Home

Lessen uit coronatijd zijn vlot vergeten, ziet ic-arts

‘We zijn slechter voorbereid dan vijf jaar geleden’

Intensivist Mark van der Kuil zag als een van de eersten die de verwoestende gevolgen van de coronapandemie bij zijn patiënten. Ook nu trekt hij aan de bel: ‘Toen covid begon hadden we in Nederland 1150 ic-bedden paraat, nu 850.’

Door Michiel van der Geest

Fotografie Jiri Büller

Vijf jaar nadat het coronavirus de wereld in een wurggreep nam, zoekt de Volkskrant Nederlanders op die hard werden getroffen door het virus of de maatregelen. Van de ic-arts tot de schoolrector, van de ondernemer tot de coronademonstrant. Hoe kijken ze terug? Wat had er met de kennis van nu anders gekund?

Kleine disclaimer vooraf, zegt Mark van der Kuil. Die eerste coronaweken, nu precies vijf jaar geleden, ‘zijn een beetje een blur geworden’. ‘Covid-dementie’, grapt de ic-arts weleens tegen zijn vriendin. Te veel prikkels in korte tijd, te veel gebeurtenissen waarvan hij nooit kon bevroeden dat hij ze zou meemaken.

Wat hij zich nog wel herinnert: de gedachte dat het uiteindelijk allemaal wel mee zou vallen, ook nog vlak voordat de patiënten ziekenhuis Bernhoven in Uden binnenstroomden, zijn standplaats. ‘Natuurlijk zagen wij de beelden uit China en later Noord-Italië. Maar ook als artsen zeiden we tegen elkaar: de gezondheidszorg daar werkt heel anders. Elke 90-plusser schuiven ze daar de ic op, dat doen wij hier niet, hier overleggen wij met de patiënten. Logisch dat daar de sterfte heel hoog is, maar uiteindelijk zal het niet heel anders zijn dan de griep of een fikse longontsteking. Kwestie van goed beademen en dan uitzitten. We zagen niet in waarom het anders zou zijn dan een influenzagolf.’

Hij had het mis, realiseerde hij zich al snel. Uden werd het ‘Bergamo van Brabant’, de hardst getroffen regio van Nederland. Terwijl in de rest van Nederland de restaurants nog vol zaten, voetbalwedstrijden doorgingen, in Den Haag dertigduizend mensen meerenden en -proestten bij de City Pier City-loop, kwamen er bij de spoedeisende hulp van Bernhoven in een steeds alarmerender tempo ambulances aanrijden om coronapatiënten af te leveren.

De Volkskrant spreekt Van der Kuil op 13 maart 2020. Zijn waarschuwing is de uitsmijter van het artikel dat om 17.08 uur op de website verschijnt: ‘Al die mensen die nog naar het café gaan moeten beseffen dat ik ze straks wellicht moet vertellen dat ik hun vader niet meer kan opnemen.’

In Uden worden dan al zoveel mensen ziek dat Van der Kuil vreest dat hij binnen anderhalve week elke 70-plusser zorg moet weigeren. ‘Een reëel scenario’, zegt hij in het artikel.

Een patiënt in Uden komt met griepverschijnselen bij huisarts in maart 2020, kort nadat corona in Nederland is uitgebroken.

Marcel van den Bergh

De spanning onder Brabantse zorgverleners en -bestuurders bereikt dat weekend een hoogtepunt, ook bij Van der Kuil. Een directielid van Bernhoven belt hem geëmotioneerd op. Microbioloog Jan Kluytmans en adviseurs van Bernhoven hebben de laatste opnamecijfers in modelberekeningen verwerkt en komen tot de conclusie dat het ziekenhuis over een week een piek met zeshonderd coronapatiënten op de gewone afdelingen moet verwerken, en nog eens meer dan honderd op de ic.

Een onmogelijke opgave: Bernhoven heeft op dat moment iets meer dan honderd reguliere bedden operationeel, en zes ic-bedden.

De cijfers komen bewust niet in de openbaarheid – de vrees voor paniek onder de bevolking is groot –maar bereiken wel Den Haag. Van der Kuil: ‘Met die berekeningen konden we het signaal geven: er dreigt echt iets heel erg mis te gaan.’

Op zondag 15 maart volgt de beroemde persconferentie waarop toenmalige ministers Bruno Bruins en Arie Slob de sluiting van de scholen en de horeca aankondigen.

In het ziekenhuis komt ondertussen ‘een enorme energie’ los. ‘We hebben waanzinnig gaaf en hard gewerkt, het hele ziekenhuis verbouwd, mensen beademd met anesthesie-apparatuur van de operatiekamers, alles was mogelijk, bureaucratische hobbels bestonden even niet.’

Eerste besmetting

27 februari 2020: man in Tilburg heeft het virus. Daarna volstromende ziekenhuizen, eerste doden.

Bernhoven is het enige ziekenhuis dat, op de acute bevallingen na, alleen nog maar covid-zorg levert.

Van der Kuil, inmiddels bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC), weet één ding zeker als hij terugkijkt op de coronajaren; dit nooit weer. Nooit meer alle andere zorg stilleggen, nooit meer de zorgmedewerkers zo over de kling jagen. ‘We hebben met de beste bedoelingen zoveel mogelijk covidpatiënten geholpen, maar de negatieve gevolgen voor andere patiënten en zorgmedewerkers zijn enorm geweest.’

Het zorgwekkende is, zegt hij, dat de zorg van nu die lessen ‘absoluut niet’ in de praktijk kan brengen. ‘We zijn qua ic-capaciteit nu nog slechter voorbereid op een gezondheidscrisis dan vijf jaar geleden. Toen covid begon hadden we in Nederland 1150 ic-bedden paraat, nu zijn dat er 850. We verliezen bijna honderd ic-bedden per jaar.’

Dat komt doordat er minder ic-zorg nodig is, bijvoorbeeld door betere gesprekken met patiënten wat zij nog aan zorg willen, maar ook omdat de personeelsuitstroom nog altijd groter is dan de instroom.

Van der Kuil: ‘Het zorgsysteem is maximaal efficiënt op dit moment, we kunnen nauwelijks uitbreiden, een griepgolf brengt ons al in de problemen. Terwijl de kans op een nieuwe crisis alleen maar groter wordt.’

Dat kan een nieuwe pandemie zijn, maar ook oorlog is niet ondenkbaar. ‘Stel nou, er komt gedoe met Polen, er wordt gevochten. Een van onze Navo-verplichtingen is dat wij tot honderden gewonden per dag moeten opvangen, die het reguliere zorgsysteem in moeten. Hoe dan? Daar hebben we de capaciteit helemaal niet voor, nu al zijn er overal wachtlijsten.’

In de Italiaanse plaats Bergamo, die hard is getroffen door het coronavirus, moet het leger helpen om lichamen naar crematoria in verschillende steden te vervoeren.De wagens worden in de stad Padua opgewacht door onder anderen de burgemeester. 2 april 2020.

Getty

Daarom moet de basiscapaciteit van de ic-zorg omhoog in Nederland, bepleit Van der Kuil namens de NVIC, en moet daarmee de manier van hoe we de ic’s betalen veranderen. Niet langer een bepaald bedrag voor elke dag dat een patiënt op de ic doorbrengt, ‘want dan krijg je bedrijfskundigen die in de zomer zien dat het rustig is en dus willen snijden in de uitgaven en aflopende contracten’.

Maar wel een zogeheten beschikbaarheidsbekostiging, net als de brandweer. ‘Dan kunnen we genoeg mensen en materieel in de lucht houden voor als het een keer nodig is’, aldus Van der Kuil.

IC-artsen willen niet méér geld, benadrukt hij. ‘We willen het alleen flexibeler kunnen inzetten.’ Voorlopig vindt zijn boodschap maar weinig gehoor op het ministerie, zegt Van der Kuil. ‘We zijn nog niet één keer uitgenodigd. Het is heel frustrerend om alle geleerde lessen uit de coronatijd zo door je vingers te voelen glippen.’

Source: Volkskrant

Previous

Next