‘Het zijn buitengewone tijden’, is deze weken veruit het meest gebruikte cliché. Europese regeringsleiders laten geen optreden onbenut om de toehoorders te doordringen van de ernst van de situatie. Toch lijkt het voor de meesten vooral een bezweringsformule, om daarna weer over te kunnen gaan tot de orde van de dag. Europese toppen eindigen dezer dagen met verklaringen, nauwelijks met plannen. In Nederland is 0,4 procent btw-verhoging nog altijd belangrijker dan de afglijdende wereldorde.
Waar blijft Europa? Nemen we de vijandige taal jegens Oekraïne en het wanstaltig gevlei vanuit Washington richting de Russen niet serieus? De dure les van een maand Trump 2.0 is toch dat we de nieuwe president-to-be-autocraat van Amerika zowel letterlijk als serieus moeten nemen? En dat hij eerst handelt voordat hij ónderhandelt? Als Europa nog langer in de koplampen van de nieuwe geopolitieke verhoudingen blijft staren zijn we straks toeschouwer bij de tektonische verschuivingen van dit moment. Voor onze ogen wordt het naoorlogse project van tachtig jaar voorspoed, rechtvaardigheid en vrede in luttele maanden vervangen door een terugkeer naar 19de-eeuwse conventies van Macht boven Recht, die ons uiteindelijk de verschrikkingen van twee wereldoorlogen opleverden.
Over de auteur
Diederik Samsom is natuurkundige, oud-politicus en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Een beetje meer sancties tegen Rusland, een beetje meer geld en wapens voor Oekraïne en een beetje meer tegenspraak tegen de VS zal, hoe noodzakelijk ook, niet afdoende zijn. De bedreiging vanuit Rusland gaat verder dan alleen Oekraïne, ze is fundamenteel. Net als de Amerikaanse verwijdering. Er is dus een fundamenteel antwoord nodig. Europa kan niet langer louter op haar economische macht vertrouwen. We zullen een geopolitieke, een militaire vuist moeten maken.
Het goede nieuws is dat het gedetailleerde plan daarvoor al lang klaarligt. Al
73 jaar om precies te zijn. In 1952 sloten zes landen – Nederland, België, Luxemburg, Italië, Frankrijk en (West-)Duitsland – het Verdrag tot oprichting van een Europese Defensie Gemeenschap. Deze defensiegemeenschap behelst het stapsgewijs samenvoegen van legers tot een gezamenlijke indrukwekkende krijgsmacht van zo’n 700 duizend militairen en 2.000 straaljagers.
Compleet met een uitvoerend comité, parlement en gerechtshof om democratische besluiten over financiering, organisatie en inzet van het leger te nemen. De Gemeenschap kreeg ook het mandaat voor het opzetten van één Europese defensie-industrie. Alleen al dat laatste was ons – en vooral Oekraïne – nu zeer van pas gekomen. Meer dan zeven decennia geleden ontworpen door Europese leiders. Over visie gesproken.
Die visie werd ook toen gedreven door een steeds agressievere Sovjet-Unie en de onzekerheid of de piepjonge Navo wel voldoende bescherming zou bieden. Het verdrag ontwierp het gezamenlijke leger dus als een Europese tak van de Navo. Met een militaire commandostructuur waarmee de Europese defensiemacht op zichzelf, maar ook samen met de Navo kan functioneren. Bovendien werd uitbreiding van de Defensiegemeenschap met andere landen eenvoudig mogelijk gemaakt.
Het verdrag werd snel geratificeerd in Nederland, België, Luxemburg en Duitsland. Wij zijn er dus nog altijd aan gebonden. Dat het uiteindelijk toch niet in werking trad, had vooral met ontwikkelingen in de Sovjet-Unie te maken. Stalin overleed vlak voordat Frankrijk zou ratificeren. De dreiging uit het oosten nam af. De Defensiegemeenschap verdween in de lade.
Anno 2025 zijn de zorgen van 1952 volop terug. Weer neemt de Russische agressie toe. Weer is er grote twijfel over de Amerikaanse steun. Natuurlijk zijn de tijden flink veranderd, er is inmiddels een Europese Unie, met een Commissie, Parlement en Gerechtshof. Maar dat maakt het inhaken van de Europese Defensie Gemeenschap alleen maar makkelijker. Juristen zochten al uit dat als Frankrijk en Italië het verdrag vandaag alsnog ratificeren, we morgen een kern-Defensiegemeenschap hebben van zes landen, die snel kan worden uitgebreid met EU-lidstaten én andere landen. De Noren en Britten en zelfs de Canadezen moeten immers kunnen aansluiten, wil het succes hebben.
Tegen een Europees leger zijn veel bezwaren op te werpen. Het mantra dat alleen Nederland over de uitzending van Nederlandse soldaten gaat en dat geen supranationale structuur dat kan overnemen, is nog altijd een valide reden om géén Europees leger op te richten. Maar als ieder van de Zeven Provinciën indertijd zo had geredeneerd, had Nederland nu überhaupt niet bestaan. Breuklijnen in de geschiedenis vragen om doorbraken. Dit is een breuklijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns