Het is 2004 als David Coulthard aan zijn laatste seizoen in dienst van McLaren bezig is. DC - zoals de Schot door het leven gaat - weet al dat zijn toekomst niet bij de formatie uit Woking ligt en dat ene Juan Pablo Montoya zal instappen als zijn vervanger. Coulthard moet uitkijken naar een ander zitje en kan rekenen op de interesse van Jaguar. Het team met de prachtige, diepgroene livery doet het in 2004 nog met Mark Webber en Christian Klien als coureurs, maar ziet in de ervaren Coulthard een geschikte optie om het team vooruit te helpen. Met manager Martin Brundle bespreekt Coulthard de voor- en nadelen van een mogelijke overstap, maar de conclusie is helder: "Ik besloot dat ik niet voor Jaguar zou tekenen. Ik zou nog liever stoppen met de Formule 1 dan bij hen tekenen", laat Coulthard bijna twintig jaar na dato aan Motorsport.com weten.
Coulthard had geen vertrouwen in Jaguar en in de toenmalige leiders van het team, al komt de reddingsboei uit onverwachte hoek, in de vorm van Red Bull. Het energiedrankenmerk gaat in zee met de nog jonge Christian Horner, die zelf ook een voet tussen de deur probeert te krijgen in de Formule 1. "Ik begon mijn eigen team in wat nu de Formule 2 is en reed daar tegen het team van Helmut Marko", blikt Horner in de Talking Bull-podcast van Red Bull terug. "In 2002, 2003 en 2004 won ik het kampioenschap drie jaar op rij en ik keek naar manieren om dat team naar de Formule 1 te loodsen. Bernie Ecclestone pushte mij en zei 'we hebben vers bloed in F1 nodig. Ik word gek van Eddie Jordan, dus waarom koop je zijn team niet? Ik help je wel.' Ik probeerde een deal met Jordan te sluiten, maar tegelijkertijd had ik ook een Red Bull-junior, Vitantonio Luizzi, in mijn team. Helmut Marko had die bij mij gestald."
"De deal met Jordan werd steeds gecompliceerder en tegelijkertijd keek Red Bull ernaar om Jaguar te kopen. In november 2004 namen ze dat team over en later die maand belde Helmut mij en zei 'Dietrich wil je graag zien'. Ik ging begin december naar Salzburg en daar vertelde Mateschitz tegen me 'ik wil het management van dit team veranderen, ik heb grote ambities en ik wil je een kans geven'. Op dat moment was ik nog maar 31 jaar en hoefde ik er niet al te lang over na te denken."
Horner krijgt de touwtjes in handen en ook hij laat het oog vallen op de beschikbare Coulthard. "Christian kwam binnen, maar hij moest eerst nog uitvinden welke deur naar welke afdeling leidde bij Jaguar!", grapt de Schot. "Ik ging naar de eerste test en ik kan me herinneren dat het team wilde dat ik meteen zou tekenen, voorafgaand aan de test. Maar ik zei 'nee, laat me eerst die test doen en meer leren over het team'. Ik kende al wat mensen uit de tijd van Paul Stewart Racing. Ieder team heeft een kern met goede mensen, maar je hebt ook sterk leiderschap, investeringen en mensen nodig die het hele team laten geloven dat dit de juiste richting is. Dat ontbrak er in mijn optiek aan. Dus ik ging naar de test en zei 'als ik het goed doe, dan willen jullie mij vastleggen en als jullie het goed doen, dan wil ik bij jullie komen'."
Bij de eerste test spreekt Coulthard ook uitvoerig met Dietrich Mateschitz, wat belangrijk is om een goed beeld van de plannen te krijgen. "Dietrich kwam persoonlijk naar de test. Ik heb met hem gezeten en we hebben besproken wat zijn visie voor de sport was. Ik wist dat hij mede-eigenaar van Sauber was geweest en dat hij lange tijd een zichtbare sponsor van dat team was geweest. Hij was geen newbie die dacht 'nu is de Formule 1 mijn speeltje en laten we eens kijken hoeveel plezier we hier kunnen beleven'. Er lag wel een strategie voor de lange termijn."
Minstens zo aansprekend voor Coulthard is dat hij die strategie mede vorm mag geven. "Je maakt keuzes gebaseerd op relaties en vertrouwen. En Dietrich heeft me nooit laten vallen. In de beginperiode heb ik veel tijd met Dietrich doorgebracht in Salzburg. Op de maandag na een Grand Prix bespraken we waar we stonden, wat we nodig hadden en welke mensen het team vooruit konden helpen. Hij zei niet altijd 'ja', natuurlijk niet, want dat is onderdeel van het spel. Maar de dingen waar je echt in geloofde en die echt belangrijk waren - niet op basis van een PowerPoint, maar op basis van passie en het geloof dat iemand het team echt zou kunnen veranderen - dan zei hij negen van de tien keer 'oké, ga ervoor'."
Eén van de mensen die het lot van Red Bull kan veranderen, luistert naar de naam Adrian Newey. De legendarische ontwerper staat hoog op het wensenlijstje van Horner en laat Coulthard hem nou nog goed kennen uit hun gezamenlijke tijd bij Williams en McLaren. DC speelt zo een belangrijke rol in het binden van Newey aan het project: "David werkte nog sneller dan Tinder tegenwoordig! De match was binnen de kortste keren een feit", lacht Horner. "Hij heeft een geheim diner in Bluebird in Londen opgezet met Adrian en zijn vrouw - omdat vrouwen uiteindelijk alle beslissingen nemen - en zo hebben we elkaar leren kennen."
Het etentje leidt tot een gesprek met Mateschitz en daarin wordt Newey overtuigd. Op 8 november 2005 maken beide partijen bekend dat één van de meest begeerde mannen uit de paddock overstapt naar Red Bull. "Dat was een cruciaal moment. Voor die tijd namen mensen ons niet echt serieus en was één van de hoofddoelen van een weekend om binnen te komen bij één van onze Red Bull-feestjes", grapt Horner. "Maar toen Adrian naar ons team kwam, veranderde dat en zagen ze ons niet meer alleen als een 'party team'."
Met name in het debuutjaar gold Red Bull in de paddock als het feestteam bij uitstek, waarover Coulthard grapt: "Dat was vooral mijn verdienste!" Op een iets serieuzere toon vervolgt hij: "Het was een frisse wind in de paddock. De paddock is tegenwoordig een veel vriendelijkere plek dan vroeger. Red Bull heeft het qua toegang inmiddels ook wat moeten aanscherpen, maar in het begin was het echt een open huis bij ons, ook voor media met lunches en dergelijke. Na verloop van tijd werd duidelijk dat andere teams ook hun kleinere partners uitnodigden. Daar hadden ze niet echt catering voor en dus brachten ze die bij Red Bull onder!" Ook Horner denkt met een lach terug aan die beginperiode: "Wij waren eigenlijk het enige team waar je geen tweehonderd pasjes nodig had om alleen al door de voordeur te komen!"
Het markeert een verschil met het team waar Coulthard vandaan kwam. "McLaren was intern ook wel een vriendelijke en open plek, maar naar buiten toe waren er barrières en werd het erg afgeschermd. Dat was de manier waarop Ron controle wilde houden over informatie in het team en dat respecteerde ik. Hij was de baas, hij was de eigenaar. Maar de blijvende erfenis is dat Red Bull het anders deed en kansen bood." Het komt ook terug in een vermakelijke anekdote over de magazines die Red Bull uitgaf - en tijdens de Grand Prix van Oostenrijk nog altijd uitgeeft. "Ze kwamen met het Red Bull Bulletin, een magazine voor de paddock. Ik weet dat Ron McLaren-monteurs verbood om die magazines mee te nemen in de hospitality."
"Maar dat was typisch Ron. Ik weet zeker dat hij ze zelf wel las! In zijn kantoor - ik was daar negen jaar - zei hij altijd 'ik lees geen tijdschriften', maar als hij de bovenste lade van zijn bureau opende, dan lagen alle magazines daar! Dat is perceptie versus realiteit. Ik weet zeker dat Poetin ook een guilty pleasure heeft, misschien is hij wel een enorme fan van de serie Friends!", lacht Coulthard. "Uiteindelijk zijn het allemaal mensen, ongedacht hoe het van buitenaf lijkt. Dat gold ook voor Red Bull. De buitenkant was de marketingkant van het team, maar intern probeerden we het team natuurlijk wel te verbeteren."
Dat laatste beaamt Horner. Volgens hem gaan beide dingen hand in hand: het party-imago en de onverminderde ambitie om te winnen. "Toen we voor het eerst in de Formule 1 kwamen, draaiden we harde muziek in de garage en kwamen we met een hospitality die we het Energy Station noemde. Dingen waren anders bij Red Bull en daardoor dachten mensen 'die gasten zijn niet serieus. Die zijn hier niet om te winnen, die zijn hier puur om een leuke tijd te hebben'. Maar dat was absoluut niet zo. We waren net zo vastberaden om te winnen als alle andere teams, alleen wij waren niet bang om ook wat lol te hebben en om ons anders te uiten. Eigenlijk is dat in al die jaren niet veranderd. We zijn nog steeds het team waar de muziek het hardst staat en we moeten medelijden hebben met de teams naast ons, zeker doordat de muziekkeuze van sommige monteurs nogal dubieus is tegenwoordig... We zijn gewoon anders."
Waar de sfeer en het volume van de muziek niet zijn veranderd, zijn de resultaten dat wel. In het eerste jaar scoorde Red Bull 34 WK-punten, inmiddels staat de teller op acht titels bij de coureurs en zes bij de constructeurs. Over dat eerste jaar grapt Horner trouwens: "Mateschitz zei tegen mij 'ik ga je niet heel veel betalen, maar voor ieder punt dat je scoort, zal ik je een goede bonus geven'. Jaguar scoorde het jaar ervoor negen punten, dus tien of elf punten zouden al een succes zijn. Maar in de eerste race scoorden we meteen negen punten en in het hele jaar 34. Ik zou zeggen godzijdank, want anders had ik mijn hypotheek niet kunnen betalen!" Inmiddels ziet de wereld er heel anders uit en ligt de lat veel hoger, al zag Coulthard het zaadje voor de recente successen al wel meteen worden gepland. "Honderd procent, ja. En geloof me maar, anders had ik destijds ook niet getekend." Horner sluit met een lach af: "Als je alles op een rijtje zet, dan moet je toch zeggen: niet slecht voor een energiedrankjesfabrikant…"
Source: Motorsport