Verlekkerd kijkt de Amerikaanse president Donald Trump naar Groenland en zijn bodemschatten.
Hij wil het eiland, deel van het koninkrijk Denemarken, ‘hebben’.
Voor politici die streven naar onafhankelijkheid een gouden kans, zeker met de verkiezingen van dinsdag in aantocht.
Door Jeroen de Visser
Fotografie Arie Kievit
De 18-jarige Groenlandse student Theresa Fontain laat de laadschop van haar graafmachine zakken en schraapt een berg sneeuw van de grond. Op haar dak flikkert een zwaailicht en geregeld klinkt het piepje van de portofoon, waarmee ze in verbinding staat met haar docent. Met haar vracht rijdt ze weer verder, terwijl haar wielen, bijna net zo groot als zijzelf, rinkelen van de iets te ruim zittende sneeuwkettingen.
Theresa Fontain
Het rijden in dit soort wagens is altijd al haar droom geweest, zegt Fontain, die er als kind al filmpjes over keek. Haar favoriet is de ‘dumper’, een dieplader, die een medestudent verderop bestuurt. Alleen al het grommende starten van de motor. ‘Geweldig, ik voel me dan zo cool, dat ík dit kan, op mijn leeftijd’, zegt ze.
Fontain, zwart T-shirt, neuspiercing, begon in september met zes anderen aan de mijnopleiding van de technische hogeschool (KTI), de enige in Groenland. De school ligt in Sisimiut, met vijfduizend inwoners de tweede stad van het eiland. Het oefenterrein, gelegen tussen de besneeuwde rotsheuvels en de zee, is misschien wel ’s werelds mooiste schoolparcours.
De student denkt dat er veel geld te verdienen is in de mijnen. Het liefst gaat ze aan de slag in een goudmijn. ‘Ik houd van goud. Wie niet?’, zegt ze lachend. Ze heeft goede hoop dat het gaat lukken, zeker nu de Amerikaanse president Donald Trump zijn oog heeft laten van op de Groenlandse bodemschatten. ‘Het biedt grote kansen’, zegt ze.
Maar is dat wel zo?
Zeker is dat door Trump de Groenlandse metalen en mineralen nu volop in de belangstelling staan. De Amerikaanse president zegt voortdurend dat hij Groenland wil ‘hebben’ en dreigt Denemarken, dat als oud-kolonisator nog steeds gedeeltelijke zeggenschap heeft, met sancties als het niet meebeweegt.
Trump wil Groenland annexeren omwille van de veiligheid, zegt hij. Daarmee doelt hij op het veiligstellen van nieuwe scheepsroutes die door het smelten van het poolijs vrijkomen en de vele bodemschatten. Goud, zink, uranium en zeldzame aardmetalen; de Groenlandse bodem heeft het allemaal.
Hoewel de meeste van de 57 duizend Groenlanders geen Amerikaan willen worden – ‘Groenland is niet te koop’, zei premier Múte Egede – heeft de belangstelling van Trump wel tot politiek rumoer geleid in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van dinsdag. Diverse politieke kopstukken liepen over naar de pro-afscheidingspartij Naleraq, die zo snel mogelijk onderhandelingen wil over losmaking van Denemarken. Groenland kent sinds 1979 zelfbestuur, maar Denemarken heeft er nog altijd veel te zeggen.
Politici die zich willen losmaken, voelen zich gesterkt door Trump. ‘We zitten in een gedwongen huwelijk met Denemarken. Misschien dat de Verenigde Staten ons hieruit kunnen bevrijden’, zei Kuno Fencker, een van de overgelopen parlementariërs. Mocht Naleraq winnen, dan opent dat de weg naar een historisch referendum over onafhankelijkheid.
De partij moet daarvoor wel een ingewikkelde puzzel leggen: hoe kan Groenland naast politiek zelfstandig ook economisch onafhankelijk worden? Nu nog maakt Kopenhagen jaarlijks 500 miljoen subsidie over, de helft van de overheidsbegroting. Ook runnen de Denen nog dertig overheidsorganisaties, waaronder de politie. Om dat gat te overbruggen, zijn extra inkomsten nodig, bijvoorbeeld uit de toerisme-industrie. Of uit de mijnsector.
Toeristen varen met een watertaxi een fjord net buiten Nuuk.
Met de opbrengsten uit mijnrechten en royalty’s en alle indirecte inkomsten zou Groenland het financiële gat kunnen overbruggen. Er is alleen een probleem: ondanks al die voorraden grondstoffen, heeft Groenland slechts twee actieve mijnen. Het gaat om een anorthosietmijn, waar het maansteenachtige materiaal wordt gewonnen waarmee glasvezel wordt gemaakt, en een goudmijn die pas recentelijk zijn eerste kilo goud opleverde. Waarom zijn het er niet meer?
Burgemeester Malik Berthelsen komt met een bijl en een brok hondenvoer uit zijn schuurtje aan de rand van Sisimiut, waar de hondensleeën vrij baan hebben naar het achterland. Terwijl de Groenlandse sleehonden blaffen en kwispelen, hakt Berthelsen de plakken voer – een mengsel van gedroogd schapen- en zeehondenvlees – in stukken. Daarna haalt hij uit een schuurtje een twee weken oude puppy, die nog een beetje chagrijnig de wereld inkijkt. Berthelsen niet. ‘Als ik bij mijn honden ben, voel ik me de gelukkigste man in de wereld.’
Burgemeester Malik Berthelsen met zijn honden
De 46-jarige burgemeester begon pas vijf jaar geleden met het houden van sleehonden. Hij leerde de fijne kneepjes van een 12-jarige uit het dorp. Nu heeft Berthelsen zijn eigen deel van het hondenveld, waar uit praktische overwegingen (veiligheid, geluidsoverlast) alle zeshonderd sleehonden van de stad verblijven. Wie ’s nachts door de straten loopt, hoort hun gehuil uit de richting van de bergen.
Sommige eigenaren gebruiken de honden nog altijd voor de jacht op rendieren en muskusossen, maar voor Berthelsen en veel anderen is het vooral een hobby. ‘Het sleeën door de natuur, het geluid van de stilte, dat is het mooiste’, zegt de burgemeester.
Groenland is een land dat zijn natuur en tradities koestert en hondensleeën hoort daarbij, net zoals de visserij en de jacht, waar veel inwoners van de vele kleine dorpjes aan de kust – ‘nederzettingen’ genoemd – nog altijd van leven.
Het is een van de redenen waarom Groenlanders soms botsen met de mijnindustrie. Vijf jaar geleden stond het Australische bedrijf Greenland Minerals op het punt uranium te winnen in de Kvanefjeld-mijn in Zuid-Groenland, toen omwonenden in verzet kwamen. Ze vreesden dat radioactief stof zou neerdwarrelen op hun dorpen, de visgebieden en de schaarse landbouwgronden, waar tientallen boeren schapen houden.
Sisimiut
De linkse partij Inuit Ataqatigiit, van de huidige premier Egede, won in 2021 de verkiezingen met de belofte olieproefboringen te stoppen en de mijn tegen te houden. Niet lang daarna ging er met steun van het parlement een streep door het project. Daarmee raakte in hetzelfde gebied ook een grote voorraad zeldzame aardmetalen buiten bereik. Greenland Minerals stapte naar de rechter, maar een uitspraak laat nog op zich wachten.
Hoewel zijn partij Siumut tegen de sluiting van de mijn was, zegt Berthelsen de beslissing wel te begrijpen. ‘Het is belangrijk dat de visserij, de jacht en de natuur geen last hebben van de mijnen’, zegt hij. ‘Burgers mogen er niet door worden geraakt.’
Bethelsen is burgemeester van het district Qeqqata, waar de anorthosiemijn ligt. De gemeente profiteert omdat het bedrijf lokaal mankracht inhuurt en belasting betaalt. Ook stort het mijnbouwbedrijf jaarlijks 40 duizend euro in een cultuurfonds.
Het is allemaal relatief bescheiden, want wie de economische motor van Groenland zoekt, moet naar de haven van Sisimiut, waar de visverwerkingsfabriek van staatsbedrijf Royal Greenland pronkt in de winterzon. Elke ochtend leveren vissers hier aan de kade hun garnalen, die binnen de lopende band op gaan. ‘Neem maar een douche als je terug in het hotel bent’, zegt de Deense procesmanager Jesper Nielsen, die het bezoek binnen door een weeïge stoomgeur leidt. De roze zeevruchten worden hier gerijpt, gekookt en met een duizelingwekkende snelheid machinaal gepeld. ‘Als de kwaliteit goed is, kunnen we tien ton per uur verwerken’, zegt Nielsen.
Garnalen worden verwerkt in Sisimiut.
Verspreid langs de kust staan tientallen van dit soort fabrieken, die garnalen, heilbot en krabben verwerken. De Groenlandse visindustrie exporteerde in 2023 voor 1,5 miljard euro, ze was daarmee goed voor bijna 95 procent van de export. Het is een monopoliepositie die het eiland zorgen baart, zeker omdat door het opwarmen van de oceaan de ecosystemen veranderen en er minder vis zal zijn.
Groenland probeert de balans meer in evenwicht te brengen door toeristen te lokken, met de belofte van het noorderlicht of een bezoek aan de ijskap, die als een deken het grootste gedeelte van het land bedekt. Ook de snel groeiende hoofdstad Nuuk (20 duizend inwoners), waar de eerste hippe koffiebranderijen actief zijn, moet toeristen lokken. De stad heeft een nieuw vliegveld, waardoor het nu mogelijk is rechtstreeks van en naar Kopenhagen te vliegen. Er komt ook een internationaal vliegveld bij Ilulissat, de stad van de drijvende ijsbergen. De overheid hoopt zo in tien jaar tijd de inkomsten uit toerisme, nu 250 miljoen euro, te verdrievoudigen.
Klinkt goed, maar ook met een toeristenexplosie zal Groenland financieel niet onafhankelijk worden. Daarvoor zijn volgens de overheid ook inkomsten uit de mijnen nodig. Interesse is er genoeg, en niet alleen van Trump. Zo opende de Europese Commissie vorig jaar een kantoor in Nuuk.
Ook de Groenlanders lijken enthousiast. Veel inwoners beginnen over een Deense documentaire van begin februari, waaruit bleek dat Denemarken tussen 1854 en 1987 vele miljarden heeft verdiend met het mijnen van het Groenlandse kryoliet, belangrijk voor de productie van aluminium. ‘Het zou goed zijn als we zelf uitvogelen hoe we dat soort bedragen kunnen verdienen’, zegt de 29-jarige Nikki Davidsen, die taxi rijdt in Sisimiut en binnenkort met een studie economie in Nuuk wil beginnen.
Nikki Davidsen
Dat Groenland nauwelijks eigen mijnbedrijven heeft en expertise mist, is deel van het probleem, net als het lage onderwijsniveau. Zo stopt de helft van de Groenlandse kinderen na de lagere school – doorleren is niet verplicht. De mijnschool heeft, zoals veel andere instellingen, een Deense manager. Hans Hinrichsen bouwde de school – met als motto: ‘Diesel en dynamiet’ – op met hulp van buitenlandse donoren. De uitdagingen zijn fors: de uitval onder studenten is groot en het bestuur schroefde onlangs de financiering terug. ‘De directeur zei: we hebben maar twee mijnen, waarom zouden we zo veel geld uitgeven’, zegt een gefrustreerde Hinrichsen.
Zo zijn er tal van uitdagingen. In zijn kantoor in Nuuk wijst de Deen Bent Jensen (58) van het mijnbouwbedrijf Lumina naar de televisie. Daar is een live-feed te zien van het vliegveld Kangerlussuaq met in de verte een naderende helikopter. ‘Daar zit onze locatiemanager in met zijn zoon, die stage loopt in de keuken. Ze hebben vanwege het slechte weer drie dagen vastgezeten.’
Die onvoorspelbaarheid maakt deel uit van het mijnen op Groenland, weet Jensen, directeur van de anorthosietafgraving nabij Sisimiut. Om op (potentiële) mijnplekken te komen, moet je altijd eerst met het vliegtuig en daarna verder met boot of helikopter. Dat het weer dat niet altijd toelaat, blijkt ook in Nuuk, waar de hotels volzitten met vertraagde mijnwerkers, ingenieurs en helikopterpiloten.
Bent Jensen
De anorthosiemijn, eigendom van Canadese en Scandinavische beleggers, is actief sinds 2019. Er werken tussen de twintig en veertig werknemers, die er ook slapen. Het complex heeft een eigen restaurant en energievoorziening. ‘We runnen niet alleen een mijn, maar ook een kleine gemeenschap’, zegt Bent, die bijna vijftien jaar actief is in het Groenlandse mijnwezen. Eerder was hij directeur van een robijnmijn in het zuiden, die ging vorig jaar failliet.
In heel Groenland zijn zo’n honderd plekken waar bedrijven voorbereidend onderzoek doen naar het winnen van grondstoffen. Daarvan zijn volgens Jensen enkele klaar om de stap te zetten naar exploitatie, maar daarvoor ontbreekt geld. Investeerders weifelen omdat ze nog geen voorbeeld hebben gezien van een succesvol grootschalig mijnproject in Groenland. Het intrekken van de vergunning voor de uraniummijn in 2021 speelt mee. ‘Zolang de rechtszaak daarover voortsleept, zal de sector in onzekerheid verkeren.’
Volgens Jensen is de stroperige werkwijze van de overheid het grootste probleem. ‘De overheid is niet bereid te zeggen hoelang een vergunningsaanvraag duurt. Dat is funest voor geldschieters, want die willen zo veel mogelijk zekerheid’, aldus Jensen. ‘Zelfs op een conceptvergunning moeten bedrijven soms jaren wachten, terwijl dat een puur administratieve kwestie is.’
Hoewel veel politici toegeven dat de overheid onderpresteert, zullen ze de regering niet snel onder druk zetten, lijkt het. Zo zegt Juno Berthelsen (42), een van de posterboys van afscheidingspartij Naleraq, dat het echte probleem de zelfbestuurwet van 2009 is. Die dicteert dat de helft van de jaarlijkse mijninkomsten, zodra die boven de 10 miljoen euro uitkomen, van de Deense begrotingssubsidie worden afgetrokken. Zo moet de subsidie op termijn verdwijnen. Maar Berthelsen ziet het als een blokkade. ‘Waarom zouden we de helft van de winst afdragen aan onze voormalige kolonisator die ons driehonderd jaar lang heeft uitgebuit? Dat slaat echt nergens op’, zegt Berthelsen in het houten parlementsgebouw in het historische centrum van Nuuk.
Juno Berthelsen
Hij gelooft dat Groenland ook zonder de mijninkomsten op eigen benen kan staan. Een van zijn ideeën is dat de Groenlanders de vis die ze verwerken direct exporteren naar bijvoorbeeld China, in plaats van die eerst naar Denemarken te brengen, waardoor de Denen een deel van de winst opslurpen. Ook met het inkrimpen van de relatief grote publieke sector is volgens hem een wereld te winnen. ‘Weet je, we zijn gewoon niet zo bezig met de mijnbouwsector’, zegt Bethelsen. ‘In Groenland zeggen we: die stenen gaan nergens naartoe. Ze blijven hier liggen, voor ons of onze kinderen.’
Jeroen Visser is correspondent Scandinavië en Finland voor de Volkskrant. Hij woont in Stockholm. Hiervoor was hij correspondent Zuidoost-Azië.
Arie Kievit is freelance fotojournalist. Naast zijn werk voor de Volkskrant werkt hij onder andere voor Cordaid en het Rode Kruis.
Onder de Zweedse stadje Kiruna ligt de grootste ijzerertsmijn ter wereld. En vlakbij ligt nóg een klomp zeldzame aardmetalen. Klein minpunt: de grond in het stadshart verzakt door al het delven. Dus Kiruna moet een stukje opschuiven. Kosten: 1,5 miljard euro.
De strijd voor onafhankelijkheid van het Frans overzees gebied Nieuw Caledonie is symbool geworden voor een golf van andere opstanden tegen kolonisatie. Hoe #FreeKanaky een serieuze bedreiging werd voor Europa’s belangen in de Stille Zuidzee.
De meeste Groenlanders zijn niet enthousiast over het plan van de Amerikaanse president Donald Trump om het land in te lijven. Toch hebben de uitspraken van Trump effect. ‘Het debat over onafhankelijkheid was nog nooit zo agressief als nu.’
Source: Volkskrant