Home

Boegbeeld van de Koerdische verzetsbeweging werd milder in de cel

Veertig jaar lang gold hij in Turkije als paria. Maar sinds donderdag zullen de Turkse autoriteiten Abdullah Öcalan mogelijk iets gunstiger gezind zijn. Gisteren riep de Koerdische leider ‘zijn’ militante beweging PKK op zich op te heffen. Wie is hij?

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

Al ruim een kwart eeuw zit Abdullah Öcalan opgesloten op een gevangeniseiland nabij Istanbul. Hij was daar lange tijd de enige gevangene en werd bewaakt door naar verluidt zo’n duizend militairen. De oproep aan de PKK om de wapens neer te leggen, deed Öcalan dan ook vanuit de cel.

Dat Turkije er alles aan deed hem te isoleren, had te maken met zijn rol als medeoprichter en boegbeeld van de Koerdische Arbeiderspartij PKK. De militante beweging werd eind jaren zeventig in het leven geroepen en streefde met geweld Koerdische onafhankelijkheid na.

Abdullah Öcalan, ook wel Apo genoemd, werd in 1948 of 1949 (hij zegt niet te weten wanneer precies) in het oosten van Turkije geboren in een arm plattelandsgezin. Hij was de oudste van zes kinderen en zoals veel Koerden in Turkije, groeide hij op met de Turkse taal. De jonge Öcalan had zich bij het Turkse leger willen aansluiten, maar kwam volgens een biograaf niet door de toelatingstest heen.

Revolutie de weg naar verbetering

Enkele jaren later begon Öcalan in Istanbul aan een studie rechten, maar na zijn eerste jaar stapte hij over naar de prestigieuze universiteit van Ankara, om politicologie te studeren. Afstuderen werd Öcalan echter verboden omdat hij in 1972 meedeed aan een protest rond de dood van Mahir Çayan, een Turkse marxist-leninist die door het Turkse leger in een hinderlaag werd neergeschoten. In zijn studententijd was de jonge Öcalan al overtuigd dat revolutie de weg naar verbetering was. Jaren later zou hij tegen nieuwe PKK-aanwinsten hebben gezegd: ‘De revolutie moet boven alles komen, je moet geloven dat er geen andere weg is.’

Een decennium later kwam Öcalan zelf op ramkoers te liggen met de Turkse autoriteiten. De extreemlinkse PKK, gevormd in 1978, nam toen de wapens op tegen de Turkse staat om Koerdische onafhankelijkheid af te dwingen en een einde te maken aan de ‘repressieve uitbuiting’ van de Koerden. Gewapende aanvallen van de beweging op Turkse militairen markeerden het begin van de vijandelijkheden tussen de PKK en de Turkse staat.

De Turkse regering sloeg terug door de PKK aan te merken als terreurorganisatie, een stempel dat de beweging tot vandaag de dag draagt in Turkije, de Europese Unie en de Verenigde Staten. De opstand van de Koerdische beweging zou uiteindelijk decennia duren en aan tienduizenden mensen het leven kosten.

Nederland houdt luchtruim gesloten

Een jaar na de oprichting van de PKK vluchtte Öcalan naar Syrië, waar hij zo’n twintig jaar verbleef. Vanuit het buitenland bleef Öcalan de PKK leiden, wat hem de positie van ‘staatsvijand nummer één’ opleverde.

Aan zijn aanwezigheid in het buurland kwam in 1998 een einde, toen Turkije met oorlog dreigde om Öcalan uitgeleverd te krijgen. Daarop week hij uit naar achtereenvolgens Rusland, Italië en Griekenland, waar hij politiek asiel hoopte te krijgen. In Den Haag had hij zijn zaak voor het Internationaal Gerechtshof willen bepleiten, maar onder diplomatieke druk van Turkije hielden de Nederlandse autoriteiten het luchtruim voor hem gesloten.

In 1999 werd Öcalan in Kenya werd opgepakt bij een geheime operatie, waarbij de Turken naar alle waarschijnlijkheid werden geholpen door de CIA en de Israëlische Mossad. Zijn arrestatie leidde tot massale Koerdische protesten. Eenmaal terug in Turkije, hoorde Öcalan meteen het doodvonnis tegen zich uitgesproken worden. In een politiek proces werd hij veroordeeld voor landverraad en separatisme. Onder druk van internationale protesten werd de uitvoering van zijn straf echter uitgesteld.

Eenzame opsluiting

In 2002 zette het Turkse parlement een streep door de doodstraf, waarop Öcalans vonnis werd omgezet in een levenslange gevangenisstraf, die hij moest uitzitten op het eiland Imrali in de Zee van Marmara. De omstandigheden waaronder de PKK-voorman werd vastgehouden, waren grimmig. Om ‘plaats’ te maken voor Öcalan, werden andere gedetineerden van de zwaarbeveiligde gevangenis op Imrali naar gevangenissen elders overgebracht. Öcalan bleef alleen achter met enkel militairen als gezelschap.

Zijn straf zat hij in eenzame opsluiting uit, tot de Turkse autoriteiten in 2009 besloten andere gedetineerden naar het eiland te halen. Met hen mocht hij af en toe contact hebben. Ook mocht Öcalan soms bezoek ontvangen. Toch werd hij door de autoriteiten nog geregeld gestraft door hem tijdelijk bezoek van familie en contact met zijn advocaten te ontzeggen.

Hongerstaking

Tijdens zijn gevangenschap deed Öcalan afstand van zijn marxistisch-leninistische denkbeelden en begon hij zich meer te richten op westerse denkers, zoals de Duits-Amerikaanse filosoof Hannah Arendt en de Amerikaanse eco-anarchist Murray Bookchin. Hij werd pleitbezorger van het ‘democratisch confederalisme’, een vage vorm van anarchisme. Wel bleef hij gelden als boegbeeld van de PKK, die inmiddels was verzwakt en uitgeweken naar het noorden van Irak.

Een groot deel van de Koerdische gemeenschap in het buitenland bleef het steevast opnemen voor Öcalan. In 2019 gingen duizenden Koerdische gevangenen in hongerstaking uit solidariteit met zijn lot. Na ruim twee maanden kwam er op verzoek van Öcalan zelf een einde aan het protest. Hoeveel invloed hij anno 2025 nog op de PKK heeft, is niet precies duidelijk. Of de beweging gehoor zal geven aan zijn oproep om zichzelf op te heffen, zal moeten blijken.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next