Home

Opinie: De Nederlandse abortuswet is een draak van een wet en moet hoognodig op de schop

De Wet afbreking zwangerschap moeten we niet verdedigen, maar fundamenteel herzien. Hij portretteert patiënten namelijk als egocentrische wezens zonder beslissingsbevoegdheid die onzorgvuldig omgaan met hun ‘taak’ als drager van ongeboren leven – en bevat géén recht op abortus.

Eens in de zoveel tijd komt de SGP met een voorstel om de abortuswetgeving nog verder aan te scherpen. Ditmaal met steun van de BBB, die daar ongetwijfeld haar eigen politieke of financiële motieven voor heeft. Maatschappelijke organisaties en experts op het gebied van seksuele en reproductieve rechten voelen zich wederom gedwongen om het huidige beleid te verdedigen: het aantal abortussen is in Nederland lager dan in de meeste andere landen in de wereld; de keuze wordt weloverwogen gemaakt; er kan niet één reden worden aangemerkt, het gaat veelal om een samenloop van allerlei omstandigheden.

In plaats van de verdediging op te zoeken, zou moeten worden ingezet op een tegenoffensief. De huidige Nederlandse abortuswetgeving is een draak van een wet die juist versoepeling behoeft om de positie van zwangere personen en artsen te verbeteren.

Abortus is géén recht

De Nederlandse wetgeving bevat geen recht op abortus. Abortus is neergelegd in de Strafwet en een misdrijf. Er staat een maximumstraf van vier jaar en zes maanden op. De Wet afbreking zwangerschap beschrijft slechts onder welke voorwaarden een arts straffeloos een abortus mag uitvoeren. Het zegt niets over de rechten van de zwangere persoon en legt alle beslissingsbevoegdheid bij de arts. Zo bepaalt de wet wie de behandeling mag verrichten en aan welke eisen moet worden voldaan. Het is volgens de wet aan de arts om te bepalen of ‘de beslissing tot het afbreken van zwangerschap met zorgvuldigheid wordt genomen en alleen dan uitgevoerd, indien de noodsituatie van de vrouw deze onontkoombaar maakt.’

Over de auteur

Fleur van Leeuwen is docent internationaal- en Europees recht aan de Universiteit Utrecht en de Nederlandse gendergelijkheidsexpert van het European Equality Law Network.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Dit geldt ook voor de bedenktijd waar vaak naar wordt verwezen. Die zou zijn afgeschaft, maar niets is minder waar. Alhoewel de verplichte bedenktijd van vijf dagen uit de wet is verdwenen is er nog steeds een flexibele bedenktijd. De duur daarvan moet per geval worden vastgesteld. Volgens artikel 3 van de Wet afbreking zwangerschap stellen ‘de arts en de vrouw (…) in gezamenlijk overleg een termijn vast die voorafgaat aan de afbreking van de zwangerschap’. De zwangere persoon bepaalt dus niet zelf hoelang die termijn is.

De wet dwingt zwangere personen ook om uit te leggen waarom ze een abortus willen. Volgens de letter van de wet mag een arts alleen een abortus uitvoeren als:

‘de noodsituatie van de vrouw deze onontkoombaar maakt’;

‘de arts (…) zich ervan vergewist dat de vrouw haar verzoek heeft gedaan en gehandhaafd (…) na zorgvuldige overweging en in het besef van haar verantwoordelijkheid voor ongeboren leven en van de gevolgen voor haarzelf en de haren’;

‘de arts verantwoorde voorlichting over andere oplossingen van haar noodsituatie dan het afbreken van de zwangerschap heeft verstrekt aan de vrouw.’

Daarnaast geldt er ook een meldplicht voor artsen. De Wet afbreking zwangerschap bepaalt dat iedere arts in een ziekenhuis of kliniek die abortus uitvoert, ten minste eens per jaar rapporteert over:

het aantal zwangerschapsafbrekingen dat hij in die periode heeft uitgevoerd;

de duur van de zwangerschap, het aantal voorgaande zwangerschappen en zwangerschapsafbrekingen, de leeftijd, provincie of, bij buitenlandse patiënten, het land van herkomst, de burgerlijke staat en het aantal kinderen van elke behandelde vrouw;

de datum waarop de arts met de vrouw haar voornemen heeft besproken, evenals de medische hoedanigheid waarin hij hulp heeft geboden en of, en zo ja in welke gevallen, overleg is gepleegd met andere deskundigen.

Geen enkel soelaas

Abortus is in Nederland enkel toegankelijk omdat artsen bereid zijn deze zorg te verlenen. Maar voorbeelden uit andere landen laten zien hoe snel die toegang kan verdwijnen. Zo zijn veel artsen in de Verenigde Staten, sinds de uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof in Dobbs versus Jackson Women’s Health Organization, bang om abortussen uit te voerenzelfs wanneer dit wettelijk is toegestaan, bijvoorbeeld als het leven van de zwangere persoon in gevaar is.

De effecten van de criminalisering van abortus zijn recent weer uitvoerig onderzocht en beschreven in BMJ Global Health. Ook in landen waar abortus in de praktijk onder voorwaarden beschikbaar is, hebben de beperkingen stigmatiserende en afschrikkende effecten en een negatieve impact op mensenrechten, die gemarginaliseerde mensen ook nog eens disproportioneel treffen. De onderzoekers stellen dan ook, net als internationale mensenrechtenorganen, dat abortus volledig moet worden gedecriminaliseerd – ook in landen met een liberaler abortusbeleid zoals Nederland.

Lezersoproep

Welke andere zaken moeten volgens u dringend worden verdedigd dan wel op de schop aankomende Internationale Vrouwendag? We horen graag welke misstand wat u betreft op punt één op van de feministische prioriteitenlijst staat, of er hoger op zou moeten prijken, en op welke manier u zelf uw steentje bijdraagt. Laat het ons weten in maximaal 200 woorden. Stuur uw brief met de titel ‘Vrouwendag’ naar brieven@volkskrant.nl.

Alhoewel het scenario van artsen die weigeren om abortussen uit te voeren ver weg lijkt, is het belangrijk te beseffen dat de huidige wetgeving geen enkel soelaas biedt als er een politieke of maatschappelijke omslag plaats zou vinden. Als de overheid bijvoorbeeld besluit om artsen te vervolgen voor het onvoldoende in ogenschouw nemen van de noodsituatie van een zwangere persoon, of het onvoldoende informeren over alternatieven.

Dit risico wordt versterkt door de golf van conservatieve en antifeministische bewegingen die wereldwijd, ook in Nederland, steeds zichtbaarder wordt. Ook de kapitaalkrachtige anti-abortuslobby, met name georganiseerd vanuit Amerika, oefent steeds meer invloed uit op het maatschappelijke- en politieke debat in Europa. Dat strengere interpretaties van wettelijke eisen zouden worden ingezet om abortus feitelijk ontoegankelijk te maken, wordt in een dergelijk klimaat steeds aannemelijker.

Tijd voor verandering

De Wet afbreking zwangerschap legt de taak om de zwangere persoon op haar verantwoordelijkheden te wijzen bij de arts neer: heeft ze er wel goed over nagedacht? Is ze zich bewust van haar verantwoordelijkheid voor ongeboren leven? De wetgeving portretteert de zwangere persoon zo als iemand die geen zorgvuldige keuze kan maken, in beginsel egocentrisch is en geen rekening houdt met haar ‘taak’ als drager van ongeboren leven. Deze stereotypen horen niet thuis in de wet en dragen bij aan verdere stigmatisering.

Het is hoog tijd om de abortuswet fundamenteel te herzien. Het overgrote deel van de Nederlanders staat achter een recht op abortus, zo blijkt onder meer uit cijfers van de Monitor Seksuele Gezondheid/Leefstijlmonitor 2023. Tevens wil een ruime meerderheid van de artsen in Nederland abortus uit de strafwet. Toch blijven oproepen tot verandering onbeantwoord. Enige tijd geleden werd een burgerinitiatief ingediend om abortus uit het strafrecht te halen, maar dit kreeg geen gehoor in de Kamer. Kort daarna volgde een manifest van beroepsorganisaties, belangengroepen en politieke partijen met dezelfde oproep – vooralsnog zonder gevolg.

Het is aan niemand, ook niet aan een kleine groep van conservatieve politieke krachten om de rechten van zwangere personen dermate in te perken en om vrouwen verder te stigmatiseren. De zwangere persoon heeft recht op abortus, ongeacht de reden. Dat is geen verzoek, dat is een mensenrecht.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next