Gary Hekman reed zaterdag in Groningen zijn laatste wedstrijd als marathonschaatser. Voor de Nederlands kampioen van 2020, met zijn karakteristieke baard, is het nu tijd voor andere zaken in het leven. De Volkskrant volgde hem op de dag van zijn afscheid.
is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.
Eigenlijk wilde hij deze rit helemaal niet maken, zegt Gary Hekman, boegbeeld van het marathonschaatsen, op de A7, halverwege zijn woonplaats Kampen en eindbestemming Groningen. Hij heeft helemaal geen trek in alle heisa. Er zijn er meer die stoppen, die minstens zoveel voor hun carrière hebben gedaan. ‘En dan komt die Hekman de aandacht opvegen.’ Toch stapte hij rond half vijf in de auto – bakje spaghetti op de achterbank – zijn schaatspensioen tegemoet.
Het is de slotavond van het marathonseizoen. In december maakte Hekman bekend te stoppen. Sindsdien loopt er een cameraman mee, die inmiddels zeker 36 uur aan filmmateriaal heeft verzameld voor een documentaire voor RTV Oost. ‘Komt -ie weer, die filmster’, zeggen zijn ploeggenoten dan, grappend. Hekman: ‘Het is natuurlijk niet des marathons. Daar zijn de kernwaarden hard werken, normaal doen.’
Hekman is al jaren de bekendste schaatser uit het mannenpeloton. Het is zijn postuur: breed, groot. Maar ook zijn baard: onder barre omstandigheden tijdens natuurijswedstrijden met ijs en sneeuw bedekt. Het is ook zijn palmares, met daarop meerdere Nederlandse titels op natuurijs en een overdaad aan kunstijsoverwinningen. Achttien jaar reed hij mee. Nu is het genoeg.
Wat moeten we nou na het tijdperk Gary, werd hem vorige week gevraagd. Droogjes: ‘Die zal wel doorgaan, mag ik hopen. Ik ben niet de sport, ik ben gewoon een pion in de sport.’ Hij is bezig aan weken vol laatste momenten: zijn laatste optreden op de Weissensee, zijn laatste natuurijswedstrijd, zijn laatste training. Een snelle glimlach om zijn mond: ‘Dus dit is niet zo spannend.’ Een plan voor hierna heeft hij nog niet. Dat komt vast wel goed, denkt hij. Toch zegt hij ook: ‘Het is veiliger om door te gaan met wat je deed.’
Sporten zal hij wel blijven doen. Het lijkt hem mooi ooit een ‘ultra’ te fietsen, een tocht van meer dan 500 kilometer. Vanmiddag pakte hij thuis zijn sporttas in, in een huis dat sport ademt. Er liggen skeelers in kindermaat, vlak bij fietsschoenen en helmen. Sporten biedt vrijheid, vindt hij. Dat wil hij zijn kinderen meegeven.
Op zijn 7de verjaardag kreeg hij skeelers van zijn ouders. ‘Daarna heb ik ze nooit meer uitgedaan.’ Skeeleren werd zijn eerste passie, schaatsen deed hij erbij. ‘Als mooi tijdverdrijf in de winter.’ Later veranderde dat, al was hij op zijn 14de met langebaanschaatsen gestopt, de marathonwereld trok hem wel. ‘Daar verdiende je je centen mee. Je wist dat je uit het skeeleren niks kon halen.’ Bovendien hebben skeeleren en marathonschaatsen veel raakvlakken: het tactische spel, het teamwerk, de duur van de wedstrijd.
‘Hé Gary’, klinkt het meermaals als hij van de parkeerplaats naar ijsbaan Kardinge loopt. Vriendelijk groet hij terug – of hij mensen nou kent of niet. Hij is iemand die opvalt.
In het verleden werd hij weleens als ‘dikzak’ bestempeld. Dat deed hem niks. ‘Veel mensen kijken naar mij en denken: wat is dit?’ Hij voldoet niet aan het standaardplaatje van de graatmagere duursporter. Daardoor valt hij op en snappen mensen niet hoe hij zo goed presteert. ‘Maar schaatsen is ook techniek en het spelen van een spel. Ik ben enorm lenig, wat mensen niet verwachten. Ik heb het meest aan mijn beweeglijkheid te danken.’
Op 1 januari 2020 werd Hekman Nederlands kampioen op kunstijs. Terugkijkend spreekt hij over de mooiste overwinning uit zijn loopbaan. 31 was hij op dat moment. Hij had grote wedstrijden gewonnen. Hij was gewend dat als hij zijn zinnen op een prestatie zette, dat doorgaans ook lukte. Maar bij het NK ging het elk jaar weer mis. Zo brak in 2019 zijn schaats in de bocht, met een valpartij tot gevolg.
Beklijvend waren de beelden uit 2014; hij wilde zó graag winnen, zei hij. Niet voor zichzelf, maar als eerbetoon aan zijn goede vriend Sjoerd Huisman, zijn generatiegenoot en oud-ploeggenoot die een week eerder plotseling op 27-jarige leeftijd was overleden. Hekman werd die dag tweede en was ontroostbaar.
‘Er was altijd wel iets waardoor het niet lukte en op een gegeven moment werd die titel iets ongrijpbaars. Toen ik wel won, was dat een opluchting. Het kan blijkbaar wel.’ Maar, zegt hij direct daaropvolgend: ‘Winnen, euforie, is iets heel korts. De volgende dag zit je weer op de fiets, denkend aan het doel van drie weken later.’
Dus wie hem vraagt naar zijn mooiste sportherinnering in het algemeen, hoort hem spreken over zijn team – ‘een verlengstuk van vriendschap’. Over volwassen gasten die met elkaar aan tafel kunnen janken, zegt hij, omdat ze hun problemen in het leven delen. ‘Dat gaat verder dan sport.’
Er is niet één reden waarom hij nu stopt. Aan passie voor de sport nog steeds geen gebrek. Maar Hekman bedacht ook het begrip ‘decemberdip’; de periode van sleur rond begin december, als het marathonpeloton elke week ergens anders in Nederland start voor de marathoncup en écht grote wedstrijden nog ver weg lijken. ‘Ik ben getalenteerd als schaatser, maar heb wedstrijden gewonnen omdat ik door die élfde muur heen reed, in plaats van dat ik bij de tiende stopte. Nu is de intrinsieke motivatie om elke week met het mes tussen de tanden te staan, er niet meer.’
Bovendien heeft hij twee zoons, samen met zijn vrouw Manon Kamminga, die ook schaatste en skeelerde. Dat hij op wedstrijddagen als deze de voetbaltraining van hun zoon Odin van 3,5 moet missen, vindt hij lastig. Dat hij op zondagochtend niet mee kan naar de ‘spetterles’ in het zwembad, maar een rit op de racefiets maakt, wringt in zijn hoofd. En hij zou ook weleens onbezorgd op een verjaardag willen zitten, zonder zich af te vragen of iemand verkouden is, hem kan aansteken en daarmee wellicht zijn optreden op het aankomende NK beïnvloedt.
‘Ik wil niet afgaan’, zegt hij tijdens de ploegbespreking, in een leszaaltje van het ijsstadion. Toen ploeggenoot Bart Hoolwerf aangaf de wereldbekerfinale in Thialf te schaatsen en dus zaterdagavond niet beschikbaar te zijn in Groningen, wist Hekman wel dat hij moest opdraven. Zijn familie blij dat het toch nog tot een echt afscheid kwam. Het wakkert ook het vuur bij Hekman weer aan. Hij wil nog wat laten zien, zegt hij.
Hekman schaatste jarenlang nooit voor de tweede of derde plek. Als iemand een ronde had gepakt, sprintte Hekman niet meer af. ‘Ik ga toch ook niet een offerte schrijven als je weet dat je de bouw niet krijgt?’ Hij ziet de charme van die eindklassering nog steeds niet, maar leerde: er zijn ploeggenoten die het wel verwachten, die zichzelf eerder in de wedstrijd binnenstebuiten gekeerd hebben, om hem in de juiste positie te zetten.
Vervolgens haalt hij Frank Vreugdenhil aan, ooit ploeggenoot, nu assistent-trainer bij Reggeborgh. ‘Die kwam soms bloed hoestend over de streep omdat hij zijn ballen uit de broek had gereden voor mij. Dan denk je eerst: die gast is hartstikke gek. Maar ik dacht ook: die kan wel dingen. Daar had ik zoveel respect voor, dat hij zo diep kon gaan.’
De les: je kunt denken dat je de limiet hebt bereikt, maar je kunt altijd verder. En: als ploeggenoten dit voor mij doen, kan ik ook wel sprinten voor plaats twee of drie. Dat bloed hoesten is Hekman nooit gebeurd. Wel trekt hij deze avond in Groningen een blarensok over zijn voeten. De zijkant van zijn voeten zijn gehavend na wedstrijden op natuurijs.
Jaarlijks verliest hij minstens een teennagel. ‘Dat voel je als je na zo’n natuurijswedstrijd je veters los doet en er zuurstof bij komt. Beroerd. Constante druk op je teen voor zo’n twee dagen. En dan wordt-ie paars. Dat blijft, tot in maart of zo, als de nieuwe nagel de oude eraf drukt. Dan ben je een soort van herboren.’ Heel korte stilte. ‘Dat ga ik niet missen.’
Wat hij wel zal missen is het ‘bizarre geluid’ dat het publiek later op de avond maakt om hem aan te moedigen. Er waren concurrenten met een voorsprong van een ronde op het peloton en op Hekman. Hekman besluit weg te springen en zet aan. Zijn voorsprong loopt uit tot een meter of honderdvijftig. ‘Ik dacht: ik moet maar wat proberen, nu kan het nog’, zal hij later zeggen. Hij houdt het een ronde of vijf vol, maar merkt dat zijn rug opspeelt en dat ‘het tankje’ langzaam leegraakt.
Terwijl het peloton nog twaalf ronden te gaan heeft, strekt Hekman zijn rug en rijdt aan de buitenkant van de baan uit. Ondertussen klinkt door de speaker: ‘Het zit erop. Prachtig mens, prachtige schaatser.’
Historische zege Marijke Groenewoud
Marijke Groenewoud boekte zaterdagavond in Groningen een historische zege. Met haar zestiende overwinning van het seizoen, verbeterde ze het record van vijftien marathonoverwinningen dat sinds 2007 op naam van Daniëlle Bekkering stond.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant