Een Australische man die als bloeddonor mogelijk het leven van miljoenen baby’s heeft gered, is op 88-jarige leeftijd overleden. James Harrison stond in Australië ook wel bekend als ‘de man met de gouden arm’.
Harrison begon in 1954, toen hij 18 jaar oud was, om de twee weken met het doneren van bloed. Na een poosje ontdekten artsen dat Harrison een zeldzaam antilichaam droeg dat voorkomt dat er ernstige problemen ontstaan bij zwangere vrouwen die een baby hebben met een andere bloedgroep.
De van elkaar afwijkende bloedgroepen kunnen leiden tot complicaties als het immuunsysteem in werking treedt omdat het ‘vreemde’ bloedcellen ontdekt in de bloedbaan van de moeder. Het lichaam maakt afweerstoffen aan die de ‘indringer’ aanvallen.
Afstotingsverschijnselen kunnen leiden tot bloedarmoede, hartfalen en in sommige gevallen tot de dood van de baby. Liefst 17 procent van de moeders in Australië loopt op die manier het risico haar kind te verliezen.
Tot halverwege de jaren ‘60 van de vorige eeuw stierf een op de twee baby’s die leed aan wat vaak wordt aangeduid met de Rhesusziekte. Toen Harrison al zo’n tien jaar bloed had afgestaan, werd een methode ontwikkeld om het antilichaam op te nemen in een bloedplasma dat kan worden toegediend aan moeders die aan de aandoening lijden.
Het is onbekend waarom het bloed van Harrison zo rijk aan het antilichaam was. Vermoedelijk heeft het te maken met een bloedtransfusie die de Australiër op 14-jarige leeftijd zelf kreeg toen hij een ingrijpende operatie aan zijn borst onderging. Na die ingreep deed Harrison de belofte dat hij ook bloed zou gaan doneren, zodra hij de wettelijke leeftijd daarvoor zou bereiken.
Dat was vier jaar later. Sindsdien toog Harrison elke twee weken naar de bloedbank, zonder een enkele afspraak te missen. Het leverde hem de eretitel op van ‘man met de gouden arm’. Het ritme hield hij vol tot hij 81 werd. Op die leeftijd verbiedt de Australische wet donoren nog bloed af te staan.
Op 11 mei 2018 meldde Harrison zich voor het laatst bij de bloedbank. In totaal doneerde hij meer dan 1.100 keer. De bloedtransfusiedienst van het Rode Kruis meldt dat meer dan 3 miljoen doses met het bloed met Harrison werd verstrekt aan zwangere vrouwen in Australië. Meer dan 2 miljoen konden er zo een gezonde baby op de wereld zetten.
Australië telt minder dan 200 donoren die van wie het bloed net als dat van Harrison het antilichaam-D bevat. Artsen proberen al een tijdje hun bloedcellen en afweerstoffen in het lab na te maken, zodat ze nog meer moeders kunnen behandelen. Tot die tijd helpen de bloeddonaties elk jaar zo’n 45 duizend moeders en baby’s in Australië. Harrisons eigen dochter en twee kleinzonen ondergingen een transfusie met zijn bloed.
In het verleden sprak Harrison zich uit tegen de export van het levensreddende plasma. Hij was bang dat donoren zouden afhaken.
Nadat hij voor de laatste keer bloed had afgestaan en zo de Australiër werd met de meeste donaties op zijn naam, sprak Harrison de wens uit dat iemand dat record weer zou breken. ‘Want dat betekent dat iemand gelooft in dit nobele doel’, aldus de Australiër. In 2005 vestigde Harrison zelf een wereldwijd record als grootste bloeddonor. Zijn kroon werd hem in 2022 afgenomen door een Amerikaan.
Harrison overleed op 17 februari in zijn slaap in een verzorgingstehuis in New South Wales. Zijn familie bracht het nieuws nu pas naar buiten. Harrisons dochter Tracey Mellowship zei tegenover de BBC dat haar vader ‘erg trots was geweest dat hij zoveel levens heeft kunnen redden’. Harrison moest er wel eerst een angst voor injectienaalden voor overwinnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant