Home

Zanger Sam Fender behaalt de grootste successen, maar hij houdt een gevoel van falen. ‘Vooral als ik thuis ben’

Van zero naar hero, dat is het verhaal van popzanger Sam Fender, de arbeidersjongen uit het noorden van Engeland die nu op de grootste concertpodia staat. En tóch vindt hij dat hij iets niet goed doet.

schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.

Altijd als Sam Fender terugkomt van een tournee gaat hij eerst even kijken hoe North Shields erbij ligt. Hij mag de afgelopen vijf jaar de hele wereld overgevlogen zijn, de popzanger is verknocht aan zijn geboorteplaats, een paar kilometer ten oosten van Newcastle. ‘Ik wil gewoon weer even voelen hoe het daar is. Even een biertje drinken en kijken hoe het met mijn oude vrienden gaat’, zegt Fender (30).

Maar de laatste tijd is er toch wat veranderd. ‘Mijn maten zijn getrouwd, hebben kinderen of ze zijn door drugs te ver heen. En mijn ouders wonen er niet meer. Ik zoek er naar dingen die er niet meer zijn. Wat er nu wel is: dat ik op mijn schouder wordt geklopt door trotse stadgenoten die graag met de beroemde Sam Fender op de foto willen.’

Over dit soort ervaringen zingt Fender op zijn vorige week verschenen derde album People Watching. ‘Ik ben sinds een paar jaar beroemd, zeker in Engeland. Maar ik voel me nog gewoon een van de lads.’

Sam Fender is een arbeidersjongen die weet wat het is op te groeien in armoede: ‘Mijn moeder werd ziek en verloor haar uitkering, en ik was nog te jong om te werken. Vertel mij niks over blut je dagen slijten. Uiteindelijk had ik geluk: Owain Davies, die nu mijn manager is, maar die ik destijds helemaal niet kende, viste me uit de ellende. Ik kreeg de kans het te gaan maken. Maar mijn vrienden bleven hangen in een leven met hooguit een pint en een snuifje op z’n tijd.’

Zo zou Fenders leven er ook hebben uitgezien als zijn muzikale talenten niet waren opgemerkt toen hij 18 was. ‘Owen hoorde me een keer in een kroeg zingen en heeft me sindsdien niet meer losgelaten.’

In het ziekenhuis

Twaalf jaar later is het niet moeilijk om te begrijpen wat zijn redder in hem zag. Fender heeft een krachtige, wat robuuste stem, die doet denken aan Bruce Springsteen. Niet toevallig is Springsteen een van zijn belangrijkste invloeden. Ook Fender zingt liedjes over gewone mensen zoals hijzelf, die dromen van een beter leven. Een Sam Fender-liedje blijft meteen hangen, alsof het er altijd al geweest is. Andere opmerkelijke eigenschap: ze lijken meer Amerikaans dan Brits.

‘Ik kreeg van mijn tien jaar oudere broer Born To Run van Bruce Springsteen en die plaat ben ik altijd blijven draaien. Wat hij deed wilde ik ook doen. Dat gevoel had ik minder bij bijvoorbeeld Oasis of Nirvana.’

Fender spiegelde zich ook liever aan zangers dan aan bands. Springsteen en Tom Petty waren zijn helden, al waren ze wat ouder. Er was eigenlijk maar één band waar hij echt van hield, The War On Drugs. Ook Amerikaans. Fender: ‘Toen ik 20 was, lag ik een tijdje in het ziekenhuis. Hun album Lost in the Dream sleepte me er doorheen. Toen ik thuiskwam wist ik wat ik wilde. Liedjes zingen die net zo opbeurend konden zijn als hun muziek.’

Fender maakte eerder al twee succesvolle albums, die hem over de hele wereld naar grote concertpodia brachten. Toen hij voor de derde op zoek ging naar nieuwe muzikale impulsen was zanger en gitarist Adam Granduciel van The War On Drugs de man aan wie hij het eerst dacht.

‘Ik wilde mijn album laten produceren door een echte held van me. Gewoon eens kijken hoe dat zou gaan, samenwerken met iemand van wie je fan bent. Geweldig dus. Adam had nog nooit een andere artiest geproduceerd en twijfelde aanvankelijk. Totdat ik een uur lang met hem aan de telefoon hing en we precies dezelfde muzikale voorkeuren bleken te hebben.’

Op People Watching geeft Adam Granduciel Fenders opbeurende liedjes een extra dimensie. De gitaren klinken voller, Fenders sound is afwisselender en zijn stem is rijker van kleur.

Gebleven zijn de persoonlijke teksten, die vaak een donker randje hebben. ‘I used to feel so invincible/I used to feel there was a world worth dreaming of’, zingt Fender in het titelnummer: ik voelde me onoverwinnelijk, ik had de grootste dromen. Dat was ooit zo, maar nu is zijn stemming vooral ‘dark’ horen we een paar regels verder. In een ander liedje, Chin Up, heeft hij het over zijn vrienden: ‘My friends at home are in pain/Chucky debt, God I hate cocaine.’ (‘Mijn vrienden thuis hebben het moeilijk, dikke schulden, God, ik haat cocaïne.’)

Aan de coke

Sam Fender heeft er moeite mee, legt hij uit, dat zijn leven geslaagd lijkt waar zijn oude maten maar blijven tobben. ‘Niet dat mijn hele vriendenkring aan de coke zit, maar ik help ze niet door gewoon geld te geven, heb ik gemerkt. Maar wat dan wel?

‘Kijk, ik heb gewoon geluk gehad. Maar wat als mijn manager niet in me geïnvesteerd had? Daar denk ik dagelijks aan. Veel van mijn nieuwe liedjes gaan over dat gevoel dat je eigenlijk blij moet zijn omdat je succesvol bent in wat je doet, maar dat toch niet lukt.’

Hoe graag hij mensen met zijn muziek ook een hart onder de riem wil steken, ergens heeft Fender het gevoel dat hij faalt. ‘Vooral als ik weer even thuis ben. Dan zie ik de uitzichtloosheid van de mensen daar in het noorden van Engeland, die alleen maar erger lijkt te worden. Als ik op tournee ben, heb ik dat gevoel van machteloosheid veel minder. Dan zie ik ook hoe troostrijk mijn muziek kan zijn. Een arena vol mensen die je liedjes meezingen, dat geeft mij echt even een gevoel van gelukzaligheid.

‘Ik verheug me ook mateloos op komende zomer. Dan sta ik drie avonden in het voetbalstadion van Newcastle. Eigenlijk gewoon bij mij om de hoek. Dat blijf ik ongelooflijk vinden. Daar denk ik straks vast wel even: niet gek voor een working class kid uit North Shields.’

Sam Fender, People Watching. Polydor/Universal.

Sam Fender speelt op 5/3 in 013, Tilburg en op 19/3 in Afas Live, Amsterdam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next