Als een van de eerste Nederlanders belandde Jos Pielage uit Middelburg met covid op de intensive care. Een zwart gat, een week weggegumd uit zijn leven. ‘Ik ben wel eens uitgevallen tegen een coronacriticus: ik had graag met je willen ruilen.’
Door Maarten Keulemans
Vijf jaar nadat het coronavirus de wereld in een wurggreep nam, zoekt de Volkskrant Nederlanders op die hard werden getroffen door het virus of de maatregelen. Van de ic-arts tot de schoolrector, van de ondernemer tot de coronademonstrant. Hoe kijken ze terug? Wat had er met de kennis van nu anders gekund?
‘In het begin, de eerste maanden nadat ik bijkwam, had ik heel weinig vertrouwen in mijn lijf’, vertelt Jos Pielage (73). ‘De eerste twee dagen lig je op de ic. Allemaal slangen. Dan mag je daar vanaf, en ben je ontzettend blij. Maar al binnen een uur word je doodongerust. Wie houdt me nu nog in de gaten? Dan realiseer je je hoe kwetsbaar je bent. En de eerste nacht weer thuis? Je wordt doodzenuwachtig. Omdat je denkt: nu is er helemaal niemand meer die op me let.’
De gepensioneerde bedrijfsadviseur uit Middelburg vertelt erover in de je-vorm, alsof hij een beetje afstand wil houden. Tenslotte heeft hij er ook niet om gevraagd, dat hij een van de allereerste coronapatiënten zou zijn die in Nederland aan de beademing kwam te liggen, in een kunstmatige coma gebracht op de intensive care (ic) van het Admiraal De Ruyter Ziekenhuis in Goes.
Pielage was een van de onfortuinlijke toeristen die op wintersport in Italië het virus opliep. Terug in Nederland kreeg hij hoge koorts. Waarna hij, na vier dagen in het ziekenhuis, met grote spoed naar de ic werd gereden. Het zuurstofgehalte in zijn bloed was gekelderd, de artsen geloofden hun ogen niet. Snél.
‘Het ging heel rap’, weet hij nog. ‘De internist die toevallig naar mij keek, had geen uur later moeten komen. Ze zat aan de rand van mijn bed en zei: dit gaat helemaal verkeerd met u. Vijf minuten later lag ik in coma.’
Van de acht dagen die volgden, herinnert hij zich niets. Een zwart gat, een week weggegumd uit zijn leven. Pas daarna kwam zijn herinnering weer op gang, met horten en stoten. Slangen in zijn keel. Pijn. De sportieve zestiger kon zich nauwelijks nog bewegen. Pielage had een klapvoet, een slepende voet, zou hij later ontdekken, vanwege een zenuw die tijdens zijn coma bekneld was geraakt.
Patiënten op de IC
Oktober 2020: na relatief rustige ‘anderhalvemeter zomer’ volgt tweede golf en hernieuwde gedeeltelijke lockdown.
Maar het was de wereld daarbuiten die nog het meeste was veranderd. ‘Ik ging het ziekenhuis in met het beeld: gelukkig is het allemaal ver weg. En toen ik wakker werd, was het overal uitgebroken. Een van de eerste beelden die ik vanuit mijn ziekenhuisbed op televisie zag, was het centrum van New York, helemaal op slot. Alle winkels dicht. Heel Manhattan leeg. Nederland in lockdown. Een schokkend besef’, vertelt hij.
In het begin, na zijn ontslag, sloot hij zich nog aan bij diverse patiëntenpraatgroepen. ‘Maar van nature ben ik daar niet zo van’, zegt hij. Liever zat hij in Zeeland aan het strand, op een bankje. ‘Het was die lente prachtig weer’, herinnert hij zich. Zo krabbelde hij langzaam weer op. In juni voor het eerst weer een beetje fietsen. In juli wat hardlopen. Een jaar later nog een experimentele behandeling, omdat hij voelde dat zijn energie maar niet goed terugkwam.
Hij heeft geluk gehad, beseft hij. De meeste patiënten die van de ic afkomen, zijn er slechter aan toe. Áls ze het al overleven. Van de allereerste golf ic-patiënten overleed een aanzienlijk deel, omdat artsen nog niet wisten welke middelen ze moesten inzetten, zoals ontstekingsremmer dexamethason. ‘Aan alles zag je dat men hierdoor werd overvallen’, herinnert hij zich. ‘Toen ik in het ziekenhuis kwam, was er geen enkele voorziening. Twee weken later waren er allerlei noodmaatregelen getroffen.’
De kritiek dat patiënten intussen lagen te verkommeren, helemaal in hun eentje in isolement, in misschien wel hun laatste momenten, dat snapt en deelt hij. ‘Ook mijn geliefden zijn niet één keer langs geweest, dat mocht gewoon niet. Terwijl het verplegend personeel dat me kwam helpen helemaal ingepakt zat. Ik denk dan: waarom zou je niet die paar echt belangrijke mensen, je levenspartner en je kinderen, het op een paar momenten gunnen om net zo ingepakt te worden en langs te komen?’
Inmiddels is de storm geluwd. Voor de meeste mensen is de coronacrisis een merkwaardige herinnering geworden, iets van vroeger. Zo nu en dan komt hij wel mensen tegen, vertelt Pielage, die wat er is gebeurd wegwuiven. ‘Die zeggen dan: voor die paar coronapatiënten die het heel erg hebben gehad, hebben we heel Nederland op slot moeten doen. Ik heb iemand die zoiets tegen me zei wel eens toegeblaft: ‘Nou, ik had graag met je willen ruilen. Je hebt geen idee wat je zegt. Jíj hebt niet in het ziekenhuis gelegen.’’
Hij beeldbelt vanuit de Algarve, gezond en levenslustig, terwijl achter hem de zon lichtstrepen trekt op de witte muur van zijn vakantieverblijf. Pielage vertelt hoe hij, maanden na zijn ontslag uit het Admiraal De Ruyter, zichzelf nog af en toe terugvond op de parkeerplaats van het ziekenhuis. Gewoon, om een rondje om het gebouw te lopen.
Onder het raam waarachter hij destijds in coma lag, keek hij dan even omhoog. ‘Een soort afscheid’, zegt hij. ‘Het is nu meer weggesleten. Maar wat ik daar heb beleefd, heeft twee jaar lang toch wel heel veel voor me betekend.’
Source: Volkskrant