Home

Wilde dieren en sterke verhalen: we laten ons liever voeden door angst dan door nuchtere feiten

is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.

Het sprookje wil dat het monster mensen vreet, maar neem nou de wolf: die kan dus ook een trouwe bondgenoot in de strijd tegen CO2 zijn.

Hoe bang we zijn voor wilde dieren, is een kwestie van kijken en kiezen: het monster in de bek zien, of de andere kant op kijken (niet te verwarren met wegkijken).

Zie het bericht dat afgelopen week wereldwijd rondging over de Venezolaanse zeekajakker Adrián Simancas. Hij werd al varend opgeslokt door een walvis (een bultrug) en – na drie seconden – weer uitgespuugd. Zulk nieuws gaat erin als koek. Walvis, Jonas, Bijbel; ideale ingrediënten voor een goed verhaal, dat zich overigens vaker voordoet. ‘Ik dacht dat hij me opgegeten en doorgeslikt had. Toen ik dacht dat ik overleden was, werd ik bevangen door angst’, verklaarde Simancas aan persbureau AP. Begrijpelijk, het zal geen feestje zijn om een bultrug in de bek te kijken. Maar was de angst ook terecht?

Dat de man in zijn bootje werd overvallen door een walvis, is gefilmd en echt gebeurd. Reëel gevaar te worden opgeslokt heeft nooit bestaan. Daarvoor is het keelgat van een bultrug te nauw: de diameter is ongeveer gelijk aan een menselijke vuist, weten kenners allang. Alleen smurfen kunnen door een waterkraan. Die notie ontbrak in de meeste media, die liever onze diepste angsten voeden dan nuchtere feiten opdienen.

In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.

Komen we vanzelf weer bij dat andere spookdier: de wolf. Het sprookje wil dat het monster mensen vreet, maar deze week schetsten Britse wetenschappers een heel andere kijk. De viervoeter is een trouwe bondgenoot in de strijd tegen CO2, zo schreven zij in het tijdschrift Ecological Solutions and Evidence. Dat zit zo: ook in Groot-Brittannië heeft de mens (zo’n 250 jaar geleden) de laatste wolf doodgeschoten, wat het ecosysteem danig verstoorde. Edelherten hebben er sindsdien geen natuurlijke vijanden meer, waardoor er – ondanks ‘beheermaatregelen’ als de jacht – alleen al in Schotland zo’n vierhonderdduizend rondlopen. Daar vreten ze onbelemmerd jonge boompjes op, waardoor de bossen verouderen en minder CO2 opslaan dan er wanneer jonge aanplant zou staan.

De wolf zou daar wel raad mee weten: wanneer je er 167 zou herintroduceren, zou de edelhertenpopulatie worden beperkt tot een niveau waarop bomen weer op natuurlijke wijze kunnen herstellen. In de Schotse Hooglanden zouden de bossen daardoor tot 1 miljoen ton CO2 per jaar kunnen opslaan, ongeveer 5 procent van de CO2-doelstellingen voor Britse bossen. Elke wolf zou zo een opnamevermogen kunnen creëren dat vergelijkbaar is met 6.080 heen-en-terugvluchten van New York naar Londen. Omdat (bijna) alles in geld kan worden uitgedrukt, berekenden de onderzoekers van de Universiteit van Leeds dat elke wolf zo’n 186 duizend euro waard is.

Bij ons wijst ook de Rijksoverheid op de voordelen van de teruggekeerde wolf. Populaties van reeën, zwijnen en herten worden gezonder; kwetsbare planten en bomen krijgen weer een kans doordat ze minder worden opgevreten; aaseters als raven en vossen profiteren van prooiresten. Precies zoals bij de overzeese buren dus. De overheid vergat alleen te berekenen hoeveel CO2-euro’s wolven opbrengen.

Er zijn hier vast wolvenvrezers die nog wel een paar wolven weten om te verschepen over de Noordzee (en dan maar hopen dat een bultrug ze ontziet). Het zou veel meer in de veelgeprezen ‘Hollandse handelsgeest’ zijn om de wolf te knuffelen. Angst is voor bange poepers, en levert niemand iets op.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next