Thuis al begint het geaarzel. Zal hij naar de winkel? Of bestelt hij online? Het een scheelt ’m een loopje, het ander kost ’m datzelfde loopje. Moeilijk. Aangespoord door de berichtgeving over de goede ontvangst van het Boekenweekgeschenk overweegt hij al enkele dagen een boek te kopen. Een boek, om te lezen. Sinds maandagavond overweegt hij de zes boeken die de shortlist van de Libris Literatuurprijs hebben gehaald.
Het is elk jaar weer zijn favoriete brokje Nieuwsuur: schrijvers die verrast worden door een cameraploeg. Meestal klinkt er eerst een stem uit het trappengat, een hoopvol ‘Hallo?’ en vervolgens: een opgetogen gezicht in tegenlicht, met wallen van de slapeloze longlistnachten. Vaak is er ook een huisdier dat zijn zenuwen niet in bedwang heeft. Daarna volgt het openen van het pakket met de boeken van de overige genomineerden. Vol collegiale eerbied worden boeken betast en titels en auteursnamen opgesomd. Nooit zegt iemand: is dit de tegenstand? Neem ik het op tegen deze smurfen? Nooit veegt een genomineerde schrijver gepikeerd de rest van de shortlist van tafel.
Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Waarom wonen schrijvers altijd in bovenhuizen? En wie woont er onder hen? Dat soort vragen winnen terrein in Pieter O., terwijl hij gejaagd over straat loopt. En daar zijn de twijfels weer: bezoekt hij de eerste boekwinkel die hij tegenkomt, die met het grootste assortiment of de meest onafhankelijke?
Hij besluit een omweg te maken, zodat hij als eerste uitkomt bij de grootste boekhandel, wat niet wegneemt dat hij pal staat voor de meest onafhankelijke boekhandel, die zijn volledige steun heeft, te allen tijde, alleen nu even niet. Pijnlijk getroffen blijft hij staan voor de etalage, waarin hij zijn eigen hoofd ziet, op gezinsautoformaat. Even staart hij naar die altijd naar bekommernis neigende blik en die opeengeperste lippen waarachter ogenschijnlijk iets onsmakelijks wordt weggewerkt.
Dankzij het wereldgebeuren was hij helemaal vergeten dat hij hier volgende week een lezing komt geven, in het kader van het Boekenweekthema ‘Je moerstaal’. Hij zal spreken over zijn eigen moerstaal, het Omtzigts: een ambtelijke afsplitsing van het Nedersaksisch, waarin eindeloze zinnen in elkaar verstrengelen tot een grammaticaal correcte kluwen besluiteloosheid.
Eenmaal binnen dwaalt Pieter O. langs de uitgestalde waar. Bij het plankje met de Libris-nominaties wordt hij overvallen door het verlammende besef dat hij zal moeten kiezen tussen boeken die hij allemaal nog niet gelezen heeft.
Misschien, overweegt Pieter O., verkopen ze hier ook Boekenbonnen.
‘Kan ik u helpen?’, vraagt de kassamedewerker even later.
De man tegenover hem legt zes boeken op de toonbank, haalt diep adem en zegt: ‘Ik sta pal voor alle genomineerden, net zoals ik pal sta voor alle andere auteurs, of ze nu boven wonen of op de begane grond, en voor hun verdiensten, conform de wet van vraag en aanbod, en ik zie de urgentie van extra investeringen in literatuur. Daarom moet lezen en schrijven gestimuleerd worden en kunnen bedrijven overwegen om schrijvers te sponsoren. Ik roep u op de boeken nóg beter aan te prijzen. Schrijvers, ook al wonen ze op zolder, zijn fundamenteel voor een goed functionerende rechtsstaat. Maar ik ben én blijf fundamenteel tegen het investeren in romans waarvan ik niet kan weten of ik gelegenheid zal hebben om ze te lezen, en of ik ze zal kunnen waarderen. Daarom stel ik mijn aanschaf tot nader order uit.’
Vlak voor hij de zaak verlaat, vraagt Pieter O. of hij niet tóch recht heeft op een Boekenweekgeschenk.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant