De coronacrisis heeft concurrerende ziekenhuizen ertoe gedwongen om meer samen te werken dan vóór die tijd. Dat heeft het zorglandschap blijvend veranderd, waar de patiënt van profiteert.
Een ander ziekenhuis vertellen hoeveel bedden op de intensive care (ic) er nog vrij zijn? Geen ziekenhuis dat daaraan denkt. Een patiënt naar een buurziekenhuis sturen, omdat daar een gespecialiseerde arts zit? Ziekenhuizen doen het liever niet, want dan lopen ze geld mis.
Het is hoe ons zorgsysteem in elkaar steekt. Ziekenhuizen moeten hun eigen broek ophouden en door marktwerking zijn ze op zoek naar de beste kwaliteit voor de laagst mogelijke prijs. Daarmee zijn ziekenhuizen elkaars concurrenten. Maar de coronacrisis heeft ervoor gezorgd dat ziekenhuizen elkaar steeds meer helpen.
Toen ambulances met coronapatiënten vijf jaar geleden in de rij stonden voor ziekenhuizen, móésten ziekenhuizen elkaar wel helpen. Het begon in het zuiden, waar het coronavirus als eerste flink rondwaarde. Bart Berden, bestuursvoorzitter van het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg, hield in eerste instantie elke dag op een kladblokje bij hoeveel capaciteit ziekenhuizen in de regio hadden.
Dat werd al heel snel geautomatiseerd en later landelijk bijgehouden door het snel opgezette Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding (LCPS). "Vanaf het begin hebben alle collega's gezegd: wij doen mee", blikt toenmalig Erasmus MC-bestuursvoorzitter Ernst Kuipers terug. "Iedereen begreep donders goed dat het een crisis was en dat de problemen in Brabant en Limburg enorm waren."
Wel vergde het delen van capaciteitsgegevens wat uitleg aan ziekenhuizen. "Hoe kan jij opeens bij mij zien dat ik nog bedden heb?", was een reactie die Kuipers kreeg, vertelt hij. Maar volgens de oud-minister was het een kwestie van elkaar vertrouwen. "Vandaag ben jij aan de beurt, maar morgen ligt het probleem bij mij."
Het is overigens niet zo dat ziekenhuizen vóór de coronacrisis helemaal geen hulp zochten bij elkaar. Er was al het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ), waarin werd samengewerkt op het gebied van acute zorg. Heel voorzichtig werd er al naar gekeken naar extra samenwerking. "Maar de coronacrisis heeft dat proces versneld", zegt LNAZ-voorzitter Ina Kuper.
Ook huisartsen en verpleeghuizen kwamen in dat samenwerkingsnetwerk, zegt Kuipers. "En dat is niet meer weggegaan." Ondanks die betere samenwerking is de zorg niet klaar voor een nieuwe pandemie, vertelden meerdere experts pas tegen NU.nl. Daarover lees je meer in onderstaand stuk.
Alle zorgorganisaties zoeken elkaar steeds meer op, ook al moeten ze nog steeds zwarte cijfers schrijven en zijn ze dus concurrenten van elkaar. "Dokters werken in meerdere ziekenhuizen en er wordt meer overlegd over hoe iets wordt aangepakt. Cijfers over beschikbare capaciteit in de acute zorg worden structureel gedeeld, bijvoorbeeld als het gaat om verloskundezorg", vertelt Kuper.
Ate van der Zee, bestuursvoorzitter van het UMCG in Groningen, voegt daaraan toe dat huisartsen nu ook vaak online kunnen zien hoe druk het op een spoedeisende hulp is. Daardoor kunnen ze makkelijker bepalen naar welk ziekenhuis ze een patiënt sturen.
Van der Zee denkt dat de samenwerking tussen ziekenhuizen onderling en met andere zorgorganisaties de komende jaren alleen maar intensiever wordt. "Er staat ons een grote opgave te wachten. Personeel is een limiterende factor. Dat vraagt om veel meer urgentie om de capaciteit optimaal te benutten."
Dat doet het UMCG nu al door bijvoorbeeld artsen van de spoedeisende hulp ook in te zetten op de spoedeisende hulp van het Ommelander Ziekenhuis Groningen (OZG) in Scheemda. Volgens Van der Zee vindt het personeel dat leuk, omdat er een ander soort patiënten in het OZG komt dan in het grotere UMCG. "We doen er alles aan om het voor personeel aantrekkelijker te maken."
Kuipers denkt dat patiënten daar op den duur ook steeds meer van merken. "Ook voor niet-acute zorg, zoals oncologische zorg. Je zult sneller de boodschap krijgen: ik heb uw foto even naar die arts in de regio gestuurd of ik heb overlegd met het regionale panel. Dat is een lang traject, maar voor de patiënt is het uiteindelijk alleen maar beter."
Source: Nu.nl algemeen