Onder de bewoners van Lebedyn, een Oekraïens stadje waar relatief veel mannen zijn gesneuveld, heerst vertwijfeling over Trumps plannen om de oorlog te beëindigen. Hoewel sommigen een diep verlangen koesteren naar vrede, willen de meesten doorvechten tot het bittere einde.
Door Tom Vennink en Pepijn de Lange
Fotografie Daniel Rosenthal
Graphics Eleanor Mohren
Joeri Hoesjtsja staat te grinniken bij het graf van zijn zoon. Hij denkt aan de driedaagse bacchanalen die Maksym organiseerde als hij jarig was. Aan zijn geschater die dagen, bij de barbecues in de sneeuw, in de sauna met zijn vrienden. ‘Dat was me wat.’ Hoesjtsja lacht nu hardop. Deze week zou het feest weer zijn losgebarsten, voor Maksyms 27ste verjaardag.
Dan legt de vader zijn hand op de grafsteen van zijn zoon. Boven hem wapperen talloze blauw-gele vlaggen voor de gesneuvelde inwoners van Lebedyn, een stadje in het noordoosten van Oekraïne. ‘Wij betalen een hoge prijs’, zegt hij. ‘Maar Maksym zag geen andere manier om deze oorlog te beëindigen.’
Joeri Hoesjtsja bij het graf van zijn zoon Maksym, een van de 115 gesneuvelde militairen uit Lebedyn, een stadje in Noordoost-Oekraïne.
Bestaat er een andere optie voor Oekraïners dan doorvechten? Het alternatief dat de nieuwe Amerikaanse regering hun wil opleggen – instemming met Russische eisen in ruil voor een nieuwe belofte van Moskou om niet meer aan te vallen – wekt afschuw in Lebedyn, dat met 115 gesneuvelde militairen op een bevolking van 23 duizend behoort tot de zwaarst getroffen steden. Instemming met dergelijke eisen, vrezen de overblijvers, betekent dat hun dierbaren voor niets zijn gestorven.
Lebedyn is een provinciestad geworden waar mensen met een bloem in de hand over straat gaan. Doen ze een boodschap op de markt, waar legeruniformen worden verkocht tussen de kramen met vlees en vis, dan nemen ze een bloem mee. Die laten ze naast de markt achter bij de Heldenallee, een pad langs borden met foto’s van gesneuvelde stadsgenoten. Elke Oekraïense plaats heeft zo’n allee.
Honderdvijftien borden staan er nu langs het pad in Lebedyn. De borden voor de gesneuvelden van de afgelopen maanden moeten nog worden gemonteerd. Dat doet de gemeente met tientallen tegelijk. Volgende maand komt er weer een hele partij bij.
Sinds het begin van de grootschalige Russische invasie op 24 februari 2022 zijn zeker 55.687 Oekraïense militairen gesneuveld. Dat blijkt uit een analyse van de Volkskrant op basis van data van UA Losses, een database die zich baseert op overlijdensadvertenties, nieuwsberichten en andere openbare bronnen. Het werkelijke dodental ligt vermoedelijk veel hoger.
Verreweg de meeste militairen zijn gesneuveld rond Bachmoet, de Oost-Oekraïense stad waar tien maanden om gevochten is.
Ook bij Soledar en Ocheretyne kwamen veel Oekraïners om. De overblijfselen van deze plaatsen zijn nu door Rusland bezet. De sterfgevallen in het westen van Oekraïne zijn veelal militairen die in ziekenhuizen zijn bezweken aan de verwondingen die zij aan de frontlinie opliepen.
De gesneuvelde militairen zijn afkomstig uit alle delen van het land, niet voornamelijk uit de arme provincies, zoals in Rusland.
De hoogste dodentallen komen uit de grote steden Kyiv, Kryvy Rih en Lviv. Kleinere plaatsen, zoals Lebedyn, lijden naar rato van het inwonertal hogere verliezen.
Bron: UA Losses; OCHA (kaart- en locatiegegevens); Institute for the Study of War (gebied bezet door Rusland)
Dat het Oekraïense leger meer menselijke verliezen heeft geleden dan UA Losses stelt, bewijst de situatie in Lebedyn. In de database zijn slechts 47 gesneuvelde militairen uit het stadje opgenomen. In Lebedyn zelf blijkt de teller al op 115 te staan: 114 mannen, één vrouw.
Daarbovenop zijn er circa zeventig militairen uit Lebedyn vermist. Alle inwoners gaan ervan uit dat zij dood op het slagveld liggen – neergeschoten op een plek waar het te gevaarlijk is voor een bergingsmissie, of omgekomen door een ontplofte vliegtuigbom of drone. Maar de regel is: geen lichaam, dan geen overlijdensbericht van het ministerie van Defensie, en dan ook geen bord op de Heldenallee. Over heel het land telt UA Losses enkele tienduizenden vermiste militairen.
Oleksandr Baklykov was burgemeester van Lebedyn, maar sloot zich in 2023 aan bij het leger; een jaar later werd hij doodgeschoten.
Op de markt van Lebedyn worden tussen de kramen met vlees en vis ook legeruniformen verkocht.
Oleksandr Baklykov, de burgemeester van Lebedyn, vond het ondraaglijk dat er zo veel mensen uit zijn gemeenschap stierven. Hij meende dat hij niet thuis kon blijven zitten. Op zijn 58ste vertrok hij voor de overwinning. Ja, ook voor de bevrijding van de Donbas en de Krim, want die horen ook bij Oekraïne, zei hij altijd in toespraken in de stad. Na een jaar werd hij in het oosten doodgeschoten door een Russische militair.
Zijn weduwe, apotheker Iryna Baklykova, zegt dat de overwinning nu niet realistisch is. Niet met het huidige niveau van steun uit het buitenland. Maar ze moet niet denken aan compromissen met de moordenaars van haar man. ‘We zijn de bloesems van onze natie verloren’, zegt ze in haar apotheek. In de voortuin hangt een reusachtige poster van haar echtgenoot. ‘Hoe zouden we hen ooit kunnen vergeten? Waar zijn ze dan voor gestorven?’
In tegenstelling tot wat de Amerikaanse president Donald Trump beweert, is er absoluut geen sprake van een verloren strijd, zegt Baklykova. ‘We lijden verliezen, maar we houden nog altijd iets tegen dat heel erg is voor de wereld.’ Veel van haar plaatsgenoten staan nog overeind op het slagveld, onder wie haar zoon. Haar dochter schoolt zich om tot militair verpleegkundige. En als het nodig is, zegt de apotheker, dan gaat ze zelf ook naar het front. ‘We gaan niet meedoen aan dit soort vredesonderhandelingen, hoe jammer dat ook is voor sommige mensen’, zegt ze, doelend op Trump en de Russische president Poetin.
Apotheker Iryna Baklykova, de weduwe van oud-burgemeester Oleksandr Baklykov. Als het nodig is, gaat ze zelf ook naar het front, zegt ze.
Maar er heerst in Lebedyn ook angst voor nog meer verdriet. Begrafenisondernemer Lena Nykolenko heeft genoeg oorlogsdoden gezien. Haar atelier met speciale geel-blauwe rouwboeketten voor militairen kijkt uit op de Heldenallee. Binnenkort wordt er een portret bijgespijkerd van Anatoli, een van haar beste vrienden.
De zoon van begrafenisondernemer Lena Nykolenko zit bij de Oekraïense luchtmacht; ze wil dat hij zo snel mogelijk thuiskomt. Haar kleinkinderen wonen met hun moeder in Duitsland.
Ze wil niet dat er straks ook een foto hangt van haar zoon. Oleksi zit bij de luchtmacht. ‘Ik wil dat hij thuiskomt’, zegt ze in tranen. Al drie jaar lang is het enige wat ze van hem hoort: ‘Mama, maak je geen zorgen over mij.’ Zijn vrouw is met Nykolenko’s kleinkinderen naar Duitsland gevlucht en heeft daar een andere man gevonden. De kinderen spreken Duits en verstaan haar niet als ze videobellen.
‘Zo veel families zijn gebroken’, zegt Nykolenko. ‘Zo veel jongens zijn dood. Dit moet zo snel mogelijk ophouden.’
De gesneuvelden uit Lebedyn waren vaak al vader, want de ‘jongens’ van deze oorlog zijn relatief oud. De gemiddelde leeftijd van de Oekraïense gesneuvelden ligt op ruim 38 jaar. Oekraïense mannen zijn tot hun 25ste vrijgesteld van de mobilisatie – een poging van de regering om een jonge generatie te sparen.
Joeri Bogdasjkin bijvoorbeeld was 45 jaar en had twee kinderen. Zijn moeder Valentina wil zo snel mogelijk een akkoord, zodat haar kleinkinderen verlost worden van de oorlog. ‘Elke oorlog eindigt met onderhandelingen’, zegt ze. ‘Maar mijn hoop op een acceptabel akkoord is aan het vervliegen.’
Zondagochtenddienst in een oosters-orthodoxe kerk in Lebedyn.
De helft van de Oekraïense bevolking is voorstander van onderhandelingen met Rusland, blijkt uit recente peilingen. Maar een acceptabel einde van de oorlog raakt voor velen uit zicht. De voorstellen van president Zelensky worden een voor een door Trump van tafel geveegd: geen Navo-lidmaatschap, geen Amerikaanse militairen om een bestand te bewaken. Wél gebied afstaan aan Rusland, wél door Moskou geëiste Oekraïense presidentsverkiezingen in oorlogstijd.
Nee, dan zit er voor Lebedyn niets anders op dan doorvechten. Met inwoners als Dmytro Sjevtsjenko (41), een bouwvakker die twee jaar geleden naar het front ging als infanteriesoldaat. In die tijd heeft hij te veel gezien om nu zomaar op te geven. ‘Ze zijn naar onze huizen gekomen, ze hebben onze lieve moeders en vrouwen verkracht’, zegt hij. ‘Zolang ik leef, zal ik die klootzakken doodschieten.’
De Oekraïense infanteriesoldaat Dmytro Sjevtsjenko is tijdens zijn verlof van het front even terug in Lebedyn. Over zeven dagen keert hij terug naar Toretsk, een stad in de Donbas die Rusland al maanden in handen probeert te krijgen.
Met een slok op draagt hij in een koffiekiosk gedichten voor aan stadsgenoten. Hij schreef ze in Toretsk, een plaats die de Russen al acht maanden genadeloos aan puin schieten, maar nog steeds niet helemaal hebben veroverd. Sjevtsjenko heeft een lang litteken op zijn ene arm – de arm waarmee hij zijn gezicht beschermde tegen rondvliegende granaatscherven. Vorige week ontsnapte hij ternauwernood aan een droneaanval toen hij het slagveld verliet voor zijn jaarlijkse vakantie van twaalf dagen.
Over een week staat Sjevtsjenko weer in Toretsk. ‘Zolang wij leven, zullen ze ons niet verslaan’, zegt hij. ‘Ze begrijpen niet met wie ze te maken hebben.’
Infanteriesoldaat Dmytro Sjevtsjenko: ‘Zolang wij leven, zullen ze ons niet verslaan.’
Dan moeten de gesneuvelden wel met grote haast worden vervangen door nieuwe krachten. Het leger rekruteert mannen met dwang op straat en werft steeds actiever onder jongeren, die uitgezonderd zijn van de mobilisatie. In de straten van Lebedyn hangen aanplakbiljetten met stoere krijgers op het slagveld, die jongeren moeten motiveren. ‘Vind jezelf in de wereld van de Derde Aanvalsbrigade’, staat erop.
Iryna Voronkova in haar huis. Haar echtgenoot Oleksandr Voronkov werd in 2023 doodgeschoten aan het front.
‘Er zijn nog steeds veel lafbekken die zich thuis verstoppen, terwijl onze helden sterven aan het front’, zegt Iryna Voronkova in haar woonkamer. ‘Het is heel pijnlijk.’ Aan de muur hangen foto’s van haar man Oleksandr, die in 2023 werd doodgeschoten in het T-shirt dat hij van zijn vrouw had meegekregen naar het front, en dat hij altijd aanhad bij missies. Ook hij ging voor de overwinning.
Na het bericht van zijn dood ging hun dochter Aljona anderhalf jaar lang niet naar buiten. Ze kampt met een verstandelijke handicap en heeft voltijdse zorg nodig van haar moeder. Voronkova: ‘Ze blijft maar zeggen: ‘misschien leeft papa nog.’’ Wanneer ze naar zijn graf gaan, neemt ze eten mee voor haar vader.
Aljona, de dochter van Iryna Voronkova. Nadat ze had gehoord dat haar vader was gesneuveld, kwam ze anderhalf jaar niet buiten.
Als Voronkova niet voor haar dochter zou hoeven te zorgen, zou ze zelf naar het front gaan. Nieuwsberichten over pogingen tot een akkoord leest ze niet, zegt ze. ‘Voor mij zal deze oorlog nooit eindigen.’
Met medewerking van Erik Verwiel.
De database van UA Losses wordt gezien als de best beschikbare benadering van de Oekraïense verliezen. Deze bevat gegevens over onder meer de leeftijd, geboorteplaats en sterfplaats van de gesneuvelde militairen. De Volkskrant vond 55.687 gesneuvelden in de database.
Zonder het uitgebreide spoorwegnet had Oekraïne zijn strijd tegen Rusland nooit kunnen volhouden. Precies drie jaar duurt dat gevecht nu. De Nederlandse fotojournalist Jelle Krings legt sinds de invasie het unieke leven van Oekraïners op en rond het spoor vast.
Na het neerhalen van vlucht MH17, vandaag tien jaar geleden, krijgt een team met Oekraïense pathologen opdracht de lichamen van de slachtoffers gereed te maken voor transport naar Nederland. Hoofdlijkschouwer Joeri Kravtsjenko bracht dit werk nauwgezet in beeld. Voor hem en zijn collega’s is de oorlog daarna nooit meer gestopt.
Vrijdag tekenen Zelensky en Trump een overeenkomst waardoor de Verenigde Staten de helft van alle Oekraïense bodemschatten zullen krijgen. Wat krijgen de Oekraïners daarvoor terug? We bellen met verslaggever Tom Vennink, die in Oekraïne is.
Source: Volkskrant