Met de val van de Berlijnse Muur in 1989 kwam een einde aan de Koude Oorlog, en dat hebben we (ook) in Nederland in de portemonnee gemerkt. We keerden onszelf een ‘vredesdividend’ uit. Dat wil zeggen: we gaven elk jaar minder uit aan defensie, zodat er meer geld over bleef voor andere (overheids)uitgaven. Die tijden zijn voorlopig voorbij; we gaan vanaf nu (Poetin, Trump, Oekraïne, et cetera) oorlogsbelasting betalen.
Hoeveel dividend hebben we onszelf eigenlijk uitgekeerd? En: hoeveel defensie-uitgaven zijn genoeg? Laten we (eerste) antwoorden proberen te vinden.
Na de Tweede Wereldoorlog zijn er jaren geweest waarin Nederland 4 procent van het nationaal inkomen uitgaf aan defensie. De trend is nadien dalende. Tot 1989 zaagtandt het budget tussen de 2 en 3 procent. Na de val van de Muur begint de glijvlucht, elk jaar eentiende van een procent eraf, tot op het dieptepunt in 2012 toen Nederland nog maar 0,9 procent van het nationaal inkomen aan defensie uitgaf.
Hoe groot was het vredesdividend? In 2006 spraken de leden van de Navo af dat landen (minstens) 2 procent van hun nationaal inkomen aan defensie moesten besteden. Nederland zat dus jarenlang dik 1 procent onder deze norm, in euro’s van vandaag ruim 10 miljard euro. Laten we dat dus maar als eerste benadering nemen: het vredesdividend was minstens 10 miljard per jaar, 1 procent van het nationaal inkomen. Dat is geen klein bier.
In de lange tijdreeksen die het Centraal Planbureau publiceert, kruipen de uitgaven na 2015 omhoog, in de richting van de 2 procent. De inname door Rusland van de Krim in 2014 speelde daar een rol in; de Navo sprak destijds nogmaals af: 2 procent is de norm, beste deelnemende landen, en gelieve die in 2024 ook echt te halen.
Volgens de Navo(-statistieken) voldoen in 2024 23 van de 32 deelnemende landen aan de 2-procentsnorm, inclusief Nederland dat met 2,05 procent met de hakken over de norm springt. Dit jaar krijgt defensie in de rijksbegroting 22 miljard euro toebedeeld.
Waar gaat dat heen, nu een belangrijke steunpilaar onder de Navo, de Verenigde Staten, met betonrot is besmet? Om een idee te geven, de VS geven (volgens de Navo) 3,4 procent van het nationaal inkomen uit aan defensie. Zou Nederland dat als denkrichting nemen, dan is dat dus een slordige 1,5 procentpunt extra, nog eens 15 miljard. Dat is een stevige oorlogsbelasting.
Laat heel Europa zich eens spiegelen aan het huidige uitgavenniveau van de VS. Is Europa dan net zo’n militaire supermacht als de VS nu is? Nee, want de VS hebben één leger, Europa heeft er net zoveel als er lidstaten zijn. De VS kopen met één munt daarom meer militaire slagkracht dan Europa met een identieke munt. Wil Europa militair net zo machtig zijn als de VS, dan moet er dus (nog) meer geld naartoe (waardoor al die afzonderlijke legertjes sterker worden), of Europa moet een Europees leger gaan vormen, en zo de schaal- en samenwerkingsvoordelen genieten die in de VS vanzelfsprekend zijn.
Het vredesdividend is opgebruikt. De tijd van goedkope dronkenschap is voorbij, omdat de VS (is het gek?) onze barrekening niet langer willen betalen. Het gaat een paar centen kosten, de defensie. Maar je kunt ook zeggen: we keren terug naar een militair bestedingenniveau dat in de decennia na de Tweede Wereldoorlog weinig opzien baarde.
Frank Kalshoven is econoom en publicist. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant. Reageren? E-mail: frank@frankkalshoven.nl
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant columns