Een slappe winter, met hier en daar een weekje sneeuw en een paar ‘ijsdagen’ met de hele dag vorst. Zo ging het dit jaar – en dat is inmiddels een gewone winter, blijkt uit de statistieken.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Deze meteorologische winter (december, januari en februari) was het gemiddeld 4,5 graden. Dat is dik een halve graad warmer dan het gemiddelde over de jaren 1991 tot en met 2020, maar precies in lijn met de gestaag stijgende trend in de klimaatverwachtingen van het KNMI. Doodnormaal dus, zo’n zachte winter als deze – een eeuw geleden zouden dat nog uitzonderlijk zijn geweest.
Echt winteren, met sneeuw en ijs, wilde het ook maar niet. Hoewel er in januari enkele dagen sneeuw lag in de Limburgse heuvels en het in februari tien dagen wit bleef in het noorden, bleef het westen deze winter nagenoeg sneeuwvrij. En op de kou van februari volgde een spectaculaire sprong omhoog, naar lentetemperaturen. Op 21 februari was er zelfs sprake van een warmterecord: 19,3 graden in Woensdrecht, de hoogste wintertemperatuur ooit in ons land gemeten.
Veel te schaatsen viel er ook al niet. In De Bilt werden twee ijsdagen gemeten, dagen waarop het de hele dag onder nul blijft. Een halve eeuw geleden, in de jaren zeventig, was het normaal om ’s winter tien van zulke dagen te hebben. Overigens is het niet uitgesloten dat er nog een ijsdag volgt, zegt KNMI-klimaatwetenschapper Peter Siegmund: ‘In maart kan het nog enorm koud zijn.’
Overigens waren er vorig jaar, het jaar daarvoor en in 2020 zelfs helemaal geen ijsdagen. Ter vergelijking: vorige eeuw kwam zo’n jaar zonder ijsdagen zelden voor. Vorstdagen, etmalen waarin het kwik op enig moment onder nul komt, kwamen deze winter 29 keer voor in De Bilt. Gemiddeld zijn dat er 35.
De koudste winterdag was twee weken geleden: min 8,8 bij Twente, min 5,4 in De Bilt. Bitter koud – en toch ook weer niet. Want in het ‘oude klimaat’, zo tot de jaren zeventig, was het gebruikelijk dat het op de koudste winterdag in de Bilt min 12 werd. Het kouderecord bleef al helemaal buiten bereik. Dat werd gevestigd in januari van het oorlogsjaar 1942: liefst min 24,7 graden, was het die dag. Tegenwoordig is een winterse etmaaltemperatuur lager dan min 10 al zeldzaam.
De winter van 2023-2024 was extreem nat, maar daarin blijkbaar een uitschieter. Afgelopen winter viel er in De Bilt namelijk weer iets mínder neerslag dan afgaande op de neerslaggrafieken gebruikelijk is. Vóórdat de opwarming merkbaar werd in ons land, viel er ’s winters ongeveer net zo weinig neerslag als deze winter; nu spreekt het KNMI van een winter die ‘iets aan de droge kant’ was.
In de loop van deze eeuw zal de Nederlandse winter naar verwachting geleidelijk nog een paar graden warmer worden. Het aantal ijsdagen zal teruglopen naar nul tot vier per jaar, het aantal vorstdagen zal slinken tot tussen de tien en veertig per jaar. Omdat de winters intussen ook natter worden, begint de Hollandse winter gaandeweg steeds meer te lijken op wat veel oudere Nederlanders nog herkennen als de herfst: kil, nat en met nu en dan storm.
Dat de winter warm was, kwam overigens vooral door de temperaturen in december. In de kerstmaand was het gemiddeld 6,1 graden (normaal is dat 4,2 graden), waarmee deze op plek acht komt van de zachtste decembers ooit gemeten. Het was in december ook opvallend grijs. Slechts 29 uur scheen de zon, de helft van het langjarig gemiddelde.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant