Skype veranderde de wereld, maar ontving daarvoor weinig waardering van zijn eigenaren. Microsoft maakte deze week bekend dat verbinding met de beldienst definitief verbroken wordt.
is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.
‘Sky·pen (skypete, heeft geskypet)’ – als je merknaam als werkwoord de Van Dale haalt, dan ben je een hele grote. Jarenlang was skypen (‘bellen via internet’, aldus het woordenboek) een net zo spreekwoordelijke bezigheid als telefoneren of faxen. Maar zoals dat gaat met revoluties; vroeg of laat doven ze uit.
Ook Skype is dit lot beschoren. Kort na de eeuwwisseling schoffelde de revolutionaire gratis communicatiedienst het lucratieve verdienmodel voor internationaal bellen onderuit. Skype sneeft nu op zijn beurt door de opkomst van nog modernere communicatietechnologieën.
In zekere zin is Skype een van de verlate slachtoffers van de coronapandemie. Toen na de corona-uitbraak het thuiswerken in zwang raakte en kantoorklerken voor hun ochtendvergadering massaal aan het zoomen, meeten en slacken sloegen, lieten ze Skype massaal links liggen. Zelfs eigenaar Microsoft negeerde Skype, want het techconcern promootte niet zijn aloude communicatiegereedschap, maar het nieuw ontwikkelde videoplatform Teams.
Skype zette kort na de oprichting in 2003 de telecomwereld op zijn kop. Dankzij de opkomst van internet en steeds snellere desktops en laptops, konden gebruikers dankzij Skype waar ook ter wereld gratis met elkaar ‘bellen’. Aanvankelijk alleen met geluid, beeld volgde later.
Internetbeldiensten bestonden al langer, maar waren beperkt succesvol, omdat een ‘telefoonboek’ voor het wereldwijde web rond de eeuwwisseling ontbrak. Daardoor kon het een opgave zijn om de geliefde aan de andere kant van de lijn op te sporen.
Skype loste dit probleem op door geheel zelfstandig computers van andere bellers te zoeken, waardoor contact leggen veel makkelijker werd. De uitvinders maakten hiervoor gebruik van een techniek die ze eerder hadden ontwikkeld voor Kazaa, een dienst voor het delen van mp3-muziekbestanden.
Daarnaast kende Skype een trucje waar de huistelefoon niet aan kon tippen: je kon groepsbellen met meerdere mensen op meerdere locaties tegelijk, waarmee het videovergaderen gelijk ook geboren was.
Geen wonder dus dat Skype groeide als kool: op het hoogtepunt gebruikten honderden miljoenen aardbewoners de dienst en verbond het vrolijk stemmende beltoontje maandelijks miljoenen geliefden over de hele wereld.
Telecombedrijf KPN zag de populariteit met lede ogen aan. ‘De omzet van ons vaste net zal er zeker door dalen’, gaf toenmalig topman Ad Scheepbouwer in 2005 toe, toen zijn concern een eigen variant van internetbellen presenteerde. ‘We nemen langzaam afscheid van de telefoontik.’
Maar Skype had zelf ook moeite de eindjes aan elkaar te knopen, omdat een goed verdienmodel ontbrak. Er werd geld gevraagd voor zakelijke gesprekken, maar die werden nauwelijks gevoerd. Kort na de overname door eBay in 2005, moest de veilingsite 1,4 miljard dollar afschrijven op de overnameprijs van 2,6 miljard dollar. Er werd domweg te weinig verdiend.
In 2011 kocht Microsoft de nog altijd verlieslijdende beldienst voor een astronomische 8,5 miljard dollar, Microsofts grootste overname tot dan toe. Ook toen kon de investering op weinig enthousiasme rekenen onder beleggers, die vreesden dat het softwareconcern de miljarden nooit zou terugverdienen.
Skype kreeg ook maar weinig liefde van zijn nieuwe moederbedrijf: Microsoft leek nauwelijks pogingen te ondernemen om de communicatiedienst tot een succes te maken. Het ontwikkelde zelfs een eigen concurrent, Teams, dat nu 320 miljoen actieve gebruikers telt.
Inmiddels bevindt Skype zich al jarenlang in comateuze toestand. Deze week besloot Microsoft door de zure appel heen te bijten en de stekker er definitief uit te trekken. Wie om nostalgische redenen nog een keer de beltoon wil horen die ooit werelden met elkaar verbond, heeft tot 5 mei de tijd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant