Home

Op tour met
Beppie Kraft (78), de
onvermoeibare koningin
van het Limburgse carnaval

‘Als ik niet was blijven optreden, was ik al lang doodgegaan’

Volkskrant Magazine gaat op pad met Beppie Kraft, de koningin van het Limburgse lied, en misschien wel van heel Limburg. Hoe krijgt zij ook dit jaar de zalen weer aan het sjoenkelen en vooral: hoe houdt ze het al 67 jaar vol?

Door Emma Curvers

Fotografie Marieke de Bra

Galazitting van carnavalsvereniging de Graasbörgers

De rider van Beppie Kraft (78), een document waarin artiesten hun eisen rondom een optreden opsommen, is bescheiden: ‘een afsluitbare, verwarmde kleedkamer’, ‘kosteloze consumpties’ en een ‘professionele geluidsinstallatie’. En zelfs aan dat korte lijstje, zullen we deze zaterdagavond merken, wordt op de meeste plaatsen niet voldaan. Maar dat deert Beppie niets.

Beppie staat in de keuken van D’n Hermeniezaal in het Noord-Limburgse Susteren en drinkt een colaatje tussen de koffiezetapparaten en tosti-ijzers, over tien minuten moet ze op. ‘Is er geen goeie geluidsinstallatie, dan zet mijn geluidsman Hans iets neer, hij heeft tien minuten nodig en dan kan ik beginnen’, zegt Beppie. Omkleden, haar, make-up? ‘Dit is het’, wijst Beppie op haar outfit: sportschoenen, makkelijke broek, zwarte top met bloemenbroche. ‘Ik trek mijn jas uit en ik kan de bühne op.’

Een beetje rust voor de show heeft Beppie niet nodig, en dat krijgt ze ook niet. De hele raad van elf van carnavalsvereniging de Graasbörgers trekt door de keuken. De een vraagt hoe het in Spanje was, waar ze de helft van het jaar verblijft, de volgende bedankt haar omdat ze een lief berichtje insprak na zijn kankerdiagnose. Tegen de voorzitter van de Graasbörgers: ‘Kunnen we misschien om vijf voor half negen beginnen in plaats van half?’

Beppie houdt de teugels stevig in handen. Zeker vanavond, want haar kleinzoon Jimmy wordt in het Belgische Gellik uitgeroepen tot Prins Carnaval. Maar eerst nog even drie feestjes stichten. Kraft houdt de deur van de zaal achterin op een kiertje terwijl het Limburgs volkslied wordt gezongen (‘Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord!’). Zenuwen zijn er nooit meer. ‘Maar ik moet me wel concentreren. De mensen betalen veel geld voor mij, als ik wegga moet het feest zijn. Wacht, toch een beetje lippenstift.’

In de zaal, aan lange tafels vol worst en kaas, staat iedereen op als de ‘Grande dame van de Vastelaovend’ wordt aangekondigd. Zwaaiend loopt Beppie door de mensenhaag, achterin kunnen ze haar niet zien. Fun fact: Kraft was, met haar 1 meter 48, het gezicht van de Limburgse coronacampagne ‘Hou één Beppie afstand’.

Ver goan zingen!’, roept Beppie. Tegen de tijd dat Kraft haar allergrootste hit inzet, De nach is nog zoe laank, hebben ze in Zöstere geen aanmoediging meer nodig: de armen worden in elkaar gehaakt om van links naar rechts te sjoenkelen. Alle armen, behalve die van Beppies chauffeur Pieter, die de klok in de gaten houdt, en uw verslaggever, die als halfbloed Limburger toch niet ongevoelig blijkt voor wat hier gebeurt. ‘Ik zie heus wel dat jij het leuk vindt!’, zegt Pieter schalks.

‘Nog eentje doen?’, zegt Kraft om 20.50 tegen het publiek. Er is precies ruimte voor een zugabe, of twee, en dan is iedereen blij, en Beppie ook, want die zit om 21.02 weer in de auto. ‘Tot volgend joar!’, roept Ger van de Graasbörgers haar na.

‘Ook één-dags-vlinders kunnen iets aantrekkelijks hebben’, schreef dagblad De Nieuwe Limburger in 1963, toen de Maastrichtse Kraft op 17-jarige leeftijd haar eerste plaatje uitbracht. Kraft moet erom lachen, na een showcarrière van 67 jaar. Ze zong naar schatting vierhonderd nummers, is Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en daarnaast de officieuze koningin van Limburg. Hoeveel albums ze precies maakte? ‘Ik weet het zelf ook niet.’ ’t Nissjeke heette dat eerste liedje, ’t Nichtje. Ze nam het op met haar vader Sjeng (Jean) Kraft, die ook buiten Limburg een begrip was: hij componeerde menig liedje bij Telstar, de platenmaatschappij van zanger Johnny Hoes, en speelde als accordeonist op platen van de Zangeres Zonder Naam en Doe Maar. De accordeon in De Vogeltjesdans van De Elektronica’s: da’s ook Sjeng.

We zitten op de zondagmiddag na al die optredens in Krafts eenpersoonsappartement in het toeristische centrum van Valkenburg. Strak wit en grijs, met aan de muren kleurrijke odes aan het carnaval en aan haar overleden man Pierre. Beppie wijst de plaatsen aan: ik op de bank, zij in de comfortabele stoel. Ik wilde nog vlaai halen, zeg ik verontschuldigend, maar bij bakker Geurten hiertegenover wisten ze: Beppie het al kiersjevloai gehoald.

‘Voor we beginnen, één ding’, zegt Beppie. ‘Het beeld dat landelijke media vaak van Limburg en carnaval geven, is dat het hier een zedeloze bende is, alleen maar zuipen en neuken. Ja, er wordt gedronken, maar het is niet zo dat met carnaval alles mag en kan.’ Het ware carnaval, en daar is Kraft misschien wel de grootste ambassadeur van, is volgens Beppie afgelopen als je dronken wordt. ‘Dat zeg ik ook tegen mijn kleinkinderen. Ik heb een bloedhekel aan dronken mensen. Daarom treed ik na middernacht niet op. Hoe later, hoe meer er gedronken is, en dat geldt voor heel Nederland.’

Zelf heeft Beppie geen ervaring met de rock-’n-roll van het artiestenbestaan. Ze komt, ze zingt, foto’s met fans, en door. Was dat eigenlijk wel een echte jonge klare, die haar gisteravond werd aangereikt vanaf de bar? ‘Nee. Ik drink één borreltje per avond, maar ik kan er geen drie drinken. Ik word ingehuurd om de mensen in de stemming te brengen. Het mag niet zo zijn dat ik de tekst niet meer weet, of wankel van de bühne kom. Ik meng me ook niet in het publiek. Na twee of drie optredens ga ik naar huis.’

In tegenstelling tot veel andere carnavalshits gaan Beppies nummers ook niet over de losbandigheid van carnaval. Ze gaan over de liefde, gemis, geluk, soms iets geinigs – zie ook: haar hits Miene vogel is gevloge en de opvolger Miene vogel is trök. Voor de Limburger zijn de nummers weliswaar verklonken met carnaval, maar het zijn eigenlijk levensliederen voor elk seizoen.

Niet dat het haar grote droom was zangeres te worden. ‘Nee, zo ging dat helemaal niet. Kijk: elke grote plaats heeft elk jaar een eigen carnavalsliedje. Mijn vader was muzikant, en in 1957, ik was 11, had de componist van dat jaar het liedje al bij ons thuis laten horen. Toen op het bomvolle Vrijthof de Prins werd binnengehaald, vroeg de presentator: ‘Wie kent het liedje en wil dat hier komen zingen?’ Beppie stak haar vinger op, en zong het liedje Sjeng de Monica. Zelf weet ze ook niet waarom.

‘Toen ik thuiskwam, hadden mijn vader en moeder al van de buren gehoord: jullie Bep staat te zingen op het Vrijthof. Ik rolde erin, want mijn vader was arrangeur bij platenmaatschappij Telstar.’ Beppie, toen 14, 15, ging mee om achtergrondkoortjes op te nemen, dat leverde een leuk zakcentje op. ‘En ik ging steeds meer doen. Johnny Hoes maakte van die verzamelalbums, Alle dertien goed!, waarvoor hits werden nagezongen. Dan ging ik heel precies luisteren hoe Corry Konings zong, en dat deed ik heel mooi na, je hoorde het verschil niet.’

Ze had geluk, zegt Kraft, met die vader, en ze bofte nóg eens: ze ontmoette Pierre Knubben. Beppie was gevraagd voor een orkestje, The New Rising Stars. De trompettist van The New Rising Stars moest in dienst, en Pierre, een uitstekend trompettist, kwam net uit dienst. ‘Ik was al langer verliefd op hem, denk ik.’ Pierre werd de nieuwe trompettist, en Beppie liet hem duidelijk weten waar zij heen ging om te dansen: De Carlton in Maastricht. In 1967 trouwden Beppie en Pierre. Toen het orkest stopte, ging Beppie solo door, en bleef Pierre bij het huisorkest van Telstar – het intro van Mexico van de Zangeres Zonder Naam: da’s Pierre.

Beppie vond een formule: ‘Omdat mijn vader in een studio werkte, kon hij al vroeg bandjes voor mij maken, waarmee ik kon optreden. In de auto terug draaide ik de bandjes met een potloodje door, dan kon je het bandje op de volgende locatie gewoon omdraaien, en begon aan de achterkant het nummer nog eens. Ja, optreden met een orkest is leuk, maar duur.’ Bandjes maken optreden laagdrempelig, en eigenlijk treedt Beppie nu nog op precies die manier op.

Café De Dolle Haring

Het podium van Café de Dolle Haring, waar Kraft headliner is van het evenement ‘De Tent op z’n Kop’, is één tweepersoonsbed groot. Bij binnenkomst wordt Beppie in de bijruimte gezet, een hok van één vierkante meter, tussen de opgestapelde bierkratten. Opvallend gevarieerd publiek hier: van voetbalshirts en volgetatoeëerde armen tot Rotary-types met ronde brilletjes. ‘Die zijn het moeilijkst mee te krijgen’, weet Beppie. ‘Je kent het fenomeen van de dames- en herenzittingen met carnaval? Ik doe dus geen herenzittingen meer, want de mannen moeten meestal eerst flink gedronken hebben, anders komen ze niet uit hun stoel voor de polonaise. De dames nemen van thuis hun bakjes kaas en worst mee en het is bij het eerste liedje feest. Ik treed ook voor drie of vier uur ’s middags niet op, dan moet ik uitrusten van de avond ervoor. En na twaalven dus niet.’

Beppie wordt het podium op geholpen. Vooraan zingt een vrouw met net zo’n kort, donkergeverfd kapsel als Beppie elke letter mee. ‘Al sinds ik 25 jaar geleden bij het carnaval ging, ben ik fan’, zegt Marleen Geunst (69) uit Bree na afloop. ‘Ik heb haar al zeker tien keer gezien.’ Wie je het vanavond ook vraagt, ze zeggen allemaal: Beppie is van het volk. Zo gewoon. Maar Agnes Tilmans (66) uit Maaseik in België, die de consumptiebonnen verkoopt bij de deur, vindt iets anders belangrijker: het Limburgs dialect. ‘We zijn dan wel Belgen, maar wij zíjn Limburgers. Beppie geeft ons een gevoel van trots.’

Ja, zeggen ze hier: veel Limburgers voelen zich in de eerste plaats Limburger. Het is toch: Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord, en een vaderland heeft symbolen. Beppie, bijvoorbeeld. Om 22.22 signeert Beppie vlug drie bierviltjes, maakt snel een selfie met een fan, en daarna schuifelt ze over de spekgladde stoep terug naar de auto voor de volgende locatie: Maastricht.

Dat Beppie het bij Limburgs dialect zou houden, was even onzeker. In 1972 stond in de krant dat Beppie Kraft vanaf nu Marja zou heten. Ik zal je vertellen hoe dat ging. Ik zong zangeressen zoals Corry Konings na, maar Johnny Hoes zei: jij kunt ook landelijk wat betekenen. Iemand had bedacht dat het Marja moest worden, gewoon Beppie was kennelijk niet goed genoeg.’ Dus kreeg ze een donkere bril, ander haar, ‘echt verschrikkelijk’, en nam ze als Marja Mijn Angelino op. Dat accent kreeg ze wel afgeschud, dat had ze als telefoniste bij Vroom & Dreesmann al geleerd, maar: ‘Het zingen in het Nederlands kwam niet uit mijn hart. Het was bedacht, en het werd dus ook geen succes.’ Limburg was groot zat, was Beppies conclusie. Daarnaast: als ze in Limburg optrad, sliep ze mooi thuis in haar eigen bed, bij Pierre.

Thuis had ze het ook druk zat: de eerste kwam in 1970, Rob, en de tweede in 1976, Joyce. Het optreden ging op een lager pitje, zo’n twintig optredens per carnavalsseizoen. ‘Ik had ook gewoon een baan, bij de Gulpener Bierbrouwerij, als vertegenwoordiger. Ik werd later ook nog zakenvrouw hè? En comédienne.’ Vanaf 1980 vormde Beppie samen met Mattie Haken het komische duo Berb en Gradus, een oud getrouwd paar dat op elkaar afgaf. Samen boden ze een soort package-deal aan; eerst zong Beppie, dan deed Mattie een act als buteredner, een soort carnavalskomiek, en dan traden ze nog samen op als duo. En dat dan in twee zalen op één avond. ‘Fantastisch’, zegt Beppie. ‘Pierre heeft zo’n belangrijke rol gespeeld in die tijd. Hij had inmiddels een goede baan, dus ik hoefde niet per se te werken, maar ’s avonds en in het weekend bleef hij bij de kinderen. Die vonden dat best, want dan kwamen de chips op tafel.’

En toen dus die derde carrière: ‘De directeur van de Gulpener zei altijd tegen mij: Beppie, jíj moet in zaken gaan.’ Beppie kon aandelen kopen van Marlstone (Mergelsteen, red.), een platenmaatschappij met Limburgse muziek. Pierre zei: doen. ‘Arrangeur Conny Peters ging de muziek doen en ik de zaken: een gouden greep. Wij hadden de mazzel dat de lp eruit ging, en cd’s begonnen te lopen. We hadden vijfduizend titels liggen waar we verzamelalbums van konden maken. We brachten achter mekaar cd’s uit. Een enorm succes. Op enig moment werd ik gebeld, dat André Rieu, die toen al een salonorkest had, een plaatje opgenomen wilde hebben. Hieringe biete, heette dat, naar het traditionele haringbijten op Aswoensdag. We lieten er vijfhonderd maken, als je hem bij Vroom & Dreesmann in Maastricht kocht kreeg je er een haring bij. Op de eerste middag kreeg ik telefoon van de inkoper: ze zijn op.’

Hoeveel ze er liet maken? ‘Heel veel. Heel, heel veel.’ Maar een platenmaatschappij en het artiestenleven lieten zich niet zomaar rijmen: mensen die dachten Beppie Kraft te bellen, die van de polonaise en heya heya ho lala, troffen soms een andere Beppie. Er moest dus een scheiding worden aangebracht tussen Beppie Kraft de zangeres, en Beppie Knubben de zakenvrouw. ‘Dat was moeilijk: de twee petten van Beppie. Ik kreeg hoe langer hoe meer succes als zangeres, maar ook met die platenmaatschappij. Conny wilde de Limburgse muziek naar een wereldniveau tillen. Hij mikte hoog, dus dat kostte veel geld. Daarom moesten we ook soms mensen teleurstellen: sorry jongen, we zien het toch niet zo zitten in jou. Dat werd me dan later nagedragen, soms tot op de dag van vandaag.’

En dan het gerechtelijk gelazer: als een artiest een nummer opnam bij Marlstone, dan bleef dat nummer van Marlstone voor bijvoorbeeld vijftien jaar, titelexclusiviteit heette dat. ‘Dat ging altijd goed’, zegt Beppie, ‘tot een artiest het dan nationaal kon gaan maken. Frans Theunisz maakte het nummer Sjeng aon de geng, dus er sprong een landelijke maatschappij op die hem wilde overhalen om onder het contract met ons uit te komen.’ Als zoiets gebeurde, zeiden artiesten tegen Beppie: ‘Ik kan nu landelijk succes krijgen. ‘En dan zegt zo’n klein vrouwtje: ja sorry, gaat niet gebeuren. We hebben in jou geïnvesteerd en we willen ook in de toekomst aan jou verdienen. Dan ga je naar de rechter, en dan kregen wij gelijk. Maar het was wel heel vervelend.’

De zakenwereld heeft haar harder gemaakt, denkt Beppie, dat zei Pierre althans eens. ‘Ik was een goede zakenvrouw, denk ik. Er werd weleens gezegd: die gaat over lijken. Verschrikkelijk. Ik ga niet over lijken. Ik ben wel heel recht in de leer. Zo hebben we het afgesproken, daar gaan we niet van afwijken. Daarom zei ik ook al jaren terug: ik neem mijn eigen geluidsman mee, geen discussie.’

Zitting van carnavalsvereniging De Waterratte

En door: op weg naar het derde podium van vanavond wordt Beppie staande gehouden door een stel tieners die een selfie willen. Dana Tummers (19) is aangestoken door haar vriendin Indie Raeven (18), die de muziek kent via haar oma. Dana: ‘Ze is echt mijn idool. Ik luister het voortdurend, overal. Beppie is zo nuchter en gewoon. Mijn lievelingsliedje is Dans de ganse nach mèt miech, maar eigenlijk vind ik alles van haar leuk.’

Hier, in Beppies heimat, staat de harde kern van de Kraft-fans: mensen die ook in 2012 naar Ahoy kwamen, toen ze voor 13 duizend man optrad. Dat de stiekem meedeinende Volkskrant-verslaggever in een hoekje staat, pikken de dames van Carnavalsvereniging de Waterratte niet: ze slingeren mij een sjoenkelende kring in. Op het podium gaat Beppie voor de derde ronde Heya heya Ho lala. De voorzitter van de Waterratte, Harry Schobbe (60): ‘We bestaan zes keer 11 jaar en dan wil je de beste, dus bel je Beppie. Ze is daarnaast ook gewoon een schatje. Ik bel haar altijd als we chariteit doen hier in de buurt, dan komt ze gratis optreden bij de instelling voor gehandicapten hier om de hoek.’ Beppie kijkt Harry aan vanaf het podium: gaat hij haar nog afkondigen, of wat? Om 00.10 gaat Beppie weg uit Maastricht, of althans, dat probeert ze. ‘Beppie, iech hald van diech!’, schreeuwt een joch van een jaar of 15, hij wil een foto. Snel dan, zegt Beppie, ‘Ich mot noa miene kleinzoon!’

Afstand houden zonder dat ze afstandelijk wordt gevonden, dat vindt Beppie het moeilijkste aan artiest zijn. Normaal gesproken neemt ze na elk optreden een half uur voor selfies. ‘Maar het gebeurt ook als ik naar de gym moet, of gisteravond na het optreden: twee meisjes op straat, ze hadden veel te veel gedronken: ‘Waaaah Beppie! We willen een foto!’, en toen zei ik: ‘Nee jongens, jullie geheugen is ook wat waard.’ Nee zeggen is niet makkelijk, als je van het volk bent. ‘Daarom regelt mijn zoon Rob nu alles voor mij via zijn boekingskantoor. Ook als ik héél af en toe nog eens gratis optreed, alles moet via Rob.’

Nee zegt Beppie, eigenlijk treedt ze niet meer gratis op. ‘Maar ik doe pro Deo veel andere dingen, dat is ook leuk voor je artikel; ik ben ambassadeur van het Alzheimer Onderzoekfonds Limburg, en zit in het bestuur van een stichting die mp3-spelers regelt voor verzorgingstehuizen.’ Het is bekend, zegt Beppie, dat dementerende mensen ‘wakker’ worden van muziek. Het project wordt nu wetenschappelijk begeleid door een professor, hoogleraar ouderenpsychiatrie en neuroloog Frans Verhey. ‘Maar wat ik ontdekte is dat je het moet personaliseren. De muziek die ze tussen hun 15de en 25ste luisterden maakt de grootste indruk, de leeftijd dat je trouwt en verliefd wordt. Met muziek uit die periode kom je dieper in het geheugen.’ Goed noteren dus, zegt Beppie, die favorieten uit je jeugd.

Laten we die van Beppie dan toch maar opschrijven, voor het ongelukkige geval dat ze ooit dement mocht worden: ‘Voor mij is het Puppet on a String, van Sandie Shaw, uit 1967. Dat werd op mijn bruiloft gedraaid. We hadden een buffet, dat was toen helemaal nieuw. Een tante van mij vond dat vreemd, worden we niet bediend? Ik zie nóg voor me dat ze met haar bord naar me toe liep, lalalaaaa, op dat nummer. En alles van Fats Domino en The Everly Brothers.’

Vijfentwintig jaar geleden al wilde Beppie stoppen, maar dat gebeurde niet. ‘Mijn mentor Jean Innemee (een Limburgse zanger en componist, red.) zei: je moet niet stoppen, maar alleen in het seizoen optreden, november tot en met carnaval.’ Pierre en ik kochten een huis in Spanje, voor de rest van het jaar. ‘We hadden de afspraak: in Nederland zat ik in de artiestenwereld en de zakenwereld, en hielp Pierre mij. En in Spanje deed ik alles wat Pierre fijn vond, ik kookte, we gingen eten waar hij wilde.’ Het bleek een succesformule, en eigenlijk doet Beppie het nog altijd zo, alleen sinds 2017 zonder Pierre.

Als je het haar zo op de vrouw af vraagt, dan ligt haar hart daar, in Spanje. ‘Ik heb daar, met hem, de mooiste tijd van mijn leven gehad. In Nederland ben ik aan het werk en mis ik Pierre elke dag. Maar als ik daar ben, ben ik bij Pierre. We hadden ons ritme, op donderdag een visje aan het strand, altijd paella in hetzelfde restaurant, dat doe ik nu nog. En Pierre komt altijd even knuffelen als ik daar ben. Hij is daar gewoon bij me. Leg het maar uit, ik kan het niet uitleggen.’

Toen Pierre was overleden, zegt Beppie, begon ze beter te begrijpen wat mensen in haar muziek zien. ‘Ik kreeg het ineens moeilijk met mijn eigen teksten.’ Beppie zingt:

Zing en lach nog eens naar mij,
’t maakt me blij, die lach op jouw gezicht…
Leef vandaag, denk niet aan morgen!
En geef het leven opnieuw de kans…

‘Ik begreep ineens dat iedereen zijn eigen verhaal in zo’n lied leest. Toen Pierre net was overleden en ik hiermee optrad, maakte ik oogcontact met een vriendin van mij in het publiek, bij haar man was ook kanker geconstateerd. Toen zag ik dat bij haar óók die film langskwam. Dat we dezelfde pijn begrepen. En niemand kreeg dat op dat moment mee.’

‘Pierre zei eens tegen mij: jij hebt onzichtbare draadjes met iedereen in het publiek.’ Het is zo, zegt Beppie, ze houdt iedereen in de gaten, ook die schutterende man met dat nette jasje die niet wil dansen. ‘Ze denken allemaal dat ik voor hem of haar alleen zing. Ik doe verder niks geks hè? Je ziet mij niet springen en hupsen. Niemand weet wat het is, dat de mensen mij aardig en fijn vinden om naar te kijken. Het lukt mij gewoon om die connectie te maken.’

Wat de x-factor van Beppie is, daar wil ze best even over meefilosoferen. ‘Goede tekst, goede melodie, goed arrangement, heel goede muzikanten. Maar dan ben je er toch nog niet.’ Speelt haar stevige regie en wilskracht ook een rol? ‘Ja, ik weet heel goed wat ik wil. En ik heb geluk gehad dat ik steeds de juiste keuzes maakte. Geboren worden als kind van mijn vader, dat koos ik niet. Maar Pierre wel: een goede keuze. Samenwerken met Conny Peters koos ik; een fantastische arrangeur. En in Limburg blijven.’

Sinds Omroep Max in 2024 een documentaire over Beppie maakte, krijgt ze weer verzoeken voor optredens in het land. Mooi niet. ‘Ik ben weleens in Den Bosch gaan optreden en dan zei de boeker: zie je nou dat dat leuk is? Dan dacht ik: moet je eens in Venlo komen kijken, dan kent echt iedereen de tekst.’ En dus is dit het beleid: geen optredens na twaalven, niet voor drieën, geen herenzittingen, geen optredens in discotheken en niet buiten Limburg.

Prinsenproclamatie van carnavalsvereniging De Galliaren

Als je er broodnuchter binnenstapt, is het even wennen bij de Galliaren van Gellik. De muziek is niet helemaal Beppies slag, dat ‘boenk boenk boenk’. Ze snelt naar kleinzoon Jimmy, die net door vier van zijn raadsleden op een statafel wordt getild. Dan zet het nummer in dat hij samen met oma Beppie heeft opgenomen: Ich bin truk (ik ben terug). Beppie zingt met hem mee, niet te hard. ‘Ik ben hier nu als oma Beppie, het moet niet om mij draaien.’ In het midden van de zaal doet zich een bijzonder fenomeen voor: een dubbeldekkerpolonaise, waarbij de mannen rondrennen met een vrouw op hun nek. ‘Het zweet en bier druipt hier van de moeren’, verzucht een meisje aan de kant. Geen doorsnee zaterdagnacht, voor iemand van 78.

‘Ik minder wel een beetje, met optreden. Maar ik denk niet dat het ophoudt. Zo lang ik het nog leuk vind en zo lang ik het podium op kan komen, wil ik het blijven doen. En ik krijg hoe langer hoe meer feedback van de zaal. Als ik niet zing, dan zingen zij.’ Als Beppie het podium beklimt, schakelt ze af. ‘Dan ben ik Beppie Kraft, en niet Beppie Knubben, want dat was de vrouw van Pierre Knubben. Als ik niet was blijven optreden, was ik al lang doodgegaan.’ Na een half jaar zingen kan ze zichzelf niet meer horen, maar als ze in Spanje is geweest, heeft ze weer zin om de bühne op te gaan. Élk jaar. ‘De boekingen voor 2027 lopen nu alweer snel vol. Moet ik wel blijven leven natuurlijk. Drie keer op een avond is nu de max. Dat kan ik makkelijk aan.’

Deze vrouwen schopten het tot prinses carnaval. 'Ik zwaai hier de scepter'

De paus is een man, Sinterklaas is een man en ook prins carnaval is een mán. Klaar. Niet dus. Het begint pas: verenigingen kiezen voor een prinses carnaval. De Volkskrant sprak drie vrouwen over hun weg naar de troon.

Om de traditie van de dansmariekes te snappen moet je het carnavalsfeest begrijpen

Dansmariekes zijn een gekoesterde carnavalstraditie, maar hun gardedans is ook al lang een serieuze tak van sport. Waarom is de jongste generatie er zo dol op?

Zij vonden hun liefde tijdens carnaval

Carnaval is een uitstekende broedplaats voor de liefde voor even én de liefde voor het leven. Negen stellen over hun feestelijke ontmoeting.

Source: Volkskrant

Previous

Next