Home

Zijn Nederlandse topmanagers te woke?

Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Nederlanders staan aan de top in voetbal en dance, maar in de league van het topmanagement doen ze het beroerd. Dinsdag moest landgenoot Hein Schumacher als topman van Unilever het veld ruimen voor de Argentijnse gaucho Fernando Fernandez.

Dit betekent dat in Unilevers hoogste bestuursorgaan, de board, geen enkele Nederlander meer zit. Naast de Argentijnse topman zitten daarin drie Britten, twee Amerikanen, een Canadese Amerikaan, een Taiwanees en een Fransman.

Vermoedelijk zal geen van hen ooit in Oss zijn geweest, waar de margarinefabrikanten Samuel van den Bergh en Anton Jurgens ooit de basis legden voor de multinational. Zeven jaar geleden was de Nederlandse duurzaamheidspaus Paul Polman nog de hoogste baas van het concern. Hij keerde zich tegen het Angelsaksische verdienmodel. De milieubelasting moest worden gehalveerd, de grondstoffen voor 100 procent duurzaam worden ingekocht en de werknemers wereldwijd een leefbaar loon worden uitbetaald.

Zijn opvolger Alan Jope maakte al een pas op de plaats. En onder Hein Schumacher moest de beurskoers omhoog.. En nu mag Fernandez helemaal een streep door de duurzaamheidsdoelen halen. Hij wordt op de huid gezeten door miljardair Nelson Peltz die als commissaris binnen Unilever een luis in de pels is geworden. Zijn hedgefonds Trian Partners wil het concern zoveel mogelijk verlossen van onvoldoende winstgevende onderdelen. Margarine, thee, sauzen, worsten en ijs zijn er al uit. Misschien zal Fernandez nog een keer de bezem erdoorheen halen. Unilever moet maar kiezen tussen huishoudelijke producten (Omo/Persil, Cif, Sunlight) en persoonlijke verzorgingsproducten (Dove, Andrelon, Badedas).

Het Rijnlandse model – het continentaal Europese bedrijfssysteem, waarbij naast de belangen van aandeelhouders ook die van werknemers, klanten, leveranciers en de maatschappij op langere termijn worden gekoesterd – gaat overboord. Daarvoor komt het Angelsaksische model, waarbij het draait om geld verdienen en de belangen van aandeelhouders. Alles moet zo goedkoop en efficiënt mogelijk, zodat de bazen met torenhoge bonussen kunnen meeprofiteren.

Het is gek dat het Nederlandse bedrijfsleven, net op het moment dat Europa weer zijn eigen boontjes moet doppen, zich zo uitlevert aan de Angelsaksische kapitalisten. Geen van de vijf waardevolste bedrijven in de AEX – ASML, Shell, Unilever, Prosus en Relx – heeft nog een Nederlandse CEO. Dat is een unicum in de geschiedenis van dit land. En ook in het buitenland zijn de Nederlanders met een topfunctie inmiddels dun gezaaid. Tien jaar geleden zat Marijn Dekkers nog bij Bayer en Peter Terium bij RWE. Ben Verwaayen was vlak daarvoor baas bij achtereenvolgens BT en Alcatel-Lucent en Hans van Waayenburg was CEO van het Franse Sogeti.

Maar de situatie is totaal omgedraaid. Nu komen de buitenlanders naar Nederland. Bij ABN Amro wordt in april Robert Swaak als topman vervangen door Marguerite Bérard. Misschien zijn Nederlandse managers te woke of vrezen ze miljoenenbonussen meer dan dat ze die begeren. Weinigen durven hier geruisloos bijna 200 miljoen euro op te strijken zoals de nu bij Wolters Kluwer vertrekkende Amerikaanse Nancy McKinstry

Gelukkig hebben Nederlandse managers in het voetbal, zoals Arne Slot, en de muziekindustrie daarvan minder last.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next