Hoe staat het met het Afrikaanse wielrennen, wat zit een grote doorbraak nog in de weg? Een graadmeter voor de progressie is de Tour du Rwanda, in het land waar dit jaar het WK plaatsvindt. De Volkskrant trok een week mee met de karavaan.
Door Rob Gollin
Fotografie Klaas Jan van der Weij
Veertien vaalbeige Toyota-busjes van zekere leeftijd staan achter elkaar opgesteld op de KG 17 Avenue, pal aan het Amahoro Stadium in Kigali, het stadion van de vrede – in Rwanda zijn herinneringen aan de genocide van 1994 nooit ver weg. Het is de pas gerenoveerde thuishaven van het nationale voetbalteam Amavubi, ‘de wespen’ in het Kinyarwanda, de nationale taal. Er kunnen ruim 45 duizend toeschouwers in.
Maar vandaag draait het hier om wielrennen. De Tour du Rwanda staat op het punt van beginnen, met een proloog van 4,1 kilometer om de sporttempel. Uit de auto’s druppelt een bont gezelschap. Renners van de nationale teams van Rwanda, Eritrea, Ethiopië en Zuid-Afrika, jonge talenten van de Europese opleidingsploegen Lotto en Picnic PostNL, onder wie de 19-jarige Mees Vlot uit Gouda. Opleidingsploeg Gen Z van UAE Team Emirates. Twee continentale teams uit eigen land (Java-Inovotec en May Stars).
Uit de eredivisie van het wielrennen, de World Tour, hebben Israel-Premier Tech en TotalEnergies een afvaardiging gestuurd. Grote namen ontbreken.
Mees Vlot (rechts) van Team Picnic PostNL is de enige Nederlandse renner in deze Tour du Rwanda.
De Fransman David Louvet is sinds twee jaar de coach van Team Rwanda, de hoop en trots van de natie. Hij wijst op de paarsblauwe Cannondales van zijn renners. ‘We hebben geluk gehad, anders hadden ze hier nog op vier of vijf jaar oude fietsen moeten rijden.’ Hij pikte de partij nog vorige maand op bij de montagehal in Nederland, hij is er speciaal voor vanuit Normandië naar Almelo gereden. ‘Prima fiets, twaalf versnellingen, elektronische schakeling.’
Het komt in dit circuit vaker aan op het laatste moment. De Brit Jeremy Ford, voormalig marketingdirecteur van een wereldwijd opererend advocatenbureau, kan erover meepraten. Hij is nu een drijvende kracht achter Team Africa Rising, dat in twaalf landen met behulp van sponsoren het wielrennen ondersteunt.
Vlak voor zijn vertrek uit Londen kreeg hij van verschillende ploegen het verzoek om gelletjes, repen, poeders en reserveonderdelen mee te nemen. ‘Ik ben met 88 kilo in het vliegtuig gestapt. De maatschappij kneep een oogje toe, toen ik uitlegde waar het voor bedoeld was.’
De 4de etappe leidt van Rubavu naar Karongi en de 5de etappe van Rusizi naar Huye, door Nyungwe Forest.
Deze improviserende manier van werken neemt niet weg dat het Afrikaanse continent op de drempel staat van het mondiale wielrennen. Niet eerder stond de deur zo wijd open. De internationale wielerfederatie UCI wees het wereldkampioenschap toe aan Rwanda; eind september vindt het in en om de hoofdstad Kigali plaats.
Dat was een omstreden besluit: president Paul Kagame voert volgens mensenrechtenorganisaties een waar schrikbewind; hij zou de sport benutten om de ware aard van zijn regime te verhullen. Het ‘Visit Rwanda’, te zien op de shirts van Bayern München, Paris Saint-Germain en Arsenal, moet het land als toeristische trekpleister op de kaart zetten.
Het Africa Rising Cycling Center, vlak buiten Musanze.
Tot dusver trokken in het fietsen schaarse individuele prestaties van Afrikaanse renners de aandacht. Het begon met Daniel Teklehaimanot uit Eritrea, die zich in 2015 als eerste Afrikaan tijdens de Tour de France in de bolletjestrui hees. Zijn landgenoot Biniam Girmay zegevierde in 2022 in de klassieker Gent-Wevelgem en won een etappe in de Giro d’Italia. In de laatste Tour de France schreef hij drie etappes op zijn naam.
Girmay staat negende op de wereldranglijst. Dan is het lang zoeken naar de eerstvolgende Afrikaan. Henok Mulubrhan, ook uit Eritrea en rijdend voor Astana, staat 134ste. Hij was winnaar van de Tour du Rwanda in 2023 en aast ook nu weer op de eindzege.
Bananen voor de renners bij de start van de 1e etappe van de Tour du Rwanda.
Er gloort enige progressie in de breedte. Dit jaar kregen 93 Afrikaanse mannen en 19 Afrikaanse vrouwen een profcontract – een record, met de aantekening dat ze vooral in de lagere klassen koersen. Op de site van Team Africa Rising brengt Adrien Niyonshuti, voor Rwanda in 2012 olympiër op de mountainbike en tegenwoordig coach van het wielerteam van Benin, in herinnering dat toen hij in 2009 zijn eerste races als prof reed, hij vrijwel altijd de enige zwarte renner was. ‘Wat we nu zien, is nog nooit vertoond, en het zal een vervolg krijgen’.
Is er inderdaad meer potentieel? Hoe hoog is het niveau? Wat zijn de obstakels voor een mondiale doorbraak? Een graadmeter voor de progressie van het Afrikaanse wielrennen is de Tour du Rwanda, een van de belangrijkste koersen van het continent.
De wedstrijd waaiert na de proloog in Kigali gedurende een week uit over het land, over brede wegen met nagenoeg rimpelloos asfalt, slingerend tussen duizend heuvels met theeplantages en akkers met maïs en zoete aardappelen aan de voet en op de flanken. Dit is het Pays des mille collines, het land van de duizend heuvels; daar komen de renners van buiten Rwanda snel achter.
Team Eritrea en Team Rwanda.
Ze stijgen tot voorbij de 2.000 meter. In het noorden komen ze in de buurt van het vulkanische Virunga-gebergte, waar zich berggorilla’s schuilhouden. Ze kruisen in het zuiden Nyungwe Forest, een regenwoud met chimpansees en zwart-witte colobusapen, meer dan driehonderd vogelsoorten en een veelvoud aan floravarianten. De valleien in het bos lijken gevuld met reusachtige stronken broccoli. Ritten langs het mild glanzende Kivumeer krijgen onvoorzien een nare smaak: aan de overkant, in Congo, strijden de rebellen van M23 tegen restanten van Congolese strijdkrachten.
Onderweg en aan de start en de finish staat het publiek vaak rijen dik langs de weg in de dorpen of in het gelid op steile rotswanden. Schoolkinderen in kleurige uniformpjes juichen de renners toe, zeker degenen die de naam van het land op het shirt dragen. Of ze echte idolen hebben is de vraag: de passage van het peloton is vooral een welkome onderbreking van een vaak schraal bestaan; de helft van de bevolking leeft onder de armoedegrens.
Veel Rwandezen fietsen zelf ook beroepshalve, maar niet als renner. Buiten de hoofdstad Kigali, waar vooral motortaxi’s rijden, zijn ze te zien op loodzware, oude gevaartes, veelal afkomstig uit China en India. Eastman is een populair merk. De framebuizen gaan niet zelden schuil onder stof en roest. De fietsers torsen torenhoog opgestapelde vracht: bananen, koffie, houtskool, melkbussen, plastic tuinstoelen, panelen, een hek, soms zelfs een enorme deur.
Mike Uwiduhaye uit Rwanda rijdt voor het eerst de ronde. Hij was vorig jaar nog vrachtfietser.
Sommigen nemen passagiers mee op een zitkussentje. Het gezamenlijke gewicht – fietser, rijwiel, vracht – moet naar schatting de 150 kilo geregeld ruim voorbij gaan. Verbijsterend is dat er maar één versnelling beschikbaar is. Als het bergop gaat, moeten de meesten al snel afstappen. Ze slaan een arm om de lading, met de schouder bewaren ze de balans en dan beginnen ze, diep voorovergebogen, ploeterend aan de weg omhoog.
Heuvelaf tonen ze zich onverschrokken. Renners die voorafgaand aan de Tour aan het trainen waren geweest, meldden dat ze in volle afdaling boven de 70 kilometer per uur reden en soms toch door een grijnzende vrachtrijder op een Eastman voorbij werden gestoken, een zwiepende, hoge bult op de bagagedrager.
Team Rwanda voor de start van de proloog.
De ouderwetse handremmen, bediend met lange, glimmende staven, volstaan vaak niet. Uit voorzorg hebben sommige fietsers het rubber van versleten autobanden onder hun schoenen geplakt, waarmee ze over het asfalt slepen. Anderen denken het zelfs op slippers wel te redden. Crocs zijn ook gesignaleerd.
Het grote contingent vrachtrijders vormt een kweekvijver van talent. In Team Rwanda rijdt Mike Uwiduhaye (27) voor het eerst de ronde. Hij vervoerde tot vorig jaar nog van alles achterop. Nu, in de eerste etappe, draagt hij de leiderstrui in het klassement van de tussensprints. ‘Ik doe mijn best’, zegt hij. ‘Het is niet makkelijk. Met talent alleen kom je er niet. Je moet hard werken, veel discipline hebben.’
In lokale wedstrijden reed Uwiduhaye zich in de kijker. De ploeg gaf hem een kans. Hij nam deel aan races in Ethiopië, Ivoorkust en Kameroen. In een koers in Algerije was hij de beste klimmer. Hij heeft een droom: ‘Ja, kampioen worden in de Tour du Rwanda.’
Coach Louvet: ‘Je herkent het verleden nog vaak aan hun houding. Als we met z’n allen naast elkaar in de gym zitten, zie je aan een rechte rug dat iemand zo’n vrachtrijder is geweest.’
Vlak buiten Musanze, de uitvalsbasis voor een bezoek aan de berggorilla’s, ligt het Africa Rising Cycling Center. Jonathan (‘Jock’) Boyer, de eerste Amerikaan die aan de Tour de France deelnam, nam hier wielrenners uit Rwanda onder zijn hoede. Hij was in de VS veroordeeld tot 20 jaar cel wegens seksueel misbruik van een minderjarig meisje, maar kwam vervroegd vrij.
In 2017 droeg Boyer het complex over aan de autoriteiten. Renners verblijven er in bungalows, decennia geleden neergezet voor Duitse wegenbouwers, te midden van uitbundige tropische vegetatie. Wielertoeristen zijn er intussen ook welkom.
Coördinator Blaise Jabo neemt het bezoek eerst mee terug naar de weg. Daar staat sinds twee dagen een bord: de UCI heeft het complex officieel het predicaat ‘World Cycling Center-satelliet’ toegekend. De federatie stelt mankracht en materiaal beschikbaar voor talenten uit landen met een minder ontwikkelde wielertraditie. Het is een welkome bijdrage: de werkplaats kampt met een gebrek aan onderdelen, kennis over moderne trainingsmethoden en voedingspreparaten loopt ver achter.
Groot enthousiasme als er een Rwandese renner voorbijkomt in Rubavu.
Volgens Jabo wordt er nog altijd gespeurd in kringen van de fietsende vrachtrijders. ‘We organiseren in de provincies races met honderden deelnemers. Ze mogen maar op één versnelling rijden. Daar pikken we er tien of twintig uit. Enkelingen redden het en komen dan terecht in Team Rwanda of een continentaal team.’
De methode wordt binnenkort aangepast: volgens de nieuwe minister van Sport, Nelly Mukazayire, moet de zoektocht vooral op scholen plaatsvinden. Zonder enige vorm van onderwijs krijg je het moeilijk in de topsport, meent ze.
Gasore Hategeka (38) schuift in het restaurant met lopend buffet – rijst, aardappelen, vis en kip – aan tafel. Hij is de trainer van May Stars, in de ronde aanwezig met twee Rwandezen, een Griek, een Spanjaard en een Italiaan. Ze overnachten hier na de tweede etappe. Voor hem is dit bekend terrein; Jonathan Boyer nam hem in 2009 als renner op in het team.
Tour du Rwanda, de 6e etappe van Nyanza naar Kigali.
‘Jock zei: vanaf nu ben je mijn zoon.’ Dat raakte hem diep: Hategeka verloor als kind al vroeg zijn vader en moeder, hij werd opgevoed door zijn oudere broer en zus. ‘Het was niet makkelijk. Ik sliep vaak buitenshuis, ik ging niet naar school.’
Ook hij trapte eerst op een zwaar rijwiel met uitpuilende zakken achterop. ‘Het was gevaarlijk. Soms deden mijn remmen het niet meer en zette ik mijn voet op het voorwiel om nog te kunnen vertragen. Ik ben geregeld gevallen. Ik schoof een keer voorover over het wegdek. Mijn tanden kwamen los te zitten. Ik heb drie weken alleen avocado kunnen eten.’
De racefiets veranderde zijn leven. Hategeka koerste in Burkina Faso, Marokko, de VS, Mozambique, Frankrijk. Hij trainde in Zwitserland. Twee keer was hij nationaal kampioen, tien keer nam hij deel aan de Ronde van Rwanda. In 2022 stopte hij, nadat hij covid had gekregen.
Tour du Rwanda, de 4e etappe van Rubavu naar Karongi.
Hij heeft nu een fietsacademie: Kangaroos Cycling Academy. Hij is intussen vader van drie zonen, ze fietsen ook en staan deze dagen in wielershirts op hem te wachten als hij in de volgwagen voorbij komt. ‘Ik ben zo trots’, zegt hij.
De karavaan trekt verder, naar Rubavu, Karongi en Huye. Huldigingen nemen veel tijd in beslag. De gele trui, de beste klimmer, de beste sprinter, de beste jongere: het zijn vertrouwde elementen. Maar hier komen ook nog de best geklasseerde Afrikaanse ploeg en renner bij, en de beste jonge Afrikaan. Zelfs bij de proloog werden prijzen uitgedeeld voor de beste klimmer (hoogteverschil 35 meter) en, wat raadselachtig, de winnaar van een tussensprint.
Zeker in het begin domineren de Europeanen. Renners van Lotto en TotalEnergies verdelen samen met Israel Premier Tech de meeste ereplaatsen. Het weerwerk van Afrikaanse bodem komt zoals verwacht vooral van Henok Mulubrhan. Hij heeft al ervaring opgedaan in de Giro d’Italia, de Ronde van Lombardije, de Ronde van Romandië en voor zijn land op de WK’s van Glasgow en Zürich.
Mulubrhan wint de eerste etappe in een sprint, zijn landgenoot Nahom Zeray de zesde. ‘Ik ben er klaar voor om net als in 2023 het geel te pakken.’ Astana was meteen bereid hem af te staan aan het nationale team van Eritrea. ‘Na ons eerste trainingskamp was de keuze gemaakt. Het is voor mij een eer om voor het land te fietsen, dat weten ze. Dit maakt me gelukkig.’
Publiek bij de 3de etappe, van Muzanse naar Rubavu.
Europeanen tonen zich geregeld verrast door het koersen van de Afrikanen. Alejandro Gainza, de Spanjaard van May Stars, stelt vast dat samenwerken in een kopgroep allerminst vanzelfsprekend is. ‘Ik heb meegemaakt dat ze mij en elkaar maar bleven aanvallen, zelfs hun teamgenoten. Dan raak je heel snel door je krachten heen.’
Ploeggenoot Nikolaos Zegklis uit Griekenland heeft dezelfde ervaring. ‘We zaten in een ontsnapping, maar het was allang duidelijk dat die kansloos was. Maar een Afrikaan bleef maar vol gas geven. Het had geen enkele zin.’
Hij staat soms doodsangsten uit. ‘Sommigen hebben echt geen controle over hun fiets. Het gaat soms alle kanten op. Je schrikt hoe bruusk ze een bocht insturen.’
Een fietsenmaker tussen Muzanse en Rubavu.
Gouwenaar Vlot voelt zich toch behoorlijk veilig. ‘Alleen was het wel raar toen we in één lijn reden en een Afrikaan er de hele tijd maar naast bleef fietsen.’ Hij geniet vooral: van de natuur, van het publiek. ‘Het is geweldig om hier te rijden.’
De Fransman Fabien Doubey van TotalEnergies verklaart van die onvoorspelbaarheid te houden. ‘In Europa wordt heel stereotiep gekoerst. Hier gaat het meer op gevoel, ik kan daar erg van genieten.’
Volgens de sportief directeur van zijn team, oud-renner Benoît Genauzeau, zoekt TotalEnergies bewust Afrikaanse wedstrijden op om renners kennis te laten maken met koersen buiten het gebaande pad. ‘Het peloton bestaat hier maar uit zeventig man. Dat betekent dat je moet leren andere keuzen te maken dan je gewend bent.’
Unisono klinkt er ook bewondering voor de Afrikaanse renners. Het zijn sterke, veelal op zware fietsen geharde en gemotiveerde atleten, met een lichaamsgewicht tussen de 55 en 60 kilo. Louvet van Team Rwanda: ‘Mijn grootste opgave is ze bij te brengen dat ze deel uitmaken van een team. Dat het aangeven van een bidon of het uit de wind houden van je kopman deel kan uitmaken van je takenpakket.’
Wat staat volgens hem een grotere doorbraak in de weg? Louvet: ‘Gebrek aan competitie. Deze jongens zouden veel meer wedstrijden moeten rijden, zeker in Europa. Daar zijn de pelotons groter, de afstanden langer, er wordt harder gereden. Pas daar leer je het vak.’
Maar het is niet eenvoudig om als Afrikaan een plek te verwerven in ploegen met Europese renners die al volop ervaring hebben in grotere koersen op eigen terrein. Het is maar een enkeling die een uitnodiging krijgt. De ploegleider van Israel-Premier Tech, de Spanjaard Ruben Plaza, goed voor ritzeges in de Tour de France en de Vuelta, stelt vast dat het gat tussen de Europese en Afrikaanse renners groot is.
‘Het potentieel is zeker aanwezig. Maar tactisch en technisch schieten de Afrikanen nog tekort. Dat geldt ook voor de uitrusting. Ik zie het hier in de afdalingen, dan zijn ze echt aan het worstelen. Alles aan hun fiets is gewoon minder: de remmen, de wielen, het frame.’
Het gebrek aan financiën fnuikt de mogelijkheden. Jeremy Ford van Team Africa Rising: ‘Fietsen is helaas een dure sport. In het voetbal kun je met een lekke bal van 1 dollar al spelen. Voor een goede fiets met kleding, schoenen en helm ben je algauw 10 duizend dollar kwijt. Het is voor de renners zelf onbetaalbaar. Je moet maar hopen op steun van een wielerfederatie of een sponsor. Maar goede structuren zijn er eigenlijk niet.’
Een renner uit Ethiopië koelt af na de 4de etappe van Rubavu naar Karongi.
Hij vreest dat de achterstand de komende jaren verder zal oplopen. ‘Het is doodjammer: net nu ze beginnen aan te sluiten, maakt het wielrennen op het hoogste niveau een enorme ontwikkeling door, met andere trainingsmethoden, hightech meetapparatuur, analyses van data. Dat is hiervandaan niet bij te benen.’
Bestelde materialen liggen soms meer dan anderhalf jaar bij de douane. Zelf weet Ford niet van opgeven – hij gaf zijn goed betaalde baan ervoor op. ‘Ik wil een verschil maken. Toprenners kunnen hier met prijzengeld hun hele familie of zelfs hele dorpen voor langere tijd voeden.’
Als het circus terugkeert in Kigali, eindigt de Tour du Rwanda in een kater. Mulubrhan, tweede in het klassement, hoopte zijn achterstand van 6 seconden op geletruidrager Doubey nog te kunnen goedmaken. Maar dan barst er een regenbui los, dreigt er vervolgens onweer en wordt op initiatief van de Fransman, naar eigen zeggen op verzoek van veel rijders, en tot ontzetting van de wedstrijdleiding de etappe voortijdig gestaakt.
200 meter voor de finish van de 3e etappe.
De beste Rwandees is Vainqueur Masengesho, hij wordt zevende. Na een glorietijd, waarin van 2014 tot en met 2018 louter Rwandezen de ronde wonnen, lijken de hoogtijdagen van nationale helden voorbij. Voelt coach Louvet druk vanuit de federatie, of zelfs hoger? ‘Nee. Soms zeggen ze dat ze hopen op een podiumplek op het WK. Dan vertel ik ze meteen dat dit niet gaat gebeuren. Uitrijden zal al een hele prestatie zijn.’
In het restaurant van het Africa Rising Center in Musanze laat coach Gasore Hategeka van May Stars twee foto’s zien. Op de een komt tweevoudig wereldkampioen Tadej Pogacar maar weer eens zegevierend over de finish. De ander toont zijn oudste zoon Uriho Kirinton; die maakt alvast precies hetzelfde gebaar. Zijn vader lacht verontschuldigend. Hij weet als geen ander dat je ergens moet beginnen.
Het had een groot volksfeest moeten worden op de Muur van Kigali, als voorproefje van het WK wielrennen in september. Maar het ging niet door: renners in de Tour du Rwanda knepen onverwachts in de remmen.
Terwijl de door Rwanda gesteunde rebellen van M23 een oorlog uitvechten in Congo, is net over de grens de Tour du Rwanda in volle gang. Wielerverslaggever Rob Gollin is bij deze ‘generale repetitie’ voor het WK wielrennen in september.
Source: Volkskrant