Relschoppers kozen 24 januari 2021 Eindhoven als toneel voor hun protest tegen de kort daarvoor ingestelde avondklok. De rellen vormden voor toenmalig burgemeester John Jorritsma het dieptepunt van de loodzware coronajaren. ‘Die waren eenzaam, heftig, maar tegelijkertijd hét moment om er als burgemeester toe te doen.’
Door Robert Giebels
Fotografie Jiri Büller
Vijf jaar nadat het coronavirus de wereld in een wurggreep nam, zoekt de Volkskrant Nederlanders op die hard werden getroffen door het virus of de maatregelen. Van de ic-arts tot de schoolrector, van de ondernemer tot de coronademonstrant. Hoe kijken ze terug? Wat had er met de kennis van nu anders gekund?
Zaterdagavond 23 januari 2021, 9 uur ’s avonds: voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog geldt in Nederland een avondklok. ‘En een dag later had ik hier de rellen in de stad’, memoreert de toenmalige burgemeester van Eindhoven, John Jorritsma.
Op tal van tv-schermen zag ‘de driehoek’ – politie, Openbaar Ministerie en burgemeester – die zondag hoe Omroep Brabant en beveiligingscamera’s registreerden hoe Eindhoven werd overspoeld door een groep mensen: een minderheid van betogers die vreedzaam demonstreerden tegen de avondklok, maar met name door een meerderheid van voorbereide relschoppers.
‘Ze hadden ijzeren staven verstopt in hun broekspijp. Ze hadden opengesneden pvc-pijpen om hun armen zodat ze de gummiknuppel niet zouden voelen. Ze hadden pepperspray in hun kontzak en krammen om in het achterwerk van een politiepaard te rammen. Dat explodeerde in een half uur, met enorme schade tot gevolg. Vooraf kwamen er signalen, maar we zijn toch overvallen. Ja, we zijn overvallen.’
Jorritsma, nu 68, had een lange carrière als bestuurder achter de rug toen hij als Commissaris van de Koning in Friesland in 2016 burgemeester werd van de vijfde stad van het land. ‘Ik werd burgemeester van bijna een miljoen mensen in de metropoolregio, onder wie een kwart miljoen Eindhovenaren.’ Met de komst van het coronavirus begon voor Jorritsma de zwaarste periode uit zijn bestuurlijke leven, maar terugblikkend ook de meest bevredigende. ‘Want hoe zwaar en eenzaam de coronajaren ook waren, ze vormden tegelijk hét moment om er als burgemeester toe te doen.’
Voor Jorritsma begon de epidemie twee weken voordat die in Nederland serieus werd genomen. De eerste besmetting, de eerste dode, het gebeurde eind februari, begin maart 2020 in het op dat moment carnavalvierende Noord-Brabant. ‘Boven de rivieren dachten ze: och, een carnavalsgriepje. Na carnaval is er immers altijd een griepgolf. Tegelijk kregen we van het RIVM een schokkende presentatie: dit gaat helemaal verkeerd.’
Aan Jorritsma destijds de taak om al het voetbal stil te leggen. ‘Voetbalprogramma's hebben mij op alle mogelijke manieren bespot.’ De burgemeester vernam op tv dat hij een krankzinnige, gevaarlijke demagoog was.
Avondklokrellen
23 januari 2021: avondklok start, gevolgd door demonstraties en rellen. Nederland is inmiddels begonnen met vaccineren tegen covid.
De kritiek was een voorbode van wat de bestuurder nog te wachten stond. ‘Het is eenzaam werk; je hebt geen andere achterban dan je gezin. En je doet het nooit goed.’ Op elk besluit dat hij nam als burgemeester en als voorzitter van de veiligheidsregio Brabant-Zuidoost kwam dezelfde kritiek: je hebt niet met ons overlegd.
‘Maar ik kon niet zeggen: wat vinden mijn gemeenteraad, mijn college, de andere twintig burgemeesters in de veiligheidsregio ervan? Zou heel Nederland dat doen, dan zijn er 342 burgemeesters met raden en colleges die allemaal nog iets vinden. Op die manier kom je nooit tot besluiten. Een pandemie kun je niet democratisch aansturen. Dat moet met overwicht, dat moet met gezag.’
Dat gezag komt echter van een overheidsfunctionaris en ‘de overheid’ had een reputatieprobleem na bijvoorbeeld de toeslagenaffaire, die vóór corona begon. ‘Mensen dachten: ik ben te grazen genomen en daar is de overheid verantwoordelijk voor. Als burgemeester ben je de personificatie van die overheid.’
Ziedaar de voedingsbodem voor de avondklokrellen vier jaar geleden in Eindhoven. De bevolking was alle coronamaatregelen zat. De afkondiging van de avondklok kon de spreekwoordelijke druppel zijn, met ongeregeldheden tot gevolg. Daarop anticipeerde Jorritsma met een demonstratieverbod in zijn stad.
Hij achtte de kans groot dat zo’n verbod, komende immers van ‘de overheid’, zou worden genegeerd. ‘Ik moest allerlei afzonderlijke besluiten nemen: om traangas in te zetten, honden, een waterkanon; allemaal wapens. Gelukkig werd ik geadviseerd door hele goede mensen; het Openbaar Ministerie, politie, ambtenaren.’
De agent die het waterkanon bediende, schoot een jonge, filmende vrouw tegen een muur. ‘Per ongeluk’, benadrukt Jorritsma. Ze hield er een schedelbreuk aan over. ‘Ze was gewaarschuwd dat ze op een plek was waar ze beter niet kon zijn, maar triest was het wel.’ De verantwoordelijke agent werd nadien vervolgd, tot de zaak vorig jaar werd geseponeerd.
Jorritsma zelf werd na de rellen onder vuur genomen. Hij sprak die zondag voor de verzamelde pers van ‘het schuim der aarde, dat hier geprobeerd heeft de boel te molesteren’. ‘Ik ben bang dat we op weg zijn naar een burgeroorlog.’ Onverstandig en polariserend, was het oordeel over die uitspraken, onder meer in een evaluatieonderzoek waar Jorritsma na de rellen zelf om had gevraagd.
‘Ik had beter een uurtje kunnen wachten met het te woord staan van de pers’, zegt hij nu. ‘Ik was zo boos. Ik kwam net van de kantoren van ProRail en de NS in het station van Eindhoven, waar alle ramen waren ingeslagen, brand was gesticht en winkels waren geplunderd. Mensen zaten bibberend achter hun gekantelde bureaus. Ik zag iemand die zich had bevuild van angst. Met dat beeld voor ogen ben ik voor die microfoons en camera’s gaan staan. Het werd ergens nog live uitgezonden ook. Ik had moeten afkoelen.’
Het onderzoek naar de avondklokrellen bevestigde wat Jorritsma allang wist over de aanpak van een crisis die als een tsunami op je af komt: ‘al doende leert men’. ‘We waren niet voldoende geprepareerd.’
De les die de politie die zondag in Eindhoven leerde: wees beter voorbereid. Sindsdien is de mobiele eenheid standaard paraat, niet pas bij een dreiging. Speciaal getrainde politiemensen speuren sinds ‘Eindhoven’ naar online oproepen om te gaan rellen. ME’ers letten er tijdens een actie op dat relschoppers hun gezicht niet kunnen filmen.
‘Er is in die jaren het nodige fout gegaan’, erkent Jorritsma nu. ‘Maar ik durf te stellen: 90 procent ging goed.’ Dat was ook de conclusie van het onderzoek naar de rellen die Jorritsma brachten tot zijn emotionele uitbarsting. ‘Die luidde dat we hebben gedaan wat redelijkerwijs in ons vermogen lag.’
Source: Volkskrant