Home

Gene Hackman (1930 - 2025) was alledaags, als contrapunt voor al die sterren in Hollywood

Hij was een van de grote acteurs uit de jaren zeventig, een gouden tijdperk voor Hollywood, met een Oscarwinnende doorbraak als de explosieve rechercheur Jimmy ‘Popeye’ Doyle in The French Connection. Zijn intensiteit kon hij in elk filmgenre inzetten.

schrijft voor de Volkskrant over film, non-fictie, thrillers, muziek en graphic novels.

Voor een acteur die pas na zijn 40ste een ster werd en in 2004 al zijn acteerpensioen aankondigde, had Gene Hackman aardig wat onsterfelijke rollen op zijn naam staan. Het leverde naast een plek in de filmgeschiedenis ook vijf Oscarnominaties en twee Oscars op, voor The French Connection (1971) en Unforgiven (1992).

Wellicht speelde hij zijn beste rol in de paranoiaklassieker The Conversation (1974) van Francis Ford Coppola. Op 26 februari werd de inmiddels 95-jarige acteur samen met zijn 63-jarige echtgenote en hun hond dood aangetroffen in zijn woning in Santa Fe. Er loopt inmiddels een politie-onderzoek naar de doodsoorzaak.

Rol van zijn leven: The French Connection

De rol van zijn leven speelde Gene Hackman in de keiharde policier The French Connection (1971), maar regisseur William Friedkin wist dat aanvankelijk nog niet zo zeker.

Weliswaar was Hackman al eens genomineerd voor de Oscar voor ‘beste mannelijke bijrol’ in het biografische gangsterepos Bonnie & Clyde (Arthur Penn, 1967), maar een complete film dragen, dat was iets anders. Ter nadere kennismaking nodigde Friedkin Hackman uit voor een lunch in de deftige Oak Room van het nog veel deftiger Plaza Hotel in Manhattan.

Noteert de regisseur in zijn autobiografie op pagina 155: ‘Hij leek volstrekt humorloos, ik viel bijna in slaap tijdens de lunch. Toen het godzijdank dan eindelijk voorbij was, zei ik tegen mijn producer Phil Dantoni dat Hackman onmogelijk de hoofdrol van rechercheur Jimmy ‘Popeye’ Doyle in The French Connection kon spelen.’

Naarstig werd gezocht naar een opvolger van de A-lijst. Paul Newman was te duur. Steve McQueen had geen zin in nog een policier na Bullet. Charles Bronson, Lee Marvin, James Caan, Robert Mitchum; allemaal bleken ze bezet. En dus werd het toch Gene Hackman, en wat een gelukkige keus was dat, achteraf. Hij won er een Oscar mee voor ‘beste acteur’.

Stetson Pork Pie Hat

In de film heeft Popeye met zijn jazzy hoedje – preciezer: een Stetson Pork Pie Hat – een behoorlijk kort lontje. Je weet tevoren nooit helemaal zeker hoe hij zal reageren, maar doorgaans kan hij zomaar seksistisch, racistisch of anderszins naar en humeurig zijn, en bovendien drinkt hij te veel.

Zijn toewijding om de Franse drugsbende op te rollen die onder leiding van Alain ‘Frog One’ Charnier (Fernando Rey) voor 2 miljoen dollar aan cocaïne in New York wil binnensmokkelen, staat op het bureau evenwel buiten kijf.

Die obsessie culmineert in een van de krankzinnigste achtervolgingen uit de filmgeschiedenis, tussen Hackman, in een geconfisqueerde Pontiac Le Mans, en hitman Pierre Nicoli (Marcel Bozzuffi), die probeert te vluchten met de metro.

Op de bumper van Hackman werd een camera gemonteerd die de kijker met de neus tegen het asfalt drukte, en ondertussen stonden bij de eindmontage Friedkin en zijn crew met hamers te rammen op een aambeeld. Heel opmerkelijk: geen filmmuziek bij deze grote achtervolgingsscène, maar het gebeuk van staal op staal, en een boel getoeter bovendien. Het effect was verbluffend.

Hollywoodcarrière

Zo arriveerde Gene Hackman – die destijds toch al 41 was – alsnog met een béng op de Hollywood A-lijst. Niet slecht voor een voortijdige schoolverlater, die zich op 16-jarige leeftijd aanmeldde bij het Amerikaanse korps mariniers door over zijn leeftijd te jokken. Na vierenhalf jaar dienst probeerde de in San Bernadino, Californië, geboren zoon van een krantendrukker zijn geluk binnen het acteursgilde, maar hij had een lange weg te gaan. Hier wat toneel, daar wat tv, zelfs zijn agent had er weinig vertrouwen in.

Over de auteur
Rob van Scheers schrijft voor de Volkskrant over film, non-fictie, thrillers, muziek en graphic novels.

Na The French Connection werd alles anders. Hollywood zag hem als een ambachtsman, een alledaagse Amerikaan, als contrapunt voor al die sterren en godinnen. Omdat juist in de jaren zeventig het onopgesmukte realisme van New Hollywood opgeld deed, kreeg Hackman toprollen aangeboden.

In de archetypische rampenfilm The Poseidon Adventure (Ronald Neame; 1972) speelde hij dominee Frank Scott (‘God helpt degenen die zichzelf helpen’), de koel calculerende redder van de gedoemde opvarenden van de SS Poseidon – een blockbuster als een soort Titanic (1997) van zijn tijd.

In de heerlijke paranoiathriller The Conversation (1974) van Francis Ford Coppola was Hackman dan weer beveiligingsexpert Harry Caul, gespecialiseerd in afluisterpraktijken. Een eenzame figuur, die in de slotscène zijn eigen appartement in wanhoop sloopt, omdat hij beseft zelf te zijn afgeluisterd, al die tijd.

Er kwam een French Connection II (John Frankenheimer; 1975) – minder verrassend dan deel 1, maar toch ruim voldoende. Hij werd gecast als generaal-majoor in de epische allstar oorlogsfilm A Bridge Too Far (1977; Richard Attenborough), en even zette Hackman iedereen op het verkeerde been door de rol van superboef Lex Luthor te accepteren in Superman I en II (Richard Donner; 1978; Richard Lester; 1980). Hackman, destijds: ‘De leukste rol uit dit stripverhaal, Superman zelf, zou ik nooit willen spelen.’

Unforgiven

Nou, ok, het was niet voor de eeuwigheid, maar het geld was goed, en zelfs Marlon Brando voelde zich niet té groot voor de film, want die speelde Supermans biologische vader op Krypton. Dus wie was hij om nee te zeggen?

Vertrouwder was zijn rol van FBI-agent Rupert Anderson in het raciale misdaaddrama Mississippi Burning (1988; Alan Parker, en Hackman op zijn allerbest vinden we terug in Clint Eastwoods western Unforgiven (1992).

Als sheriff Little Bill Daggett mag hij graag zijn eigen regels verzinnen zodra rust en orde in het geding zijn, en in boomtown Big Whiskey, Wyoming, zijn die dat bijna altijd. Uiteindelijk moet hij zijn superieure glimlachje door toedoen van Eastwood met de dood bekopen, maar het leverde Hackman wel zijn tweede Oscar op.

Inmiddels was hij 62. De aanbiedingen bleven binnenrollen, maar op advies van zijn huisarts ging hij het wat rustiger aan doen. Hij was al eens gedotterd en de arts had gesteld dat ‘hij een volgende stressvolle situatie op een filmset wellicht niet zou overleven’.

Dus kondigde de 74-jarige Hackman in de talkshow van Larry King in 2004 aan met pensioen te zullen gaan, maar ondertussen had hij in de knotsgekke gezinskomedie The Royal Tenenbaums (Wes Anderson; 2001) nog wel een laatste glansrol gepakt. Een mooi eerbetoon van een hippe regisseur aan een voorganger op leeftijd was het ook.

Voortaan zou Hackman zijn tijd wijden aan het schrijven van westernverhalen en misdaadromans, plus een handvol voice-overs. Redelijk anoniem, maar dat jazzy hoedje uit The French Connection vergeten we nooit meer.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next