Sterrenkundigen hebben maar liefst 128 nieuwe kleine maantjes ontdekt bij de planeet Saturnus. Daarmee komt het totale aantal bekende manen van deze planeet op 274.
is wetenschapsjournalist. Hij schrijft voor de Volkskrant over sterrenkunde.
De nieuwe maantjes zijn maar enkele kilometers groot, en bewegen in trage, wijde banen rond de planeet, meestal tegen de ‘normale’ bewegingsrichting in.
De Nederlandse sterrenkundige Christiaan Huygens was in het jaar 1655 de eerste die een maan bij Saturnus ontdekte, Titan geheten. Met een diameter van meer dan 5.000 kilometer is Titan de op een na grootste maan in het zonnestelsel.
Later werden meer relatief grote manen gevonden, met afmetingen van minstens enkele honderden kilometers. Zestig jaar geleden stond de teller op negen.
De laatste tijd hebben sterrenkundigen grote telescopen gebruikt om jacht te maken op veel kleinere maantjes, die op afstanden van tientallen miljoenen kilometers rond de planeet cirkelen – ter vergelijking: onze eigen maan staat op nog geen 400 duizend kilometer afstand van de aarde. De meeste draaien in scheve, langgerekte banen.
De 128 nieuwe maantjes zijn gevonden door Edward Ashton (sterrenkundig instituut van Taiwan) en zijn collega’s, op foto’s die gemaakt zijn met de 3,6-meter Canada-France-Hawaii Telescope op de 4.200 meter hoge vulkaantop Mauna Kea in Hawaii. De ontdekking werd eerder deze week bekendgemaakt door de Internationale Astronomische Unie.
In een begeleidend artikel dat is aangeboden voor publicatie in Planetary Science Journal schrijven Ashton en zijn collega’s dat veel van de nieuwe kleine maantjes vermoedelijk de brokstukken zijn van een botsing van wat grotere hemellichamen, die mogelijk minder dan honderd miljoen jaar geleden plaatsvond – naar astronomische begrippen vrij recent. Zo biedt de ontdekking indirect zicht op de roerige geschiedenis van ons zonnestelsel.
Bij de reuzenplaneet Jupiter zijn tot nu toe ‘slechts’ 95 manen bekend. In werkelijkheid zullen dat er veel meer zijn, maar volgens Mike Alexandersen van de Harvard-universiteit zijn die moeilijker te vinden, ondanks het feit dat Jupiter minder ver weg staat.
Juist doordat Jupiter dichterbij staat, en bovendien aanzienlijk zwaarder is dan Saturnus, zijn kleine maantjes over een veel groter gebied aan de hemel verspreid, aldus Alexandersen. Het kost dus veel meer telescooptijd om ze op te sporen.
Ashton denkt dat voor Saturnus en voor de verre planeten Uranus en Neptunus (respectievelijk 28 en 16 manen) de grens inmiddels wel zo’n beetje is bereikt, althans met de huidige telescooptechnieken.
Toekomstige reuzentelescopen, zoals de Europese Extremely Large Telescope die in aanbouw is in Noord-Chili, zullen echter ongetwijfeld nóg meer mini-maantjes ontdekken.
I spent almost 2 hours painstakingly copying the orbits of all 128 Saturnian moons from the announcement MPEC and reformatting them for visualization...Behold, here are the orbits of ALL 128 MOONS OF SATURN. This isn't just a moon system—it's a literal asteroid belt around Saturn! 🧪🔭☄️
[image or embed]
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant