Waar gaat het geld naartoe dat lezers voor een boek betalen? In deel drie van deze serie staat de boekhandel centraal, de plek waar het grootste deel (42 procent) terechtkomt. ‘Een schrijver kan zijn werk met iets anders combineren, voor een boekhandelaar is dat onmogelijk.’
Er zijn niet zoveel families die al ruim 180 jaar in de boeken zitten en mensen van net dertig met een eigen boekhandel zie je ook zelden, maar in de figuur van Julius Roelants komen beide rariteiten op wonderlijke wijze samen – en het ziet er eigenlijk heel normaal uit. Op de stoep voor zijn winkel in de Van Broeckhuysenstraat in Nijmegen, waar een gure oostenwind de mensen diep hun jassen in jaagt, staat hij te bellen met zijn vrouw. Hun oudste kind is ziek en moet van school worden gehaald. ‘Ik rond het hier even af en dan kom ik eraan hoor.’
Een paar minuten eerder heeft Julius Roelants in een café tegenover zijn boekhandel zijn laptop dichtgeklapt met daarin alle cijfers over 2023 (2024 moet nog worden afgerond). Hij keek er opgewekt bij: ‘Als je de wind mee hebt, kun je met een boekhandel echt wel geld verdienen. Maar als het je doel is rijk te worden in het leven, kun je beter iets anders gaan doen.’
Wie verdient wat aan de verkoop van een boek, en klopt het verdienmodel onder de boekenmarkt nog? Over die vragen buigt de Volkskrant zich in een onregelmatig verschijnende serie. In de eerste aflevering stond de schrijver centraal. Volgens het modelcontract van de Auteursbond krijgt die over de eerste vierduizend verkochte exemplaren van zijn boek een royalty van 10 procent van de verkoopprijs exclusief btw. Bij een boek van 24,99 euro komt dat neer op 2,35 euro – bruto. De tweede aflevering ging over de rol van de overheid, die in Nederland meer aan boeken verdient dan ze erin stopt, onder meer via de btw. Over boeken wordt (vooralsnog) het lage btw-tarief van 9 procent geheven: voor een boek van 24,99 euro komt dat neer op 2,06 euro.
Het grootste deel van het bedrag dat een koper neerlegt voor zijn boek gaat naar de boekhandel, het onderwerp van dit derde deel in onze serie, waarin ook de kosten voor distributie aan de orde komen.
Omdat Nederland een wet op de vaste boekenprijs kent, mag een boekhandelaar niet stunten met de prijzen van boeken; de uitgever bepaalt hoe duur een boek in de winkel is. Maar de boekhandel heeft dat boek voor een veel lager bedrag ingekocht. Hij krijgt ‘boekhandelskorting’. Gebruikelijk is een korting van 42 procent. Dat percentage is onderhandelbaar: hoe meer exemplaren een winkelier van een titel inkoopt, hoe hoger de korting die hij kan bedingen. Voor een boek van 24,99 euro kwamen onze eerdere berekeningen neer op ruim tien euro voor de boekhandel.
Het klinkt best inhalig, 42 procent, beaamt Julius Roelants. Hij heeft alle begrip voor schrijvers die klagen dat de verdeling van de prijs van een boek wel erg karig uitpakt voor de belangrijkste schakel in het proces, namelijk de maker. ‘Het is duidelijk dat schrijvers weinig aan hun boeken overhouden. Maar tegelijkertijd is schrijven vaak niet hun primaire inkomstenbron; je kunt er prima ander werk naast doen. Voor een boekhandelaar is het onmogelijk zijn werk met iets anders te combineren. Het is in zekere zin meer een baan dan schrijven – ik weet dat ik me nu op heel glad ijs begeef maar vooruit. Bovendien moet je als boekhandel heel veel kosten maken die je als schrijver niet hebt. Je moet er niet alleen van kunnen leven maar ook de huur van je pand betalen, de distributie, het personeel – zo is er een hele lijst.’
Julius Roelants was nog bezig met zijn studie fiscale economie toen hij in 2020 bedacht dat zijn vaders boekhandel aan de Van Broeckhuysenstraat bij nader inzien misschien toch wel iets voor hem was. ‘Ik had een bijbaan bij boekhandel Donner in Rotterdam en ik vond dat eigenlijk hartstikke leuk, ik dacht: er zit nog heel veel energie in het boek.’
En nu vermeldt de site van boekhandel Roelants trots hoe Julius’ betovergrootvader H.A.M. Roelants al in 1846 in Schiedam een uitgeverij en drukkerij oprichtte, hoe zijn vader Wouter (1954) begin jaren tachtig de overstap maakte naar Nijmegen, waar hij in 1994 het linkse bolwerk De Oude Mol omvormde tot een literaire boekhandel, en hoe daar inmiddels Julius als wellicht jongste eigenaar van een boekhandel in Nederland aan het roer staat – zijn ouders springen zo nu en dan bij maar dat doen ze puur voor de lol. Boekhandel Roelants is zelfstandig, verkoopt uitsluitend boeken en houdt zich prima overeind in Nijmegen, dat ook nog is gezegend met het grote Dekker v.d. Vegt Boekverkopers, onderdeel van Libris.
Voordat Julius Roelants wil vertellen wat hij allemaal moet betalen van de 10,32 euro die hij aan ons voorbeeldboek van 24,99 euro overhoudt, wil hij graag even kwijt dat van lang niet alle boeken die hij verkoopt 42 procent naar de boekhandel gaat. ‘Bij sommige boeken is het percentage hoger, maar heel vaak is het minder. 42 is het gangbare percentage voor het algemene boek, dus literatuur, non-fictie, thriller; maar wij verkopen ook veel W&S boeken – Wetenschap en Studie – en de korting daarop is maar 29 procent. Steeds meer uitgevers gebruiken die W&S-categorie om minder korting te geven, bijvoorbeeld bij semi-wetenschappelijke boeken; filosofie wordt vaak als W-boek aangeboden.’
De hoogte van de korting op de algemene boeken wordt volgens Roelants niet bepaald door in beton gegoten modellen: ‘Dat is echt handjeklap. Een grote keten als Libris heeft door zijn omvang een sterke onderhandelingspositie en bedingt voor al zijn boekhandels eenzelfde korting, waarbij dan ook een percentage naar Libris gaat. Ik spreek als zelfstandige boekhandel met elke uitgever of uitgeversgroep individueel af wat mijn korting is. Dat doe ik dan wel voor het hele fonds, dus niet per boek, en de belangrijkste afspraken worden op de inkoopbeurs gemaakt. Die is in het voorjaar, de zomer en het najaar – vooral het najaar is belangrijk, bijna alle grote boeken komen in het najaar uit.
‘De korting op de boeken die je op basis van de aanbiedingsfolders inkoopt, verloopt in de regel via staffels: bij drie boeken krijg je minder korting dan bij zes of negen. Dat is een beetje het spel dat wordt gespeeld. Overigens zal die ene procent meer of minder korting het verschil niet maken; als je een boek met veel korting inkoopt maar het uiteindelijk niet kwijtraakt, lijd je veel verlies. Wij hebben een breed lezerspubliek en kopen dus heel veel titels in, maar in kleine hoeveelheden – bij meer vraag bestellen we de boeken bij via CB in Culemborg, waar alle boeken liggen opgeslagen. Van de meeste titels verkoop je er maar een of twee.’
Als ingekochte titels vervolgens zielig in de winkel blijven liggen, kan een boekhandelaar gebruikmaken van het zogeheten ‘recht van retour’. De boeken worden dan teruggekocht door de uitgever, die ze weer opslaat bij distributiebedrijf CB. Jaarlijks komen er bij CB op die manier zo’n twee miljoen boeken terug, ruim 5 procent van het totaal. Het recht van retour is menig uitgever een doorn in het oog en dat is begrijpelijk. Je mag aannemen dat de omvang van het deel dat een boekhandel krijgt van de opbrengst van een boek mede is gebaseerd op het ondernemersrisico dat die boekhandelaar loopt, en daar hoort terugsturen van de winkeldochters niet bij.
Maar Julius Roelants heeft er geen principiële bezwaren tegen. ‘In principe is in het boekenvak de afspraak dat je titels die je bij aanbiedingen op de beurs bestelt, per vier stuks mag terugsturen. Soms drie, als je geluk hebt. Alleen is de vraag: hoeveel gebruik maak je daarvan?’ Bij hem gaat het anders dan bij een groot bedrijf als Audax, eigenaar van Bruna, dat van sommige titels wel vijfhonderd exemplaren inkoopt – om er aan het eind van het seizoen net zo gemakkelijk vierhonderd terug te sturen. Roelants: ‘Al die eentjes en tweetjes die wij inkopen, kunnen niet terug. Ik denk dat ik voor zeker 95 procent van de boeken die ik op aanbieding binnenkrijg, het volledige risico neem.’
De grootste kostenpost voor een boekhandel, in elk geval die van Julius Roelants, is het personeel. Een kwart van de kosten gaat naar de gemiddeld 2,5 fte die hij in dienst heeft. ‘Ik probeer altijd te werken met een vaste kern van ervaren mensen, en die vul ik aan met studenten die jaarlijks wisselen en handig zijn voor de flexibiliteit. Een boekhandel kan niet zonder personeel, het zou heel erg zijn als de winkel dicht moet omdat mijn vrouw bevalt, om maar wat te noemen.’ Dat dat personeel relatief duur is, wil niet zeggen dat hun salarissen hoog zijn, zegt Roelants. ‘Boekverkopers verdienen niet veel; in Amsterdam wonen van een boekverkoperssalaris lijkt me een hele opgave.’
Een tweede grote kostenpost is huisvesting. Roelants huurt zijn winkelpand voor drieduizend euro per maand: ‘Veel geld, en het wordt elk jaar meer want het gaat met de index mee omhoog.’ Water is geen hoge kostenpost (‘gebruiken we bijna niet’), gas en elektriciteit wel: ‘Al die lampen zijn de hele dag aan, dus dat tikt aan: vijfhonderd euro per maand.’
Dan zijn er de inrichting en de voorraad. De boekhandel van driehonderd vierkante meter staat vol met naar schatting honderd meter aan kasten, gevuld met meer dan tienduizend boeken. ‘Veel van die kasten staan er al heel lang dus ik ben nu aan het vernieuwen, ik koop nieuwe kasten bij een Arnhems bedrijf dat de boel voor ons op maat maakt. Dat kost gauw duizend euro de strekkende meter.’
Ook in de fysieke boekhandel zijn de automatiseringskosten hoog: 12 duizend euro per jaar. ‘Dat zijn website en kassasystemen. De website is heel belangrijk: ik schat dat 10 tot 15 procent van de algemene boeken die we verkopen online wordt besteld, en dat wordt steeds meer. Het kost veel geld om de website te onderhouden. Maar goed, ik zeg altijd: dat is de huur van je digitale domein.’
Mensen die via de website bestellen, komen de boeken in de winkel halen óf krijgen ze thuisgestuurd. ‘Dat laatste, verzending, is ook een heel grote kostenpost’, zegt Julius Roelants. ‘We versturen alle online bestellingen zelf, via de fietskoeriers van Velocity of via post.nl als het buiten Nijmegen is, en dat is een behoorlijke post: 4 tot 7,5 euro per boek. Online boeken verkopen, dát is pas een moeilijk verdienmodel.’
De laatste grote kostenpost voor de boekhandel is CB in Culemborg, waar alle boeken die in de winkel worden verkocht vandaan komen. ‘Ik ben per maand een paar duizend euro kwijt aan de opslag, het vervoer, het online systeem en nog een hele lijst andere zaken: in 2023 ging 37 duizend euro naar het CB’, zegt Roelants.
Waarmee we bij de vraag zijn wat er per verkocht boek uiteindelijk overblijft voor de boekhandelaar zélf. Julius Roelants: ‘In 2023 kwam dat voor mij neer op 7 procent van de netto omzet.’ Hij is even stil. ‘Dat is eigenlijk heel veel, in aanmerking genomen dat een schrijver 10 procent krijgt. Van dat bedrag bouw ik reserves op die ik in de zaak kan investeren en voorzie ik in mijn levensonderhoud. Maar je moet als boekhandelaar wel heel veel uren draaien; ik denk dat ik zestig uur per week bezig ben, en volgens mijn vrouw is het meer.’
Of het verdienmodel van het boek nog klopt? Het is een lastige vraag, zegt Roelants: ‘Er spelen allerlei factoren mee. Is het belangrijk dat de fysieke boekhandel bestaat? Ik vind van wel, maar daar kun je natuurlijk een andere mening over hebben. Is het van belang dat er een breed aanbod aan boeken verschijnt? Is het van belang dat de schrijver goed wordt beloond? Als je gaat tornen aan de percentages, dan gaat er op alle terreinen iets veranderen. Je kunt de percentages voor de boekhandel wel omlaag brengen maar dan zullen er boekhandels verdwijnen. En als je boeken duurder maakt, ga je er snel minder van verkopen: de zogeheten prijselasticiteit van boeken is heel hoog.
‘Maar dat de schrijver benedengemiddeld wordt beloond is evident. En dat heeft, zeg ik nu even als econoom, gewoon met marktmacht te maken. Het is bij schrijvers ook een kwestie van oplage. Je kunt hun percentage wel verdubbelen, maar ook als ze 20 of 30 procent krijgen, zullen de meeste schrijvers, zolang ze geen bestsellerauteurs zijn, aan hun boeken minder dan een minimumloon verdienen.’
In het dertig meter hoge, dertig meter brede en honderd meter diepe hoogbouwmagazijn van CB in Culemborg gebaart directeur Linda van Zomeren naar de stalen stellages. Ze zijn tot de nok gevuld met pallets, de pallets met kartonnen dozen en de dozen met boeken. Een gele lift waar ‘viastore systems’ op staat, glijdt er soepel langs. In dit hoogbouwmagazijn zie je geen mensen, alleen machines. Soms gaat dat mis: eind september lagen na een storing duizenden boeken klem achter het staal en kon geen mens ze bevrijden.
Het hoge magazijn is een van de vijf gebouwen van CB aan en rond de Erasmusweg op het industrieterrein in Culemborg waar het distributiebedrijf zich in de jaren zeventig vestigde, toen nog onder de naam Centraal Boekhuis. Jaarlijks gaan hier meer dan veertig miljoen algemene boeken de deur uit, verdeeld over 65 duizend titels, waarvan tien miljoen online zijn besteld door de consument – via bol.com (volgens bronnen ongeveer 80 procent) of een van de andere ruim veertig bij CB aangesloten webshops. Elk jaar komen er in Nederland zo’n 16 tot 18 duizend nieuwe titels uit en de voorraad bij CB blijft jaar op jaar stijgen.
Van Zomeren: ‘De ene titel loopt hard, de andere niet, maar voor alle titels wil je iedere dag levergarantie kunnen geven: voor 23.00 uur besteld is de volgende dag in huis. Als zo’n order om 22.59 uur binnenkomt, is dat echt een race tegen de klok, zeker als het een order van een boekhandel is: het boek moet uit de voorraad en in een doos, die doos moet dicht, dan op een pallet, en niet zomaar een pallet maar de pallet voor de boekhandel waar de order vandaan komt. Om 01.00 uur staat de vervoerder klaar en dan moeten alle pallets in de goede vrachtwagens terechtkomen.’
Het gros van de Nederlandse uitgeverijen laat zijn nieuwe boeken als ze van de drukker komen meteen naar CB brengen, die ze ‘in consignatie’ neemt: de boeken blijven eigendom van de uitgeverij. Als alles goed gaat, worden ze in de weken en maanden erna allemaal door onder meer de transportbedrijven Tielbeke en ID Logistics afgeleverd bij verkooppunten als boekhandels en museumwinkels, of rechtstreeks bij de consument. Als alles goed gaat, inderdaad – vaak gaat het niet goed en worden van een titel (veel) minder exemplaren verkocht dan er zijn gedrukt. In dat geval verdwijnen de boeken van het magazijn ‘werkvoorraad’ via het magazijn ‘bulkvoorraad’ uiteindelijk in de ramsj en/of de shredder.
CB werd in 1871 als ‘Bestelhuis van den Nederlandschen Boekhandel’ opgericht door de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels, de voorloper van wat nu de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak is, de koepelorganisatie van uitgevers en boekverkopers. Nog altijd wordt CB betaald door zowel boekverkopers als uitgeverijen. Deze Nederlandse situatie is uniek, nergens anders in de wereld hebben boekverkopers en uitgeverijen zo’n gemeenschappelijk distributiebedrijf met alle titels op één locatie.
In de eerste aflevering van deze serie vertelde Jean-Marc van Tol, uitgever van zijn eigen boek Buat, dat van de 24,99 euro die zijn boek in de winkel kost 1,37 euro naar CB gaat. Van dat bedrag wordt de hele riedel van opslaan en distribueren betaald, of zoals het in het vakjargon heet: inslag, opslag en uitslag.
Dat bedrag klopt wel ongeveer, maar het is een gemiddelde, zegt Van Zomeren. ‘Voor boeken die naar de boekhandel gaan is het aan de hoge kant: dan is dat boek een van de vele exemplaren in een doos en kun je de vervoersbeweging door veel boeken delen. Maar het transport van een boek dat vanuit hier rechtstreeks naar de consument gaat, via post.nl of DHL, is duurder dan 1,37 euro, zeker als het een dik boek is waarvoor moet worden aangebeld.’
Van die 1,37 euro gaat, licht Van Zomeren toe, ongeveer 30 procent op aan vervoerskosten en 70 procent aan fulfillment, het logistieke proces rond de inslag, opslag en uitslag. Dat varieert van zorgen dat de dozen en enveloppen worden gevuld tot en met het up-to-date houden van de automatisering. Uitgevers en boekverkopers maken onderling afspraken over wie welk deel van de CB-betaling voor zijn rekening neemt. Grofweg komt het erop neer dat de boekhandel de vervoerskosten betaalt, en de uitgever de fulfillment.
Kijkend naar de data – waarover CB in ruime mate beschikt – schetst Van Zomeren de belangrijkste trends: de belangstelling voor het algemene Nederlandstalige boek daalt elk jaar een beetje en die voor Engelstalige boeken stijgt, wat voor de boekhandel prima is maar voor de Nederlandse uitgevers niet. De fysieke boekhandel doet het al met al beter dan eerder werd voorspeld. Het papieren boek blijft overeind, maar de consumptie van e- en audioboeken via streamingdiensten als Kobo Plus en Storytel groeit hard en wie daarachter zit, is niet goed zichtbaar: ‘We kunnen zien hoeveel abonnementen er worden verkocht, maar wat daarachter gebeurt, is ook voor ons soms koffiedik kijken.’ Last but not least vallen de kostenstijgingen op: de productie van boeken wordt steeds duurder.
Klopt in het licht van al die ontwikkelingen het verdienmodel van het boek nog wel, wat Van Zomeren betreft? ‘Het is misschien niet zo gek om met alle partijen – auteurs, uitgevers, boekverkopers, CB – eens goed naar de lange termijn te kijken. De enorme kostenstijgingen in de afgelopen jaren baren me wel zorgen. Hogere huren, hogere lonen, duurder papier: die inflatie zie je niet meteen terug in de verkoopprijs van boeken. Ik snap dat daar moverende redenen voor zijn en het is aan de uitgever of de prijs van boeken omhoog moet, maar als je naar al die prijsstijgingen kijkt, zie je wel dat er een soort disbalans is ontstaan. Omdat we het hier allemaal zo efficiënt hebben geregeld valt de boel niet om, maar het gaat wel knellen. En dat gebeurt helemaal als die btw-verhoging onverhoeds toch doorgaat.’
En als er dan toch zo’n gesprek komt, dan mag van Van Zomeren het recht van retour ook op het lijstje staan. ‘Veel van onze activiteiten voegen echt waarde toe voor de sector, daar zijn we trots op. Maar de retourverwerking – en de vernietiging die daarmee gepaard gaat, want niet elk boek gaat terug de voorraad in – niet. Die boeken worden door de boekhandel ingepakt in een doos, bij ons aangemeld, de doos gaat met de vervoerder mee, wordt hier weer uitgepakt, alles moet geregistreerd worden; dat kan slimmer en duurzamer.’
Nederland telt tussen de acht- en negenhonderd boekhandels, sommige met meerdere vestigingen: in totaal zijn er ruim 1.300 min of meer officiële verkooppunten, supermarkten en benzinepompen niet meegerekend. Hun belangen worden sinds 1907 vertegenwoordigd door de KBb, de Koninklijke Boekverkopersbond. Volgens Sanne Muijser, die in oktober 2023 aantrad als directeur, gaat het met die boekhandels goed, althans: ‘Het is vrij stabiel. Maar boekhandelaren die stoppen hebben wel moeite een opvolger te vinden, en jongeren zoals Julius Roelants zie je weinig; de gemiddelde eigenaar is een eind in de 50. Het is een van onze voornemens jongeren voor dit vak te interesseren, want ze vinden het hartstikke leuk om in een boekhandel te werken; maar een eigen zaak, dat is wat anders.’
Ook Muijser denkt dat wie rijk wil worden beter iets anders kan gaan doen. ‘In de anderhalf jaar dat ik nu directeur ben is de cao bijna 10 procent omhoog gegaan, maar hoog zijn de salarissen nog steeds niet. Het klopt dat een groot deel van de inkomsten van boeken naar de winkel gaat, maar als je ziet wat een boekhandelaar kwijt is aan huur en personeel zie je ook dat dat percentage niet veel lager moet worden. Een boekhandelaar moet kunnen investeren om zijn boekhandel up-to-date te houden. Vroeger verkochten ze nog schoolboeken, daarmee hadden ze een goed verdienmodel, maar die zijn nu allemaal verdwenen naar drie, vier bedrijven die daar bakken met geld mee verdienen en waarvan de eigenaren miljonair zijn geworden. Boekhandels verkopen nu cappuccino of hebben zelfs restaurants in hun zaak om te kunnen blijven draaien, want met de algemene boeken alleen krijgen ze het niet rond.’
Toch somt hij moeiteloos een paar ‘grote jongens en meisjes’ op die prima geboerd hebben. ‘Paagman, Stumpel, De Kler, Athenaeum, Broekhuis, Van der Velde zijn allemaal zaken met meerdere goedlopende vestigingen. Mensen die goed geld verdienen met hun boekhandel zijn de ondernemers, de mensen die investeren, die zich vernieuwen, die er echt wat van maken. Ik zou willen dat alle zaken meer van dat soort ondernemerschap laten zien; echte ondernemers zetten goeie boekhandels neer.’
In Frankrijk krijgen de boekhandels overheidssteun om hun panden in de dure stadscentra te kunnen bekostigen. Op de vraag of zoiets in Nederland ook zou moeten, kan Muijser geen eenduidig antwoord geven. ‘Geredeneerd vanuit de beschikbaarheid van het boek zou je zeggen: ja, absoluut. Het is een taak van de overheid het boek beschikbaar te maken, net zoals het een taak van de overheid is de leesvaardigheid te bevorderen. Boekhandels vervullen ook een functie waar het gaat om de zichtbaarheid van het boek, je hebt die etalages nodig. Ze vormen eigenlijk het enige reclamemiddel dat boeken nog hebben, naast de kranten – maar die worden steeds minder door jongeren gelezen.
‘Maar wat ik zei: er zit dus ook die ondernemerskant aan, en daar hoort een ondernemersrisico bij. Natuurlijk zijn er ook boekhandelaren die meer liefhebbers zijn, culturele ambassadeurs. Maar de goed lopende boekhandels zijn de zaken die met hun tijd meegaan, die kunnen switchen als de vraag anders wordt, die agile zijn, om dat woord maar even te gebruiken. De kleintjes, die op liefde drijven: er zitten gedreven ondernemers tussen, maar er zijn er ook die op een gegeven moment, na tien of dertig jaar, de neiging hebben naar binnen gekeerd te raken. Als die steun krijgen van de overheid wordt het er niet beter op.’
Overheidssteun in de vorm van subsidie: al met al dus liever niet, zegt Muijser. ‘Maar de overheid zou wel de btw op 0 kunnen zetten, zoals ze in Ierland doen. Dan geef je geen steun aan boekhandels zelf, maar zorg je dat de prijs van boeken lager wordt, waardoor uiteindelijk iedereen meer aan boeken kan verdienen. En uiteraard moet de vaste boekenprijs overeind blijven, die houdt de beschikbaarheid van boeken op peil en zorgt voor een zekere inkomstenstroom waardoor de boekhandel kan blijven bestaan.’
Of Muijser zijn twee kinderen zou aanraden boekhandelaar te worden? ‘Ja. Omdat je elke dag contact met zoveel mensen hebt, omdat je steeds met boeken bezig bent en veel kan lezen. Je moet het niet voor het geld doen en wel echt van het vak houden, maar uiteindelijk is een boekhandel magisch.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant