is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Zijne excellentie uit Amerika besloot de beschermde status van de Rice-walvis op te heffen – en hij had al slechte kaarten.
Hardnekkig heb ik getracht Donald Trump buiten dit hoekje van de krant te houden. Mislukt: het beest heeft z’n wolvenkop nu ook al in dit domein opgestoken, de exoot werd snel invasief en overwoekert het nieuwslandschap nu zozeer dat argeloze rustzoekers het er benauwd van krijgen. Daar kunnen we onze ogen hier moeilijk voor sluiten.
Wat is er aan de hand?
Zijne excellentie besloot vorige week de beschermde status van de Rice-walvis (Balaenoptera ricei) op te heffen. Die leeft in de Golf van Mexico – óók al opgeheven. De walvis was nog maar net ontdekt: tot 2020 werd hij voor een andere soort gehouden, de vaker voorkomende Brydes-walvis (Balaenoptera brydei). Zo divers is biodiversiteit dus, dat die ons na honderden eeuwen nog kan verrassen.
De ‘nieuwe’ walvis werd direct op de Rode Lijst van bedreigde dieren geplaatst, waardoor tankers en vrachtschepen in zijn leefgebied niet sneller mogen varen dan 10 knopen, 18 kilometer per uur. Dat belemmert de olie- en gasindustrie maar, en dus zette olieboer Trump zonder pardon een streep door de beschermde status.
In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.
Trump had al slechte kaarten. Begin dit jaar begon hij op een persconferentie over aangespoelde dode walvissen aan de kust van Massachusetts. Dat was de schuld van windmolenparken daar. Windmolens ‘die niemand wilde en die gevaarlijk zijn’, brieste de dolle stier over de rode lap.
Mr. President had alleen maar even te rade hoeven gaan bij een van zijn geliefde techmiljardairs, Sundar Pichai, baas van Google. Die lakei had hem op een gouden dienblad wat webpagina’s kunnen aanreiken vol verse feiten. Die zijn dat veel walvissen (en dolfijnen) aan hun einde komen door overbevissing of een botsing/aanvaring met een schip of jetski. Volgens onderzoek gaat het om jaarlijks meer dan driehonderdduizend walvissen en dolfijnen. ‘Dit kan een verwoestend langetermijneffect hebben op het behoud van de populaties die al bedreigd zijn, in sommige gevallen zelfs ernstig’, zegt de Internationale Walvis Commissie (IWC).
Alles wat overwaait uit de VS, komt hier een jaartje of tien later, luidt een oud cliché. Dat is niet meer zo. Vorige week al ging hier Nieuws van de Dag, het nieuw-rechtse vehikel van SBS6 en De Telegraaf, op dezelfde Trumptoer. Een heel panel, onder wie de onvermijdelijke BBB-vrouw Caroline van der Plas, mocht uitvaren tegen windmolens. Volgens een visser (‘Ik heb niets tegen windmolens, maar ze zijn alleen goed wanneer ze stilstaan’) leidt het heien voor de aanleg tot doofheid en dood van veel vissen. Het werd van harte onderschreven door de hulptroepen in de studio. Het is ook niet onwaar.
Maar toch biedt Trumps ‘eigen’ Google nog een andere waarheid. De webpagina van het onverdachte (zee-)onderzoeksinstituut Nioz meldt dat windmolens juist leiden tot meer vis daar. Achter een windturbine ligt de stroming iets hoger, waardoor kleine algen er meer bezinken. Algeneters als mosselen en kleine kreeftachtigen profiteren daarvan. Citaat: ‘Zij concentreren het organisch materiaal in hun uitwerpselen en daardoor bezinken ook de zwaardere deeltjes gemakkelijker bij de turbines. Dat trekt vervolgens vissen aan. We verwachten dus rondom een windmolen een hotspot van leven.’
Het SBS-panel verzweeg dat. In de Trumpstorm hebben rechtse ontkenners immers de wind mee. Geen erg duurzame energiebron: experts wijzen erop dat wind meestal draait. Soms binnen vier jaar al.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns