpelingen op voor de kosten.

Oorlogsmisdadiger

In een van de ruimtes slaapt de 54-jarige Samir al-Ismail die afgelopen weekend vluchtte met zijn vrouw en vier kinderen. Leg je hem de retoriek van het bewind in Damascus voor (‘Het waren Assad-loyalisten die ons provoceerden’), dan trekt hij een verontwaardigd gezicht. ‘Al-Sharaa is een oorlogsmisdadiger’, zegt hij, verwijzend naar diens verleden bij terreurgroep Al Qaida. ‘Het is alsof een prostituee ons de les leest over kuisheid.’ Over de toekomst heeft hij nog niet na kunnen denken. ‘Zolang we maar ergens in waardigheid kunnen leven.’

Er zijn ook alawieten die stelliger zijn en zeggen: Libanon is ons nieuwe thuis. Het gaat bijvoorbeeld om mensen met familie in Jabal Mohsen, een alawitische wijk in de noordelijke havenstad Tripoli. De aanwezigheid van alawieten in deze streek gaat terug tot de 16de eeuw, toen de landsgrenzen van nu ontbraken.

In de wijk is het na zonsondergang gezellig druk vanwege de ramadan. Batoul Othman, een 54-jarige moeder van twee tienermeiden, is bij familieleden ingetrokken. Zelf werd ze ooit geboren in Tripoli. Tijdens de Libanese burgeroorlog, veertig jaar geleden, nam haar moeder haar mee naar Syrië. Nu is ze terug in haar geboortestad. ‘Ik ga niet meer terug naar Syrië’, zegt ze beslist. ‘Het loopt daar uit op een sektarische oorlog.’

Dan komt haar 13-jarige dochter binnen. Ze heeft een glimlach op haar gezicht, maar als de woorden ‘Syrië’ en ‘terugkeer’ vallen, begint ze te huilen. Dat ze voorlopig niet naar huis kan, kan ze nog maar moeilijk bevatten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next