David Lynch veranderde met zijn serie Twin Peaks het televisielandschap, maar ook het kijkgedrag van tv-recensent Alex Mazereeuw. Na de dood van diens vader herkijkt hij Twin Peaks: The Return en begrijpt hij wat Lynch met zijn serie wilde zeggen: er bestaat geen nostalgie zonder lijden, want wat was komt niet meer terug.
Door Alex Mazereeuw
De afgelopen weken staar ik voortdurend naar een afgeragde airfryer. Het heeft iets rustgevends, om te kijken naar een oud, vies, wit apparaat dat nauwelijks nog wit te noemen valt. Een apparaat dat uit elkaar valt van ellende: het mandje laat los, de brom wordt steeds luider.
Omwille van mijn gezondheid zou het beter zijn het apparaat weg te gooien. En toch geeft het kijken ernaar een zekere gemoedsrust. Niet omdat ik een voorliefde heb voor mechanische tragiek met een stekkertje, maar omdat de airfryer een van de laatste dingen is die ik cadeau kreeg van mijn vader, voor hij eind december onverwacht overleed. Zelfs een vierdehands airfryer wordt dan blijkbaar een laatste restje ‘thuis’.
De behoefte om naar huis te gaan, om thuis te komen, is groot, zeker in een periode van rouw. Maar het rottige van een sterfgeval zo dichtbij, zo fundamenteel, is dat dingen als een huis of een thuiskomst plots volstrekt abstracte zaken worden. Zijn huis staat er nog, fysiek, maar hoeveel is een thuiskomst nog waard zonder levende ziel?
Judy Garland vatte het ooit mooi samen in The Wizard of Oz: ‘There’s no place like home.’ Maar zie een ouder sterven, en je weet plots dat die place ook eindig kan zijn. Home is dan hooguit nog een foto op de kist, begrafenismuziek van The Cats of een afgeragde airfryer in de keuken. Maar verder? Verder is home na zo’n overlijdensbericht ineens geen plek meer om écht thuis te komen.
En toch moet je wat, nadat je zo’n belletje hebt gekregen, en je in een akelig limbo belandt tussen leven en dood, tussen omvallen en een soort van doorgaan en tussen regelzucht en uitputting.
Gelukkig bleek staren naar een televisiescherm voor mij altijd een uitvlucht in moeilijke tijden, maar zelfs die routine kreeg ineens iets wrangs, omdat mijn vader cruciaal was in het ontwikkelen van die liefde voor het medium. Televisie is óók thuiskomen, al van kinds af aan, deels gekneed door zijn smaak. Het is Bassie & Adriaan, het is André van Duin, het zijn Swiebertje en Tita Tovenaar, het zijn stiekem zelfs ‘volwassen’ series als Baantjer (ogen dicht bij alle moordscènes) en Flodder (ogen dicht bij al het naakt).
Televisie wás het thuis. Maar als zelfs tv geen huis meer kan zijn, wat moet je dan
Rouw fuckt met je hoofd op allerlei manieren, vooral wanneer nostalgie zijn intrede doet. Maar nostalgie, zo wisten de Grieken al, is ook een vreemde samenstelling van de concepten ‘terugkeren’ (nostos) en ‘lijden’ (algos). Terugkeren is lijden, terwijl televisie toch zo vaak een zorgeloze nostalgiemachine moet zijn.
Ik probeerde het heus, maar hoe vertrouwder en comfortabeler het tv-programma, hoe mistroostiger ik ervan werd. Tv werd nostalgie, nostalgie werd lijden.
Welbeschouwd was er nog maar één logisch toevluchtsoord over: het universum van regisseur David Lynch. Als je ouders je leren leven, dan was Lynch de ouder die me leerde kijken. Was televisie tot mijn 18de vooral een zaak van clowns, acrobaten, en asociale families, alles veranderde met de zin: ‘She’s deaaaaad, wrapped in plastic.'
Wrapped in plastic
Goedzak Pete Martell bereidt zich voor op een kalm ochtendje vissen, als hij op een strandje het in plastic gewikkelde lichaam van Laura Palmer aantreft. De woorden die hij telefonisch wisselt met sheriff Harry Truman zouden legendarisch worden: ‘She’s dead, wrapped in plastic’.
Het is inmiddels 35 jaar geleden dat Lynch en schrijver Mark Frost het televisielandschap voorgoed veranderden met hun serie Twin Peaks. Ik volgde een jaar of 25 later: bekend met de reputatie, nooit voorbereid op de impact.
Ineens was er een voor en een na. Het kijken werd spannend, vreemd, absurd. Kun je nagaan hoe het 35 jaar geleden was, toen televisieseries een veel veiliger aangelegenheid waren dan nu, met werelden vol vaste wetten en regels.
Twin Peaks was anders, hoe normaal alles ook leek. Lynch had in zijn magistrale film Blue Velvet eerder al laten zien een scherp oog te hebben voor de rot onder het aangeharkte Amerikaanse oppervlak van buitenwijken en kleine stadjes, maar in Twin Peaks perfectioneerde hij die visie.
Entering Twin Peaks
‘Diane, 11:30 AM, February 24th. Entering the town of Twin Peaks.’ Aldus de eerste woorden van Special Agent Dale Cooper in zijn opnameapparaatje richting zijn (toen nog onzichtbare) assistent Diane. Vanaf het moment dat Cooper enthousiast praat over de vele bomen weten we: ‘Coop’ wordt een televisiepersonage voor de eeuwigheid.
Met de gruwelijke moord op tiener Laura Palmer (Sheryl Lee) kwam in één klap een einde aan de vele façades van het stadje Twin Peaks. Niet voor niets staat de schlemielige hulpsheriff in de openingsaflevering te huilen naast het lijk: weg is de veiligheid, het idee dat alles goed is. De narigheid in het bosrijke plaatsje – van incest en gedwongen prostitutie tot drugshandel – komt langzaam naar boven, zeker wanneer FBI-agent Dale Cooper (Kyle MacLachlan als optimistische goedheid zelve) arriveert om onderzoek te doen naar de moord op Laura.
Twin Peaks was moordmysterie, soapserie, satire, surrealistische thriller én slapstickkomedie ineen. Het was die mix die de serie tot iets onvergetelijks maakte: het ene moment keken we naar een droomscène in een rode kamer waar Laura’s geest en een dansende dwerg Cooper achterstevoren pratend hints geven over de moord; het volgende moment kon je zomaar emotioneel worden bij de scène waarin een vader zijn rebelse zoon vertelt over een visioen.
Major Brigs' visioen
In het eerste seizoen was de band tussen legerveteraan Garland Briggs en zijn rebelse zoon Bobby moeizaam, maar toen kwam ineens de verpletterende monoloog van Briggs bij de start van het tweede seizoen, waarin hij zijn visioen over Bobby’s toekomst reconstrueert, een visioen waarin ‘alles goedkwam’. Het warme stemgeluid van acteur Don Davis, de tranen van Bobby (Dana Ashbrook) en de subtiele muziek van Angelo Badalamenti: zie het dan nog maar eens droog te houden.
Het ging zeventien afleveringen goed, tot die dekselse, ouderwetse tv-wetten om de hoek kwamen kijken. De kijkcijfers liepen terug, en dus dwong de conservatieve Amerikaanse netwerkzender ABC Lynch en Frost om te onthullen wie Laura Palmer nu in vredesnaam had vermoord. Dat antwoord kwam er (zeer tegen de wens van Lynch en Frost in), en daarmee liep de ballon leeg. Lynch en Frost richtten zich op andere projecten, maar de serie liep daarna nog dertien afleveringen door. De rest van het seizoen werd een rommeltje, totdat Lynch nog één keer terugkwam om de seizoensfinale te regisseren.
Het was precies die aflevering die Twin Peaks tot mijn favoriete serie ooit maakte, als onvergetelijk moment in de televisiegeschiedenis, vooral door een langgerekte reeks scènes in de Black Lodge (een bovennatuurlijke ruimte die de duisterste krachten in ons universum huisvest). Kleine spoiler: die goede, lieve Cooper kwam vast te zitten in de Black Lodge, waarna zijn plek in de echte wereld werd ingenomen door een kwaadaardige dubbelganger. De goede Cooper moest het doen met de woorden van de geest/ziel/dubbelganger van Laura Palmer: ‘Agent Cooper, I’ll see you again in 25 years.’
Meanwhile...
Het was in 1991 natuurlijk een wat rare uitspraak. Want wat bedoelde die geest van Laura Palmer in vredesnaam met ‘agent Cooper, ik zie je opnieuw over 25 jaar?’ Maar in een ruimte zonder logica bleken die woorden zowaar profetisch, toen Laura en Cooper elkaar een kwarteeuw later inderdaad opnieuw zouden ontmoeten in The Return.
Met die cliffhanger kwam er al na twee seizoenen een einde aan het tv-leven van Twin Peaks. Lynch maakte daarna nog de meesterlijke, onterecht verguisde prequelfilm Fire Walk With Me (over de laatste dagen van Laura Palmer), maar hoe het verderging met Cooper en al die andere Twin Peaks-gezichten zouden we nooit weten.
Maar zoals Laura Palmer al voorspelde: zowel agent Cooper als de kijker moest ‘gewoon’ even 25 jaar volhouden. In 2017, (26 jaar na de oorspronkelijke finale), keerden Lynch en Frost terug met Twin Peaks: The Return. Het achttiendelige epos bleek zo mogelijk een nóg grotere waterscheiding in de televisiegeschiedenis (of in ieder geval in míjn televisiegeschiedenis).
Wat hielp, was dat de tijd van brave, conservatieve televisiezenders voorbij was, en streamingdiensten met oneindig diepe zakken de dienst uitmaakten. Lynch en Frost kregen nagenoeg carte blanche om te maken wat ze wilden. Alle Twin Peaks-fans wachtten verlekkerd af. Zoals de posters en trailers beloofden: It is happening again!
Future or past?
Zitten we in het verleden, of in de toekomst? Die vraag horen we meermaals in Twin Peaks én in The Return. Vooral in die mysterieuze Red Room gelden de normale wetten van tijd en ruimte zelden, vraag dat maar aan de 25 jaar opgesloten Cooper.
The Return sloot destijds aan bij een televisietrend van teruggrijpen op het verleden, naast (vaak onnodige) vervolgen op series als Full House, Arrested Development en Will & Grace: series die ooit extreem populair waren, maar nu vooral de nostalgiehonger moesten stillen van de fans, die terugwilden naar dat wat ooit was.
Lynch had nul boodschap aan dat sentiment van nostalgie zonder lijden. Als The Return iets duidelijk maakte, was het dat het na een kwarteeuw verdomd lastig is om zomaar ‘thuis te komen’ en door te gaan alsof er niets is gebeurd. Zeker, Lynch en Frost maakten af en toe een kortstondig uitstapje om te kijken hoe het 25 jaar later ging met al die oude Twin Peaks-personages, maar veel liever namen ze ons mee naar mysterieuze nieuwe personages en plaatsen, zoals New York, Las Vegas, en South Dakota.
Was de kernvraag in de eerste twee seizoenen: ‘Wie heeft Laura Palmer vermoord?’, in dit vervolg werd de vraag vooral: ‘Waar is het oude Twin Peaks?’ En: ‘Waar is Cooper?’ Die bleek nog altijd gevangen te zitten tussen werelden én persoonlijkheden: zijn demonische dubbelganger zaaide dood en verderf, terwijl de ‘echte Cooper’ na een surrealistische samenloop van omstandigheden plots door het leven ging als handelsonbekwame verzekeringsagent in Las Vegas.
Hoe bedoel je: it is happening again?
The Return werd een spel met de tijd en herinnering, maar toch vooral met het idee van (tv-)nostalgie en ‘terugkeren’. Lynch en Frost gaven de fans hooguit kruimels van wat ze wilden, maar zelfs de kleinste uitingen van nostalgie en incidentele bevredigende eindes van een verhaallijn kregen een vorm die ergens ook ongrijpbaar bleef. ‘Is it future, or is it past?’, is een vraag die vaak terugkomt in de serie. Goeie vraag!
Norma en Ed
Hoewel The Return meestal grimmig surrealisme bood, gaf Lynch ons héél af en toe wat onvervalste feelgood, zoals met deze scène, waarin lang gedoemde geliefden Big Ed (Everett McGill) en Norma (Peggy Lipton) na jaren smachten eindelijk mogen samenkomen, begeleid door Otis Reddings prachtuitvoering van I’ve Been Loving You Too Long. Waarschijnlijk het enige échte happy end in The Return. Geen wonder dat Lynch volgens de acteurs in tranen uitbarstte tijdens de opnamen.
Geen wonder dat ik na de dood van mijn vader een merkwaardig soort comfort vond in dat volstrekt ongrijpbare universum. De werelden van Lynch zijn in zekere zin zelf een soort rouwfase, als ondoorgrondelijke plekken waarin je van alles voelt maar het lang niet altijd begrijpt. Rouw loopt nooit in een rechte lijn, hoorde ik de afgelopen maanden vaak, en dat is dan weer het meest lynchiaanse dat we in het aardse leven kunnen aantreffen. Op het moment dat de wereld je stuurt richting ongecompliceerde nostalgie, is anti-nostalgie blijkbaar de beste nostalgie.
In plaats van simpele ‘hoe is het nu met?’-televisie (nostalgie zonder al te veel lijden), werd The Return iets veel ongrijpbaarders. Nergens komt dat sterker samen dan in ‘Gotta light?’, de achtste aflevering van de serie, die ik zonder twijfel zou bestempelen als het zinnenprikkelendste, schitterendste uur televisie ooit. Laten we het houden bij de simpele uitleg dat Lynch de test van de eerste Amerikaanse atoombom koppelt aan het toelaten van het absolute kwaad in de wereld.
Gotta light?
In de achtste aflevering van The Return gaan we ineens terug naar 1945, waar in de woestijn van New Mexico de eerste atoombom wordt getest. Lynch maakt er een onvergetelijke horrorsequentie van, waarin we langzaam ín de explosie gaan om te zien hoe de atoombom een nieuw kwaad loslaat in de wereld.
Toen ik The Return tussen dood en uitvaart opnieuw keek, ontdekte ik nog iets heel anders in de serie. Ik zag televisie die voortdurend speelt met de valse trekjes van nostalgie, dat een soort duivels verbond kan vormen tussen tijd en gevoel, terwijl de tijd vaak een vernietigende werking heeft op dat gevoel. Niet voor niets is de dood ook achter de schermen sterk verbonden aan de serie, daar talloze acteurs tijdens of vlak na de serie stierven: de tijd spaart ook Twin Peaks zelf niet.
The Return gaat qua plot oneindig veel kanten op, maar is in de kern vrij simpel samen te vatten als een serie over thuiskomen, en dan vooral de onmogelijkheid ervan. Dat zien we in de verhaallijn van Cooper, die pas tegen het eind van de serie weer ‘thuiskomt’ in Twin Peaks, al is die terugkeer veel tijdelijker en onherstelbaarder dan gedacht.
En wat te denken van Audrey Horne (Sherilyn Fenn), die in de eerste seizoenen de harten stal van Cooper én het publiek, maar in The Return verloren lijkt in de tijd? Ze draagt dezelfde kleding als in de originele serie, en doet zelfs haar klassieke dansscène over, maar aan het eind van die dans ontwaakt ze in een witte kamer. Zit ze gevangen in een soort hel, of in een comateuze staat? Dat gekoesterde verleden kun je wel proberen te herstellen, maar uiteindelijk is daar altijd de vingerknip die je terugbrengt naar de realiteit. De kijker wordt in The Return zelf een soort Audrey: hongerig naar nostalgie, zonder die zomaar gestild te krijgen.
Televisie is vaak de lopende band die moet blijven draaien, die kijkers moet blijven vasthouden met alles wat ze eerder comfortabel of geruststellend vonden. Maar juist in het hardnekkig proberen te reconstrueren van dat verdwenen verleden schuilt een gevaar, laten Lynch en Frost zien. Met de nostalgie komt ook het lijden. Het verlangen naar dat wat was, continu botsend op het besef dat wat was niet meer terugkomt.
Misschien is dat uiteindelijk wat The Return de perfecte serie maakt voor een periode van rouwverwerking. Lynch laat zien dat we een fundamenteel verlies pas echt kunnen accepteren als we het niet hardnekkig proberen te herstellen. Kleine spoilers: als (een versie van) Cooper in de slotaflevering van The Return (een versie van) Laura letterlijk thuis probeert te brengen om een groter kwaad te verslaan (gaan we verder niet uitleggen, ga vooral kijken), brengt hij juist alle trauma’s weer tot leven.
Denk maar niet dat je in The Return zomaar een happy end krijgt. Door zo wanhopig te willen terugkeren, kunnen we juist ook vernietigen wat er nog wel is, lijkt de serie te willen zeggen. Als Laura Palmer aan het eind van de serie nog één keer schreeuwt, gaan de lichten uit.
What year is this?
Onvergetelijk en bij een eerste kijkbeurt onbegrijpelijk: die totaal vervreemdende slotscène van The Return. In een poging om een groter kwaad (‘Judy’) te verslaan, neemt Cooper (of iemand die er verdomd veel op lijkt) Laura Palmer (of iemand die er verdomd veel op lijkt) mee naar Laura’s oude huis. Dat loopt anders dan gepland, waarna Cooper wanhopig vraagt welk jaar het is en Laura Palmer nog één keer schreeuwt. En daarna: lichten uit.
The Return wordt op die manier een hartverscheurende uitkleding van het concept nostalgie. In tegenstelling tot het comfort dat televisie gedreven door nostalgie ons vaak biedt, biedt The Return iets veel akeligers. Alle aspecten die Twin Peaks ooit een popcultureel fenomeen maakten (de koffie, de kersentaart, de donuts) zijn er nog, maar ook deze lijken verloren in tijd en ruimte: we zien ze wel in Las Vegas, maar niet in Twin Peaks.
Lynch en Frost confronteren ons met de wens naar ongecompliceerde nostalgie, terwijl dat – zeker na zoveel tijd – soms gewoonweg niet meer mogelijk is. The Return wordt zo een aftasting van het universele verlangen om terug te keren naar een tijd die beter of minder complex was (een jeugd, een ouderlijk huis). Maar wat als dat helemaal niet kan, omdat geliefden zijn heengegaan, en de tijd een bevredigende terugkeer onmogelijk heeft gemaakt? Dan is er plots geen comfort meer in het verleden.
Kun je de eerste twee seizoenen van Twin Peaks zien als de langzame volwassenwording, dan is The Return de meedogenloze confrontatie met het verstrijken van de tijd. De tijd, dat is de sadist waarvan de nostalgie het niet kan winnen. Misschien was dat mijn houvast tijdens het kijken: accepteer het heden, en probeer niet ten koste van alles op zoek te gaan naar dat wat is verloren.
Log Lady
De wijsheden van de ‘Log Lady’ vormden altijd al een sterk aspect in Twin Peaks, maar door het overlijden van het personage en van actrice Catherine E. Coulson kregen haar scènes in The Return een nog veel emotioneler karakter. Bovendien bleken haar wijsheden, verkregen via haar spirituele boomstam, ook nog behoorlijk cruciaal voor de plot (‘Laura is the one’).
De lessen van The Return hielden me ook op de been toen Lynch drie weken na mijn vader zelf overleed. Diezelfde Lynch die mij door middel van de anti-nostalgie juist had laten wennen aan het idee van het verlies, van de tijd, en van de geliefden, die was nu ook ineens weg.
Maar ook hier bood The Return een zekere troost, vooral door terug te denken aan de laatste woorden van de ‘Log Lady’, een personage dat een bovennatuurlijke communicatielijn heeft via haar boomstammetje. In The Return is ze stervende, en zien we haar alleen nog in scènes waarin ze telefoneert met hulpsheriff Hawk (Michael Horse).
Wat het geheel extra wrang maakt, is dat vertolker Catherine E. Coulson zelf aan de vooravond stond van haar dood tijdens het filmen van de scènes. Haar laatste woorden in de serie: ‘Hawk, jij weet van de dood. Het is slechts een verandering, geen einde. Het is tijd. Er is een zekere angst, een zekere angst in het loslaten. De wind huilt, ik ben stervende. Good night, Hawk.’
Moet je blijven kijken naar een airfryer, als tastbare herinnering aan een vervlogen verleden? Of ga je een wereld in die je niet begrijpt, waarin de enige les uiteindelijk is dat thuiskomen simpelweg niet altijd mogelijk is?
The Wizard of Oz gold niet voor niets als een van Lynchs lievelingsfilms. En inderdaad, ook in Twin Peaks lijkt er no place like home. Maar terugkeren? Dat kan niet altijd meer. Het maakt The Return met al z’n surrealisme misschien wel de meest realistische serie van deze eeuw.
Twin Peaks en Twin Peaks: The Return zijn te zien op SkyShowtime.
Kyle MacLachlan zag in de regisseur een ‘raadselachtige en intuïtieve man met een creatieve oceaan die in hem opborrelde’
Deze Twin Peaks ontwikkelt zich gestaag tot een verrukkelijke ontleding van Amerika. David Lynch sart en frustreert in The Return, met soms eindeloos uitgesponnen scènes.
Source: Volkskrant