Home

Oudgedienden feministisch filmcollectief: ‘We ondervonden in alle lagen tegenwerking’

Eye Filmmuseum brengt een ode aan collectief Cinemien, dat in de jaren zeventig en tachtig vrouwen stimuleerde om volwaardig deel uit te maken van de filmwereld. De oude feministische films zijn ook nu relevant, zeggen twee oudgedienden. ‘Jonge meiden moeten weten dat dit bestond.’

In 1973 liep een groep vrouwen met een laddertje en een koevoet van het Waterloopplein naar de Nieuwe Herengracht 95 in Amsterdam. De groep krikte een raam open en glipte – met matras en al – naar binnen. Vanaf dat moment was het pand officieel gekraakt en markeerde dit de start van het Vrouwenhuis. Een bruisend pand waarin verschillende feministische initiatieven zich vestigden in de hoogtijdagen van de tweede feministische golf.

Zoals uitgeverij De Bonte Was, de radicaal-feministische actiegroep Paarse September of het Feministisch Filmkollektief Cinemien, afgeleid van Dolle Mina. Aan die laatste brengt het Eye Filmmuseum in Amsterdam deze maand een ode, waarbij verschillende feministische films uit de beginjaren van de beweging worden vertoond.

Het Filmkollektief stimuleerde vrouwen om volwaardig deel uit te maken van het produceren, distribueren en vertonen van films. Vanuit een doe-het-zelfmentaliteit leerden de vrouwen van Cinemien alles over de praktische kanten van film.

Nieuwe taal

In 1975 vroeg het collectief subsidie aan om films te kopen en uit te brengen. Daarbij golden twee criteria: de film moest emancipatoir zijn én experimenteel – het collectief wilde vrouwelijke filmmakers zo ondersteunen bij de zoektocht naar een nieuwe feministische filmtaal. De eerste film die Cinemien aankocht was The Emerging Woman van de Braziliaanse filmmaker Helena Solberg, een korte documentaire over de vrouwenstrijd in de Verenigde Staten.

‘Cinemieners’ Angela Leerkes (72) en Anna Lont (75) maakten van de jaren zeventig tot halverwege de jaren tachtig deel uit van het Feministisch Filmkollektief. Beide vrouwen zitten op een terras in Amsterdam, schuin tegenover het voormalige kantoor van het alternatieve filmbedrijf.

‘We begonnen met drie of vier films die we als onze kindjes behandelden’, zegt Leerkes. ‘Die leenden we dan uit aan filmhuizen, vrouwenhuizen of vormingscentra. De hoeveelheid films en activiteiten groeide vlug, al gauw waren we elke dag aan het werk.’

Femicide

Ze bladeren door de Filmkatalogus van Cinemien, waarin de films traditiegetrouw gerangschikt zijn naar onderwerp. Leerkes: ‘Dan moesten we elke film gezamenlijk bespreken en bepalen onder welke onderwerpen een film viel en waarom. Iedereen moest daar natuurlijk een eigen plasje overheen doen, want we waren immers een collectief.’

Familieverhoudingen, politiek en rolpatronen komen het vaakst voorbij in de onderwerpenlijst. Leerkes: ‘Veel onderwerpen zijn nu nog net zo relevant. Zo’n film als Size 10 destijds (uit 1978, red.) van Susan Lambert en Sarah Gibson, over hoe vrouwen zich voelen over hun lichaam. Onderwerpen als het vrouwelijk zelfbeeld, ongelijke man-vrouwverhoudingen.’

Lont: ‘Of femicide.’

Leerkes: ‘Daar ging het toen over, en daar gaat het nog steeds over.’

In 1981 organiseerde Cinemien samen met het Londense filmcollectief COW (Cinema of Women) de internationale Eerste Feministische Film en Video Conferentie in Amsterdam. Het drukbezochte evenement bestond uit workshops over uiteenlopende thema’s, van feministische filmjournalistiek tot lesbische filmgeschiedenis en vertoningen van werk van vrouwelijke filmmakers uit het zuidelijk halfrond.

Weerstand was er ook, zegt Leerkes: ‘Een voorwaarde was dat de discussies over de film gescheiden plaatsvonden, dus de mannen en de vrouwen apart. Dat werd ons niet in dank afgenomen. Men vond dat we discrimineerden, maar als vrouw wilde je gewoon denken en voelen wat je wilde, zónder interruptie van de mannen.’

Lont: ‘Daarnaast was het ook gewoon eng om over sommige onderwerpen te praten, zoals seksueel geweld.’

Leerkes: ‘Zo zag je op een gegeven moment dus ook mannencafés en mannenpraatgroepen ontstaan, als reactie op de vrouwenbeweging.’

Lont: ‘Wij kregen structurele subsidie, waar we hard voor hadden gewerkt en een flinke politieke lobby voor in gang hadden gezet, waarna de mannen van de filmhuizen het ineens hadden over ongelijke concurrentie, omdat wij films aankochten met subsidiegeld.’

Macho

In alle lagen van de filmwereld troffen ze ‘tegenwerking’, zegt Lont. ‘Zo maakte ik het bijvoorbeeld ook mee tijdens een filmfestival in Valencia, waar een film werd vertoond die ik graag wilde aankopen voor Cinemien. De vrouwelijke maker was niet aanwezig, dus ik moest in gesprek met haar mannelijke distributeur, een typische Griekse macho, over hoe ik de film naar Nederland kon halen. Die droeg dan eerst een suffe film voor die hij zélf had gemaakt, waarvoor ik vriendelijke bedankte: nee, ik wilde per se die andere, van een vrouw.’

Toen de aangekochte filmblikken uiteindelijk in Nederland arriveerden, bleek niks op de goede volgorde te staan. ‘Ze hadden gewoon alles door elkaar gehusseld. Zo werd je dan weer gedwarsboomd.’

Halverwege de jaren tachtig verlieten Leerkes en Lont Cinemien. De een ging reizen, de ander liet zich omscholen tot systeembeheerder. Leerkes: ‘Ik was er helemaal niet meer mee bezig, Cinemien. Maar de aandacht nu is heel leuk.’

Lont: ‘Jonge meiden van nu moeten hiervan weten. Dat het toen al bestond.’

Cinemien werd in 2020 overgenomen door OUTTV Media en is nu een distributeur van voornamelijk arthouse en lhbti-films.

Eye Filmprogramma

Het Eye Filmmuseum programmeert t/m 26/3 feministische films uit de catalogus van Cinemien, om het feminisme uit de jaren zeventig en tachtig te verbinden met nu. Prominente titels zijn onder andere Born in Flames, een dystopische guerilladocumentaire van Lizzie Borden over racisme en seksisme in de Verenigde Staten, en de anarchistische Daisies van nouvelle-vaguepionier Vera Chytilova, over het breken met conventies ten tijde van het communisme in Tsjechoslowakije.

Onder de Nederlandse titels bevinden zich onder de documentaire De vrouw en haar vrouwenhuis van Mady Saks en Het land van mijn ouders van schrijver Marion Bloem, waarin ze haar Indische familieverleden onderzoekt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next