Home

Het Rijksmuseum verwerft een schilderij van de 17de-eeuwse Maria van Oosterwijck, vanaf vandaag te zien in de eregalerij

Vanaf vandaag huist er een schilderij van Maria van Oosterwijck (1630 - 1693) in het Rijksmuseum in Amsterdam. Het is voor het eerst dat het museum een werk van de in de 17de eeuw internationaal geprezen schilder heeft aangekocht.

schrijft voor de Volkskrant over kunst, cultuur en moderne mores.

Het duurde even, 332 jaar om precies te zijn, maar vanaf vandaag huist er weer een schilderij van een van de succesvolste schilders van Amsterdam in haar eigen stad, zichtbaar voor iedereen. En nee, mogelijk kent u deze schilder niet, waarover zo meer. Maria van Oosterwijck (1630 - 1693) was geliefd bij keizers en koningen in heel Europa, toch hing er slechts één werk van haar in een Nederlands museum, in Het Mauritshuis in Den Haag. Daarin komt nu verandering: het Rijksmuseum heeft een stilleven van haar hand gekocht en toont dat vanaf vandaag in de eregalerij.

Het is een verrassend schilderij. Haar naam staat gekerfd in het marmer van het tafelblad, een bos weelderige rozen, tulpen en irissen erboven, een duur kistje met munten ernaast, en twee sinaasappels. Tot zover een gangbaar stilleven. Maar wat doen de stenen tafelen van Mozes er met de tien geboden, in puntgaaf Hebreeuws gebeiteld? En draait de grote zonnebloem nou echt z’n koppie naar die schedel? Het lijkt wel of ze in gesprek zijn.

Het vreemdste is het papier dat op de tafel ligt. Daarop schreef Van Oosterwijck iets wat nog nooit in een 17de-eeuws schilderij voorkwam: een uitleg bij elk detail in de voorstelling. Op een opmerkelijke manier, met verwijzingen naar bijbelverzen. ‘Doodshooft. Rom. 5:12’, staat er. En: ‘Goud en Lazarus. Apoc. 3:17’, ‘Horologie. Eph. 15, 16’. De ervaren kerkganger weet hiermee precies de regels uit de bijbel te vinden. Zo krijgen alle voorwerpen op het schilderij een poëtische, religieuze duiding. ‘Dat heb ik nooit eerder gezien’, zegt conservator Friso Lammertse in het restauratie-atelier van het Rijksmuseum. ‘Bij elkaar lijkt deze voorstelling wel een geschilderde preek.’

Een Duitse verzamelaar

Het Rijksmuseum kocht het schilderij voor ruim 1,3 miljoen euro, met steun van de Vriendenloterij en Vrouwen van het Rijksmuseum Fonds. Het komt van een Duitse particuliere verzamelaar die het zelf in 2005 kocht voor 262 duizend euro. Toch is het huidige aankoopbedrag een schijntje vergeleken bij de beroemdste meesters, met als uiterste het recordbedrag van 175 miljoen dat in 2022 werd betaald voor De Vaandeldrager van Rembrandt; er gaan hiermee 134 Maria van Oosterwijcks in één Vaandeldrager.

Waarom duurde het dan toch zo lang voor het museum een werk van deze Amsterdamse schilder aankocht? ‘Van Oosterwijck heeft een klein oeuvre gemaakt, rond de dertig schilderijen zijn er nog bekend. We waren al een paar jaar op zoek. Soms kwam er iets op de markt, maar vonden wij die werken niet interessant genoeg’, zegt Lammertse. ‘Ze schilderde vooral bloemstillevens. Dit is een ander type; een vanitasstilleven. Daarvan is er maar één andere met zekerheid bekend, haar mooiste werk, dat hangt in Wenen. De Habsburgse keizer Leopold I kocht het van haar.’

Er zijn overeenkomsten met dat werk, zo ligt er ook een ‘lazarusklepper’ op, een instrument waarmee melaatsen omstanders konden waarschuwen voor besmetting. De bloemen, schedel en vlinder komen ook overeen. Verrassend in dit werk is vooral wat er eerder op stond. Restaurator Willem de Ridder vond zo veel pentimenti, overschilderingen, dat ze het werk uitgebreid onderzochten. Röntgen en zogenoemde macro-XRF-onderzoeken lieten zien dat Van Oosterwijck aanvankelijk heel andere keuzes maakte, en misschien wel jarenlang aan het schilderij werkte, steeds weer details weghalend en toevoegend.

Vergankelijkheid

Zo stond er eerder een zandloper op, ook symbool voor vergankelijkheid, net als bij de versie in Wenen. Waar eerst een roos was afgebeeld, staat nu een iris, en waar eerst een iris was geschilderd, zien we nu een roos.
De Ridder ontdekte twee gezichten onder het marmer, onderdeel van de houten tafelpoot. ‘Zulke tafels werden in Italië gemaakt’, zegt hij, met zijn hoofdmicroscoop, waar hij met Rijksmuseumplakband een zaklamp aan heeft bevestigd. Hij vond onder de verf zelfs twee afbeeldingen van slangen, waarvan er één twee koppen had.

‘Het schilderij was problematisch’, zegt hij op de gedreven toon van een rechercheur bij een plaats delict . Problematisch betekent voor restauratoren: veel te puzzelen en op te lossen om het in oorspronkelijke staat terug te brengen. Hij werkte er ruim een jaar aan. De aankoop vond dan ook al plaats in 2023, maar werd niet bekendgemaakt omdat het schilderij toen ‘ontoonbaar’ was.

Maria van Oosterwijck werd in 1630 in Nootdorp geboren als dochter van een predikant. Haar roem kwam relatief laat; na een opleiding bij Jan Davidszoon de Heem in Utrecht, verhuisde ze op haar 36ste naar Amsterdam. Daar ging het snel: de Italiaanse prins Cosimo de’ Medici III prees en kocht haar werk, net als koning Lodewijk XIV van Frankrijk. Constantijn Huygens was een goede vriend en schreef in een lofdicht dat ze geen gelijke kende.

Nauwelijks aandacht

Dat ze bij leven internationaal succes genoot, is een contrast met haar huidige onbekendheid. Kunsthistorici hebben nadien nauwelijks aandacht aan haar geschonken. Door een project van zelfstandig kunsthistoricus Noud Janssen is er wel veel informatie te vinden. Hij begon in 2010 de website mariavanoosterwijck.nl, waar alles over haar oeuvre te vinden is.

Het Rijksmuseum doet sinds 2019 onderzoek naar vrouwelijke kunstenaars onder leiding van conservator Jenny Reynaerts, financieel ondersteund door het Vrouwen in het Rijksmuseum Fonds. De verwerving van het vanitasstilleven van Van Oosterwijck is daarvan een uitkomst. De eregalerij heeft er vanaf vandaag een vrouwelijke kunstenaar bij.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next