Home

De afgelopen zes jaar zijn alle schaatsrecords gesneuveld, behalve op de 500 meter bij de vrouwen. Hoe kan dat?

Geen wereldrecord in het schaatsen staat zó lang als dat bij de vrouwen op de 500 meter. Schaatsgeneraties volgen elkaar op, de sport ontwikkelt zich, maar het mondiale record lijkt een lichtjaar weg.

Dik elf jaar geleden reed Lee Sang-hwa de 500 meter in 36 seconden en 36 honderdsten. Het is nog altijd het wereldrecord, het belegenste uit het lijstje snelste schaatstijden ooit. De laatste jaren lijkt een verbetering steeds verder uit zicht. Is dat record de uitschieter, of is het niveau van de huidige generatie vrouwelijke sprinters zoveel minder?

Femke Kok schaatste deze winter in Calgary naar een nationaal record. Met haar 36,83 is ze internationaal veruit de snelste dit seizoen, maar alsnog is ze een halve seconde van Lee’s wereldrecord verwijderd. Het schaatsen ontwikkelt zich: de afgelopen zes jaar zijn alle snelste tijden op traditionele schaatsafstanden verbeterd. Behalve die 500 meter.

‘Een fabelachtige ronde’

‘Ik was erbij toen Lee het wereldrecord reed’, zegt Margot Boer, in 2014 goed voor olympisch brons op de kortste schaatsafstand. Op zaterdag 16 november 2013 was het schaatscircuit voor een wereldbekerwedstrijd op hoogte in Salt Lake City. Het was het olympische seizoen. Een dag eerder, op vrijdag, had Lee met 36,57 ook al het wereldrecord verbeterd. Maar het kon dus nog rapper: na een opening van 10,09 volgde een volle ronde van 26,27.

‘Ze had een klein pikstartje en deed er een fabelachtige ronde achteraan. Alles klopte, niet alleen haar opening, ook het aansnijden en uitversnellen van haar bochten’, weet Boer nog. Johan de Wit, nu coach van een internationaal gezelschap topschaatsers met onder anderen Miho Takagi, keek eveneens vanaf de rand van de hooglandbaan toe. Hij herinnert zich ook die rappe start, precies in het startschot. ‘En de omstandigheden waren heel erg snel.’

De evolutie van het record ging die tijd in ongekend rap tempo. Een kleine twee jaar eerder was de barrière van 37 seconden nog nooit doorbroken, nu stond die even ongelooflijke als poëtische tijd van 36,36 op het bord.

Uitschieters van jewelste

Ook voor tweevoudig olympisch 500-meterkampioen Lee waren de twee races in Salt Lake City uitschieters van jewelste. Aan de tijden van dat weekend zou de Koreaanse zelf nooit meer komen. Inmiddels zijn we meerdere schaatsgeneraties verder. Slechts één schaatsster kwam in de afgelopen elf jaar überhaupt in de buurt: Nao Kodaira.

De Japanse olympisch kampioen van 2018 reed veel vaker dan Lee onder de 36,60 en leek zicht te hebben op een verbetering van het record. De Wit, die tussen 2015 en 2022 als bondscoach in Japan werkte met andere Japanse talenten: ‘Kodaira heeft het record echt een paar keer aangevallen. Ze is nog speciaal aan het einde van een seizoen naar Calgary gegaan om pogingen te wagen, maar dat lukte net niet.’ Ze bleef in maart 2019 steken op 36,39 seconden.

Wie de rapste tijden van de winters die volgden erbij pakt, ziet dat het gat daarna alleen maar groter wordt. Van de nu actieve schaatsers kwam de Poolse Andzelika Wojcik in 2021 nog het dichtst in de buurt met 36,77. Maar een verschil van dik vier tienden is een eeuwigheid als het op sprinten aankomt. ‘Een lichtjaar’, noemt De Wit het.

Explosieve opening

De Wit bestempelt de generatie van Lee en Kodaira als razendsnel. En noemt daarnaast de Duitse Jenny Wolf, die ook jarenlang de sprint domineerde. Ze bezaten alle drie hetzelfde wapen: een bijzonder explosieve opening. Wolf was het consistentst. Marcel Vos, schaatscijferaar op X, zocht het uit. 25 keer legde Wolf de eerste 100 meter af tussen 10,13 en 10,22 seconden. Lee kende wat vaker mindere starts dan Wolf, maar blonk uit met de 10,09 van haar wereldrecord.

Geen van de huidige sprinters komt in de buurt van die openingen. Dit seizoen legde Dione Voskamp bij het wereldbekerkwalificatietoernooi de eerste 100 meter af in 10,29. Het was voor het eerst sinds december 2021 dat er een schaatsster onder de 10,3 opende. Kok klokte op de NK afstanden, toen ze het baanrecord in Thialf op 36,97 bracht, 10,36 seconden op de eerste 100 meter.

‘Lee had één pijl: die 500 meter’, zegt Boer, die in de wereldbekerwedstrijd waarin Lee haar record vestigde als vijfde eindigde. Met haar 37,32 werd Boer door de Koreaanse op bijna een seconde gereden. Haar opening was een belangrijke basis voor haar succes. De 1.000 meter was al te lang voor haar, weet Boer. ‘De meeste anderen openden 10,4 of 10,5 en dan kon Lee vaak profiteren op de kruising. En ze was mentaal heel sterk. Ik heb haar nooit zenuwachtig gezien.’

Die opening is de grootste uitdaging voor vrouwen als Kok, meent De Wit. ‘10,09 is zo hard. En die paar die 10,2 kunnen openen, laten het daarna vaak in de volle ronde liggen. Waar ga je die drie tienden vandaan halen?’ Boer denkt dat zo’n flitsende start aan te leren is. Zij was van 2014 tot 2016 ploeggenoot van Kodaira, toen ze samen in de Continu-ploeg reden. ‘Toen opende Kodaira meestal in 10,4. Dus het kan wel.’ In december 2017 opende Kodaira tijdens een wereldbeker in 10,14 seconden.

Hooggelegen ijsbanen

Nog los van de explosiviteit van de sprinters speelt ook de positie van de hooggelegen ijsbanen in Noord-Amerika een rol in de onwrikbaarheid van Lee’s tijd. Calgary heeft als recordbaan eigenlijk al een tijdje afgedaan. De machinerie die nog dateert van voor de Olympische Spelen van 1988 hapert al jaren. Met veel moeite weet ijsmeester Mark Messer ondanks lekkende koelleidingen er vooralsnog een min of meer acceptabele ijsvloer te leggen, maar echt snel is het er ondanks de ijle lucht nog sporadisch.

In het nog iets hoger gelegen Salt Lake City zijn de ijsmachines jeugdiger. Die baan geldt als de snelste ter wereld, maar wordt de laatste jaren wat minder vaak bezocht dan vroeger. Neem deze winter: de enige wereldbekerwedstrijden in de VS waren in Milwaukee. Die baan ligt op zeeniveau, waar de luchtweerstand veel hoger is dan in Utah. Met minder bezoekjes aan het snelste ijs hebben de topschaatsers minder kans om recordtijden te rijden, maar ook minder kansen om te wennen aan het schaatsen op hogere snelheden.

De enigen die veel uren maken op de snelste baan van de wereld, zijn de Amerikanen. De Utah Olympic Oval is de vaste trainingsbaan van de nationale selectie, dus ook van Erin Jackson, die Lee en Kodaira in Beijing in 2022 opvolgde als olympisch kampioen. Ook zij blijft met een persoonlijk record van 36,80 nog ver van het wereldrecord. Dit seizoen kwam ze tot 37,37.

Minder specialisten

Daarnaast helpt het niet dat de huidige sprinters minder 500 meters rijden dan vroeger, stelt Boer. Op internationale kampioenschappen is sinds 2017 de tweede omloop geschrapt en ook in de wereldbeker wordt niet elk weekend nog een dubbele 500 meter verreden. ‘Het lijkt erop dat er minder pure 500-meterspecialisten zijn en er is minder competitie.’

Juist onderlinge strijd is een heel belangrijke factor als het aankomt op het verleggen van grenzen. Wolf, Lee en Kodaira stuwden elkaar op, zoals bij de mannen op dit moment Jordan Stolz laat zien hoe snel het kan en in zijn kielzog ook schaatsers als Jenning de Boo tot nieuwe snelheden dwingt.

Boer: ‘Er is een voller competitiebeeld nodig. Iemand als Jackson heeft nog niet echt een stap extra kunnen maken. Het zou mooi zijn als zij samen met Kok en Wojcik elkaar zouden opjutten. Als iemand een grens verlegt, gaan ook anderen erin geloven.’

Op de baan waar het meest wordt gereden door de mondiale schaatstop, Thialf, bewees Kok in elk geval dat het sneller kan dan vroeger. Bij de NK afstanden dook zij als eerste onder de 37 seconden in Heerenveen. Er zit nog rek in, ziet Boer. ‘Ze is dit seizoen niet eens topfit begonnen. Als ze erin gaat geloven, dan kan ze vast nog sneller openen, want schaatsen kan ze wel.’

De Wit sluit zich daarbij aan. ‘In principe is Kok iemand die, als alles meezit en de omstandigheden vergelijkbaar zijn als Lee in 2013 had, heel dichtbij moet kunnen komen.’

Na vijf wereldbekerwedstrijden, in Azië, Noord-Amerika en Polen, staat komend weekend in Thialf de zesde en laatste wereldbekerwedstrijd op het programma. In Heerenveen treffen ’s werelds beste schaatsers elkaar en strijden om een hoge plaats in het eindklassement.

Waren er een week geleden nog veel afzeggingen, voornamelijk van Nederlandse toppers die verlangden naar een mogelijkheid om door te trainen, nu staan de beste schaatsers allemaal weer aan de start. De wereldbekerfinale is ook het laatste treffen voor het hoogtepunt van dit seizoen: de WK afstanden. Heerenveen is daarmee een generale repetitie voor de titelstrijd die een paar weken later in Hamar plaatsvindt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next