In de rubriek Pics werpt filmrecensent Floortje Smit haar blik op de hedendaagse beeldcultuur. Deze week: Avatar: Fire and Ash wordt huilen, als we regisseur James Cameron moeten geloven.
Hoeveel tijd moet je in december inplannen voor Avatar: Fire and Ash? Sowieso meer dan 3 uur en 15 minuten, zei regisseur James Cameron deze week. Maar na de aftiteling ben je nog niet klaar. Zijn echtgenote, een van de weinigen die de film in zijn totaliteit hebben gezien, moest vervolgens nog vier uur huilen, schreef filmtijdschrift Empire.
Vier uur! Dat betekent dat je een complete werkdag moet reserveren voor die empathische fantasiewezens en hun idyllische wereld. Misschien zelfs meer. ‘Ze probeerde zich steeds te herpakken, zodat ze me precies kon vertellen wat haar zo aangreep, maar dan begon ze wéér te huilen. Uiteindelijk heb ik gezegd: sorry, schat, we hebben het er een andere keer wel over. Ik ga naar bed.’ Wie weet hoelang ze daarna heeft doorgesnotterd.
Vier uur in de kreukels, moet dat een aanlokkelijk vooruitzicht zijn? Is dit een slimme manier om je film aan de man te brengen? Zeker wel. De TikTok-generatie omarmt huilen. The New York Times signaleerde in oktober een trend: de ene na de andere bioscoopbezoeker van de romantische tranentrekker We Live in Time deelde op de app dik behuilde ogen en doorgelopen mascara. Het bleek fantastische reclame: 85 procent van de bezoekers was onder de 35 jaar.
Misschien zouden de gereserveerdere 35-plussers daar een voorbeeld aan moeten nemen. Niet besmuikt tranen wegslikken en films wegwuiven als ‘guilty pleasure’, maar je er zonder gêne aan overgeven.
Tijdens een uitwisselingsjaar ging ik ooit naar Titanic (1997), omdat ik wilde huilen maar dat verder nergens durfde. Een gebroken hart heb ik verwerkt dankzij Legends of the Fall (1994) – ‘ongeïnspireerde namaak over hoop, liefde, verdriet’ aldus de Volkskrant. Daarna nooit meer gezien, geen actieve herinnering aan, behalve dan de louterende opluchting die ik erna voelde. Ik kan het iedereen aanraden.
Te verlegen om met huilogen te pronken? In het NYT-bericht noemde een deskundige het verlangen om een potje te janken bij een film ‘eudemonisch’ – zoeken naar een diepere, betekenisvollere, gelukkigere levenservaring via entertainment. Dat kon ooit zonder schaamte, bij films als Terms of Endearment (1983), Kramer vs Kramer (1979) en Field of Dreams (1989).
In een opiniestuk in dezelfde krant vroeg schrijver Heather Havrilesky zich eerder af waar dat soort prestigieuze tearjerkers toch zijn gebleven. Ze hebben ‘een essentieel cultureel doel’, betoogde ze: ze bieden een louterend ritueel waarbij we onze kwetsbare menselijkheid kunnen tonen in het openbaar.
Niet vechten om de armleuning met de bioscoopbezoeker naast je, maar diegene snotterend een zakdoekje aanbieden. Avatar: Fire and Ash kan ons redden. Nu maar hopen dat Cameron die beloofde vier uur durende catharsis ook echt kan leveren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant