Ik was op Vlieland, een plek waar ik jaarlijks kom, maar altijd in de zomer. Aan de vriend met wie ik er rondwandelde, wilde ik constant laten blijken hoe vaak ik er kwam. ‘Hier halen we altijd ijs.’ ‘In dit gebouwtje douchen we.’ ‘Dit is de strandopgang die ik altijd neem.’ ‘Deze strandopgang is in de zomer zanderiger, er liggen nu takjes.’
De vriend moet bijna gek geworden zijn van de combinatie van irritatie en verveling, een gekende combinatie bij de mens, die ik nu zwaar aan het testen was, maar het was niet aan hem te merken.
En toen viel hem, en mij ook, iets ten deel wat ongelofelijk Vlielands was, maar wat mij als vaste bezoeker nog nooit was gebeurd. Dat zul je altijd zien.
We troffen een echte, levende zeehond aan op het strand, vlak bij de zee, in het zand. Hij lag in de zon en bewoog wat met zijn lichaam. Met grote, donkere ogen keek hij ons recht aan. Het was ongelofelijk.
Toen we bekomen waren van de verbazing en erg veel videomateriaal hadden opgenomen, begon ik me zorgen te maken. De zeehond is nu eenmaal een dier waarover je je altijd zorgen maakt, misschien wel het zorgopwekkendste dier op aarde. En als je er dan een in een ongemakkelijke houding in het zand ziet liggen, maak je je extra veel zorgen.
Ik zocht op wat ik zoal moest doen als ik een zeehond aantrof op een strand, maar het advies ging vooral over mezelf. Dertig meter afstand houden, las ik. ‘Of meer’, stond er dreigend achter. Dan maar de opvang bellen. Die waren daar tenslotte voor. Er was een wachtende voor me. Zie je wel, dacht ik, mensen bellen gewoon vaak de zeehondenopvang.
Ik legde de vriendelijke medewerker uit wat ik aangetroffen had. Een zeehond, op het strand, in de zon. ‘Hij ziet er een beetje ongemakkelijk uit’, zei ik, ‘alsof hij niet echt lekker kan bewegen.’ De vrouw van de opvang legde mij uit dat zeehonden er vaak nogal ongemakkelijk uitzien. Dat zit hem in hun bouw. ‘Ze hebben geen poten, hè?’ zei ze er lief achteraan.
‘Ik heb misschien dingen op hem geprojecteerd’, zei ik door de telefoon. Meteen herinnerde ik me een vroegere psycholoog die me had verteld dat alles wat je over je kat zei, eigenlijk over jezelf ging. De vrouw van de zeehondenopvang verzekerde me dat wel meer mensen van alles op zeehonden projecteren. Terwijl ik zorgelijk wegliep, alles nog afrondende met de vrouw aan de andere kant van de lijn, wierp ik nog een blik op de zeehond. Hij lag lekker in de zon te genieten. Hij wel.