Duizenden wielerfans verwelkomen het nieuwe seizoen in Gent, waar De Omloop het Nieuwsblad traditiegetrouw wordt afgetrapt. Terwijl helden als Pogacar en Van der Poel ontbreken, grijpen outsiders hun kans. De koers eindigt in een verrassende sprintzege voor de Noor Søren Wærenskjold.
schrijft voor de Volkskrant over wielrennen.
Duizenden wielerfans schuifelen zaterdagochtend rond tienen opgewonden door de metershoge Floriënhal even buiten het centrum van Gent, op zoek naar hun helden, wier verrichtingen ze tot deze eerste maart alleen nog op televisie zagen. Maar daar staan ze ineens, met vers geschoren benen en een zenuwachtige blik in de ogen, beschikbaar voor een foto, een handtekening, een babbeltje met de massaal uitgerukte sportpers.
Sommigen renners zijn onherkenbaar geworden door het sjaaltje dat ze vanwege de bijtende kou tot over hun neus optrokken toen ze uit de warme touringcar van hun ploeg stapten, en onderweg gingen naar de hal even verderop. Daar werden ze op een podium aan het publiek voorgesteld. Anderen dragen ineens een afwijkend tenue, omdat ze na jaren voor dezelfde ploeg te hebben gereden deze winter van werkgever wisselden. De Deen Kasper Asgreen moet er zelf ook nog aan wennen dat hij na zeven seizoenen niet meer het blauwwit van Soudal-Quickstep draagt, maar tegenwoordig fietst in de kleuren van EF Education-Easypost. ‘Vreemd he, ik in het roze?’
Mensen vergapen zich aan de ‘schone velo’s’ die er elk seizoen futuristischer uit zien. De grote fietsmerken lijken bovengemiddeld veel geïnnoveerd te hebben deze winter. De frames zijn platter, de buizen breder, de stuurtjes smaller. En dan die helmen als druppels bij Visma-Lease a Bike. Zien er niet uit, de renners krijgen er een waterhoofd van, maar snel zijn ze wel, en daar gaat het om. Zou ze vijftien watt opleveren, bleek in de windtunnel. ‘Lijkt weinig he’, zegt de Brit James Matthew Brennan. ‘Maar vijf uur lang vijftien watt gaat toch tellen.’
Wat zich jaarlijks in het laatste weekend van februari of het eerste van maart in Gent voltrekt, is eigenlijk een grote reünie van alles wat met professioneel wielrennen te maken heeft. Journalisten, fans, renners, ploegleiders, mecaniciens; na een lange, koersloze winter komen ze altijd weer samen in de industriële hal vlak naast de iconische wielerbaan van ’t Kuipke om het voorjaar in te luiden. Weinig zekerheden in het leven, maar De Omloop is er toch eentje.
Een moment waar duizenden mensen weken zo niet maanden naar hebben uitgekeken. Daarom is de sfeer zo uitgelaten. Alsof er met een collectieve zucht van verlichting van de winter afscheid wordt genomen. ‘Ik heb uitsluitend goede herinneringen aan deze koers’, zegt de Belg Oliver Naesen, die de Omloop nog nooit won maar wel vijf keer bij de beste tien eindigde. ‘Ik vind het een heel mooie dag. Vooral omdat alles nog mogelijk is.’ Dát hangt er ook in de lucht. De zweem van belofte. Het aantal favorieten voor de winst in het peloton dat zich om kwart over elf in gang trekt, is niet op een hand te tellen.
Dat komt ook omdat Tadej Pogacar en Mathieu van der Poel niet meedoen. Zij kozen voor een andere route richting de Ronde van Vlaanderen, het eerste grote piekmoment in hun seizoen, over ruim een maand. Het biedt perspectief voor renners als Naesen, jongens van – met alle respect – de tweede garnituur, die met de Grote Twee erbij er niet aan te pas komen. Of voor jonge gasten die dromen van een doorbraak, en die graag zouden beleven op de kasseien van de Vlaamse Ardennen. ‘Dit is altijd een heel belangrijke afspraak’, zegt de jonge Belg Rune Herregodts. ‘Het is een beetje alsof we allemaal weer vanaf nul beginnen.’ Zijn landgenoot Jasper De Buyst vindt het een ‘speciaal gevoel’ om door duizenden wielerfanaten te worden toegejuicht voorafgaand aan De Omloop. ‘Zo fijn om te ervaren dat het zo leeft in Vlaanderen. De koers is thuis.’
Het staat dan ook rijen dik op de plekken langs het parcours waar spektakel wordt verwacht. Op een normaliter volstrekt onbeduidend kruispunt in het lintdorp Zegelsem, deelgemeente van het al even bevredigend klinkende Brakel, drommen nu ineens vaders samen met hun kinderen op de schouders, naast net wat te zware wielertoeristen in strak lycra. Vriendengroepen lurken er aan pijpjes Jupiler, die ze uit het krat in de achterbak van hun auto trekken. Het drukst is het op de iconische beklimmingen en kasseienstroken met namen als de Berendries, de Haakhoek, het Vossenhol. Muziek in de oren van de wielerfan, een nachtmerrie voor de renner met slechte benen.
Zie het ontploffen op de Kapelmuur, de steile kasseienklim op vijftien kilometer van de finish. Langs de kant dan, waar duizenden toeschouwers na ongetwijfeld een dag stevig innemen en daarna vooral lang wachten eindelijk uit hun dak kunnen gaan. Maar in het peloton blijft het tam. Zonder de aanvalslust van Pogacar en Van der Poel, of misschien moet je de overmacht zeggen, steekt er geen renner bovenuit en houdt het peloton zichzelf in evenwicht. Want ook Wout van Aert, die in normale doen bij het rijtje grootheden hoort, heeft zijn wonderbenen nog niet gevonden dit voorjaar.
De koers is saai en eindigt in een massaprint met een stuk of zestig renners. De Noor Søren Wærenskjold, met 92 kilo een beer van een kerel, pakt de grootste overwinning uit zijn carrière, de eerste van zijn ploeg Uno-X op dit niveau bovendien. Hij werd op het laatste moment pas aan de deelnemerslijst toegevoegd als vervanger van een ploegmaat. Wærenskjold vindt het maar surreëel dat hij gewonnen heeft, zegt hij na afloop tegen journalisten, met de verlegen glimlach van een overweldigde, jonge sportman om zijn lippen.
De 20ste editie van de Omloop het Nieuwsblad voor vrouwen kende een absurd koersverloop. Vijf rensters reden al vroeg weg van het peloton en kregen een grote voorsprong. FDJ en SD Worx, de twee ploegen met de grote favorieten in de gelederen (respectievelijk Demi Vollering en Lorena Wiebes), wilden allebei het gat niet dichtrijden en lieten het initiatief aan de ander.
Met nog vijftig kilometer te gaan had de kopgroep nog ruim dertien minuten over en werd duidelijk dat het niet meer ging lukken om het gat te dichten. Daardoor won de Belgische Lotte Claes, tot voor kort nog verpleegkundige, verrassend in een sprint tegen Aurela Nerlo uit Polen. Demi Vollering won de sprint om de derde plaats.
‘Het was niet aan ons om te achtervolgen’, zei Wiebes na afloop. ‘Wij moeten daar altijd mee beginnen. Dan moet je af en toe gokken.’ Bij FDJ hadden ze woorden van gelijke strekking. ‘Normaal wordt de koers gecontroleerd door de ploeg met de favoriet. Dat waren meerdere teams en die wilden allemaal niet rijden. Ik vond dat het niet aan ons was’, aldus ploegleider Lars Boom.
Source: Volkskrant