Home

Mij kun je niet blijer maken dan met missives vanuit Londense kringen van schrijvers en aanverwanten

is columnist voor de Volkskrant.

Ik schrijf deze boekencolumn op de dag dat ik 50 word, en zonder daar verder aandacht aan te besteden, wat ik meteen in deze eerste zin heb gedaan, wil ik er een toepasselijk boek bijhalen dat ik dit jaar las: Went to London, Took the Dog van Nina Stibbe.

Het boek is helaas niet in het Nederlands vertaald, wat misschien te maken heeft met het feit dat het ongelofelijk Brits is, wat dan weer de directe aanleiding is voor het feit het ongelofelijk grappig is.

Het is schrijfster Nina Stibbes dagboek, zwaar geredigeerd en licht gecensureerd, van het jaar dat ze op haar 60ste met hond terugverhuisde naar Londen vanuit Cornwall, waar ze twintig jaar eerder was gaan wonen met man en kinderen.

Haar kinderen zijn nu volwassen en wonen zelf in Londen, met haar man zit ze in een scheiding of crisis, dat vertelt het verhaal niet, en zij neemt een sabbatical van haar huwelijksleven en huurt een kamer bij de schrijfster Deborah Moggach, een extreem gastvrije vrouw die, als ze niet in haar tweede huis vertoeft, altijd keihard zit te lachen in de keuken met diverse gezellige Londense literati.

Stibbe is al tijden een favoriete schrijfster van mij, vanwege haar eerste boek Love, Nina, een bundeling van de brieven die ze aan haar zus schreef toen ze als jonge vrouw au pair werd bij de hoofdredactrice van de London Review of Books.

Eigenlijk kun je me niet blijer maken dan met missives vanuit Londense kringen van schrijvers en aanverwanten, want het is een en al wittiness. (De beroemde schrijver Nick Hornby, vriend van Nina, zegt als ze vraagt of hij het een goed idee vindt dat ze een kamer bij Deborah gaat huren: ‘Wees maar snel, voor ze een Oekraïner neemt.’)

Nina brengt haar nieuwe, Londense leven door met haar eindeloze reeks leuke, slimme vrienden, die uiteraard soms ook ontzettend irritant zijn. Over haar vriendin Stella, die ook een hond heeft en daar veel te geïnvolveerd mee is: ‘Ik ben er niet van overtuigd dat ze met vervroegd pensioen had moeten gaan van de universiteit (…) Ze is niet geschikt voor een leven waarin ze niets hoeft te organiseren voor een complexe groep mensen.’

Alhoewel Nina soms ineens beseft dat ze voor het eerst in haar volwassen volstrekt alleen is, als ze door haar rug gaat bijvoorbeeld, en vlak voor een lezing in bed ligt terwijl ze hardop ‘Oh God, oh, God, oh God’, jammert, beseft ze ook dat de narigheid waarvoor ze op de vlucht is, haar een fantastisch jaar oplevert. Een leerzaam boek voor een vrouw in soortgelijke omstandigheden. En voor iedereen die wel eens een moeilijke, mooie, levensveranderende tijd heeft meegemaakt. Funny-sad, noemen de Britten dat.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next