Het overgrote deel van de patiënten in het veldhospitaal in Pokrovsk is slachtoffer van een droneaanval.
De traditionele houwitsers en tanks leggen het af tegen deze nieuwe generatie wapens.
Maar met deze uiterst effectieve en goedkope drones alleen kan Oekraïne de oorlog niet winnen.
Door Tom Vennink
Fotografie Daniel Rosenthal
Het vuurgevecht woedt nu al de hele nacht en weer komt er een bevel binnen om te schieten. Vier mannen rennen uit een hol onder een bomenrij. Terwijl ze langwerpige granaten in een Sovjet-houwitser duwen, prevelt de schutter zachtjes tegen het gietijzeren kanon van een halve eeuw oud. ‘Hou vol, schatje. Hou vol.’
‘Vuur’, buldert de commandant. De vier Oekraïners sprinten weg van het kanon, drukken hun handpalmen tegen hun oren en openen hun mond om te voorkomen dat hun trommelvliezen scheuren.
Roman, een 30-jarige soldaat in het Da Vinci Wolven-bataljon, vuurt een artilleriegranaat af met een houwitser uit de Sovjet-Unie. Aan het front rondom Pokrovsk is al maanden een Russische stormloop aan de gang.
De schutter trekt aan de hendel. Twee barstende knallen golven door de rij kale bomen. Het dikke pak sneeuw veert van de grond en dwarrelt in vlokjes weer neer.
De bevelhebber schreeuwt ‘zoek dekking’ en hijgend keren de mannen terug in hun hol onder een dak van boomstammen en aangestampte aarde. Roman, de 30-jarige schutter, pakt een fles water om stukjes kruit uit zijn mond en keel te spoelen. ‘We hebben de klootzakken weer even gekalmeerd’, zegt hij kuchend.
Maar hij weet dat de Russische infanteriesoldaten het zo weer gaan proberen. Hier aan het front rondom Pokrovsk, een stad in de Donbas, is al maanden een onafgebroken Russische stormloop aan de gang.
Tienduizenden Oekraïense militairen zijn naar dorpjes en bomenrijen rondom de stad gestuurd om de Russen tegen te houden. Zo ook het bataljon van Roman, de ‘Da Vinci Wolven’. Het bataljon van honderden militairen is vernoemd naar de roepnaam van de gesneuvelde bataljonscommandant en is gehard in de zwaarste slagen van de oorlog.
Na maanden van gestage terugtrekkingen zijn ze erin geslaagd om de Russische opmars te stoppen. Ze hebben zo veel pantservoertuigen vernietigd dat de Russen nu te voet het slagveld overrennen, zonder bescherming.
Ze hadden de Russen veel eerder kunnen keren als ze een Amerikaans kanon hadden gehad in plaats van hun lompe D-30-houwitser, zegt Yanamoto, de roepnaam van de bevelhebber van de artillerie-eenheid. Yanamoto, vader van een 11-jarige zoon en tot de oorlog monteur in hoge telecommasten, trekt een blik energiedrank open om wakker te blijven in het vuurgevecht dat nu al twaalf uur duurt en zegt: ‘Hadden we maar een Amerikaanse M-119, die is zo precies als een sniper. Negen van de tien granaten zijn raak.’
Leden van de artillerie-eenheid van het Da Vinci Wolven-bataljon in hun schuilplaats aan het front rondom Pokrovsk. Van links naar rechts: Nike (39), Valentin (38, rokend), Roman (30) en Ivan (43).
‘Laat Darja het niet horen’, zegt Roman. Iedereen grinnikt. Roman geeft zijn wapens vrouwennamen en vindt dat je ze met liefde moet behandelen.
Maar van de mannen in het hol kent hij het belang van moderne wapens het best. In zijn elf jaar aan het front heeft hij op alle plekken op het slagveld gezeten. Hij zat ook tussen de militairen die hij nu met een Sovjet-kanon rugdekking moet geven tegen de aanstormende Russen: de infanteriesoldaten aan ‘de nullijn’, die de voorste loopgraven moeten handhaven, wat er ook gebeurt.
Roman weet wat de prijs is die de Oekraïense infanterie al heeft betaald voor tekorten aan snelle, precieze rugdekking. Van de voetsoldaten die een paar kilometer voor hem aan de nullijn zitten, kent hij er nog slechts een enkeling. ‘Er zit een nieuwe generatie’, zegt Roman. ‘Mijn generatie is dood.’ Voorzichtig tuurt hij door gaatjes in een camouflagenet dat over het hol is gespannen, naar de plek waar nu de grootste dreiging vandaan komt: de lucht.
De oorlog is aan het veranderen. Het slagveld wordt steeds gevaarlijker. Drones nemen een steeds dominantere rol in boven de kanonnen en andere conventionele wapens. Met camera’s zien observatiedrones iedere beweging langs het front. Detecteren ze een vijand, dan laten piloten er binnen een oogwenk een kamikazedrone vol explosieven op neerstorten. De drone is het dodelijkste wapen van de oorlog geworden.
Droneschool voor Oekraïense rekruten, waar ze alle aspecten van droneoorlogsvoering leren.
Terwijl Oekraïne worstelt om vervanging te vinden voor tienduizenden gesneuvelde militairen, verandert er nog iets: de Verenigde Staten, de belangrijkste bondgenoten van Oekraïne, trekken zich terug van het slagveld. Deze week legde president Donald Trump alle Amerikaanse militaire hulp aan Kyiv stil. De Oekraïners krijgen geen Amerikaanse wapens meer, geen munitie, geen inlichtingen. Is er nog wel hoop voor hun overlevingsstrijd?
Aan de Oekraïense frontlinies is het geloof in bondgenoten nooit diep geweest. Militairen hebben sinds het begin een gebrek aan toewijding ervaren van westerse landen. De wapensteun is altijd net genoeg geweest om in de strijd te blijven, nooit genoeg om te winnen. Westerse angst voor Russische repercussies vertraagde iedere beslissing over urgente wapenleveranties. De vertragingen zijn fataal geweest voor talloze Oekraïense militairen.
‘Buitenlanders hebben nooit geloofd dat wij deze oorlog aankunnen’, zegt Yanamoto (38), terwijl hij in het hol op zijn telefoon kijkt, wachtend op coördinaten voor een volgend doelwit. ‘Ze dachten dat we het drie dagen zouden volhouden.’
Yanamoto in de schuilplaats van het Da Vinci Wolven-bataljon.
‘Wij vertrouwen vooral op onszelf’, zegt Roman, die het kruit uit zijn keel heeft weggespoeld en weer vrij kan ademen. Hij is onderuitgezakt op een matras tegen een aarden wand die is behangen met vuilniszakken. Boven de grond vuurt een nabij gestationeerde houwitser nieuwe granaten af, maar niemand in de kuil besteedt aandacht aan de dreunen.
Bij Trumps aantreden hadden de mannen nog een sprankje hoop dat de nieuwe president werk zou maken van zijn motto ‘vrede door kracht’. Dat hij het niet-bezette deel van Oekraïne Navo-lid zou maken en dat er dan een staakt-het-vuren zou komen. Zelfs Roman, een beroepsmilitair die strijdmakkers voor zijn ogen heeft zien sterven, zou in dat geval overwegen om de wapens neer te leggen.
Maar nu vervloeken ze Trump met scheldwoorden die ze normaal gesproken alleen voor Russen reserveren. ‘We hebben een nieuwe alliantie nodig’, zegt Yanamoto. ‘Een enorme Europese alliantie. Met een sterke economie en veel wapens.’
De twee anderen in de kuil – Valentin (38) en een oud-lasser uit een vruchtensapfabriek met de roepnaam Nike (39) – luisteren zwijgend. Ze willen naar huis, naar hun familie. Maar ook zij beseffen dat dat er niet in zit met Trumps plannen: geen van hen is bereid om in te stemmen met de door Trump gesteunde Russische eisen, die neerkomen op Oekraïense capitulatie.
Aan het front rondom Pokrovsk laden artilleristen Valentin en Nike een houwitser uit de Sovjet-Unie.
Ze geloven nog steeds in hun kansen op het slagveld. Hun bataljon heeft het moeilijk, net als alle andere Oekraïense legereenheden langs het 1.000 kilometer lange front. Maar ze hebben het al lang moeilijk. De situatie is niet kritiek.
‘De klootzakken hebben het ook moeilijk’, zegt Roman, refererend aan de Russen.
Trumps hulpstop verandert voor de mannen weinig op korte termijn. Ze behoren tot de vele eenheden die nooit iets hebben gezien van Amerikaanse wapensteun. Hun vierkante schuilplaats van vier bij vier ligt vol met Oekraïense en Europese spullen die ze hebben gekregen of zelf hebben gekocht. Laarzen uit Turkije, een helm uit Denemarken, kogelvrije vesten uit Groot-Brittannië. De munitie voor hun meermaals gerepareerde Sovjet-kanon is geleverd door Oost-Europese landen. Alleen de satellietschotel voor Starlink-internet komt uit de VS. Die hebben ze niet gekregen, die hebben ze zelf betaald.
De gevolgen voor de lange termijn zijn onheilspellender. De Oekraïense luchtverdediging leunt op Amerikaanse Patriot-systemen. Veel aanvallen op Russische militaire doelwitten zijn alleen mogelijk met Amerikaanse inlichtingen, zoals satellietgegevens. De benodigde wapensystemen voor aanvallen over lange afstand komen uit de VS.
Ook Amerikaans: pantserwagens en tanks. Achter het front, onder de luttele beschutting van wat kale boomtakken, sleutelen zeven monteurs aan drie Abrams-tanks. Ze zijn beschadigd door inslagen van Russische drones.
De levering van 31 Abrams-tanks werd in 2023 gezien als een mijlpaal in de Amerikaanse steun aan Oekraïne. Twee jaar later heeft de toename van het aantal drones boven het slagveld de tanks minder effectief gemaakt bij de offensieve operaties waarvoor ze bedoeld zijn. Een Abrams-tank ter waarde van meer dan 10 miljoen euro legt het geregeld af tegen een drone van een paar 100 euro.
Oleksi, een jonge tankcommandant van de 47ste brigade, kijkt met een peuk toe bij de reparaties. Hij raakte vier keer de controle kwijt over een Abrams. Alle vier de keren kwam dat door de inslag van een Russische drone. Bij de laatste inslag, vorige maand, gaf Oleksi zijn drie bemanningsleden het bevel om te evacueren, vlak bij de nullijn. Ze renden over open velden, onder het gezoem van drones en het gefluit van overvliegende artilleriegranaten. Bij het bereiken van de Oekraïense loopgraven begon Oleksi te braken van angst. De herinneringen aan de vlucht achtervolgen hem. Sinds kort slikt hij antidepressiva.
Een tankbataljon van het Oekraïense leger repareert Amerikaanse tanks die zijn beschadigd bij gevechten in de Russische regio Koersk. Met behulp van een kraan wordt de motor opnieuw gemonteerd in de Soemy-regio.
Toch koesteren Oekraïense militairen hun Abrams-tanks. ‘In een Abrams overleef je altijd’, zegt Oleksi. De 29-jarige glasbewerker is in de stemming om terug te gaan, het slagveld op. ‘Ik wil aanvallen’, zegt hij. Zolang hij een Abrams-tank krijgt, tenminste, en geen Sovjet-tank. Hij vergelijkt het verschil tussen de tanks met het verschil tussen een westerse auto en een Sovjet-auto: in de ene overleef je een ongeluk, in de andere niet. ‘Ik wil niet in Sovjet-tanks zitten’, zegt Oleksi.
Dat is een probleem aan het worden. Nu moeten monteurs vaak al maanden wachten op reserveonderdelen uit de VS. Hetzelfde geldt voor onderdelen voor Bradley-pantservoertuigen, die het veiliger maken voor Oekraïense militairen om zich over het slagveld te verplaatsen. Onder Trump is het de vraag of er überhaupt nog onderdelen komen, laat staan vervangende voertuigen.
Oleksi vloekt op Trump, samen met de sergeant van het monteursteam, maar ze geven ook Europa ervan langs. De sergeant vertelt dat hij tijdens zijn opleiding in Polen in 2023 honderden moderne tanks geparkeerd zag staan. Oleksi heeft ze ook zien staan, hele rijen stilstaande tanks, op een trainingsbasis in Duitsland. Ze konden hun ogen bijna niet geloven. De tanks staan er nog steeds, bewegingloos. Maar inmiddels is er weinig dat Oleksi en de sergeant nog verbaast.
Van defaitisme door de Amerikaanse terugtrekking lijkt geen sprake onder Oekraïense frontmilitairen. Daarvoor hebben ze in elf jaar te veel tegenslagen overwonnen en te veel bereikt tegen het veel grotere Russische leger. Ze hebben de Russen verdreven bij Kyiv, uit de hele provincie Charkiv, uit de stad Cherson, van de Zwarte Zee, en ondanks genadeloze aanvallen hebben ze na ruim een half jaar nog altijd een deel van de Russische provincie Koersk onder controle.
De Oekraïners putten bovendien vertrouwen uit de nieuwe werkelijkheid aan het front. Ze zijn weliswaar afhankelijk van Amerikaanse makelij voor bescherming tegen drones, maar ze weten ook dat ze Amerika niet langer nodig hebben om aan de dodelijkste wapens in deze oorlog te komen. Die maken ze tegenwoordig zelf.
Een medewerker in de dronewerkplaats in Oost-Oekraïne.
In een oude eengezinswoning aan de rand van het slagveld bereidt de gevaarlijkste eenheid van het Da Vinci Wolven-bataljon zich voor op een nieuwe gevechtsmissie bij Pokrovsk. Op het bed van de gevluchte bewoners zit een jonge militair te overleggen met een programmeur die een kleine, zwarte drone met vier rotors aan een laptop heeft verbonden. Door de hele woning staan kartonnen dozen vol met de vederlichte helikopterdrones. In landen zonder oorlog staan ze bekend als speelgoed van hobbyfotografen en videomakers. In Oekraïne zijn het moordmachines.
De militair op de rand van het bed is de dronepiloot van de eenheid en draagt de roepnaam Soul. Hij zegt in tien maanden meer dan duizend drones te hebben bestuurd met explosieven aan boord. Ongeveer de helft daarvan trof doel. Sommige raakten een voertuig, maar verreweg de meeste ontploften op mensen: op Russische infanteriesoldaten.
Soul is 20 jaar. Kortgeleden bereidde hij zich op een universiteit in Polen voor op een carrière in de internationale logistiek. Twee jaar later heeft hij waarschijnlijk honderden Russische militairen gedood en verwond. Hadden ze zijn land maar niet moeten binnendringen. ‘Ik doe gewoon mijn werk’, zegt Soul.
Overal langs het front hebben drone-eenheden bases opgezet in verlaten woningen. Die gebruiken ze als opslag- en werkplaats voor hun apparaatjes. Een deel van de drones nemen ze mee naar het slagveld voor verkenningsdoeleinden. Die drones dragen enkel een kleine camera en worden gebruikt om vijandelijke stellingen te bespieden tot de accu leeg is en ze terugvliegen naar de eenheid. De andere drones gaan enkele reis en staan bekend als ‘kamikazedrones’: ze dragen een explosief en worden door hun piloten tot ontploffing gebracht op een militair of voertuig.
Oekraïne is een pionier in oorlogsvoering met drones. Het land begon er al mee in 2014, toen Rusland de oorlog ontketende in de Donbas. Na de invasie van 2022 kreeg de binnenlandse productie een boost. Oekraïense droneontwikkelaars overtuigden hun regering dat kunststof helikoptertjes een onmisbaar wapen zijn in de strijd tegen Rusland: ze zijn goedkoop te produceren, vereisen weinig mankracht en zijn uitermate geschikt voor precisiebombardementen op Russische militairen.
Eind 2023, toen de Amerikaanse wapensteun aan een zijden draadje hing door onenigheid in het Congres, stelde president Volodymyr Zelensky een doel dat nog nooit eerder was gesteld door een opperbevelhebber in een oorlog. Hij zei dat Oekraïne in 2024 een miljoen drones moest gaan produceren. Het doel werd in oktober al gehaald. Volgens Zelensky produceert Oekraïne nu vier miljoen drones per jaar.
Ze worden in elkaar gezet door heel Oekraïne. In kelders, loodsen, woningen. Vaak onder de grond, door kleine groepen technici. Op grote schaal produceren in fabrieken is te riskant door de dagelijkse Russische luchtaanvallen met kruisraketten.
‘We hebben geen keus: we moeten onze wapens zelf maken’, zegt Dmytro, een droneontwikkelaar die achter het front drones test voor piloten als Soul. Hij draagt een dikke bril die op een virtualrealitybril lijkt, maar rechtstreekse beelden toont vanuit de zwarte kamikazedrone die boven zijn hoofd zoemt: de Vyriy Pro 10, een van de modernste en dodelijkste drones van Oekraïne.
De Oekraïense droneontwikkelaar Dmytro test de Vyriy Pro 10, een van de modernste en dodelijkste drones van Oekraïne.
De first person view-drone (FPV) heeft een snelheid van 100 kilometer per uur en kan explosieven van 4 kilogram dragen. 80 procent van de onderdelen komt uit Oekraïne. Alleen het motortje komt uit China. Waar Dmytro ook trots op is: dankzij software aan boord van de drone is die nauwelijks te verstoren door Russische stoorzenders.
Stoorzenders zijn vrijwel de enige manier waarmee militairen zich kunnen beschermen tegen drones. Ze zitten tegenwoordig op het dak van elk legervoertuig in de buurt van het front: ronde, grijze antennes die de radiofrequenties verstoren die dronepiloten nodig hebben om verbinding te houden met hun drone. Valt de verbinding weg, dan bevriest het beeld van de piloot en is de drone meestal verloren.
De angst voor de drones is zo groot, dat sommige infanteriesoldaten het slagveld opgaan met rugzakken met de dure stoorzenders. Maar drones zijn steeds beter uitgerust om de verstoring te omzeilen. De Vyriy Pro 10 is de eerste Oekraïense drone die bij verstoring automatisch overspringt naar een andere frequentie, zodat de piloot verbinding houdt.
Een militaire auto met een stoorzender tegen drones op het dak, rondom Pokrovsk.
Dronepiloot is de meest gewilde baan binnen het Oekraïense leger. ‘Je kunt veel vaker doden dan bij de infanterie’, zegt Soul, de jonge dronepiloot. Hoeveel militairen hij precies heeft gedood, weet hij niet. Tellen is onmogelijk, zegt hij. ‘Soms raak je een huis met zes klootzakken erin. Je drone explodeert, maar je weet niet hoeveel van de zes dood zijn.’
Sommige infanteriesoldaten proberen de overstap te maken van de nullijn naar een drone-eenheid. Dat lukt in het Oekraïense leger alleen met geld of connecties, zegt Viktor, een infanteriesoldaat die net van de nullijn bij Pokrovsk komt en dankzij connecties overstapt naar een andere brigade.
Op de droneschool staan leerlingen te kijken terwijl drones door rookgordijnen vliegen.
Bij de infanterie was het wachten op de dood, zei hij. Hij zat in een eenheid van tien. Hij is de enige die nog leeft.
Het zijn niet alleen drones die verklaren waarom Oekraïne moeite heeft om infanteriesoldaten te werven. Viktors strijdmakkers sneuvelden door drones, maar ook door vliegtuigbommen: bommen van honderden kilo’s die worden afgeworpen door Russische gevechtsjagers. ‘Je kunt je eigen stellingen niet eens bereiken’, zegt Viktor. ‘Je bent alleen maar aan het schuilen. Je krijgt alarm op de chat als er een bom is afgeworpen. Dan ga je liggen, maar niemand weet waar die neerkomt. Valt die in jouw buurt, dan ben je weg.’
De vliegtuigbommen bewijzen dat Oekraïne niet genoeg heeft aan drones. Om de gevechtsjagers met hun vernietigende bommen op afstand te houden, is een sterkere luchtmacht nodig en een sterkere luchtafweer. En daarvoor zijn de Oekraïners overgeleverd aan het buitenland.
Viktor voelde zich kanonnenvoer aan de nullijn. Hij klaagt over sommige van zijn bevelhebbers, die hem naar posities stuurden die volgens Viktor al waren ingenomen door Russische infanterie. ‘Ze geven niets om je veiligheid.’ Nu stapt hij over naar een eenheid waar hij een kans krijgt om dronepiloot te worden, zoals Soul. ‘Als piloot kun je tenminste nuttig zijn.’
Maar ook het werk van dronepiloten is bijzonder riskant geworden. Soul gaat zo straks het slagveld op, naar een schuilplek op slechts enkele kilometers van de nullijn. Want hoe dichter bij de nullijn, hoe verder hij kan vliegen achter de vijandelijke linies. Hij is er al eens in een schietgevecht beland met de Russische infanterie. Zijn grootste angst: ontdekking door een dronepiloot aan de andere kant van het front.
Rusland houdt het slagveld vanuit de lucht net zo nauwgezet in de gaten als Oekraïne. Ook de Russen hebben een enorme drone-industrie opgebouwd, met hulp van Chinese technologie. Ze hebben hun achterstand op de Oekraïense dronemakers ingelopen en hebben nu zelfs een voorsprong in de ontwikkeling van het nieuwste type drone: een drone die aan een kilometerslange, flinterdunne glasvezelkabel vastzit. Die drone werkt niet met radiofrequenties en is daardoor niet te verstoren, en dus niet te stoppen.
Soul kent de risico’s. Hij heeft net gehoord dat drie van zijn strijdmakkers bij de Da Vinci Wolven een dag eerder zijn aangevallen door een Russische drone. Ze waren in een voertuig op weg naar hun schuilplek. Alle drie zijn dood. ‘De veiligheid van een dronepiloot is een illusie’, zegt Soul terwijl hij zich klaarmaakt voor eenzelfde rit naar een schuilplek.
Het succes van de dronepiloten is live te volgen in een commandocentrum dat gehuisvest is in de slaapkamer van een andere verlaten woning. Pavlo, een 36-jarige gamer, zit achter gesloten gordijnen te kijken naar twee beeldschermen met haarscherpe, rechtstreekse dronebeelden van de nullijn, kilometers verderop. Zijn ogen zijn gericht op een kapotgeschoten huis in de sneeuw. Hij heeft er een Russische militair in gezien. Zodra die tevoorschijn komt, geeft hij via Starlink de coördinaten door aan een commandoteam en wordt er onmiddellijk een drone of artilleriegranaat op afgestuurd.
Militair Pavlo is een gamer in dienst van het Da Vinci Wolven-bataljon, aan het front bij Pokrovsk.
Pavlo zegt dat de beelden op zijn schermen bewijzen dat Oekraïne op eigen kracht ver is gekomen tegen de Russen. ‘Dit is een droneoorlog geworden. Een tank kan vernietigd worden met een drone van 200 euro. Dat is cool. Wij kunnen ze stoppen.’
Er is geen plek meer waar infanteriesoldaten zich kunnen verstoppen, zegt hij. ‘Als je beweegt, dan zien we je.’ Ook in de nacht, het favoriete tijdstip voor Russische bestormingen, is er geen ontkomen aan het zicht van de drones. Warmtecamera’s op de drones lichten iedere levende op.
Oekraïense militairen hebben met precies dezelfde gevaren te maken. Die zijn extreem geworden, weten artsen in veldhospitalen aan het front. 85 procent van de verwondingen die ze hier zien, is veroorzaakt door een drone-inslag. Het beeld lijkt vergelijkbaar aan de andere kant van de nullijn. De Oekraïense veiligheidsdienst SBOe zei vorige maand dat ook 85 procent van de Russische doden en gewonden het werk is van dronepiloten.
Zelfs gewondentransport is bijna niet meer mogelijk. Overdag evacueren gebeurt nog zelden, want dan hebben de drones het makkelijkst zicht op medisch hulpverleners – hun beschermde positie in het humanitair oorlogsrecht wordt genegeerd in deze oorlog. Alleen ’s nachts, als het gevaar uit de lucht iets kleiner is, ondernemen ze pogingen om gewonden van het slagveld te halen.
Maar dan is evacueren soms al te laat, ziet Pierce, een 26-jarige verpleger in een koud en donker veldhospitaal van de Da Vinci Wolven. Pierce, die zijn piercingstudio verliet voor dit militaire hospitaal, loopt haastig met naalden door de geïmproviseerde traumakamer, waar zes artsen zich over een kreunende infanteriesoldaat buigen. De soldaat is tegen middernacht binnengebracht – maar liefst een halve dag nadat scherven van een drone-explosief gaten hebben geboord in zijn beide armen.
De armen van deze gewonde soldaat in het veldhospitaal bij Pokrovsk zijn afgekneld met tourniquets.
De artsen kijken bedenkelijk naar de armen. Ze zijn net onder de schouder afgebonden met tourniquets, knelverband dat levensreddend kan zijn omdat het hevig bloedverlies uit armen en benen stopt, maar niet langer dan twee uur moet blijven zitten – anders is het ledemaat verloren.
De tourniquets aan de soldaat blijken elf uur eerder aangebracht. Zijn armen moeten eraf. Het tourniquet om de rechterarm was niet nodig geweest, verzuchten de artsen, want die arm vertoont slechts kleine wonden. Ze stabiliseren de soldaat en rijden hem op een brancard een ambulance in, voor twee amputaties in een ziekenhuis op een veiligere plek.
Bij het veldhospitaal in Pokrovsk wordt een gewonde soldaat behandeld die pas na elf uur geëvacueerd kon worden. Hij zal zijn beide armen verliezen.
‘Zo zonde. Hij is nog zo jong’, zegt Pierce tijdens een korte rookpauze. ‘Maar het belangrijkste is dat hij nog leeft.’
Veel tijd om te roken heeft Pierce niet. Er worden alweer nieuwe gewonden binnengedragen. Weer met wonden van kamikazedrones. Een bewusteloze infanteriesoldaat met verband over zijn oogkassen en schedel. Er zit een stuk metaal diep in zijn hersenen. De artsen vragen zich af of hij ooit zal ontwaken, en hoe.
De gewonden die wel bij bewustzijn zijn, zwijgen en staren naar het plafond, maar lijken dat niet te zien. Sommige reageren niet op vragen van de artsen. Hun blikken zijn doods.
Af en toe steken de chauffeurs van de ambulances hun gezicht om de hoek van de traumakamer. ‘Jongens, hebben jullie me nog nodig?’, vraagt een van de chauffeurs. ‘Want ik moet ook nog een tweehonderd wegbrengen.’ Iedereen in de kamer weet waar de code ‘tweehonderd’ voor staat: een gesneuvelde militair. De chauffeur mag gaan.
De harde realiteit voor Oekraïne is dat alleen drones onvoldoende zijn om te overleven. Nog altijd zijn er infanteriesoldaten nodig om de voorste loopgraven te beschermen. Tienduizenden. En met minder Amerikaanse steun moeten zij het slagveld op in minder gepantserde wagens en met minder luchtafweer tegen de gevechtsjagers met hun vliegtuigbommen.
Loety laat zich er niet door tegenhouden. De 20-jarige infanteriesoldaat is net hersteld van een granaatscherf uit een FPV-drone die zijn ruggengraat had geraakt. Nu is hij terug aan het front, met nieuw leven in zijn ogen, wraakgevoelens in zijn hoofd en een tatoeage van een Oekraïense drietand in zijn nek. Op een ijzig trainingsveld in de buurt van Pokrovsk lost hij zijn eerste schoten.
Infanteriesoldaat Loety heeft een tatoeage met het wapen van Oekraïne in zijn nek: een tryzub of gouden drietand.
Over vijf dagen gaat hij naar de lijn waar steeds minder mensen van terugkomen. Met een machinegeweer en het vertrouwen dat zijn kameraden hun best zullen doen om hem rugdekking te geven, vanuit bomenrijen met oude houwitsers en vanuit schuilplaatsen met zelfgebouwde drones.
Loety is niet bang, zegt hij. ‘Dit is mijn land. Hier ben ik thuis.’
Tom Vennink is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over Rusland, Oekraïne, Belarus, de Kaukasus en Centraal-Azië. Eerder was hij correspondent in Moskou.
Daniel Rosenthal werkt sinds 2003 als fotograaf voor de Volkskrant. Hij is gespecialiseerd in reportage- en documentairefotografie waarbij hij zich richt op de mens. Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne reist hij geregeld naar het oorlogsgebied.
Zonder het uitgebreide spoorwegnet had Oekraïne zijn strijd tegen Rusland nooit kunnen volhouden. Precies drie jaar duurt dat gevecht nu. De Nederlandse fotojournalist Jelle Krings legt sinds de invasie het unieke leven van Oekraïners op en rond het spoor vast.
Onder de bewoners van Lebedyn, een Oekraïens stadje waar relatief veel mannen zijn gesneuveld, heerst vertwijfeling over Trumps plannen om de oorlog te beëindigen. Hoewel sommigen een diep verlangen koesteren naar vrede, willen de meesten doorvechten tot het bittere einde.
Tien jaar geleden zette de Russische president Vladimir Poetin zijn handtekening onder de annexatie van de Krim: het begin van gewelddadige pogingen om Oekraïne onder Moskous bewind te stellen. De Oekraïense fotograaf Sergej Soepinsky legt al ruim drie decennia vast hoe Oekraïne voor een andere toekomst vecht, onafhankelijk en democratisch.
Source: Volkskrant