Home

ING profiteert van catastrofale lening aan Tsjaad met olie als onderpand

In 2014 ondertekent een groep internationale financiers een contract voor een miljardenlening aan het arme Afrikaanse Tsjaad. ING is een van de geldschieters van de omstreden lening, die leidde tot snoeiharde bezuinigingen op zorg en onderwijs.

Negen handtekeningen bepalen de toekomst van een land. Het is 12 juni 2014 als een stel Franse bankiers, een directeur van grondstoffenbedrijf Glencore, twee ministers en de topman van een staatsoliebedrijf een contract onder ogen krijgen. Met de pen in de aanslag vlooien ze vijftien pagina’s door vol juridische volzinnen, op zoek naar het allesbepalende stippellijntje. Wat onder hun ogen ligt, is een miljardenlening met grote gevolgen. Hun handtekeningen zullen het Afrikaanse Tsjaad tot in de verre toekomst aan de leiband dwingen van een groep internationale financiers.

ING is een van de geldschieters achter een voor Tsjaad catastrofale lening van 1,45 miljard dollar (1,39 miljard euro), blijkt uit onderzoek van de Volkskrant. Toenmalig dictator Idriss Déby leende het geld in 2014 van grondstoffengigant Glencore. Dat bedrijf klopte vervolgens aan bij een groep banken – aan de tekentafel vertegenwoordigd door de Franse bankiers. Tsjaad beloofde de gigantische lening aan Glencore terug te betalen in olie.

De deal tussen de Zwitserse grondstoffengigant en Tsjaad ligt al tien jaar onder een vergrootglas van de internationale gemeenschap. Het krediet vormt liefst een derde van Tsjaads buitenlandse schuld en dwong het land tot snoeiharde bezuinigingen. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling haalde de lening in 2023 aan als schoolvoorbeeld van foute leningen, ‘die mogelijk schadelijk zijn voor het ontwikkelingspotentieel van lenende landen op lange termijn’.

Miljardenlening

Dat ING een van de financiers is, was tot nog toe in Nederland onbekend. Bedrijfsdocumenten in handen van de Volkskrant bewijzen dat de bank een deel van het krediet van Déby ophoestte. In een lijstje van 21 geldschieters, opgediept in het papierwerk van dochterbedrijf Glencore Energy UK Limited, staat ING vermeld tussen het Amerikaanse investeringsfonds GMO en de Mauritius Commercial Bank. Welk deel van de miljardenlening de Nederlandse bank precies heeft voorgeschoten, staat niet in de documenten vermeld – en ING wil het niet zeggen. Stel dat alle uitleners evenveel geld inlegden, dan heeft de bank een aandeel in de lening van tientallen miljoenen dollars.

De oorspronkelijke lening stamt uit 2014, maar is nog zeer actueel. In 2023 verlengde het groep internationale financiers de terugbetaaltermijn van Tsjaad tot het jaar 2030. Ook in de meest recente documenten prijkt de naam van ING. De bank verdient dus tot op heden aan Tsjaads lening. Jarenlang betaalde het Afrikaanse land meer dan 7,5 procent rente over de lening. Inmiddels ligt de rente iets lager. ING verdiende zo naar alle waarschijnlijkheid miljoenen aan rente-inkomsten.

De documenten roepen vragen op over de verantwoordelijkheid van ING. Had de Nederlandse bank de gevaren van deze gigantische lening moeten of kunnen zien aankomen? Speelde het financiële welzijn van Tsjaad überhaupt een rol bij het verstrekken van geld aan de Zwitserse grondstoffengigant?

De bank wil geen informatie delen over de miljardenlening aan Tsjaad, vanwege de vertrouwelijke klantrelatie met Glencore. Over de omvang van de eigen bijdrage wil een woordvoerder niets kwijt, en ook over de rol van ING in het leenproces wil hij niets kwijt. Wel stuurt hij schriftelijk een algemene uitspraak op. ‘We beheren actief sociale risico’s die verband houden met onze activiteiten.’

Wereldwijde corruptie

Terwijl de inkt nog nat is van de negen handtekeningen op het contract in 2014, denkt Tsjaad nog goede zaken te hebben gedaan. Dictator Déby komt op dat moment moeilijk aan financiële middelen, vanwege een bedroevende reputatie op het gebied van mensenrechten. Mogelijke geldschieters als de Wereldbank, IMF en voormalig kolonisator Frankrijk vrezen dat uitgeleend geld in verkeerde zakken zal belanden. Of dat de militaire leider hun fondsen gebruikt voor de aanschaf van wapens. Zij eisen garanties over de precieze besteding van hun geld – voor armoedebestrijding bijvoorbeeld.

Grondstoffenhandelaar Glencore doet minder moeilijk. Het Zwitserse bedrijf is een van ’s werelds grootste handelaren in grondstoffen als kolen en olie, en speelt een cruciale rol in de levering van gas en metalen als koper en nikkel, die onmisbaar zijn om economieën draaiende te houden. Tot in het recente verleden reisden vertegenwoordigers van Glencore naar landen in oorlog en deden zaken met dictators, blijkt uit verschillende rechtszaken. Waar nodig betaalde het handelshuis de afgelopen jaren smeergeld. Glencore kreeg in 2022 een boete van 1 miljard euro, nadat het schuld bekende in een reeks wereldwijde corruptiezaken.

Hoop op oliedollars

Met de voorgeschoten 1,5 miljard dollar van Glencore zal Déby in eigen land olievelden en -infrastructuur opkopen, waar het Amerikaanse Chevron tot dat moment olie wint. Een groter deel van de nationale oliewinst zal dan naar de staatskas vloeien, en niet langer naar het Amerikaanse bedrijf. De deal is voor Tsjaad een flinke gok: de nieuwe lening vormt een tiende van het bruto binnenlands product. Maar Déby hoeft die immense som niet terug te betalen in dollars. Glencore neemt genoegen met nog te winnen Tsjadische olie.

In het spoor van Glencore raakt ING betrokken bij de deal. Het Zwitserse handelshuis vraagt de Nederlandse bank en nog twintig financiële instellingen als Bank of Africa en Crédit Agricole het beloofde geld te leveren, blijkt uit documenten van dochterbedrijf Glencore Energy UK Limited. In tegenstelling tot Tsjaad lopen de financiers weinig risico: de terugbetaling in olie garandeert inkomsten, ook als het Afrikaanse land zelf in financiële problemen raakt.

Kelderen olieprijs

Het idee is dat Tsjaad het geleende geld binnen vier jaar zal terugbetalen. Maar al snel slaat het noodlot toe: de olieprijs keldert. Waar een vat olie in de zomer van 2014 nog meer dan 100 dollar oplevert, staat de prijs anderhalf jaar later op 30 dollar. Vrijwel direct komt Déby in de problemen. Om te kunnen voldoen aan de verplichtingen, is Tsjaad gedwongen zo ongeveer alle gewonnen olie over te dragen aan Glencore. De bodemprijs die de dictator per vat ontvangt, heeft tot gevolg dat het land snoeihard moet bezuinigen.

In de vier jaar na het zetten van de negen handtekeningen halveert Tsjaad zijn budget voor gezondheidszorg, rapporteert Amnesty International in 2018. Een medische handeling als een bevalling verandert voor de lokale bevolking in een onbetaalbare ingreep. Iets soortgelijks geldt voor studeren: de overheid bezuinigt 21 procent op onderwijs, door onder meer studiebeurzen in te trekken. Als woedende demonstranten de straat opgaan, slaan Déby’s veiligheidstroepen de protesten neer.

Onhoudbare schuldenlast

Tegenwoordig is Idriss Déby niet langer aan de macht in Tsjaad. Sinds hij gedood werd bij een veldslag in de woestijn heeft zoon Mahamat Déby de macht overgenomen. Maar de lening van Glencore en diens financiers drukt nog steeds zwaar op de nationale begroting. Onder druk van onder meer de Wereldbank onderhandelen de schuldeisers de afgelopen jaren bijna onophoudelijk over lastenverlichting.

Lange tijd weigert Glencore te tekenen, tot onvrede van de Wereldbank. ‘Een diepere crisis in Tsjaad zou ertoe leiden dat alle partijen slechter af zijn. Het zou een toch al arm land nog verder verarmen, gezondheidszorg en onderwijs verslechteren’, schrijft het instituut voor ontwikkelingssamenwerking in 2021. De Wereldbank merkt op dat 42 procent van de Tsjadische bevolking in extreme armoede leeft. Uitblijven van een akkoord ‘zou de vrede en veiligheid rond de Sahel en Centraal-Afrika in gevaar brengen’.

Als Glencore eind 2022 dan toch een handtekening zet, verstomt de kritiek niet. De nieuwe voorwaarden voorzien namelijk in uitstel van betaling, maar niet in afstel. ‘Als gevolg blijft de schuldenlast van Tsjaad zwaar. Belangrijke uitgaven aan voedsel, gezondheidszorg, onderwijs en klimaat worden verdrongen’, zegt toenmalig voorzitter van de Wereldbank David Malpass tegen Reuters.

Riskante deals

Gevraagd naar een actuele reactie verwijst een woordvoerder van de Wereldbank naar een recent rapport. Daarin staat dat Tsjaad op dit moment kan voldoen aan zijn verplichtingen aan de ‘voornaamste particuliere crediteur’ (lees: Glencore), vanwege de hoge olieprijzen. Maar bij een lagere opbrengst in de toekomst loopt het land nog altijd risico op een nieuwe schuldencrisis en sociale onrust, volgens het rapport.

Onduidelijk is of ING de laatste jaren druk heeft uitgeoefend op Glencore om akkoord te gaan met lastenverlichting of zelfs kwijtschelding. Zeker is dat de bank met de lening aan Tsjaad zeer weinig risico loopt, dankzij het waardevolle onderpand: de olie. In elk denkbaar scenario verdienen Glencore en ING daardoor geld, zegt Jyhjong Hwang. Zij doet aan de Universiteit van Boston onderzoek naar Afrikaanse landen die leningen afsluiten en terugbetalen in olie. Dat gaat namelijk vaker mis. ‘Zonder goede financiële experts zijn dit soort deals voor landen heel riskant.’

Het grote gevaar schuilt in de ingewikkelde contracten, legt Hwang uit. Vaak zijn daarin mechanismen ingebouwd, waardoor een hoge of lage olieprijs tot andere voorwaarden leidt. Soms moet een land de lening ineens sneller afbetalen, of geldt er plots een hoger rentepercentage. Hwang: ‘Een land als Tsjaad heeft vaak niet de expertise om dit goed te overzien. Ze kunnen alleen hopen op het gunstigste scenario.’

Veranderende wereld

ING zou zijn kennis van dit soort leningen moeten inzetten om inwoners van Tsjaad te helpen, zegt Mattias Gunnemyr, financieel ethicus aan de Universiteit van Göteborg. Zeker toen rond 2018 duidelijk werd dat de lening leidde tot bezuinigingen op onderwijs en gezondheidszorg in een toch al straatarm land. De bank had moeten pleiten voor een verdere renteverlaging of kwijtschelding van een deel van de lening, zegt Gunnemyr. ‘ING heeft een verantwoordelijkheid, hoe groot zijn precieze aandeel ook is.’

Dat besef lijkt ook voorzichtig door te dringen bij ING, al bevestigt de bank dat niet met zoveel woorden. Als de Volkskrant voor publicatie een concept van dit artikel aan ING voorlegt, mailt de woordvoerder terug dat de wereld sinds 2014 is veranderd. Het besluit van de bank om Tsjaads krediet te cofinancieren, zou tegenwoordig zomaar anders kunnen uitvallen. ‘Voor een soortgelijke deal zou vandaag de dag een stuk minder belangstelling zijn dan tien jaar terug.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next