De rubriek Beeldvormers onderzoekt hoe een foto onze kijk op de werkelijkheid beïnvloedt. Deze week: een rommelige foto toont een langzame implosie.
Dit is de kamer van de Amerikaanse Senaatsleider John Thune in het Hart Senate Office Building, vlak bij het Capitoolgebouw in Washington. Probeer nog even te negeren dat hij de kop van een bizon aan zijn muur heeft hangen – moeilijk, ik weet het. Thunes kamerdeur staat open. Er staat een Capitoolagent in de opening en er zijn een paar mensen binnen. De Senaatsleider zelf is er niet, aan het bureau zit een vrouw te typen.
In de gang staan fotografen te dringen, onder wie degene die deze foto nam, Reuters-fotograaf Nathan Howard, waarschijnlijk door zijn camera boven zijn hoofd te tillen, zoals ook de fotograaf rechts op de voorgrond doet. Wat valt er te fotograferen? O, gewoon, je weet wel: de langzame implosie van het Amerikaanse ambtenarenapparaat.
De rampspoed ziet er nooit zo uit als je had verwacht. Het is altijd minder dramatisch, minder overzichtelijk, minder eenduidig. Minder filmisch. En toch sta je soms ineens nog voor verrassingen.
Er druppelden deze week wat foto’s binnen van de situatie achter de schermen bij de Amerikaanse overheid, waar het Department of Government Efficiency (DOGE) van schaduwpresident Elon Musk sinds een maand de bezem doorheen haalt, zogenaamd om nooit aangetoonde ‘fraude’ te bestrijden en geld te besparen. Met de nadruk op ‘druppelden’; er zijn nog niet veel beelden van ontredderde ambtenaren en van grootscheeps protest. De schok en het ongeloof over wat er op dit moment gebeurt, zijn nog te groot.
Tot nu toe zag ik een paar foto’s van Usaid-werknemers die met dozen hun kantoor uitliepen, sommige huilend, andere juist lachend. En een paar foto’s van het protest dat afgelopen dinsdag plaatsvond in het Senaatsgebouw, toen medewerkers van de National Science Foundation kwamen demonstreren tegen een nieuwe maatregel: wekelijks je voortgang rapporteren of ontslagen worden. Er was een foto van twee vrouwen die tijdens dat protest een selfie namen, breed lachend, want ja: die universele reflex is niet zomaar verdwenen en misschien konden ook zij gewoon niet geloven dat het echt zover was gekomen. Lachen als houvast.
In het kantoor van Thune werd gehuild. Dat zie je niet op deze foto, maar de vrouw met het lange haar en de bril die voor het bureau staat, liet op zeker moment stilletjes haar tranen de vrije loop. Dramatischer dan dat werd het niet daarbinnen; getuige het grote aantal fotografen dat aanwezig was en alles vastlegde, durf ik die conclusie wel te trekken.
En dat deze fotograaf geen Garry Winogrand is, is ook duidelijk. Winogrand, vlijmscherp chroniqueur van het alledaagse Amerikaanse leven in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, had zichzelf naar voren gewurmd, met zijn groothoeklens de kamer van Thune tot het centrum van de wereld omgetoverd en de huilende vrouw tot het middelpunt gebombardeerd, heur haar contrastrijk glanzend in een lichtbron die ineens ergens vandaan was gekomen.
Toch oefent deze rommelige, bíjna nietszeggende foto een grote aantrekkingskracht op me uit. Dat komt door die dooie bizon onder het systeemplafond. Ja, er is een snelle associatie met die échte, gewelddadige Capitoolbestorming van 6 januari 2021, toen Trump-aanhangers het overheidsgebouw bestormden, onder hen een doorgedraaide complotdenker die een bontpruik droeg met twee bizonhoorns eraan vast. Maar dat is het niet.
De grootste aantrekkingskracht zit ’m in het onverwachte aspect van dat absurde machorekwisiet. Zou je een film maken over deze tijd, dan was dit wellicht het detail waarvan de critici zouden zeggen dat het er te dik bovenop lag. Een dood dier in de kamer van een Republikeinse senator – wat een cliché. Dankzij deze foto weten we dat het er toch echt zo uitzag. Dat die bizon daar hing toen de ambtenaren kwamen vragen waarom ze ontslagen waren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant