De oprukkende wolf baart ook veehouders in Spanje zorgen. Een boer in het noordelijke Cerdillo leerde niet te vechten tegen het roofdier, maar ermee samen te leven, door een eeuwenoud middel in te zetten: mastín-honden. Ook iets voor Nederland?
Door Dion Mebius
Fotografie Michael Robinson Chávez
Dat de veehouder in het Noord-Spaanse dorpje Cerdillo zo kalm kan blijven, is dankzij de aanwezigheid van vijftien van zijn honden: zachtaardige maar krachtige mastíns, die tussen de kudde liggen en onophoudelijk de omgeving scannen. Zij zijn er verantwoordelijk voor, zegt Rodríguez Tábara, dat hij in dit wolvengebied ‘nu al zes jaar geen dier heeft verloren’.
Wat moeten we met de wolf? Die vraag stellen veehouders en beleidsmakers in heel Europa zich, nu het roofdier aan een opmars bezig is. Hoewel het totale aantal in de Europese Unie met zeker 20.300 nog altijd gering is, herovert de wolf op steeds meer plekken zijn oude positie aan de top van de voedselketen, beschermd door Europese en landelijke wetten.
Dat de veehouder in het Noord-Spaanse dorpje Cerdillo zo kalm kan blijven, is dankzij de aanwezigheid van vijftien van zijn honden: zachtaardige maar krachtige mastíns, die tussen de kudde liggen en onophoudelijk de omgeving scannen. Zij zijn er verantwoordelijk voor, zegt Rodríguez Tábara, dat hij in dit wolvengebied ‘nu al zes jaar geen dier heeft verloren’.
Wat moeten we met de wolf? Die vragen stellen veehouders en beleidsmakers in heel Europa zich, nu het roofdier langzaam maar zeker aan een opmars bezig is. Hoewel het totale aantal in de Europese Unie met zeker 20.300 nog altijd gering is, herovert de wolf op steeds meer plekken zijn oude positie aan de top van de voedselketen, beschermd door Europese en landelijke wetten.
Het leidt tot grote onrust op het platteland. Iedere bloedige aanval van de toppredator op een schaap, koe of paard, vaak breed uitgemeten in de pers, leidt tot hernieuwde oproepen van veehouders om ‘probleemwolven’ af te schieten en de populatie terug te dringen. Ook buiten de boerensector groeit de vrees voor de wolf. Zeker in Nederland, waar canis lupus terug is van weggeweest en natuurgebieden niet ver van de bewoonde wereld liggen.
Anders is de situatie in Spanje, dat dunbevolkter is en waar de wolf nooit is verdwenen. Toch houden de toenemende aantallen van de Iberische wolf, net iets kleiner en rossiger dan zijn neven en nichten in Nederland, ook hier de gemoederen bezig.
Iberische wolf Castilië, Spanje.
Getty Images
Nergens is dat meer het geval dan in de groene bergen van Castilië en León, in het noordwesten van het land. Volgens tellingen herbergt deze regio gemiddeld zo’n 1.400 wolven, afhankelijk van het seizoen. Dat is de helft van de 2.800 wolven die naar schatting in heel Spanje leven.
Lang mocht in deze en andere gebieden ten noorden van de rivier de Duero op de wolf worden gejaagd – tot de linkse regering van premier Pedro Sánchez hier in september 2021 bij wet een stokje voor stak. Alleen bij hoge uitzondering, en als gebleken is dat alle andere oplossingen tegen een agressieve wolf niet werken, mag het geweer nog worden opgepakt.
Sindsdien neemt het aantal wolven in Castilië en León snel toe. Volgens het regiobestuur doodde de wolf in 2023 ruim 5.500 boerderijdieren. Dat is zo’n 30 procent meer dan in het laatste jaar waarin de wolvenjacht was toegestaan.
En dus vinden veel collega’s van Rodríguez Tábara het hoog tijd om de jacht weer op te pakken. ‘Maar we kunnen toch niet één diersoort om zeep helpen’, zegt hij, ‘in een poging andere dieren te beschermen?’ Voor zijn boerenbedrijf, op een berg omringd door bossen met eiken die gekleed gaan in dik mos, koos hij voor een andere aanpak: niet vechten tegen, maar samenleven met de wolf.
Dat lukt alleen dankzij zijn mastíns, ook wel Spaanse mastiffs genoemd. Dit hondenras, groot, gespierd en gehoorzaam, werd volgens sommige bronnen al in preromaanse tijden op het Iberisch Schiereiland ingezet om vee te beschermen. Bij de verre nazaten, waarvan Rodríguez Tábara er 27 heeft, is die taak ingebakken in het DNA.
Zijn ouders Luisa en Pepe, die het familiebedrijf vóór hem runden, hielden zoals zoveel boeren in deze regio altijd al ‘een of twee mastíns’. Vooral voor de bescherming van hun kleine kudde schapen. Veel minder gebruikelijk was en is de inzet van de honden bij koeien, hoewel ook die een lekker hapje vormen voor de wolf.
Het omslagpunt voor zijn ouders, zegt hij, was 2011. In dat jaar verloren zij veertien van hun tachtig koeien aan de wolf. ‘De situatie was onhoudbaar. We zagen steeds meer wolven.’
De honden ook inzetten voor hun koeien bleek een vondst. Sinds dat zwarte jaar, en met de gestage uitbreiding van de roedel mastíns, nam het aantal aanvallen in rap tempo af. De laatste wolvenaanval dateert uit 2019, het jaar waarin Rodríguez Tábara het stokje van zijn ouders overnam.
Toch verdubbelde hij zijn aantal mastíns de laatste jaren tot de huidige 27, inclusief twee donkergrijze puppy’s. Alleen zo kon hij de groei bijhouden van zijn kudde: die telt nu 110 runderen, die met 400 hectare ook nog eens over een veel groter gebied zwerven dan soortgenoten in Nederland. Daardoor vergt hun verdediging meer hondkracht.
Intussen nam ook het aantal wolven toe. ‘Ik merkte dat de honden onrustiger werden. Wolven zijn opportunisten: als ze een kans zien, zullen ze het proberen.’
Deze ochtend is van onrust niets te merken. De vijftien honden die hij mee op pad heeft genomen, liggen ontspannen maar oplettend op de hoopjes hooi die eigenlijk voor de koeien zijn bedoeld. Slechts één grijsgevlekte hond blaft onophoudelijk door het gerinkel van de koeienbellen heen: de moeder van de puppy’s, verklaart Rodríguez Tábara haar zenuwen.
Bij een aanval gaan de honden als een team te werk. De jongere en dus snellere mastíns achtervolgen de wolven om ze weg te jagen. De oudere honden, trager maar met meer ervaring, blijven intussen bij de koeien.
Vooral in de zomer, als de mist het uitzicht over de vallei niet belemmert, ziet de jonge veehouder ‘bijna dagelijks’ wolven rondstruinen. Daar schrikt hij niet van, dat is gewoon zoals het hoort. Als toppredator speelt de wolf een belangrijke rol: hij eet de wilde zwijnen, herten en reeën op die anders in aantallen exploderen en de natuur kapotgrazen. Dat kan ook worden voorkomen door op zulke dieren te jagen, erkent hij. ‘Maar het is niet aan de mens om de natuur te reguleren.’
Dat hij zijn kudde moet beschermen, is een prijs die hij bereid is te betalen. ‘Een eigenaar van een bar installeert toch ook een alarmsysteem om inbrekers buiten te houden?’ Die schieten we ook niet bij voorbaat dood, bedoelt hij maar te zeggen.
Zouden de mastíns ook een oplossing kunnen zijn voor veehouders in Nederland? Op de Veluwe experimenteert schaapherder Paul Aalbers er sinds drie jaar mee. Aalbers (42), wiens twee kuddes samen vijfhonderd schapen tellen, wist dat hij onorthodoxe maatregelen moest treffen toen de wolf zijn dieren steeds vaker overdag, als hij met ze door het natuurgebied trok, begon aan te vallen.
Via Ray Dorgelo, die zich met zijn bedrijf Canine Efficiency sinds 2018 hardmaakt voor de inzet van kuddebeschermingshonden in Nederland, kwam Aalbers op het spoor van de mastíns. Met steun van de provincie Gelderland schafte hij voor 10 duizend euro vier jongvolwassen honden aan, die meteen aan de slag konden.
Drie jaar later beschikt Aalbers al over tien mastíns. Die waren niet allemaal zo duur: voor nog op te leiden pups ‘ben je met een paar honderd euro klaar’. Zijn schapen voelen zich redelijk op hun gemak bij de honden, die op hun beurt gewend raken aan de vele, soms ‘stronteigenwijze’ recreanten op de Veluwe.
Dat laatste is veel meer dan op het dunbevolkte platteland van Spanje een uitdaging. ‘Mastíns houden van aandacht van mensen, maar zijn op die momenten wel minder alert. En als honden van wandelaars naar de kudde blaffen, kunnen ze dat zien als een bedreiging.’
Meermaals wisten Aalbers’ mastíns een wolvenaanval af te slaan. Toch ging het ook vorig jaar nog eens mis. ‘Achteraf maakten wij de fout door twee jonge honden mee te nemen met de kudde, om ze zo het vak te leren. Eén wolf had de zaken zo goed geobserveerd dat hij de krachtmeting met ze aanging. De jonge honden waren niet bij machte om te voorkomen dat hij twee keer een schaap greep. Daar leer je van.’
Met de mastíns gaat hij zeker door. ‘We hebben geen keus. Zonder de bescherming van de honden zijn onze schapen een makkelijke prooi.’
Al zegt hij ook dat de mastíns gezien de kosten voor aanschaf en onderhoud lang niet voor alle veehouders een oplossing zullen zijn. In ieder geval niet in het huidige systeem. ‘Als landschapsbeheerder kan ik mijn eigen prijzen bepalen. Veehouders die leven van de slacht kunnen niet zeggen van een schaap dat in wolvengebied opgroeit: ik vraag 40 euro meer.’ Hij vraagt zich af: ‘Is de maatschappij bereid om zulke kosten te dragen?’
Ook in Cerdillo schrikken veel collega-veehouders terug voor de kosten, zegt Rodríguez Tábara. Na het voeren van de koeien is het schafttijd voor zijn mastíns; twee zware zakken voer schudt hij voor ze uit over de kletsnatte grond, goed voor 40 kilo. Af en toe blaft er een hond dreigend, als teken dat een andere zijn eigen brokken moet zoeken. Een van de honden blijft intussen bij de koeien. ‘Als die blaft, gaat de rest er meteen op af.’
Zijn legertje viervoeters kost hem jaarlijks 6- à 7.000 euro. Geld dat opgaat aan voer, maar ook aan bijvoorbeeld de dierenarts. Door de mastíns zelf te fokken weet hij die rekening nog behoorlijk te drukken, maar een tijdrovende klus is dat wel. Accepteren dat je een paar koeien per jaar verliest aan de scherpe tanden van de wolf is zowel simpeler als goedkoper.
Maar wat hij vooral met zijn mastíns koopt, zegt Rodríguez Tábara, ‘is rust in mijn hoofd’. Daar staat geen prijs op.
Na elke dood van een wolf onderzoeken experts het dier om leven en doodsoorzaak te reconstrueren. Fotograaf Mariëlle van Uitert volgde de wegen van de wolf die afgelopen april werd neergeschoten in Gelderland – en binnenkort in het museum staat.
Weggezakt in de sneeuw, blik op de bosrand en geweer in de aanslag: fotograaf Marielle van Uitert wist door te dringen tot de gesloten wereld van de Zweedse wolvenjacht, die de samenleving verscheurt.
Duizenden Marokkaanse vrouwen gaan ieder jaar legaal naar Spanje om aardbeien te plukken. Met de inkomsten onderhouden ze hun gezinnen. Wie na het oogstseizoen teruggaat, mag het jaar erna opnieuw. Is dit het migratiemodel van de toekomst?
Source: Volkskrant